id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.797 Rolnummer: A. 168578/XII-4609 Zaak: Arrest 199797 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 22/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-01 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-07-02 08:26 Fiche Arrest nr 199.797 van 22 januari 2010 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 199.797 van 22 januari 2010 in de zaak A.168.578/XII-4609 In zake: Corinne LEUNENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willy Van Der Gucht kantoor houdend te Gent Sint-Denijslaan 201 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de HOGESCHOOL GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Eva Bral kantoor houdend te Gent Henleykaai 3R bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Erik VAN RENTERGEM Lijnwaardstraat 62 9000 Gent -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 december 2005, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 14 september 2005 van de raad van bestuur van de Hogeschool Gent waarbij Maurice Walgraeve en Erik Van Rentergem worden aangesteld als hoofdlector sociaal agogisch werk met ingang van 1 oktober
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-4609-1\8 Erik Van Rentergem heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 21 maart
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 oktober
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. De verzoekster, en advocaat Nathalie Swartenbroeckx, die loco advocaat Eva Bral verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster wordt met ingang van 1 februari 2001 benoemd aan de Hogeschool Gent en is verbonden aan het departement Sociaal Agogisch Werk. Sinds 1 april 2002 heeft zij eerst deeltijds verlof, vervolgens deeltijdse of voltijdse loopbaanonderbreking.
- Samen met onder anderen Erik Van Rentergem en Maurice Walgraeve was verzoekster kandidaat voor een benoeming tot hoofdlector. Bij beslissing van 26 januari 2000 benoemt de raad van bestuur Eric Van Rentergem en Maurice Walgraeve. Verzoekster dient daartegen een annulatieberoep in bij de Raad van State. XII-4609-2\8 Bij arrest nr. 126.033 van 4 december 2003 vernietigt de Raad van State de benoemingen van Eric Van Rentergem en Maurice Walgraeve tot hoofdlector.
- De raad van bestuur beslist op 22 december 2004 om de aanstellingsprocedure volledig over te doen. Op 1 maart 2005 keurt de departementsraad twee vacatures voor de betrekking van hoofdlector samen met de toelatingsvoorwaarden, het profiel, de bijkomende specifieke criteria en de samenstelling van de selectiecommissie, goed. De selectiecommissie beslist op 18 april 2005 over de te hanteren werkwijze.
- Vier kandidaten - onder wie verzoekster - melden zich. Zij worden bij brief van 20 april 2005 schriftelijk uitgenodigd op een sollicitatiegesprek op 19 mei
- Verzoekster wordt uitgenodigd om 14.30 uur. Zij bevestigt per e-mail van 4 mei 2005, aanwezig te zullen zijn. Voorts wordt in die brief onder meer gevraagd om de volgende opdracht voor te bereiden : “Het inrichten en de voorstelling van een concept voor een studiedag voor studenten en collega’s uit het werkveld” en om dit concept voor te stellen aan een fictieve vakgroep. Er wordt geen schriftelijke voorbereiding gevraagd.
- Om 14.30 uur is de verzoekster niet aanwezig. De jury hoort haar om 17.15 uur : “De selectiecommissie in zitting bijeen op 19 mei 2005 stelt vast dat mevr. Corinne Leunens zich niet aanmeldde voor dit sollicitatiegesprek op het afgesproken uur (14.30). Om 16u05 meldde kandidate zich bij het secretariaat. Om 17u15 werd zij door de jury gehoord: kandidate motiveerde haar te laat komen met de argumentatie dat zij zich vergist had in uur. Zij meldde aan de selectiecommissie dat zij haar deelname aan deze selectieprocedure in feite niet belangrijk vond, zich aanvankelijk ook van datum vergistte en zich enkel kandidaat had gesteld op aanraden van haar raadsman teneinde alle rechten in de lopende procedure te kunnen vrijwaren. De jury heeft zich teruggetrokken en beraadslaagd in aanwezigheid van de waarnemer van de vakbonden. Kandidate werd hierna onmiddellijk op de hoogte gebracht van de beslissing dat de selectiecommissie unaniem de XII-4609-3\8 opgegeven reden niet beschouwde als een geval van overmacht, en bijgevolg de opgegeven reden onvoldoende achtte om de zitting van de selectiecommissie voor de kandidate op een ander tijdstip te hernemen. Mevrouw Leunens heeft hierop niet gereageerd”.
- De selectiecommissie en de departementsraad adviseren de raad van bestuur voor Maurice Walgraeve en Erik Van Rentergem aan te stellen als hoofdlector sociaal agogisch werk.
- De raad van bestuur van de Hogeschool Gent beslist in zitting van 14 september 2005 om Maurice Walgraeve en Erik Van Rentergem aan te stellen als hoofdlector sociaal agogisch werk op basis van het departementaal advies, het selectieverslag en het profiel van de betrekking. Dit is de bestreden beslissing. IV. Beoordeling Voorafgaand
- Het tweede middel is gericht tegen de beslissing van de selectiecommissie, dat verzoekster door die commissie niet werd gehoord en bijgevolg die commissie haar titels en verdiensten niet heeft onderzocht. Om die reden wordt het middel eerst onderzocht. Tweede middel Standpunt van de verzoekster
- In het tweede middel wordt de schending aangevoerd van het redelijkheidsbeginsel en van de uitdrukkelijke motiveringswet. Verzoekster stelt dat de selectiecommissie voldoende tijd had om haar te horen : het laatste gesprek was immers gepland om 18 u en Maurice Walgraeve is pas om 18 u 10 binnengegaan. Voor de andere kandidaten is de selectiecommissie blijkbaar wel afgeweken van de geplande volgorde. Uit de uitnodiging voor het sollicitatiegesprek blijkt dat het gesprek met R.S. gepland was om 15 u 30 gevolgd door dat met Eric Van Rentergem om 17 u. Toen verzoekster om 16 u. op de hogeschool aankwam, zat Eric Van Rentergem binnen, nadien was het de beurt aan R.S. Blijkbaar werd voor hen wel afgeweken van de volgorde. XII-4609-4\8 De verwerende partij kan niet beweren dat verzoekster niet langer geïnteresseerd zou zijn in de vacature, anders zou zij de verplaatsing Halle-Gent niet gemaakt hebben voor het gesprek. Bovendien heeft zij daarover drie procedures voor de Raad van State ingeleid. De verweerster heeft dus onredelijk gehandeld; de motieven die zij daartoe inroept zijn niet draagkrachtig. Bovendien heeft de selectiecommissie de kandidatuur van verzoekster verder niet meer in overweging genomen. Deze had dit gekund zonder het gesprek te voeren, op grond van het ingediende dossier. In de beoordeling van de verschillende kandidaten wordt niet verwezen naar het door hen voorgestelde concept zodat dient te worden aangenomen dat de prestatie hiervoor niet in de beoordeling is opgenomen. De verwerende partij motiveert niet waarom zij de kandidatuur van verzoekster niet in overweging nam. Beoordeling
- Uit het hiervoor geciteerde verslag blijkt dat de selectiecommissie van oordeel was dat het laattijdig opdagen van verzoekster niet aan overmacht was te wijten. In het licht van de daaropvolgende verklaring van verzoekster dat “zij haar deelname aan een selectieprocedure” niet belangrijk vond is het niet onredelijk dat de commissie geen grotere inschikkelijkheid meer betoont. Uit het administratief dossier blijkt daarenboven dat verzoekster op 15 juni 2005 aan de departementsraad uitdrukkelijk heeft verklaard geen klacht in te dienen wegens het feit dat ze niet meer werd gehoord door de selectiecommissie en dat zij eveneens niet aandringt op een tweede zitting van deze commissie. De weigering om haar titels te onderzoeken en af te wegen is dan ook gestoeld op een niet-onredelijke motivering. Verzoekster maakt evenmin aannemelijk dat de selectiecommissie tot een onderzoek van de titels en verdiensten had mogen overgaan zonder het geplande gesprek, dat immers een onderdeel was van de voorgeschreven selectieprocedure. Het middel is niet gegrond. XII-4609-5\8 Eerste middel Standpunt van de verzoekster
- In een eerste middel voert verzoekster schending aan van de uitdrukkelijke motiveringswet en van het gelijkheidsbeginsel. Zij stelt dat de overheid zich niet in feite of in rechte mag baseren op de opgedane ervaring terwijl er te dezen rekening werd gehouden bij de beide benoemden met hun verwezenlijkingen als hoofdlector terwijl hun benoeming tot hoofdlector door de Raad van State werd vernietigd bij arrest van 4 december
- Reeds uit de beslissing van de raad van bestuur van 22 december 2004 om de benoemingsprocedure over te doen bleek dat de verwerende partij deze ervaring in aanmerking zou nemen bij het beoordelen van de titels en verdiensten. Uit het verslag van de selectiecommissie blijkt volgens verzoekster dat er bij de beoordeling van de titels en verdiensten rekening werd gehouden met de verwezenlijkingen in het ambt van hoofdlector. Verzoekster stelt dat zij amper nuttige ervaring heeft kunnen opdoen. Beoordeling
- Uit de bespreking van het tweede middel blijkt dat de vaststelling, dat verzoekster door de selectiecommissie niet werd gehoord en dat daarom die commissie haar titels en verdiensten niet heeft onderzocht, niet als ondeugdelijk wordt beschouwd. Verzoekster heeft er dan geen verder belang bij, om het onderzoek van de titels en verdiensten van anderen te bekritiseren. Zij was kandidaat maar werd door het feit dat zij niet kon worden gehoord uit de vergelijking der onderscheiden aanspraken gelicht. Het middel is niet ontvankelijk. XII-4609-6\8 Derde middel Standpunt van de verzoekster
- In een derde middel voert verzoekster aan dat de beslissing van de raad van bestuur van 22 december 2004 tot herneming van de benoemingsprocedure onder meer gesteund was op de wijziging van de reglementering. De vacant-verklaring en de vaststelling van de selectiecriteria zijn gesteund op een besluit van de raad van bestuur van 1998 en dus op de oude reglementering. In juni 2005 werd beslist om voorlopig geen hoofd(praktijk)lectoren meer aan te stellen in afwachting van de nieuwe regelgeving. De nieuwe reglementering bepaalt dat vooraf dient gemotiveerd waarom nieuwe hoofdlectoren nodig zijn. Deze benoemingen waren niet voorzien in de lange termijnplanning, een voorwaarde om tot bevordering te kunnen overgaan. De bevorderingen werden evenmin goedgekeurd door het departementaal overlegcomité. Zij zijn in strijd met de in 1999 genomen beslissing dat binnen vijf jaar 20 % van de vastbenoemde lectoren dienden te worden bevorderd- tot hoofdlector; door de benoemingsprocedure na het arrest volledig te hernemen en niet terug te keren naar de situatie van 1999 strijdt de bestreden beslissing met het zorgvuldigheidsbeginsel. Beoordeling
- Verzoekster bekritiseert in dit middel de grondslag van de bestreden beslissing wat de aspecten toepasselijke regelgeving en goedkeuring ervan betreft. Nu zij niet in aanmerking werd genomen voor de benoeming en deze afwijzingsbeslissing niet als ondeugdelijk wordt beschouwd, heeft zij er als finaal niet meer in “the running” zijnde kandidate bij de totstandkoming van de eindbeslissing, geen belang bij om de bestreden beslissing op die welbepaalde aspecten van haar grondslag aan te vechten. Verzoekster was niet langer als kandidate beschouwd. Zij vermag de eindbeslissing alleen te bekritiseren in zoverre zij niet langer als kandidate wordt beschouwd. Dit onderdeel is afgewezen. Alzo is de rest van de motivering buiten het bereik van verzoekster. Het middel is niet ontvankelijk. XII-4609-7\8 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 januari 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, waarnemend voorzitter, staatsraad, Geert Van Haegendoren, staatsraad, Eric Brewaeys, staatsraad, met bijstand van Silja Doms, griffier. De griffier, De voorzitter, Silja Doms Johan Lust XII-4609-8\8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.797 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.