← België

Arrest 200430 - Huisvesting - 04/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.430 Rolnummer: A. 193935/VII-37571 Zaak: Arrest 200430 - Huisvesting - 04/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-16 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-02 08:38 Fiche Arrest nr 200.430 van 4 februari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 200.430 van 4 februari 2010 in de zaak A. 193.935/VII-37.

  1. In zake: Inge VERHEIRSTRAETEN die woonplaats kiest te Rijkevorsel Stevennekens 2 tegen: de STAD MECHELEN --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 14 augustus 2009, strekt tot de nietigverklaring van "de terugvordering van i 3300 door de Stad Mechelen aan renovatiesubsidie voor de woning gelegen aan de Hanswijkvaart 32 te 2800 Mechelen". II. Verloop van de rechtspleging
  3. Auditeur Patricia De Somere heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna : algemeen procedurereglement) opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 januari
  4. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. De verzoekster, die in persoon verschijnt, en adviseur-afdelings- hoofd Lieve Meysmans, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-37.571-1/5 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De verzoekster is sedert 17 december 2002 eigenares van een woning, gelegen aan de Hanswijkvaart 32 te Mechelen.
  7. De verwerende partij verleent jaarlijks een premie aan particulie- ren die overgaan tot het functioneel verbeteren van een woning, die op het grondgebied van de stad gelegen is en waarvan de woonkwaliteit onvoldoende is.
  8. Luidens artikel 5.
  9. van het desbetreffende stedelijk reglement verbindt de premieaanvrager zich ertoe in de premiewoning zijn hoofdverblijf te vestigen en te behouden gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar vanaf de voltooiing van de werken.
  10. De verzoekster dient op 14 november 2002 een aanvraag in tot het verkrijgen van een stedelijke premie voor het functioneel verbeteren van haar woning.
  11. Blijkens een notariële akte van 30 augustus 2007 heeft de verzoekster haar woning verkocht.
  12. Op 27 februari 2009 deelt de verwerende partij aan de verzoekster mee dat de dienst Wonen heeft vastgesteld dat zij de premiewoning verlaten heeft, waardoor zij het premiebedrag terug moet betalen. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  13. In haar aangetekend schrijven aan de Raad van State deelt de verzoekster mee dat zij "bezwaar" maakt tegen de terugvordering door de stad Mechelen van 3.300 euro aan renovatiesubsidie voor de woning, gelegen aan de Hanswijkvaart 32 te Mechelen. VII-37.571-2/5 De verzoekster zet in haar verzoekschrift uiteen wat volgt : "Hierbij deel ik mee bezwaar te maken met de terugvordering van i3 300 door de Stad Mechelen aan renovatiesubsidie voor de woning gelegen aan de Hanswijkvaart 32 te 2800 Mechelen. In brief met referentie 02260 vordert de stad Mechelen de terugbetaling op basis van het feit dat ik de woning geen 5 jaar heb bewoond. Mijn bezwaar is gestoeld op volgende gronden
  14. Beperkte afwijking ten opzichte van de periode van 5 jaar
  15. Leefbaarheid van de Hanswijkvaart
  16. Overmacht Hierna mijn toelichting
  17. Beperkte afwijking ten opzichte van de periode van 5 jaar De werkzaamheden werden opgestart vlak na de aankoop in december 2002, ik heb de woning pas verlaten in het najaar van
  18. De periode van start werkzaamheden tot verkoop van de woning beslaat 6 kalenderjaren (2002- 2003-2004-2005-2006-2007).
  19. Leefbaarheid van de Hanswijkvaart In de periode nadat ik de woning heb aangekocht in de Hanswijkvaart heeft het stadsbestuur de KMO zone langsheen de Motstraat verder uitgebouwd. Dit heeft als gevolg gehad dat de Hanswijkvaart in een mum van tijd (ongeveer een jaar na aankoop) evolueerde van een rustige woonstraat langsheen de idyllische vaart in een woongebied met landelijk karakter (zie notariële akte punt 5 stedenbouwkundige voorschriften), naar een verbindingsweg voor zwaar vrachtverkeer richting E
  20. Vanaf toen raasden de vrachtwagens en opleggers op minder dan 2m van de voorgevel langsheen mijn woning en dit zowel overdag, als 's nachts en in het weekend. Er waren nachten bij dat wij bijna letterlijk uit ons bed daverden. Niet enkel lawaai was een probleem, maar ook de trillingen. Bij onze buren was het dusdanig erg dat er zelfs structurele schade is ontstaan aan de woningen. Bij ons is de overlast gelukkig maar beperkt gebleven tot geluidsoverlast, slapeloze nachten, gebroken glazen door de trillingen en tot tweemaal toe een gebroken zijspiegel van onze auto. Mijn destijds verloofde en ondertussen echtgenoot is werkzaam in Nederland en moet dus telkenmale vroeg opstaan om tijdig op het werk te zijn. Het laatste jaar dat ik daar woonachtig was, zijn wij meerdere malen genoodzaakt geweest om 's nachts elders te gaan slapen om het slaaptekort in te halen. Samen met de buren hebben wij verschillende petities ondertekend en zelfs een voorstel uitgewerkt om het vrachtverkeer om te leiden. Het stadsbestuur bleef echter doof voor onze verzuchtingen en de situatie verslechterde met de dag. In bijlage een kopie van één van de petities (januari 2006) en de reactie van de stad Mechelen op deze petitie. In de reactie van de stad Mechelen wordt het probleem erkent, maar wordt indirect aangegeven dat er voor de middel(l)ange toekomst geen oplossing moet worden verwacht.
  21. Overmacht In 2007 hebben mijn echtgenoot en ik besloten om te gaan samenwonen en te trouwen. Aangezien mijn echtgenoot ook eigenaar was, dienden we te beslissen welk huis we zouden bewonen en het andere te verkopen. De keuze om mijn woning te verkopen was louter gebaseerd op het feit dat wij door het drukke vrachtverkeer in de Hanswijkvaart nooit meer rust vonden thuis. Bovendien waren de vooruitzichten op maatregelen vanuit het stad(s)bestuur om op middellange termijn de situatie opnieuw leefbaar te maken volledig onbestaand. Mijn hart, familie- en vriendenkring is volledig terug te vinden in het Mechelse en deze beslissing viel me dan ook zeer zwaar. VII-37.571-3/5 Om de woning verkocht te krijgen heb ik mijn woning aangeboden ver beneden de mark(t)waarde welke deze woning zou hebben gehad indien de verkeerssituatie in de Hanswijkvaart niet zou zijn gewijzigd. Om u een idee te geven in hoeverre de woning beneden zijn waarde te koop werd aangeboden: de woning was verkocht in minder dan 24 uur aan de eerste kandidate. Deze minwaarde welke voor 100% het gevolg is van het vrachtverkeer afkomstig uit de door het stadsbestuur gerealiseerde KMO zone en waaruit het stad(s)bestuur inkomsten heeft gegenereerd, heb ik ook nooit teruggeclaimd bij de stad Mechelen. Aangezien de keuze voor de verkoop van de woning voor 100% het gevolg is van een maatregel van de stad Mechelen, zie ik niet in waarom ik de destijds ontvangen subsidie van de stad Mechelen om de woning te renoveren en leefbaar te maken moet terugbetalen, als diezelfde stad Mechelen door het realiseren van een KMO zone met een woonstraatje als ontsluitingsweg en verbindingsweg voor zwaar vrachtverkeer de omgeving daarna onleefbaar maakt. Bovendien heb ik ook echt bloed, zweet en tranen gelaten om het huisje dat toen(t)ertijd een verloederd huis in slechte toestand was, om te bouwen naar een hedendaags huisje met alle moderne comfort en een duidelijke verbetering ook voor de uitstraling van de straat. Derhalve ben ik dan ook van mening dat het terugvorderen van de subsidie onterecht is. Indien de Hanswij(k)vaart nog steeds de straat was zoals bij aankoop van het huis -rustig, aan de vaart gelegen- zou ik er immers nog steeds wonen. Bovendien heeft de snelle verkoop van het huis

(24u)een snellere dan voorziene akte met zich meegebracht. Ik hoop dan ook dat u dit dossier grondig zal nakijken en ook u van mening bent dat dit een onterechte/niet billijke terugvordering is".
  1. Het "bezwaar" van de verzoekster dat op 14 augustus 2009 aangetekend werd toegezonden aan de Raad van State, voldoet niet aan de voorwaarden gesteld bij de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en het algemeen procedurereglement. Het "bezwaarschrift" van de verzoekster bevat geen uiteenzetting van middelen, zoals vereist in artikel 2, § 1, 3/, van het voornoemd algemeen procedurereglement. Die uiteenzetting is een substantiële vereiste en het ontbreken ervan maakt het verzoekschrift niet ontvankelijk. De uiteenzetting van het rechtsmiddel vereist in principe dat zowel de rechtsregel of het beginsel wordt aangeduid die zou zijn geschonden, als de wijze waarop die rechtsregel of dat beginsel door de bestreden rechtshandeling werd geschonden. In voormeld schrijven wordt geen aanduiding gegeven van overtreden rechtsregels of beginselen. De verzoekster beperkt er zich toe de opportuniteit van de aangevochten maatregel in vraag te stellen om tenslotte te poneren dat "het terugvorderen van de subsidie onterecht is". Los van de vraag of het beroep tijdig werd ingediend, volstaat die vaststelling om het beroep als onontvankelijk te verwerpen. VII-37.571-4/5
  2. De zaak kan bijgevolg op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement met korte debatten definitief worden beslecht. BESLISSING
  3. De Raad van State verwerpt het beroep.
  4. De verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier februari tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Eric Brewaeys VII-37.571-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.430 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.