id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.191 Rolnummer: A. 169188/VII-37453 Zaak: Arrest 200191 - Huisvesting - 28/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-05 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 08:32 Fiche Arrest nr 200.191 van 28 januari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 200.191 van 28 januari 2010 in de zaak A. 169.188/VII-37.
- In zake: Gaston GOVAERTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Kevers kantoor houdend te Sint-Truiden Beekstraat 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bruno Steegen, Erik Schellingen en André Gerkens kantoor houdend te Bilzen Demerlaan 21, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 5 januari 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering van 31 oktober 2005 waarbij het beroep van de verzoeker tegen de beslissing van de burgemeester van de stad Sint-Truiden van 12 juli 2005 houdende onbewoonbaarverklaring van de woning, gelegen aan de Rijschoolstraat 59, bus 002, te Sint-Truiden, niet wordt ingewilligd, en deze woning onbewoonbaar wordt verklaard en wordt opgenomen in de inventaris van de ongeschikte en onbewoonbare woningen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-37.453-1/6 Auditeur Patricia De Somere heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 januari
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annick Haegeman, die loco advocaat Jan Kevers verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Gerry Banken, die loco advocaat Erik Schellingen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Patricia De Somere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 4 maart 2005 stelt de adviseur ongeschiktheid van de afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen van Limburg een advies tot ongeschiktverklaring op met betrekking tot het pand, gelegen aan de Rijschoolstraat 59, bus 002, te Sint-Truiden, waarvan de verzoeker eigenaar is.
- Bij beslissing van de burgemeester van de stad Sint-Truiden van 20 april 2005 wordt de woning ongeschikt verklaard. Bij ministerieel besluit van 4 augustus 2005 wordt het beroep ingesteld door de verzoeker en zijn echtgenote, houders van het zakelijk recht, niet ingewilligd. VII-37.453-2/6
- Op 24 maart 2005 wordt een "omstandig technisch verslag m.b.t. een advies tot onbewoonbaarverklaring" van dit pand, gelegen aan de Rijschoolstraat 59 te Sint-Truiden, opgesteld. Het verslag besluit dat het gebouw en de kamers gebreken vertonen die een onmiskenbaar veiligheids- en gezondheidsrisico inhouden, en dat daarom alle woongelegenheden van het pand onbewoonbaar zijn.
- Nadat door de bevoegde ambtenaar "een advies inzake onbewoonbaarheid" werd verleend, verklaart de burgemeester van de stad Sint-Truiden op 12 juli 2005 de betreffende woning onbewoonbaar. De verzoeker en zijn echtgenote tekenen tegen deze beslissing op 2 augustus 2005 beroep aan bij de bevoegde Vlaamse minister.
- Op 31 oktober 2005 neemt de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering het besluit houdende onbewoonbaarverklaring van de woning, gelegen aan de Rijschoolstraat 59, bus 002, te Sint-Truiden. Dit is het bestreden besluit. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt op dat het geschil een beroep betreft tegen de registratie van een onroerend goed in het kader van de heffing en de machtiging tot onteigening voor leegstaande, ongeschikte en onbewoonbare woningen, dat de kennisgeving van de administratieve akte tot vaststelling van leegstand en/of verwaarlozing een verwittiging is en een aansporing voor de betrokkenen om iets te ondernemen, maar dat deze akte niet rechtstreeks en onmiddellijk tot gevolg heeft dat een heffing dient te worden betaald en evenmin inhoudt dat het betrokken goed zal worden onteigend. Zij betoogt dat het bestreden besluit niet tot gevolg heeft dat de registratiegegevens van de ongeschikt verklaarde woning werden gewijzigd en dat het bestreden besluit bijgevolg zonder onmiddellijke negatieve gevolgen voor de verzoeker is, zodat het niet afzonderlijk met een beroep tot nietigverklaring kan worden bestreden. VII-37.453-3/6 Beoordeling
- Bij eenvoudige lezing van het verzoekschrift blijkt duidelijk dat de verzoeker enkel de nietigverklaring vordert van het ministerieel besluit van 31 oktober 2005 houdende onbewoonbaarverklaring van de woning, gelegen aan de Rijschoolstraat 59, bus 002, te Sint-Truiden. De aanvechtbaarheid van deze administratieve rechtshandeling kan niet worden betwist. De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de partijen
- De verzoeker put een enig middel uit de schending van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, het besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen, en de beginselen van behoorlijk bestuur, onder meer het zorgvuldigheidsbeginsel, het beginsel van fair play en de motiveringsplicht. De verzoeker stelt slechts in kennis te zijn gesteld van het bestreden besluit, dat gedateerd is op 31 oktober 2005, bij aangetekend schrijven verzonden op 16 november 2005, en dat de echtheid van de datum van het bestreden besluit door hem niet kan worden gecontroleerd en het bestuur die echtheid ook niet aantoont, waardoor niet kan worden nagegaan of de bevoegde minister "de termijn van drie maanden" heeft gerespecteerd. De kennisgeving op 16 november 2005 is volgens de verzoeker buiten de termijn van drie maanden gebeurd.
- In de memorie van antwoord repliceert de verwerende partij dat de verzoeker zich beperkt tot een opsomming van alle mogelijke rechtsregels en algemene rechtsbeginselen, en dat het niet duidelijk is op welke manier deze rechtsregels en rechtsbeginselen precies geschonden zouden zijn. VII-37.453-4/6
- In de memorie van wederantwoord betoogt de verzoeker nog dat de kennisgeving van het bestreden besluit is gebeurd op 16 november 2005 en dat de overheid aldus zestien dagen heeft gehad "om haar beslissing eventueel te antidateren". Beoordeling
- Het middel is voldoende duidelijk en het blijkt ook dat de verwerende partij zich nuttig heeft kunnen verweren. Dat de kennisgeving van het bestreden besluit binnen de voornoemde termijn van drie maanden dient te gebeuren, wordt door de aangehaalde wettelijke bepalingen niet vereist. Hoewel de verzoeker de waarachtigheid van de datum van het bestreden besluit in twijfel trekt, heeft hij geen procedure tot inschrijving wegens valsheid ingesteld. Er wordt bijgevolg niet aangetoond dat het bestreden besluit niet werd genomen binnen de termijn van drie maanden voorzien in artikel 15, § 3, tweede lid, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. Het enig middel is niet gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver- klaring, begroot op 175 euro. VII-37.453-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig januari tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-37.453-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.191 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div