← België

Arrest 199860 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.860 Rolnummer: A. 190140/X-13939 Zaak: Arrest 199860 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-02 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-02 08:30 Fiche Arrest nr 199.860 van 25 januari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 199.860 van 25 januari 2010 in de zaak A. 190.140/X-13.

  1. In zake :
  2. Eddy DAMMANS,
  3. Nathalie DE MEERSMAN,
  4. Laurent DE BOECK,
  5. Vanessa VANLERBERGHE,
  6. Philippe QUINART,
  7. Françoise THERSSEN, die woonplaats kiezen bij advocaat Y. TEUGHELS, kantoor houdende te 2600 BERCHEM, Coremansstraat 14 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat S. BUTENAERTS, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II-laan
  8. tussenkomende partij : de v.z.w. JEUGDHUIS NIJDROP, die woonplaats kiest bij advocaten B. ROELANDTS en P.-J. DEFOORT, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan
  9. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Eddy DAMMANS, Nathalie DE MEERSMAN, Laurent DE BOECK, Vanessa VANLERBERGHE, Philippe QUINART en Françoise THERSSEN op 23 oktober 2008 hebben ingediend, en waarin zij de nietigverklaring vorderen van het besluit van 7 december 2007 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de v.z.w. JEUGDHUIS NIJDROP de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het oprichten van een Jeugdhuis aan de Kloosterstraat 9 te Opwijk, kadastraal bekend sectie B, nr. 559/r; X-13.939-1/3 Gelet op het arrest nr. 189.777 van 26 januari 2009 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partijen op 4 februari 2009; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. X-13.939-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  11. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 1050 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een zesde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig januari 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-13.939-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.860 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.777 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.