← België

Arrest 200297 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 01/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.297 Rolnummer: A. 194191/IX-6541 Zaak: Arrest 200297 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 01/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-10 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-02 08:34 Fiche Arrest nr 200.297 van 1 februari 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 200.297 van 1 februari 2010 in de zaak A. 194.191/IX-6541 In zake : Peter OTTENBURGS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kaat Leus en Audrey Baeyens kantoor houdend te Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ gevestigd te Brussel Fritz Toussaintstraat 8 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 6 oktober 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 5 augustus 2009 van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij de voorlopige schorsing van Peter Ottenburgs voor de duur van vier maanden verlengd wordt. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 januari
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. IX-6541-1/6 Advocaat Audrey Baeyens, die verschijnt voor de verzoeker, en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is hoofdinspecteur van politie en werkzaam bij de federale gerechtelijke politie te Tongeren. 3.
  6. Met een brief van 4 maart 2009 deelt de procureur des Konings te Tongeren aan de directeur-generaal van de federale gerechtelijke politie mee dat hij lastens de verzoeker een opsporingsonderzoek heeft afgesloten en tegen hem vervolging zal instellen voor inbreuken op de artikelen 467 (diefstal) en 148 (huisvredebreuk) van het strafwetboek. Hij verleent daarbij toelating tot inzage en kopiename van het dossier. 3.
  7. Op 1 april 2009 beslist de minister van Binnenlandse Zaken, na eensluidend advies van de minister van Justitie, om de verzoeker bij wijze van ordemaatregel voorlopig te schorsen voor een termijn van vier maanden. Die schorsing gaat gepaard met een inhouding van de brutowedde ten belope van 25%. Tegen deze beslissing stelt de verzoeker een annulatieberoep in bij de Raad van State; dat beroep is gekend onder rolnummer A. 192.924/IX-
  8. 3.
  9. Met een dienstnota van 4 juni 2009 stelt de directeur-generaal van de federale gerechtelijke politie aan de minister van Binnenlandse Zaken voor om de voorlopige schorsing van de verzoeker te verlengen. De verzoeker dient daartegen een verweerschrift in en wordt dienaangaande gehoord. IX-6541-2/6 Op 5 augustus 2009 beslist de minister van Binnenlandse Zaken, na eensluidend advies van de minister van Justitie, om de voorlopige schorsing van verzoeker te verlengen voor een nieuwe periode van vier maanden. Ook deze schorsing gaat gepaard met de inhouding van de brutowedde ten belope van 25%. Dit is de thans bestreden beslissing. 3.
  10. Met een vonnis van 10 september 2009 verklaart de correctionele rechtbank van Tongeren de strafvordering opzichtens de verzoeker onontvankelijk en ontslaat de verzoeker daarbij van elke strafvervolging. De rechtbank is, samengevat, van oordeel dat “het vermoeden van onschuld” en “het beginsel van de wapengelijkheid” geschonden zijn. Met een brief van 9 oktober 2009 laat de procureur des Konings te Tongeren aan de federale gerechtelijke politie weten dat het openbaar ministerie tegen voornoemd vonnis hoger beroep heeft ingesteld. 3.
  11. Met een beslissing van 1 december 2009 heeft de minister van Binnenlandse Zaken de voorlopige schorsing van de verzoeker opnieuw verlengd voor een periode van vier maanden, zij het dat deze ordemaatregel zelf zal worden opgeschort vanaf 1 januari 2010, en dit voor de duur van een door de verzoeker aangevraagde -en door het bestuur toegestane- “afwezigheid voor één jaar wegens persoonlijke aangelegenheden”. IV. Onderzoek van de vordering
  12. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
  13. De verzoeker voert aan dat, zo een preventieve schorsing uit haar aard in beginsel geen nadeel berokkent, dit wel anders kan zijn wanneer de IX-6541-3/6 betrokkene aantoont dat zijn situatie buiten het gewone valt. De verzoeker acht zich in een dergelijke uitzonderingspositie. Hij doet gelden dat hij een ernstig moreel nadeel ondergaat dat voortvloeit uit het diskrediet waar hij het voorwerp van is en dat een ernstige weerslag kan hebben op hoe zijn collega’s en de buitenwereld zijn competenties en zijn kwaliteiten inschatten. De correctionele rechtbank heeft hem ontslagen van strafvervolging wegens de schending van het vermoeden van onschuld en wegens een schending van het beginsel van gelijke wapens tussen mogelijke verdachten, evenals van zijn recht op een eerlijk proces. Door het hoger beroep van het openbaar ministerie ligt thans nog geen in kracht van gewijsde getreden beslissing voor, hetgeen volgens de verzoeker het vermoeden sterkt dat de voorlopige schorsing voor onbepaalde duur zal worden verlengd. Hij meent dat het onvermijdelijk is dat hij als een corrupt officier gestigmatiseerd wordt en dat een vernietigingsarrest alleen het ondervonden nadeel niet zal herstellen. De bezoedeling van zijn reputatie, gesteund op gegevens en elementen gehaald uit een onwettig gevoerd intern onderzoek en vooronderzoek, vormt volgens de verzoeker een bijzonder gegeven dat toelaat voorbij te gaan aan de gebruikelijke opvatting dat een preventieve schorsing bij ordemaatregel voor de betrokkene geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel met zich brengt.
  14. De verwerende partij werpt in haar nota tegen dat het ernstig moreel nadeel waarvan de verzoeker gewag maakt, geen bijzondere omstandigheid uitmaakt en dat niet aangetoond is dat dit nadeel niet met een vernietigingsarrest kan worden hersteld. Van enig diskrediet is geen sprake, nu bij een ordemaatregel de schuldvraag niet aan de orde is -en verzoekers collega’s weten dat maar al te goed- en de verzoeker bovendien kan rekenen op de steun van zijn collega’s. De verwerende partij doet verder gelden dat het feit dat een strafprocedure lang kan aanslepen, met als gevolg dat de voorlopige schorsing verlengd wordt, geen nadeel is dat rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van de bestreden beslissing. Het door de verzoeker aangehaalde arrest nr. 149.923 van 10 oktober 2005 handelt over een preventieve schorsing van onbepaalde duur, terwijl in verzoekers geval iedere vier maanden een afweging wordt gemaakt of de aanwezigheid van de verzoeker (on)verenigbaar is met het belang van de dienst, zodat een analoge toepassing ervan in deze zaak niet opgaat. IX-6541-4/6 Beoordeling
  15. De verzoeker is sinds 9 april 2009 voorlopig geschorst voor de duur van vier maanden. Met het bestreden besluit is die voorlopige schorsing voor vier maanden verlengd, dus tot 8 december
  16. Uit de feitelijke gegevens van de zaak blijkt dat de verzoeker nadien nog geschorst gebleven is.
  17. De bestreden schorsing heeft haar volledige uitwerking gekregen. Een schorsing ervan door de Raad van State, die enkel naar de toekomst toe uitwerking kan hebben, kan geen enkel effect meer hebben. In zoverre de verzoeker erop wijst dat een preventieve schorsing met een duur van vier maanden in de praktijk, wegens de duur van het geding, nooit het voorwerp zal kunnen uitmaken van een schorsing door de Raad van State zodat een vordering volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid zich voor die gevallen opdringt, weze erop gewezen dat de verzoeker zijn verzoekschrift slechts ingediend heeft op 6 oktober 2009 en hij zodoende zelf het risico genomen heeft dat de Raad van State zijn zaak niet vóór de afloop van zijn schorsing zou behandelen. In zoverre kan aangenomen worden dat het moreel nadeel dat het bestreden besluit teweeggebracht heeft, nog doorwerkt omdat de preventieve schorsing verlengd werd, stelt de Raad van State vast dat de verzoeker wijst op een moreel nadeel, met name de aantasting van zijn naam en faam en het stigma van een gecorrumpeerd ambtenaar. Los van de vraag of dergelijk nadeel wel zo bijzonder is dat het niet door een vernietigingsarrest goedgemaakt zal worden, kan in dit geval toch vastgesteld worden dat het veeleer zijn grondslag vindt in de strafrechtelijke procedure die nog tegen de verzoeker loopt en dat het in ieder geval thans gelinkt moet worden aan de nieuwe preventieve schorsing, beslist op 1 december
  18. De verzoeker toont het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat een schorsing van het bestreden besluit kan rechtvaardigen, niet aan. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. IX-6541-5/6 Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 1 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6541-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.297 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.219.601 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.