← België

Arrest 199596 - Personeel van de rechterlijke orde - 18/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.596 Rolnummer: A. 185667/IX-5781 Zaak: Arrest 199596 - Personeel van de rechterlijke orde - 18/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-22 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 08:18 Fiche Arrest nr 199.596 van 18 januari 2010 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 199.596 van 18 januari 2010 in de zaak A. 185.667/IX-5781 In zake : Guido SOETEMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Etienne De Ridder kantoor houdend te Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Verbouwe kantoor houdend te Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 30 oktober 2007, strekt tot de nietigver- klaring van de beslissing van 13 september 2007 van de procureur des Konings te Brussel waarbij Guido Soetemans van zijn takenpakket wordt ontlast en geaffec- teerd aan het politieparket te Vilvoorde. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 179.794 van 18 februari 2008 zijn de debatten heropend, zijn aan het Grondwettelijk Hof twee prejudiciële vragen gesteld, is de vordering tot schorsing verworpen en is beslist dat het beroep tot nietigverklaring verder behandeld wordt volgens de gewone procedure. De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. IX-5781-1/5 Bij arrest nr. 27/2009 van 18 februari 2009 heeft het Grondwette- lijk Hof de prejudiciële vragen beantwoord. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 januari
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Verzoeker en zijn advocaat Pascal Lahousse, die loco advocaat Etienne De Ridder verschijnen, en advocaat Stefaan Verbouwe, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is eerste substituut-procureur des Konings bij de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Binnen het parket te Brussel was hij verantwoordelijk voor de dienst die instaat voor de controle van de voorwaarden die door de onderzoeksrech- ters worden opgelegd aan verdachten die in voorlopige vrijheid worden gesteld. Het IX-5781-2/5 gaat om de opvolging van de zogenaamde MAM-dossiers, waarbij MAM staat voor “Mesures Alternatives - Alternatieve Maatregelen”. 3.
  6. Tussen de verzoeker en zijn korpschef, de procureur des Konings te Brussel, is betwisting ontstaan over de na te leven veiligheidsmaatregelen bij de ontvangst van personen die de MAM-dienst bezoeken. Aanvankelijk trok de verzoeker uit de standpunten van de procureur des Konings de conclusie dat deze hem wantrouwde, en verklaarde hij zich in die omstandigheden niet meer te zullen bezighouden met de opvolging van de alternatieve maatregelen. Hierop vroeg de procureur des Konings, in een brief van 13 juli 2007, dat de verzoeker de uitoefe- ning van zijn taken onmiddellijk zou hervatten, zo niet zou hij zich verplicht zien om in diens vervanging te voorzien. Nadat de verzoeker in een brief van 16 juli 2007 zijn zienswijze had bevestigd, nam de procureur des Konings in een brief van 17 juli 2007 een nieuw standpunt in: “De noodzaak van een MAM-dienst bij het Brusselse Parket wordt aan een grondige evaluatie onderworpen met ingang van 1 september 2007, temeer nu blijkt dat andere, specifieke diensten hiervoor de laatste jaren werden opgericht en dit project bovendien niet gedragen wordt door het Parket-generaal. In dit vooruitzicht, minstens lopende Uw ‘verlof’, zal niemand van de collega’s de bijkomende taakbelasting van Uw nalatigheid ondergaan. U zal verder op de hoogte gesteld worden van Uw nieuwe opdrachten die U ook op dit parket te vervullen heeft, zowel als van het ogenblik waarop zij zullen ingaan.” 3.
  7. Bij brief van 13 september 2007 deelde de procureur des Konings aan de verzoeker de volgende beslissing mee: “Verwijzend naar mijn schrijven van 17 juli 2007 waarbij ik mijn beslissing betreffende de verdere behandeling van de MAM-dossiers in het vooruitzicht stelde, wens ik U ter kennis te brengen dat ik geoordeeld heb om U van Uw takenpakket te ontlasten en U te affecteren aan het politieparket te Vilvoorde gelegen te 1800 Vilvoorde, Hanssenslaan
  8. Deze dienstmaatregel gaat in op maandag 17 september 2007.” Deze beslissing vormt het voorwerp van het voorliggende beroep. IX-5781-3/5 IV. Bevoegdheid van de Raad van State
  9. In het tussenarrest nr. 179.794 van 18 februari 2008 heeft de Raad van State gesteld dat hij volgens de geldende wettelijke regeling -enerzijds de artikelen 610 en 1088 van het Gerechtelijk Wetboek en anderzijds artikel 14, §1, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State- niet bevoegd is om van het beroep kennis te nemen en dat die beoordeling slechts anders kan zijn indien uit het antwoord van het Grondwettelijk Hof omtrent de verschillende behandeling die de magistraten van het openbaar ministerie in vergelijking met de ambtenaren bij de besturen ondervinden op het vlak van de beroepsmogelijkheden tegen beslissingen aangaande hun rechtstoestand zou blijken dat de betrokken wetsbepalingen ongrondwettig zijn.
  10. In zijn arrest nr. 27/2009 van 18 februari 2009 heeft het Grondwettelijk Hof gewezen dat de ambtenaar van het openbaar ministerie de hoedanigheid van magistraat heeft die in die hoedanigheid deelneemt aan de rechtsbedeling; dat onderscheidt hem fundamenteel van de ambtenaren en verantwoordt dat de Raad van State de handelingen van de procureur des Konings in verband met de opdrachten van een magistraat van het openbaar ministerie niet op hun wettigheid mag toetsen. De omstandigheid dat tegen een beslissing van de procureur des Konings in verband met de aan een magistraat van het openbaar ministerie toevertrouwde opdrachten geen enkel dienstig beroep kan worden ingesteld, ook niet wanneer het om een verdoken tuchtstraf gaat, gaat in tegen het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, maar deze discriminatie vindt haar oorsprong in een lacune in het gerechtelijk wetboek. Door zijn bevoegdheid in de onderhavige aangelegenheid af te wijzen, schendt de Raad van State het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel niet.
  11. In zijn laatste memorie stelt de verzoeker nog dat, wanneer hij met zijn kritiek op het bestreden besluit bij geen rechtsinstantie terecht kan, zijn rechten van verdediging geschonden worden en dat de Raad van State daaraan kan verhelpen door zich bevoegd te verklaren. Die mogelijks terechte opmerking betekent evenwel niet dat de Raad van State zich bevoegd moet verklaren. IX-5781-4/5
  12. De in het arrest nr. 179.794 van 18 februari 2008 vermelde uiteenzetting op grond waarvan tot de onbevoegdheid van de Raad van State wordt besloten, wordt bevestigd. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 januari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Bert Thys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5781-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.596 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.794 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.