← België

Arrest 199713 - Overheidsopdrachten - 21/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.713 Rolnummer: A. 194940/XII-6066 Zaak: Arrest 199713 - Overheidsopdrachten - 21/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-22 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 08:21 Fiche Arrest nr 199.713 van 21 januari 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 199.713 van 21 januari 2010 in de zaak A.194.940/XII-6066. In zake: de NV PUNCH GRAPHIX INTERNATIONAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Jochen Honnay kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Karel Van Hoorebeke en Rebecca Denys kantoor houdend te Gent Coupure Rechts 162 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 17 december 2009, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de gemotiveerde beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap voor Facilitair Management van 2 december 2009 tot gunning van de opdracht voor het leveren, gebruiksklaar installeren en het onderhouden van een digitale kleurenprinteroplossing voor het uitvoeren van diverse printopdrachten in de digitale drukkerij van het Boudewijngebouw in Brussel (bestek AFM/FD/2008/752) aan Online Grafics nv”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 januari 2010, om 10.00 uur. XII-6066-1\13 Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jochen Honnay, die loco advocaat Dirk Lindemans verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Rebecca Denys, die loco advocaat Karel Van Hoorebeke verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Het agentschap voor Facilitair Management van de Vlaamse overheid schrijft een overheidsopdracht uit onder de vorm van een algemene offerteaanvraag voor het leveren, gebruiksklaar installeren en onderhouden van een digitale kleurenprintoplossing en bijhorende componenten in het Boudewijngebouw te Brussel. 3.2. De opdracht wordt op 5 maart 2009 bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en het Publicatieblad van de Europese Unie. 3.3. De opdracht is onderworpen aan de bepalingen van het bijzonder bestek AFM/FD/2008/752. Het bestek omschrijft het voorwerp van de opdracht als volgt: “Algemene offerteaanvraag betreffende het leveren, gebruiksklaar installeren en het onderhouden van een digitale kleurenprintoplossing voor het uitvoeren van diverse printopdrachten in de digitale drukkerij van het Boudewijngebouw in Brussel. Dit bevat ook: - het leveren en gebruiksklaar installeren van de apparatuur en de software, inbegrepen het integreren van de apparatuur in de bestaande netwerkomgeving; - het verzorgen van de opleiding van het personeel dat zal belast worden met de bediening van de apparatuur (inclusief front-end als netwerkapparatuur) volledig in het Nederlands; XII-6066-2\13 - het onderhouden en 100 % operationeel houden van de installatie. Dit onderhoud slaat zowel op hard- als software op basis van een full omnium onderhoudscontract; - het integreren van de afwerkingslijn (IBIS SB-1G / CP Bourg BB3002) die momenteel operationeel is in het Ferrarisgebouw in de aangeboden oplossing”. Het bestek bepaalt voorts dat de aanbestedende dienst de onregelmatige biedingen of de biedingen betreffende leveringen die niet conform zijn met de minimale voorschriften opgelegd in het bijzonder bestek, namelijk de essentiële kenmerken, uitsluit. Voorstellen die hieraan niet voldoen worden uitgesloten van nadere beoordeling. Het bestek bevat de volgende gunningscriteria: - criterium 1: prijs: 50 punten, - criterium 2: technische en kwalitatieve aspecten: 40 punten, - criterium 3: de milieu-invloed van de aangeboden apparatuur in hoofde van het agentschap voor Facilitair Management als gebruiker, met inbegrip van de prestaties op het vlak van energieverbruik van die apparatuur: 10 punten. Inzake de prijs wordt in het bestek onder meer opgemerkt dat het de prijzen betreft zoals opgegeven in de inventaris, omvattende alle rechtstreekse en onrechtstreekse kosten zoals opgesomd in punt 6.7 van het bestek - elementen die in de prijs inbegrepen zijn: het maandelijkse forfaitaire huurbedrag, kosten voor het onderhoudscontract, verbruiksgoederen, de waarde van de koopoptie voor de geleverde installatie, evenals de kost voor de integratie van de afwerkingslijn (IBIS SB-1G / CP Bourg BB3002) die momenteel operationeel is in het Ferrarisgebouw. In de technische bepalingen van het bestek wordt opgemerkt dat deze afwerkingslijn die momenteel operationeel is in het Ferrarisgebouw in de aangeboden oplossing moet worden “geïntegreerd, zodanig dat de bestaande afwerkingsmogelijkheden blijven bestaan”. Dit wordt als een “essentieel kenmerk” aangemerkt (bestek, blz. 20). Voorts dient de inschrijver overeenkomstig het bestek een “beschikbaarheid van de printstraat te garanderen van minstens 90 %”, bij gebrek waaraan de in het bestek omschreven boeteclausule zal worden toegepast. Voormelde beschikbaarheid wordt in de technische bepalingen van het bestek eveneens als een “essentieel kenmerk” aangemerkt (bestek, blz. 21). XII-6066-3\13 3.4. De opening van de inschrijvingen vindt plaats op 7 mei 2009. Zeven inschrijvers dienen een offerte in, waaronder de verzoekende partij. 3.5. Uit het gunningsverslag blijkt dat de offerte van één van de inschrijvers, de nv S.D. Graphics, administratief niet-conform wordt bevonden en dat deze offerte bijgevolg wordt uitgesloten. In het gunningsverslag wordt voorts geoordeeld dat de offertes van de overige zes inschrijvers administratief conform zijn en technisch kunnen worden geëvalueerd. Na toetsing van de offertes aan de gunningscriteria wordt voorgesteld om de opdracht toe te wijzen aan de nv Online Grafics. 3.6. Vervolgens wordt de opdracht bij beslissing van 2 december 2009 overeenkomstig het gunningsverslag toegewezen aan de nv Online Grafics. 3.7. Bij brief van 3 december 2009 wordt aan de verzoekende partij meegedeeld dat haar offerte niet werd gekozen. Tevens wordt haar een wachttermijn toegekend van 15 dagen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4. De verwerende partij werpt een exceptie op “betreffende de rechtsmacht van de Raad van State en het belang van de verzoekende partij”. Zij wijst erop dat, in de mate de verzoekende partij stelt dat zij de voordeligste regelmatige offerte zou hebben ingediend, dit de beoordeling betreft van een subjectief recht dat onder de exclusieve rechtsmacht van de hoven en rechtbanken valt, zodat de Raad niet bevoegd is om daarover uitspraak te doen. Voorts merkt zij op dat de verzoekende partij slechts als derde inschrijver werd gerangschikt en dat ingeval van schorsing de gunning van de opdracht aan de verzoekende partij geenszins vaststaat. In de mate dat het verzoekschrift tevens gericht is tegen de impliciete weigeringsbeslissing om de opdracht niet toe te wijzen aan de verzoekende partij, moet volgens de verwerende partij dan ook worden vastgesteld dat de verzoekende partij het rechtens vereiste belang ontbeert. 5. Uit het verzoekschrift blijkt dat de verzoekende partij het voorwerp van haar beroep beperkt tot de toewijzingsbeslissing. Aangezien het verzoekschrift niet is gericht tegen de impliciete weigeringsbeslissing, dient de exceptie niet nader te worden onderzocht. XII-6066-4\13 V. De schorsingsvoorwaarden 6. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. VI. Beoordeling van de eerste en derde schorsingsvoorwaarde Standpunt van de partijen 7. Inzake het vereiste van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel beroept de verzoekende partij zich op het verlies van de mogelijkheid om zelf de opdracht te kunnen uitvoeren en wijst zij op de referentiewaarde van de opdracht alsook op het feit dat de opdracht de Europese drempelwaarde overstijgt, wat eveneens het belang ervan zou aantonen. Inzake de uiterst dringende noodzakelijkheid verwijst zij naar artikel 21bis van de wet van 24 december 1993 betreffende overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, en de door de aanbestedende overheid toegekende wachttermijn van 15 dagen. 8. De verwerende partij merkt op dat de verzoekende partij het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet bewijst. Zij wijst erop dat de verzoekende partij, zelfs bij toewijzing van deze opdracht aan Online Grafics, een belangrijke partner van de Vlaamse overheid blijft door haar installatie in de drukkerij van het Ferrarisgebouw waarvan het huurcontract nog tot november 2010 loopt en welke opdracht zij als referentieopdracht kan gebruiken. Beoordeling 9. Door de betekening van de bestreden toewijzingsbeslissing zou tussen de verwerende partij en de nv Online Grafix een overeenkomst tot stand komen tengevolge waarvan, in de lijn van de rechtspraak van de Raad van State, arrest nr.87.983 van 15 juni 2000 van de algemene vergadering van de afdeling XII-6066-5\13 administratie, een gewone vordering tot schorsing naar alle waarschijnlijkheid zou worden afgewezen. Het bestaan van die overeenkomst zou de betrachting van de verzoekende partij om zelf de opdracht nog uit te voeren, ernstig bemoeilijken en zou een mogelijk herstel in natura verder af brengen. De verwerende partij betwist niet dat het te dezen een opdracht betreft boven het Europese drempelbedrag, die eveneens werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Aldus moet worden aanvaard dat de verzoekende partij door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden toewijzingsbeslissing het rechtens vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan ondergaan, mede gelet op de aard en de waarde van de in het geding zijnde opdracht, onderworpen aan bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Voorts, wegens de dreigende betekening die door de verwerende partij in haar laatstgenoemde brief wordt aangekondigd en de te dezen verplicht gestelde procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid overeenkomstig voormeld artikel 21bis, wordt aanvaard dat de verzoekende partij een beroep deed op de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. VII. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde A. Eerste middel Standpunt van de partijen 10. Het eerste middel is genomen uit de schending van “artikel 16 van de Wet betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten”, “artikel 110, § 2 van het KB van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken”, “de vereisten van het bijzonder bestek” en “het gelijkheidsbeginsel”. De verzoekende partij acht deze rechtsnormen geschonden “doordat in de uitgekozen offerte de afwerkingslijn (IBIS SBI G/CP Bourg BB3002) die momenteel is geïnstalleerd in de vesting in het Ferrarisgebouw, niet wordt geïntegreerd in de voorgestelde printeroplossing, en deze inschrijver derhalve ook geen garanties kon bieden voor de beschikbaarheid van de bestaande printstraat”, dit “terwijl een offerte die afwijkt van essentiële besteksbepalingen moet worden geweerd als onregelmatig”. XII-6066-6\13 Volgens de verzoekende partij blijkt uit het bestek dat de integratie van de bestaande afwerkingslijn in de aan te bieden printoplossing en het geven van een garantie van ten minste 90 % voor de beschikbaarheid van de printstraat essentiële besteksbepalingen waren. Uit het gunningsverslag blijkt evenwel dat de offertes van de nv Online Grafics en de nv Xerox, in tegenstelling tot onder meer de offerte van de verzoekende partij, niet voldoen aan de voorwaarde dat de voorgestelde printer geïntegreerd moest worden met de bestaande afwerkingslijn. Door de opdracht niettemin toe te wijzen aan de nv Online Grafics heeft de verwerende partij volgens de verzoekende partij gehandeld in strijd met de in het middel aangehaalde bepalingen en het bestek, aangezien zij de offertes van de inschrijvers die losstaande printers voorstellen, niet heeft geweerd. Inzake de schending van het gelijkheidsbeginsel merkt zij nog op dat, indien zij van meet af aan had geweten dat zij losstaande printers mocht leveren, zij ook verschillende losstaande printers zou hebben aangeboden in plaats van de technisch veel ingewikkeldere geïntegreerde oplossing die zij thans heeft voorgesteld. Zij wijst er daarbij op dat de kosten voor de terbeschikkingstelling van een geïntegreerde printer hoger zijn dan voor een losstaande printer, dat er sprake is van een andere manier van onderhoud, met andere interventietijden, dat het makkelijker is om de beschikbaarheid van een losstaande printer te garanderen dan de beschikbaarheid van een geïntegreerde printer-printstraat en dat de keuze aan vrijstaande printers ook veel groter is dan de keuze aan integreerbare printers. De door de verzoekende partij aangeboden, besteksconforme oplossing, is volgens haar niet vergelijkbaar met de niet-besteksconforme offerte van de als eerste en tweede gerangschikte inschrijvers. De verzoekende partij voert aan dat zij als derde gerangschikte inschrijver belang heeft bij dit middel nu ook de offertes van de tweede gerangschikte inschrijver met dezelfde voormelde onregelmatigheid zou zijn behept. Beoordeling 11.1. De verzoekende partij, als derde gerangschikte inschrijver, lijkt wel degelijk belang te hebben bij dit middel nu zij in het kader van dit middel tracht XII-6066-7\13 aan te tonen dat zowel de eerste als de tweede gerangschikte inschrijver een substantieel onregelmatige offerte zouden hebben ingediend. 11.2. Het toepasselijke bijzonder bestek (blz. 20-21) somt onder meer de volgende “essentiële kenmerken” op, waarbij tevens verduidelijkt wordt dat voorstellen die hieraan niet voldoen worden uitgesloten van verdere beoordeling: “De afwerkingslijn (IBIS SB- 1G /CP Bourg BB3002) momenteel geïnstalleerd in de vestiging in het Ferrarisgebouw wordt geïntegreerd in de voorgestelde oplossing [...] Gegarandeerde procentuele beschikbaarheid van de printstraat is minstens 90%. Een hogere gegarandeerde procentuele beschikbaarheid wordt positief gewaardeerd”. 11.3. De verwerende partij betwist als dusdanig niet dat het essentiële besteksvoorwaarden betreft, waaraan de offertes moeten voldoen op straffe van niet-conformiteit. 11.4. De betwisting heeft daarentegen betrekking op de interpretatie van het bestek. Volgens de verzoekende partij dienen de besteksbepalingen zo te worden geïnterpreteerd dat zij uitsluitend een fysieke integratie van de in de drukkerij aanwezige afwerkingslijn met de te leveren printer(

  1. s)toelaten (door de verwerende partij in het gunningsverslag “online” integratie genoemd), en de levering van losstaande kleurenprinters waarbij de papieren manueel moeten worden overgebracht van de printer naar de afwerkingslijn (door de verwerende partij in het gunningsverslag “nearline” integratie genoemd) uitsluiten. In geval van gebrek aan voormelde “online” integratie, kan volgens de verzoekende partij ook geen enkele garantie worden geboden met betrekking tot de beschikbaarheid van de “printstraat”, zoals vereist in het bestek. Volgens de verwerende partij geeft de verzoekende partij aldus een niet-correcte interpretatie aan de besteksbepalingen. Volgens haar vereist het bestek geen “online” integratie van de afwerkingslijn met de printers, doch wordt enkel gevraagd om de afwerkingslijn te integreren in de voorgestelde oplossing. Nergens wordt gevraagd dat er een fysieke connectie is. Voorts wordt er volgens de verwerende partij geen beschikbaarheid voor de afwerkingslijn opgelegd in dit bestek omdat die minstens tot november 2010 van een derde partij wordt gehuurd XII-6066-8\13 met een “full omnium”-contract. In de omschrijving van de te garanderen beschikbaarheid van de “printstraat” wordt nergens vermeld dat de afwerkingslijn hierin betrokken is. Zij wijst er daartoe op dat in de boeteclausules enkel als types toestellen printer en front-end worden vermeld. 11.5. Uit de stukken lijkt het dat twee inschrijvers een oplossing hebben voorgesteld met een “online” integratie van de afwerkingslijn, meer bepaald de verzoekende partij en de nv Canon Belgium, terwijl de overige vier inschrijvers een “nearline” oplossing hebben aangeboden. 11.6. Vastgesteld dient te worden dat het bestek op dit punt voor interpretatie vatbaar lijkt. In het bestek is sprake van het “integreren” van de bestaande afwerkingslijn in de voorgestelde oplossing. De wijze van integratie wordt niet nader verduidelijkt. De begrippen “online” integratie en “nearline” integratie worden door de verwerende partij pas voor het eerst gehanteerd in het gunningsverslag. Bovendien merkt de verzoekende partij op dat de op dit ogenblik gebruikte printer ook reeds een fysiek geheel uitmaakt met de afwerkingslijn, wat door de verwerende partij ook ter terechtzitting niet wordt betwist. Daarnaast legt het bestek als essentieel kenmerk een beschikbaarheid van de “printstraat” op van minstens 90 %, terwijl andere besteksbepalingen dan weer verwijzen naar de beschikbaarheid van de toestellen of de printers. Dat het bestek getuigt van enige dubbelzinnigheid, blijkt overigens ook uit het feit dat verscheidene inschrijvers zich op dit punt vooraf lijken te hebben geïnformeerd bij de verwerende partij, wat de verwerende partij uitdrukkelijk bevestigt op blz. 15 van haar nota en ter terechtzitting. 11.7. De verzoekende partij toont evenwel niet aan dat de interpretatie die de verwerende partij geeft aan voormelde besteksbepalingen prima facie strijdig is met deze bepalingen en dat de verwerende partij op grond van voormelde besteksbepalingen ertoe was gehouden om de offertes van de inschrijvers die een “nearline” oplossing hebben voorgesteld, waaronder de nv Online Grafics en de nv Xerox, als substantieel onregelmatig te beschouwen. Aangezien het bestek slechts de integratie van de bestaande afwerkingslijn “in de aangeboden oplossing” voorschrijft en nergens verduidelijkt of het een “online” dan wel een “nearline” integratie dient te betreffen, mocht de verwerende partij op het eerste gezicht aannemen dat beide oplossingen mogelijk zijn. Dat uitsluitend “online” integratie toegelaten zou zijn, lijkt evenmin XII-6066-9\13 ondubbelzinnig te kunnen worden afgeleid uit het besteksvereiste inzake de gegarandeerde procentuele beschikbaarheid van de printstraat nu de hieraan gerelateerde boeteclausule opgenomen in punt 6.6 van het bestek uitdrukkelijk verwijst naar de beschikbaarheid van “het toestel”. Ook onder punt 6.9 van het bestek wordt voor de berekening van de beschikbaarheid verwezen naar de beschikbaarheid van de door de inschrijver geleverde “apparatuur”. Er wordt in het middel dan ook geen schending aangetoond van artikel 16 van de voornoemde wet van 24 december 1993, van artikel 110, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit van 8 januari 1996, noch van de bepalingen van het bijzonder bestek. 11.8. Inzake de schending van het gelijkheidsbeginsel merkt de verzoekende partij nog op dat, indien zij van meet af aan had geweten dat zij losstaande printers mocht leveren, zij ook verschillende losstaande printers zou hebben aangeboden in plaats van de technisch veel ingewikkeldere geïntegreerde oplossing die zij thans heeft voorgesteld. Deze grief komt aan bod in het tweede middel en zal dan ook daar worden beoordeeld. 11.9. Het eerste middel is in zijn geheel niet ernstig. B. Tweede middel Standpunt van de partijen 12. Een tweede middel verwoordt de verzoekende partij als volgt: “schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, van de transparantieplicht en van het gelijkheidsbeginsel”, “doordat het bestek, voor zover het een offerte waarin (een) van de afwerkingslijn losstaande printer zou mogelijk maken, voor wat betreft essentiële bepalingen, op zijn minst dubbelzinnig is opgesteld”, “terwijl (de essentiële bepalingen van) een bestek op een zorgvuldige en ondubbelzinnige manier moeten worden geformuleerd, teneinde een objectieve vergelijking tussen de offertes mogelijk te maken”. Zij wijst erop dat het bestek bepaalt dat de inschrijvers een beschikbaarheid van de printstraat (dus niet van de printers) van 90 % moeten garanderen, welke bepaling enkel betekenis zou hebben hetzij voor een inschrijver die bereid is om printers te leveren die fysiek kunnen worden geïntegreerd in de XII-6066-10\13 printlijn, hetzij indien ervan uitgegaan wordt dat deze besteksbepaling een verschrijving of dubbelzinnigheid bevat en dat er eigenlijk garanties worden gevraagd voor de beschikbaarheid van de printers, en niet voor de printstraat. Zij merkt op dat zij is uitgegaan van de eerste hypothese. Indien zou worden aanvaard dat het bestek toeliet om van de afwerkingslijn losstaande printers ter beschikking te stellen wordt volgens haar uitgegaan van de tweede hypothese, waarbij de verzoekende partij slachtoffer is geworden van de onzorgvuldigheid van de verwerende partij bij het opstellen van het bestek en een tekortkoming aan de transparantieplicht. Indien het bestek deze verschrijving of dubbelzinnigheid niet zou hebben bevat, zou zij losstaande printers hebben aangeboden en zou de verwerende partij in het gunningsverslag geen appelen met citroenen hebben moeten vergelijken. Aangezien de verzoekende partij een geheel andere offerte zou hebben ingediend indien het bestek geen verschrijving of dubbelzinnigheid bevatte, meent zij belang te hebben bij dit middel. Zij merkt tevens op dat van haar redelijkerwijze niet kon worden verwacht uitleg te vragen over de bedoelde besteksbepalingen aangezien deze bepalingen voor haar duidelijk genoeg waren. 13. Volgens de verwerende partij werd geen online connectie gevraagd en is ingeval de afwerkingslijn niet online aan de printer wordt geplaatst, “de printstraat de printer met zijn invoer - en outputmogelijkheden” en kan het bestek correct worden toegepast. Er is geen enkele vraag geweest van de verzoekende partij bij de aangewezen contactpersoon, terwijl deze mogelijkheid expliciet geboden werd. De besteksbepalingen zijn zo “liberaal” opgesteld om de vrije mededinging in deze markt niet in de weg te staan. Beoordeling 14.1. In het kader van de beoordeling van het eerste middel werd reeds vastgesteld dat het bestek op twee wijzen lijkt te kunnen worden opgevat wat betreft de voorschriften inzake de integratie van de bestaande afwerkingslijn in de voorgestelde oplossing. 14.2. De verzoekende partij heeft het niet nodig geacht nadere inlichtingen te vragen over de in het geding zijnde besteksbepalingen, vanuit een interpretatie die op het eerste gezicht niet de perken van de redelijkheid te buiten gaat. Zoals de verwerende partij zelf in haar nota opmerkt, blijken “andere XII-6066-11\13 inschrijvers, zelfs inschrijvers die de afwerkingslijn ook online aan de printer konden plaatsen, zich wel vooraf geïnformeerd [te] hebben en er vervolgens voor geopteerd [te] hebben om de afwerkingslijn nearline te plaatsen”. Uit het administratief dossier lijkt niet te kunnen worden afgeleid om welke inschrijvers het ging, noch op welke wijze zij zijn geïnformeerd door de verwerende partij. Het lijkt niet betwist dat aan de verzoekende partij deze verduidelijkingen niet werden medegedeeld. Prima facie lijkt het nochtans om betekenisvolle verduidelijkingen te gaan, nu deze ertoe hebben kunnen leiden dat de ene inschrijver wel, en de andere niet heeft geopteerd voor een online-systeem. Dat dergelijke verduidelijkingen werden gevraagd en dat erop werd geantwoord lijkt aan te tonen dat het bestek op een cruciaal punt niet voldoende duidelijk was en het door de verwerende partij gewenste resultaat van de opdracht niet genoeg was geëxpliciteerd. 14.3. Nog los van de vraag in hoeverre het niet meedelen aan de verzoekende partij van de genoemde verduidelijkingen strookt met de in het middel aangehaalde beginselen, lijkt in elk geval de grief van de verzoekende partij dat het bestek door zijn dubbelzinnigheid betreffende de gewenste vorm van integratie tussen de te leveren printer met de bestaande afwerkingsstraat, niet met de nodige zorgvuldigheid is geredigeerd, te moeten worden aanvaard. Aldus lijkt het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden en is alvast in zoverre het tweede middel ernstig. Deze onrechtmatigheid lijkt ertoe te hebben geleid dat de verzoekende partij er ten onrechte is van uitgegaan dat zij geen losstaande printers mocht leveren. Ze vitieert de gehele toewijzingsprocedure. Het tweede middel is ernstig. 15. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumulatief moeten zijn vervuld wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het agentschap voor Facilitair Management van de Vlaamse overheid van 2 december 2009 om de overheidsopdracht voor het leveren, gebruiksklaar installeren en onderhouden XII-6066-12\13 van een digitale kleurenprintoplossing en bijhorende componenten in het Boudewijngebouw te Brussel, toe te wijzen aan de nv Online Graphics. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 januari 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, met bijstand van Silja Doms, griffier. De griffier, De voorzitter, Silja Doms Dierk Verbiest XII-6066-13\13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.713 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.968 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.