id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.972 Rolnummer: A. 152958/IX-4565 Zaak: Arrest 199972 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 25/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-02 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 08:30 Fiche Arrest nr 199.972 van 25 januari 2010 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 199.972 van 25 januari 2010 in de zaak A. 152.958/IX-4565 In zake : Johan RENDERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Van Betsbrugge en Els Vandebempt kantoor houdend te Tienen IVe Lansierslaan 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de korpschef van de politiezone Lubbeek
- het politiecollege van de politiezone Lubbeek bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Benny Welkenhuysen kantoor houdend te Lubbeek Staatsbaan 168 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 juni 2004, strekt tot de nietigverkla- ring van de in de beslissing van 21 april 2004 van de korpschef en het politiecollege van de politiezone Lubbeek om voor de functie van “inspecteur wijkwerking en onthaal” te Boutersem een tweede keer kandidaturen in te winnen in de mate zij de weigering bevat om Johan RENDERS voor die functie aan te wijzen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 137.407 van 22 november 2004 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-4565-1/6 Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 januari
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Willem Van Betsbrugge, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Ann-Sophie Rondelez, die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is inspecteur van politie bij de lokale politie van de politiezone Lubbeek waar hij voorheen tewerkgesteld was als wijkinspecteur in Boutersem. Met ingang van 1 april 2004 werd de verzoeker gemuteerd naar de dienst interventie. Deze beslissing is door de verzoeker bestreden in de zaak 151.643/IX-4525 waarover heden uitspraak wordt gedaan. 3.
- Met een bericht van 26 maart 2004 wordt aan de personeelsleden van de politiezone Lubbeek meegedeeld dat Kim Buvé, één van de wijkinspecteurs te Boutersem, na selectie vanaf 1 mei 2004 aangewezen wordt als inspecteur bij de lokale recherche. 3.
- Met een nota van 5 april 2004 wordt aan de personeelsleden van de politiezone Lubbeek meegedeeld dat de vacature “wijkwerking en onthaal: IX-4565-2/6 1 voltijdse INP (wijk Boutersem) wordt opengesteld (voorziene datum permutatie: 1 mei 2004)”. 3.
- Op 12 april 2004 stelt de verzoeker zich kandidaat voor die functie. Op 19 april 2004 wordt hem namens de korpschef meegedeeld dat hij de enige kandidaat is, dat de korpschef zich samen met het politiecollege op 21 april 2004 wenst te beraden over deze aangelegenheid en dat de verzoeker achteraf zal geïnformeerd worden. 3.
- Op 21 april 2004 beslist het politiecollege de vacature voor de wijk Boutersem opnieuw open te verklaren. De vacature wordt op 23 april 2004 ter kennis van het personeel gebracht. Die beslissing wordt hier bestreden in de mate hieruit impliciet blijkt dat de kandidatuur van de verzoeker voor de eerste oproep afgewezen werd. 3.
- Op 27 april 2004 stelt de verzoeker zich opnieuw kandidaat. Op 5 mei 2004 beslist het politiecollege om de verzoeker de vacante plaats niet te laten opvullen en “bij de eerder genomen beleidsbeslissing te blijven waardoor de verzoeker sinds 1 april 2004, omwille van functioneringsredenen, gemuteerd wordt naar de dienst interventie”. Het college beslist wel om, op voorstel van de korpschef, deze vacature binnen de dienst “wijk” te Boutersem door middel van externe mobiliteit te laten opvullen. 3.
- Met een brief van 10 mei 2004 deelt de korpschef aan de verzoeker nog het volgende mee: “In onze zoektocht naar het invullen van de wijk Boutersem tijdens de tweede helft van de maand april 2004, stelde u zich voor beide oproepen telkenmale kandidaat. U was daarmee de enige. Inzake uw kandidatuur is tijdens het politiecollege van 05 mei 2004 beslist om niet terug te komen op de eerdere beslissing m.n. de bewuste beleidskeuze waarbij u om functioneringsredenen per 01 april 2004 permuteerde van de wijk Boutersem naar de dienst Interventie. Zie mijn schrijven 17/2004/HV dd 26 maart
- Wat de invulling van de wijken betreft is op mijn advies beslist om deze functies in de toekomst open te stellen via mobiliteit”. IX-4565-3/6 De brief van 26 maart 2004 waarop de korpschef doelt is deze waarin de verzoeker een antwoord krijgt op de vragen die hij op 15 maart 2004 had gesteld met betrekking tot zijn overplaatsing van de wijkwerking te Boutersem naar de dienst interventie. Het wezenlijk element in die brief betreft de mededeling dat de korpschef en het politiecollege op één lijn zitten wat betreft de permutatie van de verzoeker “om functioneringsredenen”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij ontwikkelt een exceptie inzake de ontvankelijkheid ratione materiae van het beroep. Zij stelt dat de opvulling van de functie, die te Boutersem opengesteld werd en waarvoor de verzoeker op 12 april 2004 kandideerde, gebeurde bij wege van de “interne mobiliteit” en dat het bestuur op dat vlak een vrije beoordelingsbevoegdheid uitoefent. Dergelijke beslissing moet niet gemotiveerd worden en er kan ook geen annulatieberoep tegen ingesteld worden.
- De verzoeker antwoordt daarop dat de bestreden beslissing meer is dan een zuivere maatregel van inwendige organisatie van het bestuur en dat hij zich verzet tegen een beslissing waarbij zijn kandidaatstelling zonder motivering geweigerd wordt. Beoordeling
- De verzoeker heeft zich kandidaat gesteld voor de aanstelling in een functie te Boutersem, waaromtrent het bestuur onder de personeelsleden een “interne” mededeling had verspreid. Dergelijke aanstelling, zelfs wanneer zij gebeurt na een “interne vacantverklaring”, is geen echte benoeming in een vacante betrekking die voor de betrokkene bepaalde rechtsgevolgen met zich brengt, maar is eigenlijk niets meer dan een dienstaanwijzing of een affectatie van een perso- neelslid in een bepaalde betrekking waarvoor de overheid, als een maatregel van inwendige ordening van het bestuur, over de ruimste discretionaire beoordelingsbe- voegdheid beschikt en waartegen in beginsel geen annulatieberoep ingesteld kan worden. De verzoeker heeft geen recht op een aanstelling in de niet-bezette functie. Hij kan ook geen aanspraken steunen op het feit dat hij zich als enige IX-4565-4/6 kandidaat gesteld heeft. Zijn niet-aanwijzing voor de functie, die te dezen blijkt uit de tweede oproep die de verwerende partij gelanceerd heeft, verandert zijn juridische toestand niet. Met die impliciete afwijzing van zijn kandidatuur staat de verzoeker niet verder van de geambieerde aanstelling af dan vóór zijn kandidaatstel- ling. Daar komt in dit geval bij dat de verzoeker zich op 27 april 2004 formeel kandidaat gesteld heeft voor de vacante betrekking, dat het bestuur op 5 mei 2004 formeel besloten heeft om de verzoeker niet aan te stellen en dat de verzoeker die formele beslissing niet bestreden heeft. Het bestuur heeft op 5 mei 2004 ook besloten om de betrekking bij wege van de externe mobiliteit te begeven en daarop is, blijkens de laatste memorie van de verzoeker en het pleidooi van zijn raadsman ter terechtzitting, een effectieve aanstelling gevolgd. Ook die beslissingen heeft de verzoeker niet bestreden. Dit betekent dat het bestuur na het bestreden besluit nog verschillende stappen gezet heeft die voor de verzoeker hetzelfde effect hadden als de bestreden beslissing zonder dat hij daartegen een annulatieberoep ingesteld heeft. Met andere woorden, in de mate de verzoeker in het bestreden besluit kon lezen dat het bestuur hem weigerde in de functie te Boutersem aan te stellen, heeft de verwerende partij nadien nieuwe regelingen getroffen die de verzoeker niet bestreden heeft en die verhinderen dat nog een gunstig gevolg gegeven wordt aan zijn kandidatuur van 12 april
- De aangevoerde exceptie is gegrond. Het beroep is niet ontvan- kelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. IX-4565-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 januari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-4565-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.972 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.407 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.