id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.192 Rolnummer: A. 178462/VII-37475 Zaak: Arrest 200192 - Voedselveiligheid (FAVV) - 28/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-05 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 08:32 Fiche Arrest nr 200.192 van 28 januari 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 200.192 van 28 januari 2010 in de zaak A. 178.462/VII-37.
- In zake: Eddy VANBRABAND bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Dael kantoor houdend te Antwerpen Amerikalei 122, bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN (FAVV) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te Brugge-Sint-Kruis Karel Van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 november 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen van 28 september 2006 waarbij aan het bedrijf van de verzoeker het H-05-statuut wordt opgelegd voor een periode van 52 weken. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. VII-37.475-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 januari
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christophe Dael, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Peter Eecloo, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 22 juni 2006 worden op het bedrijf van de verzoeker monsters genomen van enkele dieren. Op 18 juli 2006 wordt de verzoeker in kennis gesteld van het feit dat twee van deze monsters "Prednisolone" blijken te bevatten.
- De verzoeker wordt op 18 september 2006 verhoord. Tijdens dat verhoor vraagt hij het speeksel van zijn hond te laten onderzoeken vermits die in behandeling is met corticosteroïden en soms mee van de melk drinkt. Volgens de verzoeker biedt dit de enige verklaring voor de positieve staalnemingen.
- Op 28 september 2006 wordt de bestreden beslissing genomen. Met ingang van 18 september 2006 wordt voor een periode van 52 weken aan het bedrijf van de verzoeker een H-statuut toegekend. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 8 september 1997 betreffende maatregelen inzake de verhandeling van landbouwdieren, ten aanzien van bepaalde stoffen of residu's daarvan met farmacologische werking bepaalt dat geen enkel landbouwdier dat aldus gemerkt werd het beslag mag verlaten, tenzij om rechtstreeks naar een in het binnenland gelegen slachthuis te worden gebracht. VII-37.475-2/4 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- De thans bestreden maatregel kent aan het bedrijf van de verzoeker het H-statuut toe met ingang van 18 september 2006 en dit voor een periode van 52 weken. Die opgelegde maatregel heeft dus thans zijn volledige uitwerking gehad. In het auditoraatsverslag wordt in het licht van deze vaststelling en van de desbetreffende rechtspraak van de Raad van State aan de verzoeker uitdrukkelijk gevraagd een duidelijke omschrijving van zijn actueel belang bij zijn beroep uiteen te zetten. In zijn laatste memorie geeft de verzoeker daarover geen nadere uitleg. Ter terechtzitting stelt verzoekers raadsman in zijn pleidooi dat een vernietigingsarrest een mogelijkheid zal opleveren om schadevergoeding te vragen bij de burgerlijker rechter. Die mogelijkheid volstaat op zichzelf echter niet opdat een verzoeker zou doen blijken van het wettelijk vereiste belang bij een annulatieberoep en de verzoeker maakt niet aannemelijk waarom dit te dezen wel het geval zou zijn. Daarover ondervraagd door de eerste auditeur stelt de raadsman van de verzoeker dan uiteindelijk dat hij ten gevolge van de bestreden beslissing een moreel nadeel lijdt omdat "de sector waarin hij actief is zeer klein is" en hij "zijn blazoen wil zuiveren". Dergelijke uiteenzetting is in het licht van de geschetste procedurevoorgaanden onvoldoende concreet om het bestaan van het rechtens vereiste belang aan te tonen. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. VII-37.475-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig januari tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, met bijstand van Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Luc Hellin VII-37.475-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.192 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.