← België

Arrest 200233 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.233 Rolnummer: A. 192313/X-14155 Zaak: Arrest 200233 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-05 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 08:32 Fiche Arrest nr 200.233 van 28 januari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 200.é van 28 januari 2010 in de zaak A. 192.313//X-14.

  1. In zake: de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Lust kantoor houdend te 8310 ASSEBROEK-BRUGGE Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de n.v. ISOBAR gevestigd te 8791 WAREGEM-BEVEREN-LEIE Pontstraat 80 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 21 april 2009, strekt, eensdeels, tot de herziening van het arrest nr. 189.275 van 5 januari 2009 waarbij het beroep tot nietigverklaring wordt ingewilligd dat de n.v. Isobar onder nr. A.128.154/X-11.158 heeft ingesteld tegen het besluit van 14 augustus 2002 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij haar beroep ingesteld tegen het besluit van 20 februari 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kuurne wordt verworpen en de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het renoveren van een industriële site: afbraak loodsen en fabrieksgebouwen, bouwen van een montagehall en renovatie overblijvende loodsen tot autobergplaatsen op het perceel gelegen te Kuurne, Harelbeeksestraat 42, kadastraal bekend sectie C nrs. 249/z3, 249/b4, 249/y3 deel en 249/c4, en, anderdeels, de schorsing van de tenuitvoerlegging van het voormelde arrest te vorderen. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij beschikking nr. 2597-n van 10 juni 2009 wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest nr. 189.275 van 5 januari 2009 bevolen. X-14.155-1/4 De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. Auditeur An Van Den Broeck heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 januari
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jelle Snauwaert, die loco advocaat Antoon Lust verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Auditeur An Van Den Broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Rechtspleging
  6. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend als “een repliek op het auditoraatsverslag”. Dergelijke laatste memorie is niet voorzien in het algemeen procedurereglement en wordt daarom uit de debatten geweerd. IV. Beoordeling
  7. Artikel 31 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt wat volgt : “Alleen arresten op tegenspraak zijn vatbaar voor herziening. Het beroep tot herziening is slechts ontvankelijk indien sinds de uitspraak van het arrest doorslaggevende stukken zijn teruggevonden die door toedoen van de tegenpartij waren achtergehouden of indien het arrest werd gewezen op als vals erkende of vals verklaarde stukken. De termijn van beroep gaat in de dag waarop ontdekt wordt dat het stuk vals is of dat het achtergehouden stuk bestaat”. X-14.155-2/4
  8. De verzoekende partij laat gelden dat de nv Isobar de akte van 5 oktober 2005 waarbij de site aan de Harelbeeksestraat 42 te Kuurne werd verkocht, heeft achtergehouden, dat, indien dit stuk niet was achtergehouden, de Raad van State “de ontvankelijkheidskwestie geheel anders zou hebben beslist en m.n. zou hebben beslist tot gebrek aan belang voortvloeiend uit het verlies van hoedanigheid van eigenares”, en dat “de nv Isobar het verlies van haar hoedanigheid van eigenares heeft verzwegen om (...) een arrest ten gronde te bekomen dat haar stelling ten betoge dat de weigering van de stedenbouwkundige vergunning door een onwettigheid was aangetast, aanneemt, teneinde alsdan dit arrest te kunnen inroepen voor de burgerlijke rechter bij wie zij (...) een vordering tot belangrijke schadevergoeding heeft ingesteld lastens verzoekster (...) bij dagvaarding van 29 december 2006”. De verzoekende partij besluit dat “de verzwijging opzettelijk, strategisch en doelbewust is gebeurd”.
  9. Uit de door de verzoekende partij voorgelegde stukken, meer bepaald het verzoekschrift van de nv Isobar van 15 januari 2008 waarbij hoger beroep werd ingesteld tegen het vonnis van 31 december 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, blijkt dat de nv Isobar in de tussen de partijen hangende burgerlijke procedure hangende voor het hof van beroep te Gent “op verzoek van (de verzoekende partij) (...) een volledig stukkenbundel (heeft) neergelegd met betrekking tot de eigendomssituatie van de diverse sites” aan de Harelbeeksestraat te Kuurne. Hieruit volgt dat de verzoekende partij reeds sedert 15 januari 2008 wist dat het “achtergehouden stuk”, de voormelde akte van 5 oktober 2005, bestond en zodoende niet kan gevolgd worden dat deze akte een in de procedure die geleid heeft tot het arrest van de Raad van State van 5 januari 2009, achtergehouden stuk is in de zin van het voormelde artikel 31 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De verzoekende partij toont voorts niet aan dat er sinds deze laatste uitspraak andere doorslaggevende stukken zijn teruggevonden die door toedoen van de tegenpartij waren achtergehouden of dat het arrest werd gewezen op als vals erkende of vals verklaarde stukken. Het beroep is niet ontvankelijk.
  10. De rechtszekerheid vraagt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest nr. 189.275 van 5 januari 2009, bevolen bij beschikking nr. 2597-n van 10 juni 2009, wordt opgeheven. X-14.155-3/4 BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep.
  12. De bij beschikking nr. 2597-n van 10 juni 2009 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest nr. 189.275 van 5 januari 2009 wordt opgeheven.
  13. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van het beroep tot herziening, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig januari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, met bijstand van Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-14.155-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.233 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.