id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.107 Rolnummer: A. 191293/IX-6207 Zaak: Arrest 200107 - Penitentiair recht - 27/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-04 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 08:31 Fiche Arrest nr 200.107 van 27 januari 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 200.107 van 27 januari 2010 in de zaak A. 191.293/IX-
- In zake : Melika ROMIH, die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN KELECOM, kantoor houdende te HASSELT, Hazelarenlaan 50 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Melika ROMIH op 2 februari 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 23 januari 2009 van de directeur van de gevangenis van Hasselt houdende het opleggen van een tuchtsanctie van 3 maanden individueel regime vanaf 24 januari 2009 tot 24 april 2009 (glasbezoek, individuele wandeling, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappelijke eredienst gelet op het risico drugssmokkel); Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 28 mei 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 27 augustus 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van IX-6207-1/3 het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoeken- de partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Te dezen dient vastgesteld te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-6207-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 27 januari 2010, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-6207-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.107 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.