← België

Arrest 200113 - Penitentiair recht - 27/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.113 Rolnummer: A. 192849/IX-6384 Zaak: Arrest 200113 - Penitentiair recht - 27/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-04 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 08:31 Fiche Arrest nr 200.113 van 27 januari 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 200.113 van 27 januari 2010 in de zaak A. 192.849/IX-

  1. In zake : Adil MINIH, die woonplaats kiest bij advocaat N. LORENZETTI, kantoor houdende te BRUGGE, Langestraat 87 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Adil MINIH op 3 juni 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de directeur van de strafinrichting te Brugge - mannenafdeling 1 van 30 mei 2009 waarbij hem volgende tuchtsanctie werd opgelegd: - 3 dagen strafcel (voorlopige maatregel inbegrepen) van 29 mei 2009 tot en met 1 juni 2009 om 18.00 u. + 1 maand individuele wandeling van 2 juni 2009 tot en met 1 juli
  2. Aanvang tuchtsanctie : 29 mei 2009; Gelet op het arrest nr. 193.909 van 5 juni 2009, waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerleg- ging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 10 juni 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 12 augustus 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; IX-6384-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-6384-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 27 januari 2010, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-6384-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.113 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.909 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.