id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.728 Rolnummer: A. 170971/VII-37472 Zaak: Arrest 199728 - Voedselveiligheid (FAVV) - 21/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-01-28 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 08:22 Fiche Arrest nr 199.728 van 21 januari 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 199.728 van 21 januari 2010 in de zaak A. 170.971/VII-37.
- In zake: Herman DEN HAERYNCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Slosse kantoor houdend te Antwerpen Brusselstraat 59 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jaak Fransen en Raf Drieskens kantoor houdend te Overpelt Burgemeester Van Lindtstraat 61 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 maart 2006, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het hoofd van de Provinciale Controle- Eenheid (hierna : PCE) Antwerpen van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen van 12 januari 2006 om aan Herman Den Haerynck vanaf 16 januari 2006 geen keurings- of controleopdrachten meer toe te kennen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. VII-37.472-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 december
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stijn Brusselmans, die loco advocaat Willem Slosse verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Jaak Fransen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Melissa Celis, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoeker voert als zelfstandig dierenarts sinds geruime tijd keurings- en controleopdrachten uit in het kader van het koninklijk besluit van 20 december 2004 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen taken door zelfstandige dierenartsen kan laten verrichten (hierna : koninklijk besluit van 20 december 2004).
- Nadat aan het hoofd van de PCE Antwerpen was gerapporteerd dat met de verzoeker niet meer te werken valt, wordt de verzoeker op 16 augustus 2005 gehoord door de evaluatiecommissie van de PCE Antwerpen. Uit het evaluatieformulier blijkt, onder meer, dat de verzoeker op een aantal punten negatief of matig en op één onderdeel positief scoort.
- Met een aangetekende brief van 14 oktober 2005 deelt het hoofd van de PCE Antwerpen aan de verzoeker mee dat de evaluatiecommissie van de PCE Antwerpen heeft besloten dat hij "niet in aanmerking komt om taken uit te oefenen voor het Voedselagentschap" om redenen van een "onvoldoende kennis van de bevoegdheden en de reglementering met betrekking tot het FAVV", een "gebrek aan teamgeest" en het "niet opvolgen van instructies". Er wordt hem ook meegedeeld dat hij zijn huidige opdrachten voort kan zetten totdat de gedelegeerd bestuurder van VII-37.472-2/4 de verwerende partij hem bij gemotiveerde beslissing het einde van zijn opdracht betekent.
- Op 1 november 2005 maakt de verzoeker zijn bezwaar tegen de beslissing van de evaluatiecommissie kenbaar aan de gedelegeerd bestuurder van de verwerende partij.
- Bij aangetekend schrijven van 12 januari 2006 wordt aan de verzoeker de beslissing van het hoofd van de PCE Antwerpen ter kennis gebracht om hem vanaf maandag 16 januari 2006 geen keurings- of controleopdrachten meer toe te kennen. Dit is de bestreden beslissing. De beslissing is in essentie gemotiveerd met verwijzing naar een aantal feitelijke aantijgingen met betrekking tot het gedrag van de verzoeker.
- Met een brief van 17 januari 2006 wordt aan de verzoeker het besluit van de gedelegeerd bestuurder van de verwerende partij ter kennis gebracht om het bezwaar niet te aanvaarden en de beslissing van de evaluatiecommissie te behouden. Tevens wordt hierin vanaf 1 februari 2006 een einde gesteld aan verzoekers opdracht voor de verwerende partij. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- Bij arrest nr. 199.727 van heden verwerpt de Raad van State het door de verzoeker ingestelde beroep tot nietigverklaring van het besluit van de gedelegeerd bestuurder van de verwerende partij van 17 januari 2006 waarbij beslist wordt het bezwaar van de verzoeker tegen de door de evaluatiecommissie van de PCE Antwerpen genomen beslissing niet te aanvaarden en waarbij overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit van 20 december 2004 een einde gesteld wordt aan de opdrachten van de verzoeker voor de verwerende partij en dit vanaf 1 februari
- Dit betekent dat met ingang van 1 februari 2006 door de bevoegde overheid op niet onwettig bevonden wijze een einde werd gesteld aan de opdracht van de verzoeker. De verzoeker maakt niet duidelijk in welke mate hij nadeel lijdt ten gevolge van de thans bestreden beslissing die gedurende ongeveer twee weken uitwerking heeft gehad. De bewering in de memorie van wederantwoord dat de VII-37.472-3/4 facturen van de verzoeker voor de tweede helft van de maand januari onbetaald bleven, heeft betrekking op de appreciatie van burgerlijke rechten en verplichtingen en behoort niet tot de rechtsmacht van de Raad van State. De verzoeker toont niet aan dat er gedurende de betrokken korte periode in hoofde van de verwerende partij een rechtsplicht bestond om hem opdrachten toe te vertrouwen. De verzoeker toont niet aan welk voordeel hij zou kunnen halen uit de vernietiging van de bestreden beslissing.
- Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig januari tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-37.472-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.728 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.