← België

Arrest 200264 - Individuele akten (fiscaliteit) - 29/01/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.264 Rolnummer: A. 194327/IX-6553 Zaak: Arrest 200264 - Individuele akten (fiscaliteit) - 29/01/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-02 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-07-02 08:33 Fiche Arrest nr 200.264 van 29 januari 2010 Fiscaliteit - Individuele akten (fiscaliteit) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 200.264 van 29 januari 2010 in de zaak A. 194.327/IX-6553 In zake : de NV ZOUTE STABLES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ciska Servais kantoor houdend te Antwerpen Roderveldlaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 19 oktober 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 20 augustus 2009 van de FOD Financiën, Belastingen en Invorderingen, Bijzondere Belastingsinspectie, - inspectie Gent 5 -, houdende de weigering tot heroverweging van de vraag van de verzoekster tot inzage van haar fiscaal dossier. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 januari
  3. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. IX-6553-1/8 Advocaat Philippe Van Wesemael, die loco advocaat Ciska Servais verschijnt voor de verzoekster, en inspecteur Jan De Vleeschouwer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 12 mei 2009 vraagt de raadsman van de verzoekster in toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur aan de administratie van de Bijzondere Belastinginspectie te Gent inzage en kopiename van alle dienstige administratieve documenten uit het dossier van de verzoekster. Naar aanleiding van een controle ter plaatse, heeft de verzoekster tevens kennis gekregen van een bank- en vermogensonderzoek lastens haar. Bijgevolg wenst zij inzage te bekomen van de voor haar van belang zijnde verslagen en documenten. Op 18 mei 2009 bekomt de verzoekster inzage van een volgens haar beperkt administratief dossier. Tijdens deze inzage op de kantoren van de Bijzondere Belastings- inspectie te Gent wordt melding gemaakt van een mogelijk verband met een ander dossier. Bij brieven van 19 mei 2009 en 22 mei 2009 wordt verdere toelichting gegeven bij het verzoek tot inzage en wordt nader gepreciseerd welke stukken de verzoekster wenst in te zien. IX-6553-2/8 Met name dringt de verzoekster aan op inzage van de documenten uit een ander dossier die van belang zijn voor het fiscaal onderzoek dat naar de verzoekster wordt gevoerd. In de vraag tot machtiging van het bankonderzoek van 1 april 2009 leest de verzoekster immers de volgende beknopte motivering: “NV Het Vliegend Paard heeft 250.000,00 i overgemaakt aan Seymour Enterprises Ltd in Hong Kong. Bij Zoute Stables zouden regelmatig gelden ontvangen worden van Seymour Enterprises Ltd.” In de machtiging van 3 april 2009 vermeldt de hoofding het volgende: “Toepassing van artikel 62bis WBTW - Machtiging tot bankonderzoek - Zaak DE SCHINKEL/NV ZOUTE STABLES - KBC BANK”. Naast de verwijzing naar de firma’s “Het Vliegend Paard” en “Seymour Enterprises”, wordt de verzoekster blijkbaar mogelijk geassocieerd met een “zaak De Schinkel”. Het is betreffende de informatie en de stukken die aanleiding hebben gegeven tot het bankonderzoek dat de verzoekster wenst inzage te krijgen. In antwoord op de verzoeken van 19 mei en 22 mei 2009 van de verzoekster, schrijft de Bijzondere Belastinginspectie op 15 juni 2009 in essentie het volgende: “De inzage van het dossier van de NV Zoute Stables, op grond van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur d.d. 11 april 1994, werd u toegestaan op 18/05/
  6. De inzage in een ander dossier, met betrekking tot derden, wordt u geweigerd op grond van artikel 6 § 2, 2/ van de wet betreffende de openbaar- heid van bestuur d.d. 11/04/1994 dat stelt dat een vraag om inzage afbreuk doet aan een bij wet ingestelde geheimhoudingsplicht”.
  7. De verzoekster dient bij brief van 15 juli 2009 in toepassing van artikel 8, § 2, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur een verzoek tot heroverweging in. IX-6553-3/8 Zoals wettelijk voorgeschreven, wordt op dezelfde dag per aangetekend schrijven het advies gevraagd van de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur. Op 10 augustus 2009 brengt de Commissie haar advies 2009-51 uit, dat bij brief van 11 augustus 2009 aan de verzoekster wordt overgemaakt. In haar advies concludeert de Commissie dat “het fiscaal geheim niet kan worden ingeroepen tegen de aanvrager, wanneer hij toegang vraagt tot bestuursdocumenten die afkomstig zijn uit dossiers die betrekking hebben op derden, voor zover zij pertinent zijn voor de analyse van zijn fiscale situatie”.
  8. Bij aangetekend schrijven van 20 augustus 2009 verstuurd door de Bijzondere Belastinginspectie ontvangt de verzoekster de beslissing van dezelfde datum waarbij het verzoek tot heroverweging wordt afgewezen. Het bestuur overweegt daarin onder meer wat volgt: “Niemand kan toegang krijgen tot gegevens in het bezit van de administratie betreffende derden. De informatie uit de fiscale dossiers van derden zijn niet pertinent voor de fiscale toestand van de aanvrager”.
  9. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de vordering
  10. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. A. Ernst van het middel
  11. De verzoekster voert wat de eerste voorwaarde betreft, een enig middel aan, afgeleid uit “de schending van artikel 32 van de Grondwet, uit de schending van de artikelen 4, 6 § 2, 2/ en 6 § 4 van de Wet van 11 april 1994 IX-6553-4/8 betreffende de openbaarheid van bestuur, uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht der bestuurshandelingen, en uit de schending van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Doordat de bestreden beslissing van de Bijzondere Belastingin- spectie houdende weigering tot inzage van de stukken ten onrechte gebruik maakt van de uitzonderingsbepaling van artikel 6 § 2, 2/ Wet Openbaarheid Bestuur door zich te steunen op het fiscaal geheim zoals opgelegd door artikel 337 WIB
  12. En doordat het besluit daarbij in zeer algemene termen stelt dat ‘niemand toegang kan krijgen tot gegevens in het bezit van de administratie betreffende derden’ en ‘de informatie uit de fiscale dossiers van derden niet pertinent zijn voor de fiscale toestand van de aanvrager’. Terwijl voormeld fiscaal geheim enkel geldt voor informatie uit fiscale dossiers van derden die zonder belang zijn voor de belastingtoestand van de aanvrager. En terwijl het bestuur zodoende nalaat een onderscheid te maken tussen informatie afkomstig uit fiscale dossiers van derden die pertinent zijn voor het appreciëren van de fiscale situatie van de aanvrager en deze die zonder belang zijn voor de belastingtoestand van de aanvrager”.
  13. De verwerende partij antwoordt in haar nota in essentie door in eerste instantie te verwijzen naar de motivering van de aanvraag tot machtiging om over te gaan tot een bankonderzoek, vervolgens houdt zij voor dat de verzoekster het verslag heeft kunnen inzien, waaruit de informatie werd geput die aanleiding gaf tot dit bankonderzoek en zij voegt daaraan toe dat de verzoekster ook alle stukken heeft kunnen inkijken waarin haar naam voorkomt. Ten slotte verwijst zij naar het beschikkend gedeelte van de bestreden beslissing. IX-6553-5/8 Beoordeling 10.
  14. Op 10 augustus 2009 verklaart de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten de adviesaanvraag van de verzoekster ontvankelijk. Zij besluit vervolgens tot de gegrondheid van de adviesaanvraag en overweegt in dit verband in essentie “dat het fiscaal geheim niet kan worden ingeroepen”, “zoals het (is omschreven) in artikel 337 WIB 92”, “tegen de aanvrager die toegang vraagt tot zijn eigen fiscaal dossier”. Hiertoe verwijst de Commissie onder meer naar een arrest nr. 156.628 van 20 maart 2006 van de Raad van State dat in essentie overweegt “dat het opgelegde beroepsgeheim de openbaarmaking van gegevens met betrekking tot de fiscale toestand van de belastingplichtige aan derden beoogt te beletten, maar niet geldt ten aanzien van de belastingplichtige zelf wanneer het stukken van zijn eigen fiscaal dossier betreft; dat in beginsel aan de belastingplichtige op grond van artikel 6, §2, 2/, van de wet van 11 april 1994 geen inzage kan worden geweigerd van een stuk met als inhoud een verklaring van een derde over de belastingsituatie van de belastingplichtige zelf”. 10.
  15. Dit betekent in concreto dat in de huidige stand van het fiscaal onderzoek het toekomt aan de verwerende partij om alle dienstige stukken over te maken aan de verzoekster die betrekking hebben op de zaak “De Schinkel/Zoute Stables”, in de mate dat die stukken betrekking hebben op de fiscale situatie van de verzoekster. Het verplicht overmaken van de stukken afkomstig van derden door de verwerende partij heeft tevens betrekking op de motivering van de aanvraag van het bankonderzoek van 1 april 2009 die als volgt luidt : “NV Het Vliegend Paard heeft 250.000,00 i overgemaakt aan Seymour Enterprices Ltd in Hong Kong. Bij Zoute Stables zouden regelmatig gelden ontvangen worden van Seymour Enterprices Ltd”. 10.
  16. Bijgevolg is het enig middel ernstig in de mate dat de verzoekster de schending aanvoert van artikel 6, § 2, 2/, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van Bestuur, doordat de verwerende partij op het eerste gezicht, ten onrechte weigert alle dienstige stukken over te maken afkomstig uit IX-6553-6/8 fiscale dossiers van derden die betrekking hebben op de fiscale situatie van de verzoekster. Het is wenselijk dat voldaan wordt aan wat voorafgaat binnen een termijn van zes weken te rekenen vanaf de kennisgeving van huidig arrest. 10.
  17. Dienvolgens is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §
  18. B. Ernst van het nadeel 11.
  19. Wat de tweede voorwaarde betreft, schrijft de verzoekster in essentie dat “door de weigering tot inzage van het volledig fiscaal dossier verzoekster niet met kennis van zaken haar fiscale situatie (kan) evalueren en aan de hand daarvan haar verweer organiseren”. Beoordeling 11.
  20. Hoewel het correct is dat op dit ogenblik door de verwerende partij op fiscaal gebied nog geen geformaliseerde beslissing werd genomen in verband met eventuele bijkomende aanslagen en fiscale boeten, blijkt evenwel dat het aan-gevraagde bankonderzoek kadert binnen een onderzoek naar valse facturen en witwasoperaties, zodat de verzoekster op dit ogenblik en ook in een verder stadium van een fiscaal onderzoek kennis dient te krijgen van alle dienstige stukken, die zich bevinden bij derden en die betrekking hebben op de fiscale situatie van de verzoekster. De omstandigheid dat de bestreden beslissing haar de kennisname van deze stukken ontzegt maakt een ernstig nadeel uit, dat enkel kan worden hersteld door de schorsing te bevelen van de thans bestreden beslissing. 11.
  21. Bijgevolg is tevens voldaan aan de tweede voorwaarde van voormeld artikel 17, §
  22. IX-6553-7/8 BESLISSING
  23. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 20 augustus 2009 van de FOD Financiën, Belastingen en Invorderingen, Bijzondere Belastingsinspectie, - inspectie Gent 5 -, houdende de weigering tot heroverweging van de vraag van de verzoekster tot inzage van haar fiscaal dossier. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 januari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6553-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.264 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.313 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.