id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.621 Rolnummer: A. 193013/X-14231 Zaak: Arrest 199621 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 18/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-25 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 08:18 Fiche Arrest nr 199.621 van 18 januari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 199.621 van 18 januari 2010 in de zaak A. 193.013/X-14.
- In zake : Marie VANSPAUWEN, die woonplaats kiest bij advocaat S. VERBIST, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Graaf van Hoornestraat 34 tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat C. LEMACHE, kantoor houdende te 3800 SINT-TRUIDEN, Tongersesteenweg
- Tussenkomende partij : de n.v. KPN GROUP BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaten P. EVERAERT en G. L’HEUREUX, kantoor houdende te 1932 SINT-STEVENS-WOLUWE, Leuvensesteenweg
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Marie VANSPAUWEN op 15 juni 2009 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging en de vernietiging vordert van het besluit van 16 april 2009 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de n.v. BASE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een station voor mobiele telecommunicatie op een perceel gelegen te Sint-Truiden, Kerkom-dorp 53, kadastraal bekend sectie B, nr. 198/x; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-14.231-1/6 Gelet op de beschikking van 10 september 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 oktober 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DAELEMANS, die loco advocaat S. VERBIST verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat C. LEMACHE, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat G. L’HEUREUX, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging Met een verzoekschrift van 8 juli 2009 heeft de n.v. KPN GROUP BELGIUM gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
- Feiten 2.
- Op 24 september 2008 ontvangt de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de aanvraag ingediend door de n.v. BASE voor het bouwen van een station voor mobiele telecommunicatie op het hogervermelde perceel. De aanvraag omvat het plaatsen van een nieuwe verlichtingspyloon met een hoogte van 25m waaraan de antennes worden bevestigd. De bijbehorende technische installatie wordt voorzien aan de voet van de pyloon en het geheel wordt afgesloten door een draadomheining. Rond de draadomheining wordt een haag gepland van streekeigen planten. X-14.231-2/6 Het betrokken perceel is volgens het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan Sint-Truiden - Tongeren gelegen in agrarisch gebied. Het ligt niet binnen een gebied waarvoor een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan geldt, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 2.
- Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek worden 20 bezwaarschriften ingediend, onder meer door de verzoekster. De bezwaren wijzen onder meer op de gezondheidsrisico’s en het na te leven voorzorgsbeginsel. Op 20 maart 2009 adviseert het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Truiden de aanvraag ongunstig : “(...) Het bestuur kiest ervoor het voorzorgsprincipe te hanteren inzake gezondheidsrisico’s. (...) Het bestuur is niet akkoord met de inplanting van deze mast op deze plek. Er wordt een locatie gevraagd, verder van de woningen in het agrarisch gebied”. Op 16 april 2009 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de vergunning. Omtrent het gezondheidsaspect stelt hij het volgende : “Met betrekking tot het gezondheidsaspect kan verwezen worden naar de aanbevelingen van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die 50 keer strenger zijn dan de effectieve risicogrens. Uit het door de aanvrager opgemaakte technische dossier blijkt dat de stralingsintensiteit zich zeer ruim onder deze aanbevelingen situeert. Op die wijze wordt het voorzorgsprincipe volledig gerespecteerd. De vergunningverlenende overheid kan er dan ook in alle redelijkheid, op basis van de thans beschikbare wetenschappelijke gegevens, van uit gaan dat het gezondheidsaspect voldoende onder controle is en het verlenen van deze stedenbouwkundige vergunning niet in de weg staat. Zodra de Vlaamse overheid eigen normen terzake uitwerkt, zal deze installatie uiteraard door de aanvrager aan die normen getoetst moeten worden”. Dit is de bestreden beslissing.
- Ontvankelijkheid van het beroep De tussenkomende partij voert wel onder meer de “ontstentenis van belang” bij de vordering aan, doch in haar desbetreffende uiteenzetting argumenteert zij alleen het niet aanwezig zijn van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hoofde van de verzoekster. Deze schorsingsvoorwaarde is evenwel X-14.231-3/6 onderscheiden van de ontvankelijkheidsvoorwaarde aangaande het belang bij het annulatieberoep.
- Onderzoek van het derde middel 4.
- Het middel Het derde middel wordt onder meer geput uit de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van het “materiële motiveringsbeginsel”. De verzoekster voert onder meer aan dat de bestreden beslissing de gezondheidsrisico’s niet behandelt en de bezwaren daaromtrent onbeantwoord laat. 4.
- Beoordeling 4.2.
- Een overheid die zich over een bouwaanvraag uitspreekt, moet, gelet op het te dezen toepasselijke artikel 4 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, ook oog hebben voor de impact van het project op het leefmilieu en moet daartoe de nadelige gevolgen van het gebruik of de exploitatie van een installatie op de gezondheid van de omwonenden in overweging nemen. Gegeven het mogelijke risico op beduidende en onomkeerbare schade door de emissie van elektromagnetische golven door GSM-masten, kan het gebrek aan volledige wetenschappelijke zekerheid met betrekking tot de gezondheidsrisico’s de vergunningverlenende overheid niet vrijstellen van de verplichting om deze risico’s op voldoende concrete wijze te onderzoeken. Dit alles impliceert op zijn minst dat de bezwaren die dienaangaande tijdens het openbaar onderzoek werden geformuleerd afdoende moeten worden beantwoord. De omstandigheid dat er op het tijdstip van het nemen van het bestreden besluit geen formele rechtsregels bestaan met betrekking tot de toetsing van de gezondheidsrisico’s van GSM-masten, neemt niet weg dat de vergunningverlenende overheid, mede gelet op de bij haar ingediende bezwaren, in concreto moet nagaan of de elektromagnetische straling geen onaanvaardbaar risico voor de gezondheid zou opleveren. De loutere vaststelling dat zodra de Vlaamse X-14.231-4/6 overheid eigen normen ter zake zal hebben uitgewerkt, de installatie hieraan zal moeten worden getoetst, kan dan ook niet als rechtsgeldig motief voor het verlenen van de vergunning in aanmerking worden genomen. 4.2.
- Blijkens de onder punt 2.2 weergegeven motivering is de beoordeling van de gezondheidsrisico’s, naast de hierboven vermelde vaststelling, te dezen beperkt tot een algemene stellingname over de verenigbaarheid van de installatie met de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie, zonder dat op concrete wijze en meer in detail wordt onderzocht of de elektromagnetische straling die uitgaat van de vergunde installatie voor de omwonenden redelijkerwijze geen onaanvaardbaar gezondheidsrisico inhoudt. De loutere affirmatie dat “de vergunningverlenende overheid (...) er dan ook in alle redelijkheid, op basis van de thans beschikbare wetenschappelijke gegevens, (kan) van uit gaan dat het gezondheidsaspect voldoende onder controle is”, volstaat niet als een afdoende beoordeling van de gezondheidsrisico’s, aangezien hieruit niet kan worden opgemaakt of dit oordeel gefundeerd is, ongeacht de afstand van de percelen van de omwonenden tot de antenne en de duur van de blootstelling van de omwonenden aan de straling. Het derde middel is in de aangegeven mate gegrond.
- De vordering tot schorsing De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging is een accessorium van het beroep tot nietigverklaring. De nietigverklaring van het bestreden besluit impliceert dat de vordering tot schorsing zonder voorwerp is geworden en derhalve moet worden verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. KPN GROUP BELGIUM wordt ingewilligd. X-14.231-5/6 Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 16 april 2009 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de n.v. BASE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een station voor mobiele telecommunicatie op een perceel gelegen te Sint-Truiden, Kerkom-dorp 53, kadastraal bekend sectie B, nr. 198/x. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien januari 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-14.231-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.621 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div