id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.769 Rolnummer: A. 193995/IX-6520 Zaak: Arrest 199769 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 21/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-02 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-07-02 08:23 Fiche Arrest nr 199.769 van 21 januari 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 199.769 van 21 januari 2010 in de zaak A. 193.995/IX-6520 In zake : Rogier BRUGGEMAN wonende te Mechelen Sparrenstraat 21 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 17 september 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 22 juli 2009 in zoverre het de benoeming tot gewestelijk directeur inhoudt van Edward De Wit, Lieven Loncke, Berlinde Bogaert, Christina Borremans, Marcellus Nys, William Van Hove, Louis Van Kerckhoven, Willy Van Savelbergh, Rony Icket, Joris Hellemans, Roland De Muyter, Marcus Symons en Rolland Van Den Mosselaer. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 januari
- Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. IX-6520-1/12 De verzoeker, en inspecteur Jan De Vleeschouwer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- In juni 2007 worden verschillende betrekkingen van gewestelijk directeur vacant verklaard in de verschillende fiscale besturen. In het vacaturebe- richt wordt bepaald dat zich kandidaat mogen stellen voor een benoeming bij wege van bevordering : de ambtenaren die houder zijn van de titel van directeur bij een fiscaal bestuur of van eerstaanwezend inspecteur-dienstchef bij een fiscaal bestuur die de vereiste titels bezitten in hun sector en die op 1 juni 2007 minstens zes jaar anciënniteit in niveau A en /of ex-niveau 1 tellen. 3.
- De verzoeker postuleert voor achttien betrekkingen, waaronder de dertien betrekkingen waarin de ambtenaren wier benoeming hij bestrijdt zijn benoemd. Op 6 juli 2007 wordt hem meegedeeld dat zijn kandidatuur onder voorbehoud van ontvankelijkheid wordt aanvaard. 3.
- De selectieprocedure omvat een door Selor uitgevoerde beoordeling van de generieke en de technische competenties van de kandidaten die deels steunt op de resultaten van een computergestuurde test en deels op een analyse van de antwoorden die de kandidaten hebben gegeven op de vragenlijst die ze bij hun kandidatuur moesten voegen. De verzoeker wordt tweemaal uitgenodigd om de computerge- stuurde proef af te leggen maar hij biedt zich niet aan. Er is dan ook geen verslag over zijn generieke competenties. IX-6520-2/12 3.
- In de nota van 17 december 2007 waarmee de administratie de kandidaturen voorlegt aan het Directiecomité wordt overwogen dat de verzoeker als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (weddeschaal A22) de benoe- mingsvoorwaarden niet vervult en dat zijn kandidatuur bijgevolg onontvankelijk is. 3.
- Op 18 december 2007 en 1 augustus 2008 stelt het Directiecomité dan de voorstellen op voor de verschillende vacante betrekkingen. Deze worden op 10 september 2008 betekend aan de kandidaten. 3.
- Op 19 september 2008 dient de verzoeker een bezwaarschrift in tegen het voorstel tot benoeming van Christina Borremans stellende dat er hem geen besluit bekend is waarbij zij werd benoemd tot eerstaanwezend inspecteur- dienstchef en dat zij aldus niet aan de bevorderingsvoorwaarden voldoet. In ondergeschikte orde werpt hij op dat hij weliswaar nog geen directeur is maar dat dit nog niet vaststaat, gezien het vernietigingsberoep dat hij indiende tegen twee benoemingen tot directeur nog hangende is. Het bezwaarschrift wordt op 19 december 2008 verworpen door het Directiecomité op advies van de administratie die voorhoudt dat de verzoeker zelf niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet omdat hij geen titularis is van de titel van eerstaanwezend inspecteur-dienstchef bij een fiscaal bestuur. 3.
- De verzoeker vraagt dan op 16 februari 2009 dat hem een kopie zou worden overgemaakt van het besluit waarbij Christina Borremans werd benoemd tot eerstaanwezend inspecteur-dienstchef bij een fiscaal bestuur. Aan de verzoeker wordt een kopie meegedeeld van het koninklijk besluit van 17 december 1996 dat Christina Borremans benoemt tot inspecteur der directe belastingen, van het koninklijk besluit van 9 januari 1998 waarbij zij ambtshalve wordt benoemd tot eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur en van een besluit van 10 maart 2004 van de administrateur-generaal van de belasting- en en de invordering waarbij Christina Borremans met ingang van 1 december 1999 gemuteerd wordt naar het controlecentrum Leuven in een betrekking van eerstaan- wezend inspecteur bij een fiscaal bestuur waaraan de functie van dienstchef is verbonden. IX-6520-3/12 In de brief van 2 juni 2009 waarmee die documenten aan de verzoeker worden toegestuurd wordt ook uitgelegd waarom Christina Borremans moet worden beschouwd als titularis van de titel van eerstaanwezend inspecteur- dienstchef. 3.
- Bij koninklijk besluit van 22 juni 2009 worden Edward De Wit, Lieven Loncke, Berlinde Bogaert, Christina Borremans, Marcellus Nys, William Van Hove, Louis Van Kerckhoven, Willy Van Savelbergh, Rony Icket, Joris Hellemans, Roland De Muyter, Marcus Symons en Rolland Van Den Mosselaer dan bevorderd tot gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur. Dit zijn de bestreden benoemingen. Ze worden betekend met een brief van 14 juli 2009 die door de verzoeker op 23 juli 2009 zou zijn ontvangen. 3.
- Op 29 december 2009 schrijft de verzoeker een aangetekende brief naar de Raad van State die als volgt luidt: “(...) Ondergetekende, Rogier BRUGGEMAN, verzoeker in de zaak G/A. 193.995/IX-6520, doet bij deze vrijwillig, onvoorwaardelijk en onherroe- pelijk afstand van zijn ‘enig verzoekschrift’ van 17 september 2009, doch zulks uitsluitend beperkt tot wat betreft zijn verzoek om de schorsing van de tenuitvoerlegging en zijn beroep tot vernietiging van de benoemingen tot gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur van Edward De Wit, Marcellus Nys, William Van Hove, Louis Van Kerckhoven, Willy Van Savelbergh, Rony Icket, Joris Hellemans, Roland De Muyter, Marcus Symons en Rolland Van Den Mosselaer, zijnde diegenen die allen reeds, vóór hun bevordering, bekleed waren met de graad van directeur bij een fiscaal bestuur. Ten einde ieder misverstand te voorkomen en uit te sluiten: Ondergetekende, Rogier BRUGGEMAN, verzoeker in bedoelde zaak G/A. 193.995/IX-6520 handhaaft bij voortduur, onafgebroken en onverkort bedoeld ‘enig verzoekschrift’ van 17 september 2009 tot schorsing van de tenuitvoerlegging en tot vernietiging van het koninklijk besluit van 22 juni 2009 in zoverre, bij bedoeld besluit, Lieven Loncke, Berlinde Bogaert en Christine Borremans worden benoemd tot gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur. Ondergetekende, Rogier BRUGGEMAN, verzoekt uw Raad eerbiedig hem akte te willen verlenen van de hierboven gedane gedeeltelijke afstand. Met bijzondere hoogachting, (...).” IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
- De verwerende partij werpt als exceptie op dat de verzoeker niet beschikt over het rechtens vereiste belang omdat bijlage II bij het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën bepaalt dat enkel een eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal IX-6520-4/12 bestuur, titularis van een betrekking waaraan de functie van dienstchef is verbonden kan worden benoemd tot directeur bij een fiscaal bestuur. 4.
- De verzoeker anticipeert in zijn verzoekschrift op deze exceptie waar hij schrijft dat hem nooit rechtmatig is tegengeworpen dat hij niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet. Beoordeling
- Krachtens bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van het Ministerie van Financiën en van de bijzondere bepalingen die voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel kunnen slechts bij wege van verhoging in graad bevorderd worden tot directeur bij een fiscaal bestuur de eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur, titularis van een betrekking waaraan de functie van diensthoofd is verbonden en die minstens negen jaar anciënniteit tellen in niveau
- Krachtens artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 betreffende de vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Ministerie van Financiën behorende tot de niveaus 1 en 2+ werden de hoofdcontro- leurs bij een fiscaal bestuur ambtshalve benoemd tot eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, nieuwe graad van rang 10 die werd opgericht door artikel 1, § 1, van datzelfde besluit en waarin de vroegere fiscale graden van de rangen 11 (waaronder de graad van hoofdcontroleur) en 12 (waaronder de graad van inspecteur) opgaan. Artikel 3, § 5, van voornoemd besluit bepaalt dat de in aanmer- king komende diensten die geleverd zijn in de graden van comptabiliteitsinspecteur bij een fiscaal bestuur, commissaris bij een aankoopcomité en inspecteur bij een fiscaal bestuur (voorheen graden van rang 12) geacht worden verricht te zijn in een betrekking van eerstaanwezend inspecteur waaraan de functie van eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd is verbonden. Daaruit blijkt dat de betrekkingen waaraan vóór de hervorming van de graden een graad van rang 12 beantwoordde, na de hervorming van 1997 IX-6520-5/12 worden geacht betrekkingen te zijn van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur waaraan de functie van diensthoofd is verbonden.
- Artikel 2, 22/, van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van Financiën verbindt aan de nieuwe graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur twee weddeschalen, namelijk de schalen 10S2 en 10S
- Deze schalen zijn gelijk aan deze die door artikel 1, 1/, van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 augustus 1990 tot vaststelling van de bezoldigingsregeling van het personeel van het Ministerie van Financiën met ingang van 1 juni 1994 wordt toegekend aan de oude graden van hoofdcontroleur (rang 11) respectievelijk inspecteur (rang 12). Artikel 2, 22/, van voornoemd koninklijk besluit van 6 juli 1997, zoals gewijzigd door artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1999, luidt als volgt: “Aan elk van de graden van het Ministerie van Financiën hierna vermeld in de linkerkolom wordt de overeenstemmende weddeschaal van de rechterkolom verbonden, mits aan de in de linkerkolom vermelde voorwaarden is voldaan : 22/ Eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur (rang 10) a. 10S2 b. na ten minste vier jaar graadanciënniteit en binnen de perken van de openstaande betrekkingen 10S3 c. de gelokaliseerde betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur waaraan de functie van dienstchef is verbonden en die vastgesteld zijn bij ministerieel besluit, worden toegekend mits een graadanciënniteit van 4 jaar te tellen en bezoldigd met de weddeschaal: 10S
- d. het totaal aantal betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, waaraan de functie van dienstchef niet is verbonden en die bezoldigd kunnen worden met de weddeschaal 10S3, wordt vastgesteld door het aantal betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, bezoldigd met de weddeschaal 10S3, zoals vastgesteld in het ministerieel besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Financiën, te verminderen met het aantal betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur waaraan de functie van dienstchef is verbonden, zoals vastgesteld in het onder c. bedoelde IX-6520-6/12 ministerieel besluit.” De gelokaliseerde betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur waaraan de functie van dienstchef is verbonden en die bezoldigd worden in de schaal 10S3 worden vastgesteld door een ministerieel besluit van 7 juli
- In een interne dienstnota van 27 juni 1997 van de Administratie der directe belastingen die het personeel over deze wijzigingen inlicht wordt onder meer het volgende vermeld: “De aandacht wordt hier evenwel speciaal gevestigd op het feit dat de eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur, bezoldigd met de wedde- schaal 10S3 slechts tot de graad van directeur bij een fiscaal bestuur kunnen worden bevorderd nadat zij gefungeerd hebben in een gelokaliseerde betrek- king. Met gelokaliseerde betrekkingen van eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur (10S3) zijn hier de functies van dienstchef (huidige functies van inspecteur) bedoeld (...)”. Het ministerieel besluit van 7 juli 1998 werd opgeheven bij artikel 47, 2/, van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de FOD Financiën en het Ministerie van Financiën. Artikel 5, A18/, en artikel 48, 5/, van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 bepaalt dat de eerstaanwezend inspecteurs bij een fiscaal bestuur met ingang van 1 december 2004 bezoldigd worden als volgt: a) de basisweddeschaal is 10S2 b) na ten minste vier jaar graadanciënniteit en binnen de perken van de openstaan- de betrekkingen kan een weddeschaalverhoging tot 10S3 worden bekomen c) de gelokaliseerde betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur waaraan de functie van dienstchef is verbonden, worden bezoldigd volgens de schaal 10S3; zij worden toegekend mits een graadanciënniteit van vier jaar.
- In 2004 volgt dan de tweede herstructurering waarbij niveau 1 veranderd wordt in niveau A. Een koninklijk besluit van 4 augustus 2004 voert de verandering door voor de gemene graden. Voor de bijzondere graden van de FOD Financiën gebeurt dit bij koninklijk besluit van 15 september
- Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 december
- IX-6520-7/12 Artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 15 september 2006 schaft de oude graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur af. Artikel 4, § 1, richt de klasse A2 op met de titels eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur / eerstaanwezend inspecteur-dienstchef bij een fiscaal bestuur / eerste attaché van financiën. Artikel 5 ,§ 1, van het voornoemde besluit luidt als volgt: “De ambtenaren die op 1 december 2004 titularis zijn van één van de geschrapte of afgeschafte graden die hierna in kolom 1 zijn opgenomen, bekleed met de weddenschaal die in kolom 2 is opgenomen, worden ambtshalve benoemd in de klasse die in kolom 3 is opgenomen, bezoldigd in de wedden- schaal die in kolom 4 is opgenomen en dragen de titel hiertegenover vermeld in kolom
- 1 2 3 4 5 (...) eerstaanwezend in- 10S2 A2 A22 eerstaanwezend specteur bij een fis- inspecteur bij een caal bestuur fiscaal bestuur (...) eerstaanwezend in- 10S3 A2 A22 eerstaanwezend specteur bij een fis- inspecteur bij een caal bestuur fiscaal bestuur ” Artikel 5, § 2, van voormeld besluit vult deze regeling aan als volgt: “In afwijking van § 1, worden de ambtenaren die op 1 december 2004 als titularis van de geschrapte graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur gerechtigd waren op de weddenschaal 10S3 en een gelokaliseerde betrekking bezetten waaraan de functie van dienstchef was verbonden, ambtshalve benoemd in de klasse A2, bezoldigd in de weddenschaal A23 en dragen de titel van eerstaanwezend inspecteur-dienstchef bij een fiscaal bestuur. De ambtenaren die na 1 december 2004 titularis werden van een gelokali- seerde betrekking van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur waaraan de functie van dienstchef was verbonden, worden op de datum van de toekenning van deze gelokaliseerde betrekking, ambtshalve benoemd in de klasse A2, bezoldigd in de weddenschaal A23 en dragen de titel van eerstaan- wezend inspecteur-dienstchef bij een fiscaal bestuur.” IX-6520-8/12
- De verwerende partij schrijft in de nota van 17 december 2007 dat de verzoeker eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur is en de weddeschaal A22 geniet. Uit wat voorafgaat volgt dat hij niet de titel van eerstaanwezend inspecteur-dienstchef heeft, want dan was hij in de nieuwe structuur bezoldigd in de schaal A
- Artikel 96 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende diverse bepalingen tot uitvoering van het koninklijk besluit van 4 augustus 2004 betreffende de loopbaan van niveau A van het Rijkspersoneel en houdende sommige wijzigingen met betrekking tot de loopbaan in de niveaus B, C en D bij de Federale Overheidsdienst Financiën en bij de Pensioendienst voor de Overheidssector, wijzigt de bijlage II bij het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 houdende het organiek reglement van de FOD Financiën wat betreft de toegangsvoorwaarden tot de titel van gewestelijk directeur als volgt: kolom 1 kolom 2 “Verandering van vakklasse: gewes- A. De verandering van vakklasse telijk directeur bij een fiscaal bestuur wordt gelijkgesteld met een mutatie. en voorzitter van een aankoopcomité. Indien de verandering van vakklasse Verandering van titel: voorzitter van een verandering van titel inhoudt, een aankoopcomité. wordt deze titel door Ons toegekend. Bevordering: de ambtenaar die één B. De verandering van titel wordt ge- van de hierna volgende titels draagt lijkgesteld met een mutatie, indien zij en ten minste zes jaar niveauanciën- niet gepaard gaat met een verandering niteit telt: directeur bij een fiscaal be- van vakklasse.” stuur en eerstaanwezend inspecteur- dienstchef bij een fiscaal bestuur.
- Deze wijziging wordt doorgevoerd met terugwerking tot 1 december
- Hieruit volgt dus dat slechts in aanmerking kwamen voor een bevordering tot gewestelijk directeur de ambtenaren die de titel dragen van directeur bij een fiscaal bestuur of van eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd bij een fiscaal bestuur, en die bovendien minstens zes jaar niveauanciënniteit hebben, zoals in de vacantverklaring ook wordt vermeld. Hieruit volgt op het eerste gezicht, dat de verzoeker geen roeping had voor de betrekking van directeur bij een fiscaal bestuur en dat hij dienvolgens niet doet blijken van het rechtens vereiste belang bij de door hem gevorderde vernietiging. IX-6520-9/12
- Een kandidaat die zelf niet voldoet aan de voorwaarden moet evenwel niet dulden dat een concurrent die eveneens niet voldoet aan de bevorde- ringsvoorwaarden toch zou worden benoemd. In dat geval behoudt hij een belang bij de vernietiging van de benoeming van die concurrent ook al voldoet hij zelf niet aan de benoemingsvoorwaarden. Uit de samenlezing van de aangetekende brief van 29 december 2009 van de verzoeker met het arrest nr. 198.861 van 11 december 2009 van deze kamer inzake Pierre Herremerre tegen de minister van Financiën, met als tussen- komende partij Berlinde Bogaert, blijkt dat bij voornoemd arrest de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 22 juli 2009 heeft bevolen in zoverre dit onder meer de benoeming inhoudt van Lieven Loncke en Berlinde Bogaert, tot gewestelijk directeur. Bijgevolg is de vordering tot schorsing zonder voorwerp in de mate dat huidige vordering de schorsing van voornoemd koninklijk besluit beoogt voor wat voornoemde twee benoemingen betreft. Bijgevolg heeft huidige vordering enkel nog de benoeming van Christina Borremans tot gewestelijk directeur tot voorwerp. Bijgevolg moet nog worden nagegaan of Christina Borremans, waarvan de verzoeker in zijn tweede middel aanvoert dat zij evenmin voldoet aan de benoemingsvoorwaarden, wel kon worden benoemd. Uit de stukken van het dossier en uit de stukken die de verwerende partij op 10 november 2009 op vraag van het auditoraat overmaakte, blijkt dat Christina Borremans vóór de eerste hervorming van de graden in 1997 bekleed was met de graad van inspecteur die behoorde tot de rang 12 en dat zij in de nieuwe graad van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur een betrekking bekleedde waaraan de functie van dienstchef was verbonden, vanaf 1 december 1999, zodat zij nu in toepassing van artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit van 15 september 2006 houdende de integratie in het niveau A van de titularissen van een bijzondere graad van het niveau 1 bij de Federale Overheidsdienst Financiën en de Pensioendienst voor de Overheidssector ambtshalve is benoemd in klasse A2 met de weddeschaal A23 en de titel draagt van eerstaanwezend inspecteur-dienstchef. IX-6520-10/12 Terecht schrijft de verwerende partij dat voor deze laatste benoeming geen individueel besluit vereist is. De overgang van de oude graad uit niveau 1 naar de nieuwe klasse en titel gebeurt automatisch door de werking van het hierboven geciteerde artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit van 15 september 2006 houdende de integratie in het niveau A van de titularissen van een bijzondere graad van het niveau 1 bij de Federale Overheidsdienst Financiën en de Pensioendienst voor de Overheidssector. Op het eerste gezicht voldeed zij aldus wel aan de voorwaarden om benoemd te worden tot gewestelijk directeur. Bijgevolg is de exceptie gegrond en is de vordering tot schorsing niet ontvankelijk in de mate zij gericht is tegen de benoeming van Christina Borremans.
- Voor de overige doet de verzoeker afstand van zijn vordering tot schorsing. Niets verzet zich tegen deze afstand. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering in de mate zij gericht is tegen de benoeming tot gewestelijk directeur van Christina Borremans.
- De afstand van de vordering tot schorsing wordt ingewilligd in de mate dat zij gericht is tegen de benoeming tot gewestelijk directeur van Edward De Wit, Marcellus Nys, William Van Hove, Louis Van Kerckhoven, Willy Van Savelbergh, Rony Icket, Joris Hellemans, Roland De Muyter, Marcus Symons en Rolland Van Den Mosselaer.
- De vordering tot schorsing is zonder voorwerp in de mate dat zij gericht is tegen de benoeming tot gewestelijk directeur van Lieven Loncke en Berlinde Bogaert. IX-6520-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 januari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6520-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.769 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.523 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div