← België

Arrest 199792 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.792 Rolnummer: A. 192695/X-14190 Zaak: Arrest 199792 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-02 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 08:25 Fiche Arrest nr 199.792 van 21 januari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 199.792 van 21 januari 2010 in de zaak A. 192.695/X-14.

  1. In zake:
  2. Joseph ROYEN
  3. Paula DEGRAEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Georges Coenen kantoor houdend te 3590 DIEPENBEEK Kapelstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de gemeente DIEPENBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Andy Beelen kantoor houdende te 3590 DIEPENBEEK Stationstraat 17 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen (in de vordering tot schorsing) :
  4. David MARIS
  5. Cindy GREGOOR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Vandenreyt kantoor houdend te 3583 BERINGEN-PAAL Paalsesteenweg 133 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  6. Het beroep, ingesteld op 20 mei 2009, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 3 maart 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Diepenbeek waarbij aan David MARIS en Cindy GREGOOR de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een eengezinswoning tot een kangoeroewoning te Diepenbeek, Weerstandslaan 10, kadastraal bekend sectie G, nr. 656/k; X-14.190-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  7. Met het arrest nr. 195.984 van 11 september 2009 is de afstand van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing vastgesteld. Het genoemde arrest is op 17 september 2009 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Op 17 december 2009 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Beoordeling De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partijen hebben, nadat de afstand van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing werd vastgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. X-14.190-2/3 De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. BESLISSING
  9. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  10. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 350 euro, ieder voor de helft. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 250 euro, ieder voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig januari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, met bijstand van Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-14.190-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.792 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.984 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.