← België

Arrest 199966 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.966 Rolnummer: A. 78694/X-8156 Zaak: Arrest 199966 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-03 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-02 08:29 Fiche Arrest nr 199.966 van 25 januari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 199.966 van 25 januari 2010 in de zaak A. 78.694/X-

  1. In zake: Raphaël VANDORPE (overleden) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Henry Van Burm kantoor houdend te 9000 GENT Cyriel Buyssestraat 12 tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steven De Wolf kantoor houdend te 9270 LAARNE Koffiestraat 41 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 20 mei 1998, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 23 maart 1998 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar en vernietiging van de beslissing van 23 oktober 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost- Vlaanderen houdende afgifte aan Raphaël Vandorpe van de vergunning voor het wijzigen van de verkaveling op een perceel gelegen te Gent, Ernest Solvijndreef, kadastraal bekend sectie C, nrs. 1157/a4, 1157/b4, 1157/c4 en 1157/n
  3. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. X-8156-1/4 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 oktober
  5. Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Vanlee, die loco advocaat Henry Van Burm verschijnt voor de rechthebbenden van de verzoekende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, daartoe gemachtigd bij beslissing van 1 september 2009 van de adjunct-auditeur-generaal. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Ontvankelijkheid van het beroep
  7. Uit een uittreksel uit het register der overlijdensakten van de stad Gent blijkt dat de verzoeker is overleden op 22 december
  8. Ter terechtzitting voert de raadsman van de rechthebbenden aan dat het verzoekschrift tot hervatting van het geding op de valreep werd ingediend, doch dat het ontvankelijk is aangezien de debatten nog niet werden gesloten. Hij stelt verder nog dat er geen termijn voor hervatting wordt bepaald. Artikel 55, tweede lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt dat wanneer een partij overlijdt, de rechtspleging, behoudens spoedeisend geval, wordt geschorst gedurende de termijn die aan de erfgenamen wordt toegekend om inventaris op te maken en te beraadslagen. De erfgenamen zijn aldus niet verplicht, behoudens indien de Raad van State oordeelt dat het gaat om een spoedeisend geval, het geding te hervatten voor het verstrijken van die termijnen. Het voormelde besluit van de Regent bepaalt geen termijn waarbinnen het verzoekschrift tot hervatting van het geding moet worden ingediend, eens die termijnen zijn verstreken. Dit ontslaat de erfgenamen, X-8156-2/4 die er zoals alle partijen toe gehouden zijn hun medewerking te verlenen aan een goede rechtsbedeling, er niet van om, indien zij het geding wensen te hervatten, met de van hen vereiste diligentie te handelen en het verzoekschrift tot hervatting van het geding zo spoedig mogelijk in te dienen. De raadsman van de verzoeker heeft slechts als antwoord op de vraag naar het belang van de verzoeker, die namens de kamervoorzitter is gesteld bij brief van 19 januari 2009, bij schrijven van 12 maart 2009 aan de Raad van State meegedeeld dat de verzoeker op de voormelde datum is overleden. In dit schrijven verzoekt de raadsman “de verdere afhandeling van deze zaak in suspens te willen houden tot ik beschik over de nodige instructies van (de) rechtsopvolgers betreffende een gebeurlijke hervatting van geding”. De Hoofdgriffier van de Raad van State heeft met een ter post aangetekend verzonden brief van 19 maart 2009, met bericht van ontvangst van 20 maart 2009, aan de rechthebbenden van de verzoeker verzocht mee te delen “of u het geding al dan niet wenst te hervatten”. Een afschrift van dit schrijven werd aan de raadsman van de verzoeker bezorgd. Bij gebrek aan enige reactie vanwege de rechthebbenden, werd de zaak vastgesteld op de openbare terechtzitting van 9 oktober
  9. Vervolgens hebben Frans Vandorpe en Blanche Vandorpe, in hun hoedanigheid van rechtsopvolger van Raphaël Vandorpe, op 7 oktober 2009 een verzoekschrift tot hervatting van het geding ingediend. Uit hetgeen voorafgaat blijkt enerzijds dat de door het voormelde artikel 55 bepaalde termijn gedurende welke de rechtspleging in geval van overlijden van de verzoeker wordt geschorst, reeds lang is verstreken en anderzijds dat de rechthebbenden van de verzoeker die het geding wensen te hervatten door bijna vier jaar na het overlijden en bijna zeven maanden na de vraag van de Hoofdgriffier te wachten om dan in extremis, wanneer de zaak reeds op een openbare terechtzitting van een kamer, zitting houdend met één lid, is vastgesteld, een verzoekschrift tot hervatting van het geding in te dienen, waardoor de debatten zouden moeten worden heropend en de zaak opnieuw zou moeten worden vastgesteld voor een kamer, zitting houdend met drie leden, niet met de vereiste diligentie hun medewerking aan het goede procesverloop hebben verleend. Het verzoek is laattijdig. Het is niet ontvankelijk. Er is grond om de zaak van de rol af te voeren. X-8156-3/4 BESLISSING
  10. De zaak wordt van de rol afgevoerd.
  11. De nalatenschap van de verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig januari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Rogers Stevens, kamervoorzitter, met bijstand van Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-8156-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.966 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.