← België

Arrest 199724 - Onteigeningen - 21/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.724 Rolnummer: A. 179192/VII-37582 Zaak: Arrest 199724 - Onteigeningen - 21/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-28 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 08:22 Fiche Arrest nr 199.724 van 21 januari 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 199.724 van 21 januari 2010 in de zaak A. 179.192/VII-37.

  1. In zake: Hedwig BRUYNOOGHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bruno Van Dorpe kantoor houdend te Kortrijk Loofstraat 39 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves François kantoor houdend te Waregem Eertbruggestraat 10 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de GEMEENTE STADEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te Antwerpen Lange Lozanastraat 270 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 6 december 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, en Ruimtelijke Ordening van 30 augustus 2006 houdende goedkeuring van het rooilijn- en onteigeningsplan houdende de fietsdoorsteek Vijverbosstraat- Cockstraat te Staden. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord en een "vervangende" memorie van wederantwoord ingediend. VII-37.582-1/4 De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 13 maart
  4. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag overeenkom- stig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 januari
  5. Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bruno Van Dorpe, die verschijnt voor de verzoeker, advocaat Yves François, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Yves François, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Toepassing korte debattenprocedure
  7. In het auditoraatsverslag op grond van de korte debattenprocedure, bedoeld in artikel 30, § 2, van de Raad van State-wet, wordt besloten tot de onbevoegdheid van de Raad van State op basis van het feit dat de tussenkomende partij een vordering tot onteigening heeft ingeleid bij de vrederechter met toepassing van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdring- ende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte; de bevoegdheid van de vrederechter sluit die van de Raad van State uit vanaf de dagvaarding voor de vrederechter. VII-37.582-2/4
  8. Ter zitting betwist de verzoeker de conclusie in het auditoraatsver- slag. Hij merkt op dat het voorliggende geval geen toepassing betreft van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, reden waarom de vrederechter de vordering van de tussenkomende partij als onontvankelijk heeft beoordeeld. Voorts merkt hij op dat de beslissing van de gemeenteraad van de gemeente Staden van 27 januari 2005 houdende de definitieve vaststelling van het rooilijn- en onteigeningsplan voor de fietsdoorsteek Vijverbosstraat-Cockstraat, inzonderheid het rooilijnplan, evenzeer het voorwerp uitmaakt van zijn beroep en dat de conclusie van het auditoraatsverslag op deze beslissing geen betrekking heeft. Ten slotte merkt de verzoeker op het vlak van de rechtspleging op dat het auditoraatsverslag ten onrechte zijn vervangende memorie van wederant- woord aanmerkt als een stuk dat niet in het procedurereglement is voorzien, niettegenstaande het binnen de voorgeschreven termijn is ingediend en het de eerder ingediende memorie van wederantwoord vervangt. Beoordeling
  9. De opmerkingen van de verzoeker zijn van die aard dat zij niet met toepassing van de korte debattenprocedure kunnen worden afgedaan, doch een schriftelijke behandeling, zowel door de partijen als de auditeur-verslaggever, vereisen. VII-37.582-3/4 BESLISSING
  10. De Raad van State heropent de debatten.
  11. De partijen beschikken over een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het onderhavige arrest om hun opmerkingen bij het auditoraatsverslag schriftelijk te formuleren.
  12. Het onderzoek van de zaak wordt voortgezet. De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat met de redactie van een aanvullend verslag. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig januari tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Barra VII-37.582-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.724 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.498 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.