id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.082 Rolnummer: A. 161068/X-12248 Zaak: Arrest 200082 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-05 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 08:32 Fiche Arrest nr 200.082 van 27 januari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr.200.082 van 27 januari 2010 in de zaak A. 161.068/X-12.248. In zake: Pradeep JACOP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Vanderosieren kantoor houdend te 3090 OVERIJSE Brusselsesteenweg 100 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUS S E L S HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Coenraets kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Ter Kamerenlaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de gemeente ELSENE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Benoît Van Caillie kantoor houdend te 1200 BRUSSEL de Broquevillelaan 116, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 22 maart 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 19 januari 2005 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan de gemeente Elsene de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het renoveren en herinrichten van een gebouw, verandering van bestemming van de derde verdieping in kantoren voor het bestuur (voorheen woongelegenheden) en het plaatsen van externe zonneschermen (zuid-oost gevel) op een perceel gelegen te Elsene, Kribbestraat 6. X-12.248-1/11 II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 145.098 van 27 mei 2005 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 6 september 2005. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 november 2009. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pascal Vanderosieren, die verschijnt voor de verzoeker, advocaat Christophe Lepinois, die loco advocaat Philippe Coenraets verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Benoît Van Caillie, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. X-12.248-2/11 III. Feiten 3.1. Op 10 september 2003 (datum van het ontvangstbewijs) dient de gemeente Elsene bij de gemachtigde ambtenaar een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het renoveren en herinrichten van een gebouw, verandering van de bestemming van de derde verdieping van woongelegenheden in kantoren voor het bestuur, en het plaatsen van externe zonneschermen op de zuid-oost gevel, gelegen te Elsene, Kribbestraat 6. 3.2. De vergunningsaanvraag heeft betrekking op een gebouw waarin de verzoeker eigenaar is van een appartement en mede-eigenaar van gemeenschappelijke delen. 3.3. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt gehouden van 11 oktober 2004 tot 25 oktober 2004, dient onder meer de verzoeker een bezwaarschrift in. 3.4. Op 10 november 2004 verleent de overlegcommissie een gunstig advies over de aanvraag, onder de voorwaarde dat de zonneschermen binnen het gebouw worden geplaatst. 3.5. Op 29 november 2004 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Elsene een gunstig advies, onder de voorwaarde dat de zonneschermen binnen het gebouw worden geplaatst onder de vorm van “stores”. 3.6. Bij het thans bestreden besluit van 19 januari 2005 verleent de gemachtigde ambtenaar de gevraagde stedenbouwkundige vergunning onder de voorwaarde dat de zonneschermen binnen het gebouw worden geplaatst onder de vorm van “stores”. IV Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 4.1. In het verzoekschrift zet de verzoeker omtrent zijn belang uiteen wat volgt: X-12.248-3/11 “Overwegende dat zoals reeds gezegd verzoeker eigenaar is van het appartement gelegen te 1050 Brussel, Raadstraat 28/12, dat deel uitmaakt van het onroerend goed ‘CONSEIL-toren’, één van de twee torens-onroerende goederen van het complex genaamd ‘TULIPE - CONSEIL’; Dat de bestreden vergunning betrekking heeft op het gebouw waar verzoeker eigenaar is en mede-eigenaar van de gemeenschappelijke delen; Dat verzoeker belang heeft om niet alléén de rechten vervat in de notariële akte ( basisakte: reglement van mede-eigendom en lastencohier) te zien respecteren, maar de transformatie van de gemeentelijke diensten naar de derde verdieping, dat sinds de oprichting in de jaren ’60 bestemd was als woongedeelte, de onmiddellijk(
- e)leefomgeving en privacy van verzoeker ernstig zal aantasten en ernstige nadelige gevolgen met zich zal mede brengen op het gebied van rust en de financiële waarde van zijn onroerend goed zal aantasten; Dat ook in het bijzonder er een wijziging plaatsvindt van het verwarmingssysteem met alle consequenties op het vlak van de lastenverdeling; Dat verzoekers dan ook alle belang hebben bij het instellen van huidige vordering”. 4.2. De tussenkomende partij werpt met betrekking tot het belang van de verzoeker op wat volgt: “Dhr JACOB beweert dat de transformatie van de gemeentelijke diensten naar de derde verdieping, die sinds de oprichting in de jaren ‘60 bestemd was als woongedeelte, de onmiddellijke leefomgeving en priva(c)y (...) ernstig zal aantasten en ernstige nadelige gevolgen met zich zal mede brengen op het gebied van rust en de financiële waarde van zijn onroerend goed. Dat ook in het bijzonder er een wijziging plaatsvindt van het verwarmingssysteem met alle consequenties op het vlak van de lastenverdeling. In feite zullen de toegelaten werken geen enkel nadeel berokkenen, wel integendeel : 1. aantasting van leefmilieu Het huidig Gezondheidscentrum van de Gemeente op de gelijkvloers en twee eerste verdiepingen enerzijds, en de woongelegenheden vanaf de derde verdieping tot de zevende en laatste verdieping, waar verzoekende partij eigenaar is, anderzijds, hebben afzonderlijke toegangen , liften en trapzalen. De twee toegangen van de appartementen geven uit op de Raadstraat terwijl men het Gezondheidscentrum bereikt via het plein tussen de twee blokken; vandaar het adres Kribbestraat 6. De huidige woonlagen - vanaf de derde verdieping - hebben twee trapzalen en twee liftkokers die gemeen zijn, terwijl het huidig Gezondheidscentrum twee privatieve trapzalen en één liftkoker heeft. De wijziging zal erin bestaan : - Het plafond van één van de trapzalen van het Gezondheidscentrum naar derde verdieping te openen en de privatieve liftkoker van het Gezondheidscentrum te verlengen naar de derde verdieping toe. - Omgekeerd blijven de gemeenschappelijke trapzalen en liftkokers die toegang verlenen tot de appartementen bestaan. Het programma van de liften zal worden aangepast om de toegang naar de derde verdieping via de gemeenschappelijke lift te beletten, terwijl de gemeenschappelijke trapzalen ook geen toegang meer zullen verlenen tot de derde verdieping. De onderhavige transformaties waren in het concept van het gebouw ingeschreven. X-12.248-4/11 Concreet zullen de werken tot gevolg hebben dat de bewoners van de Blok RAAD , waaronder dhr JACOB, een breder genot zullen hebben van hun eigen twee liften en trapzalen, vermits zij dit genot niet meer zullen moeten delen met bewoners van de 3de verdieping. De ambtenaren op de 3de verdieping zullen hun bureau uitsluitend kunnen bereiken via het Gezondheidscentrum en de afzonderlijke en privatieve ingang van dit centrum. Voor zover nodig kan ook nog verwezen worden naar het besluit van de algemene vergadering van de vereniging der mede-eigenaars d.d. 24 juni 2003 krachtens hetwelk het gebruik van de 3de verdieping door de Gemeente niet van aard mag zijn aanleiding te geven tot frequente en belangrijke bezoeken van het publiek. 2. Financiële impact De bewering dat de transformatiewerken enige impact zouden hebben op de verdeling van de lasten, is totaal uit de lucht gegrepen. Integendeel bepalen de statuten dat dit niet kan, terwijl de algemene vergadering dit op 24 juni 2003 nogmaals heeft bevestigd. Zo zal de Gemeente ten beloop van de 1.000sten verbonden aan haar eigendom op de derde verdieping blijven bijdragen in de lasten van de bijzondere gemene delen RAAD. Voorts beschikt het gemeentelijk Gezondheidscentrum en de derde verdieping, vanaf de bouw, van een eigen centrale verwarming die totaal zelfstandig is t.o.v. de installatie van de mede-eigendom”. 4.3. De verzoeker beantwoordt deze exceptie als volgt: “Overwegende dat zoals reeds gezegd verzoeker eigenaar is van het appartement gelegen te 1050 Brussel, Raadstraat 28/12, dat deel uitmaakt van het onroerend goed ‘CONSEIL-toren’, één van de twee torens-onroerende goederen van het complex genaamd ‘TULIPE-CONSEIL’; Dat de bestreden vergunning betrekking heeft op het gebouw waar verzoeker eigenaar is en mede-eigenaar van de gemeenschappelijke delen; Dat verzoeker belang heeft om niet alleen de rechten vervat in de notariële akte (basisakte: reglement van mede-eigendom en lastencohier) te zien respecteren, maar de transformatie van de gemeentelijke diensten naar de derde verdieping, dat sinds de oprichting in de jaren ’60 bestemd was als woongedeelte, de onmiddellijk leefomgeving en privacy van verzoeker ernstig zal aantasten en ernstige nadelige gevolgen met zich zal mede brengen op het gebied van rust en de financiële waarde van zijn onroerend goed zal aantasten; dat de onderbrenging van de diensten van de gemeente Elsene in de woonzone niet verenigbaar is met goede plaatselijke ruimtelijke ordering; Dat ook in het bijzonder er een wijziging plaatsvindt van het verwarmingssysteem met alle consequenties op het vlak van de lastenverdeling; Dat verzoekers dan ook alle belang hebben bij het instellen van huidige vordering; Dat ten onrechte de gemeente Elsene dit belang betwist en verkeerdelijk verwijst naar het oorspronkelijke concept, waar de huidige plannen en uitvoering duidelijk anders zijn; Dat nochtans niet kan worden ontkend dat de derde verdieping voorzien is als woongedeelte en volgens de notariële akte voorzien was voor het gezondheidscentrum, waar nu (...) de gemeenschappelijke en privatieve delen (liften, verwarming, trappen, gangen, ....) en de 3de verdieping blijkbaar wordt bestemd als centralisatie voor de diensten van de 10de Directie - Sociale Zaken van de gemeente Elsene; Dat de vestiging van een sociale administratie iets totaal anders is dan bestaande appartementen; X-12.248-5/11 Dat de toelichting van de gemeente Elsene in het verzoekschrift nopens een afzonderlijke ingang e.d. geen afbreuk doet aan de fundamentele transformatie en grotere frequentie van een ander ‘cliënteel’; dat vaststaand is dat zelfs een afzonderlijke ingang een aanwezigheid van het ‘cliënteel’ en confrontatie met de bewoners tot gevolg heeft; uiteindelijk is het één globaal wooncomplex, waar aan een belangrijk onderdeel een andere bestemming wordt gegeven; dit waar er reeds een gebrek aan ruimte en rust is, alsook een manifest gebrek aan parkeerplaats met nog bijkomende hinder tot gevolg (...); Dat er een koppeling aanwezig was tussen de verwarming van het gezondheidscentrum en de mede-eigendom ! zoals trouwens in een voorgaande burgerlijke procedures werd erkend; dat zelfs bij een afzonderlijke verwarming (quod non) de transformaties aan de gemeenschappelijke en privatieve gedeelten ook onvermijdelijk een wijziging van de verwarmingsbalans tot gevolg hebben”. Beoordeling 4.4. Uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de verzoeker eigenaar is van een appartement dat deel uitmaakt van het gebouw waarop de bestreden stedenbouwkundige vergunning betrekking heeft. Daardoor alleen reeds doet hij in beginsel blijken van het rechtens vereiste belang. De tussenkomende partij brengt geen argumenten bij die tot een andere conclusie nopen. 4.5. De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van de middelen A. Derde middel Standpunt van de partijen 5.1. Een derde middel is afgeleid uit de schending van “het legaliteitsbeginsel en art. 4 van het BPA de l’îlot 57 “Quartier du Centre” (KB van 26 september 1960)”. De verzoeker zet dit middel uiteen als volgt: “Overwegende dat het art. 4 van de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA weergegeven in het bestreden besluit, nl. art. 4 van het BPA l’îlot 57 ‘Quartier du Centre’ ( KB van 26 september 1960) voorziet in een residentiële zone voor alle zones boven het gelijkvloers; Dat in casu een gemeentelijke dienst zou ondergebracht worden op de derde verdieping; Dat luidens het bestreden besluit het BPA impliciet zou opgeheven zijn door het algemeen voorschrift 0.7 van het APA en daarmee onverenigbaar zijn; X-12.248-6/11 Dat het door KB van 26 september 1960 goedgekeurde BPA een verordenend karakter geniet en het APA dit niet zomaar impliciet kan opheffen, want daarmee in strijd is; Dat bovendien de onderbrenging van de sociale diensten van de gemeente Elsene in de woonzone niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ruimtelijke ordening; Dat een gemeentelijke sociale dienst een totaal andere bestemming is dan woonzone, zeker op de derde verdieping”. 5.2. De verwerende partij beantwoordt dit middel als volgt: “In het kort, beschouwt verzoekster dat de bestreden beslissing het artikel 4 van het BPA de l’îlot 57 ‘Quartier du Centre’ zou schenden. Echter, als het uit de bestreden beslissing blijkt, werd dit plan impliciet opgeheven door het algemeen voorschrift 0.7 van het Gewestelijk bestemmingsplan. Inderdaad, volgens dit voorschrift, uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten kunnen in alle gebieden worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de algemene bestemmingen van het betrokken gebied en met de kenmerken van het omliggend stedelijk kader. Dit voorschrift is dus in strijd met het artikel 4 van het voornoemd BPA. Inderdaad, deze laatste beschikking voorziet dat de zone van afgezonderde gebouwen voor het bouwen van constructies met residentiële bestemming zijn gereserveerd en dit voor alle verdiepingen boven het gelijkvloers. Dit artikel verbiedt dus in die en die zone de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en dit terwijl het Gewestelijk bestemmingsplan deze uitrustingen toelaat. Uit uw Rechtspraak blijkt echter klaarblijkelijk dat de bepalingen van een bijzonder bestemmingsplan impliciet opgeheven zijn indien die niet in overeenstemming zijn met het Gewestelijk bestemmingsplan (...). Voor wat de Brusselse reglementering betreft, is deze rechtspraak trouwens door het artikel 62, eerste §, van het Brussels wetboek van de ruimtelijke ordening bevestigd hetwelk artikel voorziet: ‘De gemeenteraad kan uit eigen beweging of op verzoek van de Regering, geformuleerd in een met redenen omkleed besluit, beslissen de impliciete opheffingen vast te stellen van de woordelijke en grafische bepalingen van een bijzonder bestemmingsplan die niet in overeenstemming zijn met het gewestelijk bestemmingsplan’ (...). Bijgevolg, heeft verweerder terecht beschouwt dat het voornoemd BPA was opgeheven. Verweerder moest dus niet de overeenstemming van het project met de beschikkingen van dit BPA na te gaan”. 5.3. De tussenkomende partij laat met betrekking tot dit middel gelden wat volgt: “Het derde middel betreft de overtreding van artikel 4 van het BPA ‘wijk 57 centrum’ goedgekeurd door het K.B. van 26 september 1960 (...). De aangevochten akte is desbetreffende als volgt gemotiveerd : - Gezien artikel 4 van Bijzonder bestemmingsplan van de wijk 57 ‘Centum’ (K.B. van 26 september 1960) dat bepaalt dat de open residentiële zone zal worden voorbehouden voor de constructie van gebouwen met residentiële bestemming voor alle niveaus boven de X-12.248-7/11 gelijkvloers. De gelijkvloers van de zone gelegen bij de Raadstraat zal kunnen gebruikt worden voor de installatie van de gemeentelijke sociale dienst - Gezien het algemeen voorschrift 0.7. van het Gewestelijk bestemmingsplan dat bepaalt dat voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten in alle gebieden kunnen worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de hoofdbestemming van het betrokken gebied en met de kenmerken van het omliggend stedelijk kader ; - Overwegende dat het Bijzonder bestemmingsplan impliciet is opgeheven in de mate het de toepassing van artikel 0.7 van het Gewestelijk bestemmingsplan niet toelaat . Het principe van de impliciete opheffing van een lager plan dat niet verenigbaar is met een nieuw plan werd door de Raad in diverse arresten vastgesteld (...). Aldus wordt het Bijzonder bestemmingsplan van 1960, dat de bestemming van sociale dienst tot de gelijkvloers beperkt, door het Gewestelijk bestemmingsplan opgeheven in de mate het algemeen voorschrift 0.7 van het Gewestelijk bestemmingsplan bepaalt dat alle voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten in alle gebieden kunnen worden toegestaan”. 5.4. In zijn memorie van wederantwoord voegt de verzoeker aan een letterlijke herhaling van de bewoordingen van het verzoekschrift slechts toe: “redenen waarom verzoeker ook zoals bij het eerste middel aangehaald een antwoord op zijn bezwaren verwachtte”. 5.5. In haar laatste memorie laat de verwerende partij nog gelden wat volgt: “Behalve indien zij menen de plaats van de actieve administratie te kunnen innemen, behoort het noch aan verzoekster noch aan uw Raad om te zeggen, in de plaats van tegenpartij, dat een project al dan niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ruimtelijke ordening. Hoogstens, kan een verzoekster uitleggen dat de inschatting van de administratie betreffende de kwestie van de goede plaatselijke ruimtelijke ordening voortkomt uit een manifeste beoordelingsfout. In casu, bewijst verzoekster dit niet noch legt zij uit dat tegenpartij zulke beoordelingsfout zou hebben begaan. Overigens, is de kwestie van de verenigbaarheid van het project ‘met de kenmerken van het omliggend stedelijk kader’ ten eerste een kwestie van verenigbaarheid van dit project met de toepassende stedenbouwkundige plannen, meer precies het algemeen voorschrift 0.7 van het A.P.A. en dit rekening houdende met het subsidiaire karakter van de inschatting van de goede ruimtelijke ordening. In dit opzicht, preciseren de heren VAN YPERSELE en LOUVEAUX: ‘(...)’. Echter heeft verzoeker de schending van het voorschrift 0.7. niet ingeroepen. Ten slotte, wat er ook van zij, uit de motieven van de bestreden beslissing blijkt duidelijk dat tegenpartij de kwestie van de verenigbaarheid van het project met de kenmerken van het omliggend stedelijk kader heeft onderzocht. De bestreden beslissing vermeldt inderdaad : ‘Considérant que la seule transformation en façade concerne le placement de pare-soleil extérieurs, côté sud-ouest, et qu'il y a lieu de préserver l’homogénité de la façade’”. X-12.248-8/11 5.6. De tussenkomende partij laat nog gelden wat volgt: “- in zijn verzoekschrift heeft verzoekende partij helemaal niet ingeroepen dat de Gemachtigde Ambtenaar in gebreke was gebleven een onderzoek te doen naar de toepassingsvoorwaarden van het Gewestelijk bestemmingsplan. Het verwijt van verzoeker beperkt zich tot de overtreding van het Bijzonder bestemmingsplan wijk 57 ‘Centrum’. - laat staan dat het verzoekschrift dit middel toch inhield, quod non in feite, dan nog dient vastgesteld dat de Gemachtigde Ambtenaar wel een onderzoek heeft gedaan naar de eerbiediging van het omliggend stedelijk kader; inderdaad heeft hij vastgesteld dat de gevel integraal bewaard wordt zo de zonneschermen binnen worden geplaatst in plaats van buiten. - trouwens is het middel gehaald uit de ‘schending van de goede ruimtelijke ordening’, zonder meer uitleg, nietszeggend. Verzoekende partij haalt geen enkel argument van klaarblijkelijk verkeerde appreciatie van de goede plaatselijk ordening aan”. Beoordeling 5.7. De “A. Algemene voorschriften voor alle gebieden” van het gewestelijk bestemmingsplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepalen, onder de nrs. 0.1 en 0.7 wat volgt: “0.1. Deze algemene voorschriften zijn van toepassing op al de gebieden van het plan, ongeacht de grenzen en beperkingen bepaald in de bijzondere voorschriften die erop van toepassing zijn ; de algemene voorschriften 0.2, 2e lid, 0.3, 0.4, 0.5, 0.6, 0.12, met uitzondering van de punten 3/ tot 6/, 0.13 en 0.14, zijn niettemin van toepassing bovenop de bijzondere voorschriften. (...) 0.7. Voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten kunnen in alle gebieden worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de hoofdbestemming van het betrokken gebied en met de kenmerken van het omliggend stedelijk kader”. 5.8. De draagwijdte van het algemeen voorschrift vervat onder het nr. 0.7 dient dan ook zo te worden begrepen dat het een uitzonderingsbepaling is die in de mogelijkheid voorziet om af te wijken van de bestemmingsvoorschriften van “al de gebieden van het plan”, met andere woorden om in al de gebieden van het gewestelijk bestemmingsplan, ook al laten de voorschriften voor die gebieden dat niet toe, voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten toe te staan op voorwaarde dat ze verenigbaar zijn met de hoofdbestemming van het betrokken gebied en met de kenmerken van het omliggend stedelijk kader. In tegenstelling tot hetgeen de verwerende partij en de tussenkomende partij voorhouden vormt dit algemeen voorschrift als zodanig geen bestemmingsvoorschrift dat ermee strijdige voorschriften van een eerder bijzonder bestemmingsplan zou opheffen. X-12.248-9/11 5.9. Het wordt niet betwist dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning, die toelaat de derde verdieping van het betrokken gebouw tot kantoren te herbestemmen, strijdig is met artikel 4 van het geldende bijzonder bestemmingsplan van de wijk 57 “Centrum”, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 26 september 1960, dat bepaalt dat de open residentiële zone zal worden voorbehouden voor de constructie van gebouwen met residentiële bestemming voor alle niveaus boven het gelijkvloers. 5.10. Het middel is gegrond. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van het besluit van 19 januari 2005 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan de gemeente Elsene de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het renoveren en herinrichten van een gebouw, verandering van bestemming van de derde verdieping in kantoren voor het bestuur (voorheen woongelegenheden) en het plaatsen van externe zonneschermen (zuid-oost gevel) op een perceel gelegen te Elsene, Kribbestraat 6. 2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. X-12.248-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig januari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, met bijstand van Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-12.248-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.082 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.098 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div