← België

Arrêt / Arrest 200074 - Fonction publique fédérale - Recrutement et carrière / Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 26/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.074 Rolnummer: A. 176670/V-1736 Zaak: Arrêt / Arrest 200074 - Fonction publique fédérale - Recrutement et carrière / Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 26/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-01 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-07-02 08:30 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 200.074 van 26 januari 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK nr. 200.074 van 26 januari 2010 A. 176.670/V-1736 In zake: WYSEUR Régine, woonplaats kiezend Floréallaan 47 1180 Brussel, tegen: de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die woonplaats kiest bij Mr. Jean BOURTEMBOURG, advocaat, Zwitserlandstraat 24 1060 Brussel. Tussenkomende partijen: 1. PATERNOSTRE Brigitte, 2. HENRY de GENERET Philippe, die beiden woonplaats kiezen bij Mr. Philippe LEVERT, advocaat, Louizalaan 149/22 1050 Brussel, 3. LALEMANT Dirk, woonplaats kiezend Hendrik van Dievoetlaan 4, 1860 Meise, 4. VANDE CAPELLE Lea, woonplaats kiezend Provinciedomein 4, 654 Huizingen. ------------------------------------------------------------------------------------------------------- RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het op 12 september 2006 ingediende verzoekschrift, waarbij Régine WYSEUR de nietigverklaring vordert van de besluiten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad van 6 juli 2006 waarbij Lea VANDE CAPELLE, Philippe HENRY de GENERET, V - 1736 - 1/25 Brigitte PATERNOSTRE en Dirk LALEMANT, met ingang van 1 juni 2006, bevorderd worden tot directeur van respectievelijk de algemene diensten, de dienst Gezondheidszorg, de dienst Welzijnszorg en de dienst Boekhouding en Begroting van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad, alsmede van de impliciete weigering die uit deze besluiten voortvloeit om verzoekster, adjunct-adviseur, te bevorderen tot directeur van een van deze diensten. Gezien de op 30 maart, 2, 4 en 6 april 2007 ingediende verzoekschriften, waarbij Brigitte PATERNOSTRE, Philippe HENRY de GENERET, Dirk LALEMANT en Lea VANDE CAPELLE vragen om als tussenkomende partij te mogen optreden; Gelet op de beschikking van 8 juni 2007 waarbij deze tussenkomsten worden toegestaan; Gezien de regelmatig uitgewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memories van tussenkomst; Gezien het verslag van Mevr. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur bij de Raad van State, opgemaakt op basis van artikel 12 van de algemene procedureregeling; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen, gezien de laatste memorie van verzoekster, het verzoek van de verwerende partij om de procedure voort te zetten en de laatste memories van de tussenkomende partijen; Gelet op de beschikking van 16 november 2009, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij wordt bepaald dat de zaak voorkomt op de terechtzitting van 15 december 2009 om 10 uur; Gehoord het verslag van de Heer ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State; Gehoord de opmerkingen van Mr. M. DETRY, advocaat, die voor verzoekster verschijnt, van Mr. J. BOURTEMBOURG, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt, en van Mr. Ph. LEVERT, advocaat, die voor de eerste twee tussenkomende partijen verschijnt; V - 1736 - 2/25 Gehoord het eensluidend advies van Mevr. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; I. UITEENZETTING VAN DE FEITEN Overwegende dat de volgende gegevens aan de zaak ten grondslag liggen: 1. Op 18 januari 2005 verklaren de Ministers, leden van het verenigd College, bevoegd voor het Openbaar Ambt, vier betrekkingen van directeur vacant, waarvan twee in het Franse en twee in het Nederlandse taalkader en verzoeken de leidend ambtenaar van de diensten van het Verenigd College de procedure in gang te zetten voor de oproep tot kandidaten, zoals bepaald in artikel 10 van het besluit van het Verenigd College van 18 maart 1993 betreffende het statuut van de personeelsleden van de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. 2. In een nota van 8 februari 2005 aan de leidend ambtenaar van de diensten van het Verenigd College preciseren de Ministers, leden van het verenigd College, bevoegd voor het Openbaar Ambt, dat de in gang gezette procedure dient te worden voortgezet, maar dat geen benoemingen zullen worden gedaan voordat de nieuwe personeelsformatie en het nieuwe taalkader zijn goedgekeurd. 3. In de notulen van de vergadering van 1 maart 2005 van de directieraad wordt onder meer het volgende vermeld: " De voorzitter legt het dossier voor. Op 18 januari 2005 hebben de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Openbaar Ambt, overeenkomstig artikel 9 van het besluit van het Verenigd College van 18 maart 1993 tot vaststelling van het statuut van het personeel van de Diensten van het Verenigd College, 4 betrekkingen van directeur vacant verklaard, nl.: - directeur van de algemene diensten (personeelsdienst, taaldienst, informaticadienst en huishoudelijke dienst); - directeur van de dienst Gezondheidszorg; - directeur van de dienst Welzijnszorg; - directeur van de dienst Boekhouding en Begroting. Overeenkomstig artikel 10 van het voormelde besluit van het Verenigd College van 18 maart 1993 heeft de leidend ambtenaar op 20 januari 2005 deze vacatures ter kennis gebracht van de voor benoeming in aanmerking komende personeelsleden, luidens de artikelen 3 en 30 van hetzelfde besluit, door middel van een bericht dat V - 1736 - 3/25 bij aangetekend schrijven werd verzonden aan het laatste door het personeelslid opgegeven adres, nl. de titularissen van de graden van adjunct-adviseur, eerstaanwezend psycholoog, eerstaanwezend industrieel ingenieur en beheersverantwoordelijke van rang 11 die 9 jaar anciënniteit hebben in hun niveau. In feite kwam hier enkel de adjunct-adviseurs en de eerstaanwezend psychologen hiervoor in aanmerking. Overwegende dat het voormelde artikel 10 stelt dat het afgeven ter post van de aangetekende brief als kennisgeving van de vacature geldt; dat slechts de aanspraken van de personeelsleden die binnen tien werkdagen vanaf de eerste werkdag die volgt op die van de kennisgeving van de vacature, ter post een aangetekende brief hebben afgegeven waarmee hun sollicitatie ter kennis van de leidend ambtenaar wordt gebracht; dat de termijn wordt gerekend van middernacht tot middernacht en dat de vervaldag in de termijn is begrepen, hebben de volgende personeelsleden hun kandidatuur rechtsgeldig ingediend: Ph. Henry de Generet, D. Lalemant, B. Paternostre, E. Poot, L. Van De Capelle en R. Wyseur. Voor elke bevordering door verhoging in de graad van directeur van rang 13 dient de directieraad overeenkomstig artikel 11 van het voormelde besluit van het Verenigd College van 18 maart 1993 een met redenen omkleed advies uit te brengen. In dit kader spreekt de directieraad zich in zijn advies uit over elke sollicitant die voldoet aan de vereisten om de te begeven betrekking te bekleden. Hij weegt hierbij de beschrijving van de functie en de algemene en bijzondere voorwaarden af tegenover de aanspraken die de sollicitant kan laten gelden voor een benoeming in de vacante betrekking. Hij neemt bovendien kennis van het evaluatiedossier van de kandidaten. De voorzitter stelt derhalve voor om de aanspraken van elk personeelslid af te wegen tegenover de beschrijving van de functie van elke te begeven betrekking van directeur. Hiertoe deelt de voorzitter een document uit dat de functie van elke betrekking van directeur omschrijft. De heer Walravens wenst vooraf enkele vragen te stellen. Hij weet uit persoonlijke ervaring dat men inzake bevordering en benoeming bedachtzaam te werk moet gaan en dat de procedure nauwgezet dient te worden nageleefd om zich te vrijwaren tegen vorderingen tot nietigverklaring voor de Raad van State. Hij vraagt dan ook om een afschrift te kunnen ontvangen van de vacantverklaringen van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Openbaar Ambt, alsmede een afschrift van het schrijven dat aan alle betrokken personeelsleden werd gericht en een lijst van alle personen die dit schrijven hebben ontvangen. Hij stelt voor om die elementen voorafgaandelijk te onderzoeken. De voorzitter herinnert de adjunct-leidend ambtenaar eraan dat hij de gelegenheid had om de dossiers met betrekking tot de punten van de agenda te raadplegen op het secretariaat van de directieraad, zoals bepaald door artikel 3, derde lid, in fine, van het huishoudelijk reglement van de directieraad. De voorzitter zal echter een afschrift van de documenten bezorgen aan de heer Walravens. De evaluatie van de kandidaatstellingen zal derhalve op 8 maart 2005 om 14.00 uur plaatsvinden. V - 1736 - 4/25 Om de procedure niet onnodig te vertragen, stelt de voorzitter niettemin voor om de tijdens de vergadering voorgelegde functieomschrijvingen terstond te bespreken. 1. Beschrijving van de functie van directeur van de algemene diensten. De Directeur van de Algemene diensten, die zijn samengesteld door de Dienst human resources, de Taaldienst en de Dienst Economaat en Informatica: 1/ superviseert en coördineert de activiteiten van voornoemde diensten en zorgt voor de goede werking ervan; 2/ oefent het gezag uit over het personeel van de onder 1/ bedoelde diensten; hij staat de verloven en afwezigheden toe aan het personeel van die diensten; 3/ neemt de verantwoordelijkheid op op het vlak van kwaliteit en termijn voor het door de onder 1/ bedoelde Diensten uitgevoerd werk; 4/ verzekert het administratieve beheer van het personeel van de Diensten van het Verenigd College; 5/ verzekert de opvolging van de door SELOR georganiseerde vergelijkende selectieproeven en taalexamens; 6/ verzekert de contacten met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Openbaar Ambt; 7/ verzekert de planning en het beheer van de vorming van het personeel van de Diensten van het Verenigd College; 8/ beheert de loopbaan van het personeel van de Diensten van het Verenigd College; 9/ concipieert en implementeert de evaluatiemiddelen van het personeel van de Diensten van het Verenigd College. Het document wordt door de leden van de directieraad eenparig goedgekeurd. 2. Beschrijving van de functie van directeur van de dienst voor Gezondheidszorg. De Directeur van de dienst voor Gezondheidszorg: 1/ superviseert en coördineert de activiteiten van zijn dienst en zorgt voor de goede werking ervan; 2/ oefent het gezag uit over het personeel van zijn dienst; hij staat de verloven en afwezigheden toe aan dit personeel; 3/ neemt de verantwoordelijkheid op op het vlak van kwaliteit en termijn voor het door zijn dienst uitgevoerd werk; 4/ past de wetgevingen en de reglementeringen toe in het kader van de zorgverstrekking binnen en buiten de ziekenhuizen, de gezondheidsopvoeding en de preventieve geneeskunde, door:

  1. a)het analyseren van de verslagen van de inspectiebezoeken; V - 1736 - 5/25
  2. b)de programmatie- en erkenningsdossiers samen te stellen, ter voorlegging aan het advies van de Commissie voor Gezondheidszorg en de Afdeling voor instellingen en diensten voor bejaarden van Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  3. c)de programmatie- en erkenningsdossiers samen te stellen, ter ondertekening van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid;
  4. d)de voorontwerpen van ordonnantie, besluit van het Verenigd College en ministerieel besluit betreffende bedoelde materies voor te bereiden;
  5. e)de vragen om inlichtingen of advies, de ontwerpen van antwoord op parlementaire vragen of ontwerpen van brief betreffende bedoelde materies te behandelen; 5/ superviseert de behandeling van de dossiers betreffende de sociale ziekten en, voorlopig nog, het Bijzonder Onderstandsfonds; 6/ verzekert de contacten met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, en, in voorkomend geval, met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijtstand aan personen; 7/ neemt deel aan de vergaderingen van de afdelingen en het bureau van de onder 4/, b), bedoelde Commissie voor Gezondheidszorg en stelt de notulen ervan op; 8/ neemt deel aan alle vergaderingen die betrekking hebben op de bevoegdheden van zijn dienst, namelijk vergaderingen met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, met de Federale of Gefedereerde overheden of in de Commissies of plenaire vergaderingen van de Verenigde Vergadering. Punt 4/, a), dient te worden aangevuld door de woorden «en de administratieve uitvoering ervan». Mits inachtneming van de voormelde opmerking wordt het document eenparig goedgekeurd door de leden van de directieraad. 3. Beschrijving van de functie van directeur van de dienst voor Welzijnszorg. De Directeur van de dienst voor Welzijnszorg: 1/ superviseert en coördineert de activiteiten van zijn dienst en zorgt voor de goede werking ervan; 2/ oefent het gezag uit over het personeel van zijn dienst; hij staat de verloven en afwezigheden toe aan dit personeel; 3/ neemt de verantwoordelijkheid op op het vlak van kwaliteit en termijn voor het door zijn dienst uitgevoerd werk; 4/ past de wetgevingen en de reglementeringen toe in het kader van het beleid inzake bijstand aan personen, door:
  6. a)het analyseren van de verslagen van de inspectiebezoeken;
  7. b)de programmatie- en erkenningsdossiers samen te stellen, ter voorlegging aan het advies van de Commissie voor Welzijnszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; V - 1736 - 6/25
  8. c)de programmatie- en erkenningsdossiers samen te stellen, ter ondertekening van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand en personen;
  9. d)de voorontwerpen van ordonnantie, besluit van het Verenigd College en ministerieel besluit betreffende bedoelde materies voor te bereiden;
  10. e)de vragen om inlichtingen of advies, de ontwerpen van antwoord op parlementaire vragen of ontwerpen van brief betreffende bedoelde materies te behandelen; 5/ verzekert de contacten met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen; 6/ neemt deel aan de vergaderingen van de afdelingen en het bureau van de onder 4/, b), bedoelde Commissie voor Welzijnszorg en stelt de notulen ervan op; 7/ neemt deel aan alle vergaderingen die betrekking hebben op de bevoegdheden van zijn dienst, namelijk vergaderingen met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen, met de Federale of Gefedereerde overheden of in de Commissies of plenaire vergaderingen van de Verenigde Vergadering. Punt 4/, a), dient te worden aangevuld door de woorden «en de administratieve uitvoering ervan». Mits inachtneming van de voormelde opmerking wordt het document eenparig goedgekeurd door de leden van de directieraad. 4. Beschrijving van de functie van directeur van de dienst Boekhouding en Begroting. De Directeur van de dienst Boekhouding en de Begroting: 1/ superviseert en coördineert de activiteiten van zijn dienst en zorgt voor de goede werking ervan; 2/ oefent het gezag uit over het personeel van zijn dienst; hij staat de verloven en afwezigheden toe aan dit personeel; 3/ neemt de verantwoordelijkheid op op het vlak van kwaliteit en termijn voor het door zijn dienst uitgevoerd werk; 4/ coördineert de voorbereiding en de uitvoering van de begrotingen. Met dit doel:
  11. a)stelt hij budgettaire vooruitzichten op;
  12. b)bereidt hij de vastleggingen voor en volgt deze op, met inachtneming van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit;
  13. c)bereidt hij de ordonnanties tot uitbetaling voor en volgt deze op, met inachtneming van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit;
  14. d)superviseert hij de boekhouding van de Diensten met afzonderlijk beheer van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; V - 1736 - 7/25 5/ superviseert de berekening van de voorschotten en van de eindafrekeningen van de werkingstoelagen uitgekeerd aan de centra en diensten erkend door de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid en door de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen; 6/ beheert de Thesaurie, onder het gezag van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor de Financiën en de Begroting; 7/ verzekert de contacten met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor de Financiën en de Begroting, de Inspectie van Financiën, het Rekenhof en de Bankier van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; 8/ neemt deel aan alle vergaderingen die betrekking hebben op de bevoegdheden van zijn dienst, namelijk vergaderingen met de Leden van het Verenigd College of in de Commissies of plenaire vergaderingen van de Verenigde Vergadering. Het document wordt door de leden van de directieraad eenparig goedgekeurd". 4. In de notulen van de vergadering van de directieraad van 8 maart 2005 wordt het volgende vermeld: " 1. Waren aanwezig: Leden van de directieraad: De heer A. Joris, leidend ambtenaar, voorzitter. De heer W. Walravens, adjunct-leidend ambtenaar. Secretaris: De heer A. Van Opdenbosch, bestuurssecretaris. [...] 3. Besproken punten: [...] 3.2. Bevordering tot de graad van Directeur: Rangschikking van de kandidaturen. Met redenen omkleed advies van de Directieraad [...] Overwegende dat de volgende ambtenaren zich kandidaat hebben gesteld voor de betrekking van: 1/ Directeur van de Algemene diensten: HENRY de GENERET, Ph.; PATERNOSTRE, B.; VAN DE CAPELLE, L.; WYSEUR, R.; 2/ Directeur van de dienst voor Gezondheidszorg: HENRY de GENERET, Ph.; PATERNOSTRE, B.; POOT, E.; WYSEUR, R.; V - 1736 - 8/25 3/ Directeur van de dienst voor Welzijnszorg: HENRY de GENERET, Ph.; PATERNOSTRE, B.; POOT, E.; WYSEUR, R.; 4/ Directeur van de dienst Boekhouding en de Begroting: HENRY de GENERET, Ph.; LALEMANT, D.; WYSEUR, R.; Overwegende dat alle hierboven genoemde ambtenaren hun kandidaatstelling binnen de door voormeld artikel 10 van het statuut gestelde termijn hebben ingediend en aan de vereisten van de voormelde artikelen 3 en 30 van hetzelfde statuut voldoen; Overwegende dat artikel 11 van voornoemd besluit van het Verenigd College van 18 maart 1993 stelt dat «voor iedere bevordering door verhoging in de graad van directeur van rang 13, de directieraad een met redenen omkleed advies uitbrengt»; dat «de Directieraad zich in zijn advies uitspreekt over iedere sollicitant die voldoet aan de vereisten om de te begeven betrekking te bekleden. Hij weegt hierbij de beschrijving van de functie en de algemene en bijzondere voorwaarden af tegenover de aanspraken die de sollicitant kan laten gelden voor een benoeming in de vacante betrekking. Hij neemt bovendien kennis van het evaluatiedossier van de kandidaten», A. Onderzoek van de kandidaturen voor de betrekking van Directeur van de Algemene diensten: 1. Beschrijving van de functie (vastgesteld op 1 maart 2005 door de Directieraad) De Directeur van de Algemene diensten, die zijn samengesteld door de Dienst human resources, de Taaldienst en de Dienst Economaat en Informatica: 1/ superviseert en coördineert de activiteiten van voornoemde diensten en zorgt voor de goede werking ervan; 2/ oefent het gezag uit over het personeel van de onder 1/ bedoelde diensten; hij staat de verloven en afwezigheden toe aan het personeel van die diensten; 3/ neemt de verantwoordelijkheid op op het vlak van kwaliteit en termijn voor het door de onder 1/ bedoelde diensten uitgevoerd werk; 4/ verzekert het administratieve beheer van het personeel van de Diensten van het Verenigd College; 5/ verzekert de opvolging van de door SELOR georganiseerde vergelijkende selectieproeven en taalexamens; 6/ verzekert de contacten met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Openbaar Ambt; 7/ verzekert de planning en het beheer van de vorming van het personeel van de Diensten van het Verenigd College; 8/ beheert de loopbaan van het personeel van de Diensten van het Verenigd College; 9/ concipieert en implementeert de evaluatiemiddelen van het personeel van de V - 1736 - 9/25 Diensten van het Verenigd College. 2. Overwegende dat na onderzoek van de titels en verdiensten van de kandidaten dient te worden opgemerkt dat: HENRY de GENERET, Ph., houder is van het diploma gegradueerd ziekenverpleger en van het diploma van licenciaat in de medisch-sociale en ziekenhuiswetenschappen, optie ziekenhuisbeheer. De kandidaat verwijst naar zijn hoedanigdheden van gewezen gemeenteraadslid van de stad Nijvel en van huidig raadslid van het OCMW van Nijvel en lid van het bestendig bureau, hetgeen hem ondervinding heeft bijgebracht op het vlak van personeelsbeheer en openbaar ambt. PATERNOSTRE, B., licenciate in de rechten en geagregeerde voor het onderwijs van de rechten in de hogere scholen, ook in het bezit is van het bewijs van taalkennis (Nederlands - Niveau 1). Als verantwoordelijke van de dienst voor Welzijnszorg, coördineert betrokkene voor het ogenblik een ploeg van 10 personen. VAN DE CAPELLE, L., beschikt over een diploma lager secundair onderwijs - economische afdeling, en over het bewijs van taalkennis (Frans - Niveau 1). Gedurende haar administratieve loopbaan, heeft de kandidate verschillende vormingen gevolgd: - Vorming «Spreken voor een publiek» bij het opleidingsinstituut van de Federale Overheid, ter ondersteuning van haar opdracht ais informatie ambtenaar (onthaal en begeleiding van nieuwe personeelsleden) - 1991; - Vorming Human Ressources Management bij het Instituut voor de Overheid van de K.U. Leuven -1994; - Getuigschrift van deelname aan de postacademische vorming «Personeelsmanagement bij de overheid» afgeleverd door het Instituut voor de Overheid van de K.U.Leuven - 2004; De kandidate benadrukt dat haar beroepservaring, gedurende haar hele administratieve loopbaan, in de schoot van personeelsdiensten werd opgebouwd: Klerk bij de provincie Brabant (1966-1970); Opsteller bij de provincie Brabant (1970-1974); Onderbureauchef bij de provincie Brabant (1974-1977); Bestuurssecretaris bij de provincie Brabant (1978-2004); Adjunct-adviseur bij de GGC sinds 1/1/1995, verantwoordelijk voor de Personeelsdienst; Zij werd er belast met het beheer van personeelsdossiers, de organisatie van tal van werving- en bevorderingsexamens, het beheer van dossiers «algemene zaken» (wijziging van statuten, regiementen en dies meer). WYSEUR, R., in het bezit is van een diploma van licenciaat in handels- en consulaire wetenschappen en van het bewijs van taalkennis (Nederlands - Niveau 1). De kandidate benadrukt dat zij als bestuurssecretaris bij de Provincie Brabant, Dienst personeel, op 1 maart 1994 werd benoemd. Overgedragen op 1 januari 1995 naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie werd zij er aangesteld bij de Personeelsdienst. Zij is Adjunct-adviseur sinds 1 januari 1997. 3. Overwegende dat op basis van de onder punt 2. aangehaalde elementen, Mevrouw L. VAN DE CAPELLE, rekening houdend met haar zeer lange ervaring in de behandeling van dossiers «algemene zaken» en haar bijzondere vormingen inzake personeelsmanagement, de kandidaat is die het meest geschikt blijkt te zijn om de opdrachten te vervullen die zijn toevertrouwd aan de graad van Directeur van de Algemene diensten, beslist de Directieraad eenparig de kandidaten op de volgende manier te rangschikken: V - 1736 - 10/25 1. L. VAN DE CAPELLE 2. R. WYSEUR 3. ex-aequo: Ph. HENY DE GENERET en B. PATERNOSTRE. B. Onderzoek van de kandidaturen voor de betrekking van Directeur van de dienst voor Gezondheidszorg: Beschrijving van de functie (vastgesteld op 1 maart 2005 door de Directieraad): De Directeur van de dienst voor Gezondheidszorg 1/ superviseert en coördineert de activiteiten van zijn dienst en zorgt voor de goede werking ervan; 2/ oefent het gezag uit over het personeel van zijn dienst; hij staat de verloven en afwezigheden toe aan dit personeel; 3/ neemt de verantwoordelijkheid op op het vlak van kwaliteit en termijn voor het door zijn dienst uitgevoerd werk; 4/ past de wetgevingen en de reglementeringen toe in het kader van de zorgverstrekking binnen en buiten de ziekenhuizen, de gezondheidsopvoeding en de preventieve geneeskunde, door:
  15. a)het analyseren van de verslagen van de inspectiebezoeken en de administratieve uitvoering ervan;
  16. b)de programmatie- en erkenningsdossiers samen te stellen, ter voorlegging aan het advies van de Commissie voor Gezondheidszorg en de Afdeling voor instellingen en diensten voor bejaarden van Adviesraad voor Gezondheids- en Welszijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  17. c)de programmatie- en erkenningsdossiers samen te stellen, ter ondertekenning van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid;
  18. d)de voorontwerpen van ordonnantie, besluit van het Verenigd College en ministerieel besluit betreffende bedoelde materies voor te bereiden;
  19. e)de vragen om inlichtingen of advies, de ontwerpen van antwoord op parlementaire vragen of ontwerpen van brief betreffende bedoelde materies te behandelen; 5/ superviseert de behandeling van de dossiers betreffende de sociale ziekten en, voorlopig nog, het Bijzonder Onderstandsfonds; 6/ verzekert de contacten met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, en, in voorkomend geval, met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen; 7/ neemt deel aan de vergaderingen van de afdelingen en het bureau van de onder 4/, b), bedoelde Commissie voor Gezondheidszorg en stelt de notulen ervan op; 8/ neemt deel aan alle vergaderingen die betrekking hebben op de bevoegdheden van zijn dienst, namelijk vergaderingen met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, met de Federale of Gefedereerde overheden of in de Commissies of plenaire vergaderingen van de Verenigde Vergadering. V - 1736 - 11/25 2. Overwegende dat na onderzoek van de titels en verdiensten van de kandidaten dient te worden opgemerkt dat: HENRY de GENERET, Ph., houder is van het diploma gegradueerd ziekenverpleger en van het diploma van licenciaat in de medisch-sociale en ziekenhuiswetenschappen, optie ziekenhuisbeheer. De kandidaat vestigt voornamelijk de aandacht op het feit dat, op basis van zijn diploma van gegradueerd ziekenverpleger, hij, krachtens het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, een professionele werker van de gezondheidszorg is; deze hoedanigheid laat hem toe informaties aangaande persoonlijke gegevens over de gezondheid te behandelen (wet van 8/12/1992, art. 7, § 4). Als houder van dit diploma, heeft hij tussen 1984 en 1990 het beroep van verpleegkundige bij het Universitair ziekenhuis St-Pieter uitgeoefend, wat hem toelaat «goed de doestellingen van het terrein te begrijpen». De kandidaat onderstreept bovendien dat hij, gedurende zijn administratieve loopbaan als bestuurssecretaris (contractueel van 1990 tot 1995 en ambtenaar van 1996 tot 1999) en als adjunct-adviseur (sinds 2000) bij de Diensten van het Verenigd College: - de administratie en de kabinetten van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, in talrijke vergaderingen, zoals de Interministeriële Conferentie voor de Gezondheid en de door haar opgerichte werkgroepen, heeft vertegenwoordigd; - de administratie en de kabinetten van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, in talrijke commissies en comités (bv.: de Federale commissie «rechten van de patiënten», de Federale commissie «dringende medische hulp» voor het Administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, het coördinatiecomité voor het beleid inzake de strijd tegen het druggebruik), heeft vertegenwoordigd; - aangesteld werd om het standpunt van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, voor het administratieve rechtscollege, bedoeld in artikel 76 van de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen, te vertegenwoordigen; - het secretariaat verzekert van de afdelingen en het bureau van de Commissie Gezondheidszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; De kandidaat doet nog opmerken dat: - hij auteur is bij de uitgeverij UGA van meerdere wetenschappelijke commentaren aangaande de wetgeving op de verzorgingsinrichtingen; - hij lid is van de beheerraad van de Clinique Saint-Pierre in Ottignies (400 bedden); - hij lid is van de beheerraad van de vzw «Santé et Participation» (beheer van een medische polykliniek in Braine-1'Alleud); - hij lid is van de beheerraad van de vzw «Aide et Soins à Domicile Brabant- Wallon»; PATERNOSTRE, B., licenciate in de rechten en geagregeerde voor het onderwijs van de rechten in de hogere scholen, in het bezit is van het bewijs van taalkennis (Nederlands -Niveau 1). De kandidate onderstreept bovendien dat zij: - gelet op haar hoedanigheid van juriste, een omvangrijk legistiek werk verricht (de vaststelling van wetgevingen en regiementeringen); - over een belangrijke ervaring beschikt inzake erkenning en werking van inrichtingen en diensten; - het secretariaat verzekert van de afdelingen en het bureau van de Commissie Welzijnszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; - de administratie vertegenwoordigt in haar contacten met de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Commission communautaire française; V - 1736 - 12/25 POOT, E., licenciate in de rechten, in het bezit is van het bewijs van taalkennis (Frans - Niveau 1). De kandidate onderstreept bovendien dat: - zij als juriste heeft meegewerkt aan het opstellen van ontwerpen van ordonnanties, van besluiten van het Verenigd College of van ministerië1e besluiten (bijv.: in het kader van de strijd tegen druggebruik, instemming van verdragen); - zij de administratie en de kabinetten van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, vertegenwoordigt in het kader van gemengde verdragen; - zij het secretariaat verzekerde van de afdeling gehandicapte personen van de Commissie Welzijnszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en zij nu de vergaderingen bijwoont van de afdelingen van de Commissie Gezondheidszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; - zij recentelijk belast werd met de functie van wnd. Diensthoofd van de dienst voor Gezondheidszorg. In dat kader is zij belast met het beheer van de dossiers die toebehoren aan die dienst; - zij belast is met het opvolgen van samenwerkingsakkoorden, waaronder het samenwerkingsakkoord inzake medisch verantwoorde sportbeoefening; WYSEUR, R., in het bezit is van een diploma van licenciaat in handels- en consulaire wetenschappen en van het bewijs van taalkennis (Nederlands - Niveau 1). De kandidate doet bovendien opmerken dat zij beschikt over kennissen inzake studies en statistieken. 3. Overwegende dat op basis van de onder punt 2. aangehaalde elementen, de heer Ph. HENRY de GENERET, rekening houdend met zijn specifieke diploma's en met zijn bijzonder uitgebreide ervaring in de gezondheidssector, de kandidaat blijkt te zijn die het meest geschikt is om de opdrachten te vervullen die zijn toevertrouwd aan de graad van Directeur van de dienst voor Gezondheidszorg, beslist de Directieraad eenparig de kandidaten op de volgende manier te rangschikken: 1. Ph. HENRY DE GENERET 2. E. POOT 3. B. PATERNOSTRE 4. R. WYSEUR C. Onderzoek van de kandidaturen voor de betrekking van Directeur van de dienst voor Welzijnszorg: 1. Beschrijving van de functie (vastgesteld op 1 maart 2005 door de Directieraad): De Directeur van de dienst voor Welzijnszorg 1/ superviseert en coördineert de activiteiten van zijn dienst en zorgt voor de goede werking ervan; 2/ oefent het gezag uit over het personeel van zijn dienst; hij staat de verloven en afwezigheden toe aan dit personeel; 3/ neemt de verantwoordelijkheid op op het vlak van kwaliteit en termijn voor het door zijn dienst uitgevoerd werk; 4/ past de wetgevingen en de regiementeringen toe in het kader van het beleid V - 1736 - 13/25 inzake bijstand aan personen, door:
  20. a)het analyseren van de verslagen van de inspectiebezoeken en de administratieve uitvoering ervan;
  21. b)de programmatie- en erkenningsdossiers samen te steilen, ter voorlegging aan het advies van de Commissie voor Welzijnszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welszijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  22. c)de programmatie- en erkenningsdossiers samen te stellen, ter ondertekening van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen;
  23. d)de voorontwerpen van ordonnantie, besluit van het Verenigd College en ministerieel besluit betreffende bedoelde materies voor te bereiden;
  24. e)de vragen om inlichtingen of advies, de ontwerpen van antwoord op parlementaire vragen of ontwerpen van brief betreffende bedoelde materies te behandelen; 5/ verzekert de contacten met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen; 6/ neemt deel aan de vergaderingen van de afdelingen en het bureau van de onder 4/, b), bedoelde Commissie voor Welzijnszorg en stelt de notulen ervan op; 7/ neemt deel aan alle vergaderingen die betrekking hebben op de bevoegdheden van zijn dienst, namelijk vergaderingen met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen, met de Federale of Gefedereerde overheden of in de Commissies of plenaire vergaderingen van de Verenigde Vergadering. 2. Overwegende dat na onderzoek van de titels en verdiensten van de kandidaten dient te worden opgemerkt dat: HENRY de GENERET, Ph., houder is van het diploma gegradueerd ziekenverpleger en van het diploma van licenciaat in de medisch-sociale en ziekenhuiswetenschappen, optie ziekenhuisbeheer. De kandidaat onderstreept bovendien dat hij, gedurende zijn administratieve loopbaan ais bestuurssecretaris (contractueel van 1990 tot 1995 en ambtenaar van 1996 tot 1999) en ais adjunct-adviseur (sinds 2000) bij de Diensten van het Verenigd College: - de administratie en de kabinetten van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, in talrijke vergaderingen vertegenwoordigde; - over een ruime ervaring beschikt inzake erkenning en werking van inrichtingen en diensten, van het secretariaat van de afdelingen en het bureau van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. De kandidaat doet nog opmerken dat: - hij voor het ogenblik raadslid is van het OCMW van Nijvel (en lid van het bestendig bureau), dat een rusthuis van 120 bedden beheert; - hij lid is van de beheerraad van de vzw «Aide et Soins à Domicile Brabant- Wallon», die een coördinatiestructuur is tussen een dienst voor verpleegkundige thuiszorg en een dienst thuishulp; - hij lid is van de beheerraad van de vzw «Le Goéland» (onthaaltehuis); PATERNOSTRE, B., licenciate in de rechten en geagregeerde voor het onderwijs V - 1736 - 14/25 van de rechten in de hogere scholen, in het bezit is van het bewijs van taalkennis (Nederlands -Niveau 1). De kandidaat onderstreept bovendien dat: - zij gedurende de jaren gaande van 1981 tot 1990 een belangrijke ervaring heeft opgedaan door te werken in verschillende VZW's. Haar opdrachten bestonden in het bieden van juridische bijstand (sociaal recht, familierecht, vreemdelingenrecht), het bijstaan van de directie en het coördineren van «ploegen»; - zij sinds 1999 verantwoordelijk is voor de dienst voor Welzijnzorg; - zij, gelet op haar hoedanigheid van juriste, een omvangrijk legistiek werk verricht (de vaststelling van de reglementering betreffende de ADL-diensten in 1993, de wetgeving en de reglementering betreffende de inrichtingen die bejaarde personen huisvesten in 1992, 1993 en 1996, de reglementering betreffende schuldbemiddeling, de wetgeving en de reglementering (4 besluiten) betreffende de centra en diensten voor bijstand aan personen, ...); - zij over een belangrijke ervaring beschikt inzake erkenning en werking van inrichtingen en diensten behorende tot de sector Welzijnszorg; - zij de opvolging verzekert van het overlegcomité «daklozen» en van de «non- profit» akkoorden; - zij het secretariaat verzekert van de afdelingen en het bureau van de Commissie Welzijnszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; - zij de administratie en de kabinetten van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen, vertegenwoordigt bij de Federale dienst voor buitenlandse betrekkingen alsmede bij hun contacten met de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Commission communautaire française; POOT, E., licenciate in de rechten, in het bezit is van het bewijs van taalkennis (Frans - Niveau 1). De kandidate onderstreept bovendien dat: - zij als juriste heeft meegewerkt aan het opstellen van ontwerpen van ordonnanties, van besluiten van het Verenigd College of van ministeriële besluiten; - zij de administratie en de kabinetten van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, vertegenwoordigt in het kader van gemengde verdragen; - zij tot kortelings het secretariaat verzekerde van de afdeling gehandicapte personen van de Commissie Welzijnszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; - zij recentelijk belast werd met de functie van wnd. Diensthoofd van de dienst voor Gezondheidszorg. In dat kader is zij belast met het beheer van de dossiers die toebehoren aan die dienst; - voor zij belast werd met de verantwoordelijkheid van de dienst Gezondheidszorg, zij de dossiers toezicht op de OCMW's behandelde. De kandidate doet nog opmerken dat zij bestuurder is in de Inter-Vilvoordse maatschappij voor sociale huisvesting (meer dan 2100 huurwoningen in Vilvoorde, Machelen en Mechelen) en Commissaris bij de Machelse Bouwmaatschappij. WYSEUR, R., in het bezit is van een diploma van licenciaat in handels- en consulaire wetenschappen en van het bewijs van taalkennis (Nederlands - Niveau 1). De kandidate doet bovendien opmerken dat zij beschikt over kennissen inzake studies en statistieken. 3. Overwegende dat op basis van de onder punt 2. aangehaalde elementen, Mevrouw B. PATERNOSTRE, rekening houdend met haar vorming en met haar zeer uitgebreide ervaring in de welzijnssector, de kandidaat blijkt te zijn die het meest geschikt is om de opdrachten te vervullen die zijn toevertrouwd aan de graad van Directeur van de dienst voor Welzijnszorg, beslist de Directieraad eenparig de V - 1736 - 15/25 kandidaten op de volgende manier te rangschikken: 1. B. PATERNOSTRE 2. E. POOT 3. Ph. HENRY DE GENERET 4. R. WYSEUR D. Onderzoek van de kandidaturen voor de betrekking van Directeur van de dienst Boekhouding en Begroting: 1. Beschrijving van de functie (vastgesteld op 1 maart 2005 door de Directieraad): De Directeur van de dienst Boekhouding en Begroting: 1/ superviseert en coördineert de activiteiten van zijn dienst en zorgt voor de goede werking ervan; 2/ oefent het gezag uit over het personeel van zijn dienst; hij staat de verloven en afwezigheden toe aan dit personeel; 3/ neemt de verantwoordelijkheid op op het vlak van kwaliteit en termijn voor het door zijn dienst uitgevoerd werk; 4/ coördineert de voorbereiding en de uitvoering van de begrotingen. Met dit doel:
  25. a)stelt hij budgettaire vooruitzichten op;
  26. b)bereidt hij de vastleggingen voor en volgt deze op, met inachtneming van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit;
  27. c)bereidt hij de ordonnanties tot uitbetaling voor en volgt deze op, met inachtneming van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit;
  28. d)superviseert hij de boekhouding van de Diensten met afzonderlijk beheer van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; 5/superviseert de berekening van de voorschotten en van de eindafrekeningen van de werkingstoelagen uitgekeerd aan de centra en diensten erkend door de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid en door de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het beleid inzake Bijstand aan personen; 6/ beheert de Thesaurie, onder het gezag van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor de Financiën en de Begroting; 7/ verzekert de contacten met de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor de Financiën de Begroting, de Inspectie van Financiën, het Rekenhof en de Bankier van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; 8/ neemt deel aan alle vergaderingen die betrekking hebben op de bevoegdheden van zijn dienst, namelijk vergaderingen met de Leden van het Verenigd College of in de Commissies of plenaire vergaderingen van de Verenigde Vergadering. 2. Overwegende dat na onderzoek van de titels en verdiensten van de kandidaten dient te worden opgemerkt dat: HENRY de GENERET, Ph., houder is van het diploma gegradueerd ziekenverpleger en van het diploma van licenciaat in de medisch-sociale en ziekenhuiswetenschappen, optie ziekenhuisbeheer. De kandidaat verwijst naar zijn hoedanigdheden van gewezen gemeenteraadslid van V - 1736 - 16/25 de stad Nijvel en van huidig raadslid van het OCMW van Nijvel en lid van het bestendig bureau, hetgeen hem ondervinding heeft bijgebracht op het vlak van het boekhoudkundige begrotingsbeheer van een openbare dienst. LALEMANT, D., licenciaat is in de handels- en financiële wetenschappen en in het bezit is van het bewijs van taalkennis (Frans - Niveau 1) De kandidaat onderstreept bovendien dat hij, gedurende zijn administratieve loopbaan als bestuurssecretaris (contractueel van 1990 tot 1995 en ambtenaar van 1996 tot 1999) en als adjunct-adviseur (sinds 2000) bij de Diensten van het Verenigd College: - in zijn hoedanigheid van verantwoordelijke, sinds 1990, van de dienst boekhouding en begroting, het opstellen van de middellen en de uitgavenbegrotingen verzekert, alle inkomende en uitgaande geldbewegingen registreert alsmede de beleggingen verzekert; - de Algemene rekeningen van de Instelling opstelt; - sinds 1 januari 1997 als centraliserend rekenplichtige en plaatsvervangend controleur der vastleggingen door de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor Financiën en Begroting, werd aangesteld; - de administratie bij de Commissie voor de normalisatie van de openbare comptabiliteit - Afdeling Rekeningstelsel vertegenwoordigt; in die hoedanigheid is hij betrokken bij het ontwerp van een nieuw boekhoudplan voor de Federale Overheid, Gewesten, Gemeenschappen. De kandidaat doet ook opmerken dat: - hij leraar Economie was in 1989; - hij bediende effectendepots was bij het Gemeentekrediet van België, in 1989-1990; - hij statistiek doceerde bij het Vlaams Instituut voor Bedrijfskunde - VLEKHO, van 1991 tot 1996. WYSEUR, R., in het bezit is van een diploma van licenciaat in handels- en consulaire wetenschappen en van het bewijs van taalkennis (Nederlands - Niveau 1). De kandidate doet bovendien opmerken dat, aangezien zij werkte bij de dienst voor statistieken van de RVA, zij beschikt over kennissen inzake studies en statistieken. Zij was ook werkzaam op de dienst boekhouding van de firma «Roche». 3. Overwegende dat op basis van de onder punt 2. aangehaalde elementen, de heer D. LALEMANT, rekening houdend met zijn diploma en met zijn bijzonder uitgebreide ervaring in de sector, de kandidaat blijkt te zijn die het meest geschikt is om de opdrachten te vervullen die zijn toevertrouwd aan de graad van Directeur van de dienst Boekhouding en Begroting, beslist de Directieraad eenparig de kandidaten op de volgende manier te rangschikken: 1. D. LALEMANT 2. R. WYSEUR 3. Ph. HENRY DE GENERET; Overeenkomstig artikel 11, 5de lid, van voornoemd besluit van het Verenigd College van 18 maart 1993, zal aan de personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor de te begeven betrekkingen, kennis worden gegeven van de hierboven door de Directieraad geformuleerde voorstellen van benoeming". 5. Bij aangetekende brief van 10 maart 2005 stelt de leidend ambtenaar verzoekster in kennis van de volgende benoemingsvoorstellen, geformuleerd door de directieraad in zijn vergadering van 8 maart 2005: V - 1736 - 17/25 " Voorstel voor de betrekking van: A. Directeur van de Algemene diensten: 1. L. VAN DE CAPELLE 2. R. WYSEUR 3. ex-aequo Ph. HENRY de GENERET en B. PATERNOSTRE B. Directeur van de dienst voor Gezondheidszorg: 1. Ph. HENRY de GENERET 2. E. POOT 3. B. PATERNOSTRE 4. R. WYSEUR C. Directeur van de dienst voor Welzijnszorg 1. B. PATERNOSTRE 2. E. POOT 3. Ph. HENRY de GENERET 4. R. WYSEUR D. Directeur van de dienst Boekhouding en Begroting 1. D. LALEMANT 2. R. WYSEUR 3. Ph. HENRY de GENERET". In de kennisgeving wordt gepreciseerd dat "het personeelslid dat zich benadeeld acht, binnen tien dagen een bezwaar kan indienen bij de leidend ambtenaar" en op zijn verzoek door de directieraad kan worden gehoord. 6. Met een brief van 14 maart 2005 meldt verzoekster dat ze het niet eens is met haar rangschikking als tweede voor de betrekking van directeur van de algemene diensten, overeenkomstig artikel 11, zesde en zevende lid, van het voornoemde besluit van het Verenigd College van 18 maart 1993 waarbij ze preciseert: "hier volgen enkele van mijn niet-exhaustieve vaststellingen op basis waarvan ik geloof dat er sprake is van duidelijk 'favoritisme' zijdens de leidend ambtenaar ten gunste van de kandidaat die als eerste is gerangschikt en een zekere argwaan ten aanzien van mij". Tot slot vraagt zij om ex aequo te worden gerangschikt op de eerste plaats samen met Lea VANDE CAPELLE zodat beide kandidates gelijke kansen krijgen. 7. De directieraad onderzoekt tijdens zijn vergadering van 12 april 2005 het bezwaar van verzoekster en stelt het volgende: " [...] binnen de [...] termijn van 10 dagen na de kennisgeving [werd] één enkel bezwaarschrift ingediend, te weten dat van Mevrouw R. WYSEUR, bij de post op 15 maart 2005 neergelegd en uitsluitend betrekking hebbend op de benoeming van Directeur van de Algemene diensten; [...] uit een grondige lezing van dit schrijven blijkt dat de betrokkene niet uitdrukkelijk vraagt om door de Directieraad gehoord te worden, [...] het [past derhalve] dat de Directieraad, gedurende zijn huidige zitting, de nieuwe door de reclamerende naar voren gebrachte titels en verdiensten V - 1736 - 18/25 onderzoekt, met betrekking tot haar kandidaatstelling voor deze betrekking, of waaraan, volgens haar oordeel, niet voldoende aandacht aan werd besteed door de Directieraad; [...] Overwegende dat de door Mevrouw R. WYSEUR uiteengezette argumenten, ter staving van haar bezwaar, dus hoofdzakelijk betrekking hebben op een ongunstige houding en een gevoel van "argwaan ten haren opzichte vanwege de leidend Ambtenaar"; dat de leidend Ambtenaar hierboven op elk van deze argumenten heeft geantwoord; dat het ingediende bezwaarschrift bovendien geen enkele nieuwe titel of verdienste bevat, met betrekking tot de kandidaatstelling voor de beoogde vacature, of waaraan niet voldoende aandacht zou zijn besteed door de Directieraad, in zijn vergadering van 8 maart 2005, en die aanleiding zou kunnen geven voor het wijzigen van zijn beoordeling omtrent de geschiktheid van de reclamerende om de opdrachten te vervullen die toevertrouwd zijn aan de graad van Directeur van de Algemene Diensten, beslist de Directieraad, eenparig, zijn voorstel van benoeming tot de graad van Directeur van de Algemene Diensten te bevestigen [...]". 8. Op 13 april 2005 zendt de leidend ambtenaar de definitieve benoemingsvoor-stellen toe aan de ministers, samen met de notulen van de vergaderingen van de directieraad van 1 en 8 maart, alsmede van 12 april 2005. 9. Op 6 juli 2006 beslist het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie: - Lea VAN DE CAPELLE, adjunct-adviseur bij de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel- Hoofdstad, te benoemen tot de graad van directeur van de Algemene diensten, in het Nederlandse taalkader; - Philippe HENRY de GENERET, adjunct-adviseur bij de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel- Hoofdstad, te benoemen tot de graad van directeur van de Dienst voor Gezondheidszorg, in het Franse taalkader; - Brigitte PATERNOSTRE, adjunct-adviseur bij de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel- Hoofdstad, te benoemen tot de graad van directeur van de Dienst voor Bijstand aan Personen, in het Franse taalkader; - Dirk LALEMANT, adjunct-adviseur bij de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad, te benoemen tot de graad van directeur van de Dienst Boekhouding en Begroting, in het Nederlandse taalkader; - dat deze beslissingen in werking treden op 1 juni 2006. V - 1736 - 19/25 De voormelde besluiten worden door vermelding bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 juli 2006. 10. Op 29 augustus 2006 vraagt verzoekster de leidend ambtenaar haar een afschrift te bezorgen van de voormelde benoemingsbesluiten , alsmede van de notulen van de directieraad die erop betrekking hebben. 11. Op 31 augustus 2006 worden aan verzoekster de afschriften toegezonden van de notulen van de directieraad van 8 maart en van 12 april 2005, alsmede van de besluiten tot benoeming van de vier directeurs. II. IN RECHTE A. ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP Overwegende dat het beroep, wat het eerste voorwerp ervan betreft, niet ontvankelijk is in zoverre het strekt tot de nietigverklaring van de bevordering van Lea VANDE CAPELLE, aangezien haar per 1 juni 2009 eervol ontslag uit haar ambt is verleend bij besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad van 4 december 2008, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 juni 2009; Overwegende dat het beroep, wat het tweede voorwerp ervan betreft, niet ontvankelijk is aangezien verzoekster zich niet beroept op enige voorrangsregel die de benoemingsgerechtigde overheid ertoe verplicht haar te bevorderen in een van de openstaande betrekkingen; B. GEGRONDHEID VAN HET BEROEP Overwegende dat de verzoekster een middel, het derde van het verzoekschrift, ontleent aan schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, van billijke rechtspleging en van het redelijkheidsbeginsel, aan verkeerde, onjuiste en onrechtmatige inhoudelijke motivering, aan verkeerde, onjuiste en onrechtmatige uitvoering van artikel 11 van het besluit van 18 maart 1993 van het Verenigd College betreffende het statuut van de personeelsleden van de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad, schending van de algemene beginselen van gelijkheid en non- discriminatie die zijn vastgelegd in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en van artikel 32 van de Grondwet en aan machtsoverschrijding, doordat zij haar recht om V - 1736 - 20/25 bezwaar in te dienen tegen het voorstel van rangschikking niet naar behoren heeft kunnen uitoefenen, aangezien de notulen van de vergadering van de directieraad tijdens welke de rangschikking van de kandidaten is opgesteld haar niet ter kennis zijn gebracht, terwijl krachtens de in het middel aangevoerde beginselen, deze kennisgeving verplicht is opdat de mogelijkheid om bezwaar in te dienen een nuttig gevolg heeft; dat zij in concreto betoogt dat zij weliswaar op de hoogte is gebracht van het op 8 maart 2005 door de directieraad opgemaakte voorstel van rangschikking en dat zij verzocht is om haar eventuele bezwaren te kennen te geven, doch daarentegen geen afschrift heeft gekregen van de notulen van de vergadering van de directieraad en dus in de onmogelijkheid was om de motieven voor die rangschikking te kennen en dat zulks ertoe geleid heeft dat zij "blindelings" bezwaar heeft ingediend en dat zij hierdoor haar bezwaarrecht niet naar behoren heeft kunnen uitoefenen, welk bezwaarrecht geen enkel nuttig gevolg meer heeft, inzonderheid het gevolg dat erin bestond het personeelslid de mogelijkheid te bieden om de overheid zo goed mogelijk in te lichten over zijn aanspraken en verdiensten in vergelijking met die van zijn collega's en, in voorkomend geval, de overheid de rectificaties en preciseringen te bezorgen die noodzakelijk zijn voor een goed begrip van zijn kwaliteiten, capaciteiten en motivatie; dat zij daaruit afleidt dat de overheid hierdoor slecht was ingelicht en een onregelmatig benoemingsvoorstel heeft gedaan en dat de bestreden handeling, die steunt op een aldus uit de lucht gegrepen voorstel, een onregelmatige beslissing is; dat zij verwijst naar het arrest-CORMEAU , nr. 86.733 van 7 april 2000, waarbij in die zin uitspraak is gedaan in verband met soortgelijke bepalingen. Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord in hoofdzaak betoogt dat artikel 11 van het besluit van het Verenigd College van 18 maart 1993, dat voorziet in verschillende fases, niet voorziet in de kennisgeving van de notulen van de vergadering van het directiecomité, maar alleen in die van het benoemingsvoorstel, dat voorts, indien verzoekster het wenselijk achtte de motieven te kennen voor de rangschikking om een bezwaar te kunnen indienen, niets haar bovendien in de weg stond te gelegener tijd een aanvraag in die zin in te dienen, dat uit haar bezwaarschrift evenwel blijkt dat verzoekster het niet nodig vond deze aanvraag in te dienen, daar geheel haar bezwaarschrift er juist toe strekt aan te tonen dat de rangschikking van mevrouw VANDE CAPELLE als eerste, terwijl zijzelf als tweede was gerangschikt, hoofdzakelijk gebaseerd is op "favoritisme" zijdens de leidend ambtenaar ten gunste van de eerste en op een "zekere argwaan" ten aanzien van haar, dat zij bovendien ook niet heeft gevraagd om te worden gehoord door de directieraad, daar zij het wellicht niet nuttig heeft geacht een confrontatie aan te gaan waardoor zij eveneens kennis zou kunnen hebben gekregen van de motieven voor de rangschikking, dat aangezien verzoekster verzuimd heeft op te treden toen zij, te gelegener tijd, de kans V - 1736 - 21/25 had om op een of andere manier, kennis te krijgen van de motieven die schuilgingen achter de rangschikking, het bijgevolg niet gepast is dat zij ernaar streeft een gemotiveerde beslissing te laten vernietigen door te steunen op het feit dat zij onkundig is van de motivering en dat immers, "het verzuim om kennis te nemen van het voorafgaand advies niet kan leiden tot de nietigverklaring van de handeling waarvan in de motivering naar dat advies wordt verwezen, als dat verzuim te wijten is aan de nalatigheid van het personeelslid"; Overwegende dat Dirk LALEMANT, tussenkomende partij, eveneens betoogt dat verzoekster zelf had kunnen verzoeken dat het advies dat is uitgebracht over de aanspraken en verdiensten van de kandidaten haar ter kennis werd gebracht en dat, aangezien zij geen bezwaar heeft ingediend tegen het voorstel om hem als eerste te rangschikken voor de betrekking van directeur van de Dienst Boekhouding en Begroting, zij ten aanzien van hem geen belang heeft bij het aanvoeren van het middel; Overwegende dat Brigitte PATERNOSTRE en Philippe HENRY de GENERET, tussenkomende partijen, er eveneens op wijzen dat verzoekster alleen een bezwaar heeft ingediend tegen het voorstel van rangschikking met betrekking tot de betrekking van directeur van de Algemene Diensten en dat zij daaruit ook afleiden dat zij geen belang heeft bij het middel wat hun bevordering betreft; Overwegende, wat de ontvankelijkheid van het middel betreft, dat een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State slechts ontvankelijk is in zoverre verzoeker voordien alle jurisdictionele of administratieve rechtsmiddelen heeft uitgeput waarin de wet of een regelgeving voorziet tegen de beslissing die hij bestrijdt; dat met dit voorafgaand vereiste evenwel echte beroepen tegen uitvoerbare ambtelijke beslissingen worden bedoeld en niet, behoudens uitdrukkelijk het tegendeel wordt bepaald - wat in casu niet het geval is - bezwaarschriften tegen adviezen of voorstellen in de fase ter voorbereiding van een administratieve procedure; dat inzonderheid de omstandigheid dat verzoekster geen bezwaar heeft ingediend tegen de voorstellen van rangschikking inzake de betrekkingen van directeur van de Dienst Gezondheidszorg, de Dienst Welzijnszorg en de Dienst Boekhouding en Begroting haar niet het recht ontneemt om de bevorderingen tot die betrekkingen te bestrijden; Overwegende dat volgens artikel 11 van het besluit van 18 maart 1993 van het Verenigd College betreffende het statuut van de personeelsleden van de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad de directieraad voor elke bevordering door verhoging in graad van directeur van rang 13 een met redenen omkleed advies uitbrengt en dat na vergelijking V - 1736 - 22/25 van de aanspraken en verdiensten van elke kandidaat en na de kandidaten te hebben geselecteerd die dezelfde aanspraken of gelijkwaardige aanspraken kunnen doen gelden voor een bevordering in een vacante betrekking , waarbij de voorkeur wordt gegeven aan degene die de meest positieve beoordeling heeft gekregen, de directieraad een benoemingsvoorstel formuleert; dat artikel 11 voorts bepaalt dat "van het voorstel wordt kennis gegeven aan de personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor de te begeven betrekking" en dat "het personeelslid dat zich benadeeld acht, binnen tien dagen een bezwaar kan indienen bij de leidend ambtenaar die ermee belast is de voorstellen bij het Verenigd College in te dienen" en in fine voorziet in de mogelijkheid voor het personeelslid om te worden gehoord door de directieraad; Overwegende dat dit artikel voorziet in de kennisgeving van het voorstel van rangschikking, doch niet in die van het met redenen omklede advies waarop het voorstel steunt en dat bedoeld is om de benoemende overheid in te lichten over de aanspraken en verdiensten van de kandidaten; dat, doordat de directieraad de laatstgenoemden geen kennis heeft gegeven van de notulen van de vergadering van de directieraad van 8 maart 2005 tijdens welke de benoemingsvoorstellen zijn uitgewerkt, en waarin het met redenen omklede advies is vervat, de kandidaten niet op dienstige wijze gebruik hebben kunnen maken van het bezwaarrecht dat door voormeld artikel 11 geboden wordt aan de kandidaten die zich benadeeld achten door het benoemingsvoorstel en de bezwaarden eventuele fouten die door de directieraad gemaakt zouden zijn niet hebben kunnen rechtzetten, waardoor de benoemingsgerechtigde overheid niet behoorlijk ingelicht is kunnen worden; dat het voormelde artikel 11 bovendien niet meer letterlijk geïnterpreteerd mag worden, waarbij abstractie gemaakt zou worden van artikel 32 van de Grondwet; dat de ordonnantie van 26 juni 1997 van de Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de openbaarheid van bestuur het recht op inzage, voor de kandidaten voor een bevordering, niet beperkt tot de met redenen omklede adviezen waarop de directieraad steunt om zijn benoemingsvoorstellen te doen; dat het in gang zetten van de procedure waarin door die rechtsregels wordt voorzien om inzage te krijgen in zulke documenten evenwel van geen enkel nut zou zijn voor de kandidaten voor een bevordering, rekening houdend met de termijnen waarbinnen een zodanig bezwaar moet worden ingediend; dat de directieraad bijgevolg ambtshalve kennis moet geven niet alleen van het bevorderingsvoorstel, doch eveneens terzelfder tijd van het met redenen omklede advies waarop het steunt; dat de omstandigheid dat verzoekster niet de procedure heeft gevolgd waarin de ordonnantie voorziet om inzage te krijgen van dat advies en het feit dat zij niet heeft verzocht om te worden gehoord door de directieraad omtrent haar bezwaar tegen het voorstel van rangschikking van de V - 1736 - 23/25 kandidaten voor de betrekking van directeur van de algemene diensten, niet terzake dienend zijn; dat een personeelslid er weliswaar geen belang bij heeft tegen een bevordering waarvoor het niet in aanmerking is genomen een middel aan te voeren luidens hetwelk het met redenen omklede advies waarop de benoemingsvoorstellen steunen dat personeelslid niet ter kennis is gebracht toen het zijn opmerkingen mocht geven en een bezwaar heeft ingediend, maar zulks vooronderstelt dat de belanghebbende is opgetreden met kennis van zaken en volkomen op de hoogte was van de gegevens op basis waarvan de aanspraken en verdiensten van de kandidaten zijn vergeleken; dat zulks in casu niet het geval is zoals blijkt uit de bewoordingen zelf van het bezwaar dat is ingediend tegen het voorstel van bevordering betreffende de betrekking van directeur van de algemene diensten; dat in dit bezwaar een niet exhaustief bedoelde reeks feiten worden opgesomd die ertoe strekken het favoritisme aan te tonen dat de als eerste gerangschikte kandidaat ten deel is gevallen, van welke feiten in het met redenen omklede advies waarop het voorstel steunt geen gewag wordt gemaakt; dat indien verzoekster kennis had gekregen van dit advies, zij de inhoud ervan had kunnen onderwerpen aan kritiek; Overwegende dat uit het voorgaande volgt dat het middel ontvankelijk is en gegrond, B E S L U I T: Artikel 1. Vernietigd worden de besluiten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad van 6 juli 2006 waarbij Philippe HENRY de GENERET, Brigitte PATERNOSTRE en Dirk LALEMANT, met ingang van 1 juni 2006, bevorderd worden tot directeur van respectievelijk de dienst Gezondheidszorg, de dienst Welzijnszorg en de dienst Boekhouding en Begroting van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad. Artikel 2. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel 3. V - 1736 - 24/25 Dit arrest zal bij uittreksel worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op dezelfde wijze als de vernietigde besluiten. Artikel 4. De kosten, bepaald op 675 euro, komen ten laste van de verwerende partij ten belope van 175 euro en ten laste van de tussenkomende partijen ten belope van elk 125 euro. Aldus uitgesproken te Brussel in openbare terechtzitting van de Ve kamer op zesentwintig januari tweeduizend tien, door: de HH. R ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, kamervoorzitter, J. JAUMOTTE, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS. R. ANDERSEN. V - 1736 - 25/25 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.074 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.