← België

Arrest 200432 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 04/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.432 Rolnummer: A. 194194/VII-37543 Zaak: Arrest 200432 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 04/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-16 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 08:38 Fiche Arrest nr 200.432 van 4 februari 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 200.432 van 4 februari 2010 in de zaak A. 194.194/VII-37.

  1. In zake: Maria ELST die woonplaats kiest bij Charlotte Lievemont wonende te Antwerpen de Roest d'Alkemadelaan 6, bus 19 tegen: het VLAAMS ZORGFONDS --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 7 oktober 2009, strekt tot de nietigverkla- ring van het besluit van het Vlaams Zorgfonds van 13 augustus 2009 waarbij verzoeksters bezwaarschrift tegen de beslissing van de Zorgkas van de Socialisti- sche Mutualiteiten van 28 januari 2009 ongegrond wordt verklaard en wordt beslist dat verzoeksters zorgbehoevendheid op 16 december 2008 niet het karakter heeft van een langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen waarmee een recht op tenlasteneming in de zorgverzekering kan worden geopend. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag overeen- komstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna : algemeen procedurereglement) opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 januari
  4. De verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. VII-37.543-1/3 Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Dochter Charlotte Lievemont, die verschijnt voor de verzoekster, is gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Regelmatigheid van de rechtspleging
  6. Indien blijkt dat het beroep tot nietigverklaring doelloos is of dat het slechts korte debatten vereist, brengt de auditeur daarvan, luidens artikel 93 van het algemeen procedurereglement, onverwijld verslag uit aan de voorzitter van de kamer belast met de zaak. De voorzitter roept vervolgens de partijen op om op korte termijn voor hem te verschijnen; het verslag wordt bij de oproeping gevoegd. Bij de toepassing van artikel 93 voorziet het algemeen procedure- reglement er bijgevolg niet in dat de partijen na het auditoraatsverslag nog procedurestukken indienen. Het verzoek tot voortzetting en de laatste memorie van de verzoekster worden derhalve uit de debatten geweerd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  7. Het verzoekschrift werd niet ondertekend door de verzoekster zelf noch door een advocaat. Artikel 1 van het algemeen procedurereglement schrijft voor dat "de zaak (...) bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aanhangig (wordt) gemaakt door middel van een verzoekschrift ondertekend door de partij of door een advocaat (...)". Dit voorschrift is substantieel en de miskenning ervan leidt tot de nietigheid van de inleidende akte. De vertegenwoordiging door een andere persoon dan een advocaat is overeenkomstig artikel 19 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, niet rechtsgeldig en het doet er zelfs VII-37.543-2/3 niet toe te weten of de verzoekster die persoon daartoe heeft gemachtigd. Wat de beroepen voor de Raad van State betreft, heeft de wetgever, in de bijzondere aangelegenheid van het administratief contentieux, een zekere schifting willen garanderen door de verplichting voor de partijen om voor vertegenwoordiging of bijstand een beroep te doen op de diensten van een advocaat. De verzoekster maakt niet aannemelijk dat zij te dezen, ingevolge overmacht, geen beroep kon doen op vertegenwoordiging door een advocaat. Het verzoekschrift is dan ook niet ontvankelijk. Er moet bijgevolg niet worden geoordeeld of de verzoekster rechtsgeldig werd vertegenwoordigd ter terechtzitting.
  8. De zaak kan derhalve op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement met korte debatten definitief worden beslecht. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier februari tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Dieter Decock, griffier. De griffier De voorzitter Dieter Decock Eric Brewaeys VII-37.543-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.432 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.