id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.516 Rolnummer: A. 193907/X-14387 Zaak: Arrest 200516 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 05/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-12 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 08:41 Fiche Arrest nr 200.516 van 5 februari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 200.516 van 5 februari 2010 in de zaak A. 193.907/X-14.387. In zake: 1. Clement ASSELBERGHS 2. Maria LEMBRECHTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Mallien kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Meir 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: 1. de gemeente BOECHOUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nathalie Jonckheere en An Valckenborgh kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Frankrijklei 146 bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Peeters en Reiner Tijs kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Frankrijklei 93 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 4 september 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 4 juni 2009 (...) hetgeen goedkeuring verleent aan het Ruimtelijk Uitvoeringsplan (...) “Bulka” (...) zoals definitief vastgesteld door de gemeenteraad van Boechout op 30 maart 2009 en (...) van het besluit van de gemeenteraad van Boechout dd. 30 maart 2009 tot definitieve vaststelling van het GRUP Bulka”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partijen hebben een nota ingediend. Auditeur Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. X-14.387-1/30 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 november 2009. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jo De Coninck, die loco advocaat Pascal Mallien verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Griet Cnudde, die loco advocaten Nathalie Jonckheere en An Valckenborgh verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Griet De Meyer, die loco advocaat Luc Peeters verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Boechout (hierna: GRS Boechout) wordt door de deputatie goedgekeurd op 31 augustus 2006. In het bindend gedeelte van dat gemeentelijk ruimtelijk structuurplan worden de acht bestaande recreatiepolen geselecteerd. Met betrekking tot de nieuwe recreatiepool op de site Bulka worden geen bindende bepalingen opgenomen. Wat betreft de ontwikkelingsperspectieven voor de gewenste toeristisch- recreatieve structuur wordt in het richtinggevend gedeelte (p. 42) onder meer voorzien: gemeente indoor sport- en ontwikkeling voor laagdynamische recreatiecentrum recreatieactiviteiten (lokale (voormalig militair) domein hobbyclubs en lokale Bulka sportactiviteiten), binnen de bestaande volumes van de vroegere militaire, te renoveren gebouwen, naast ontwikkeling voor gemeenschapsfuncties gemeente b. terreinen achter domein herbestemming, inrichting en beheer Bulka als speelbos van gemeentelijk niveau X-14.387-2/30 Uitgewerkt naar gemeentelijke maatregelen, voorziet het richtinggevend gedeelte wat volgt: “2.5.3. Uitwerking naar gemeentelijke maatregelen Opmaak van RUP’s voor herinrichting en desgevallend beperkte uitbreiding van bestaande sport- en recreatiecentra De gemeente kan volgende RUP’s opmaken om de reorganisatie en desgevallend beperkte uitbreiding van volgende sport- en recreatiecentra en parkjes in goede banen te leiden: - verspreid over de ganse gemeente: sectoraal BPA of RUP voor bovenvermelde 8 zonevreemde terreinen voor sport en recreatie en jeugdactiviteiten; - in Boechout: RUP sport- en recreatiecentrum Capenberg - Oxaco centrum - in Boechout: RUP sport- en recreatiecentrum Fruithof - in Vremde: RUP Biezenweijke-park Opmaak van RUP’s voor ontwikkeling van nieuwe sport- en recreatiecentra De gemeente kan volgende RUP’s opmaken om de ontwikkeling van volgende sport- en recreatiecentra mogelijk te maken: - in Vremde: indoor-sport en recreatiecentrum domein Bulka (naast gemeenschapsfuncties zoals containerpark) - (...)”. Bij de ontwikkelingsperspectieven voor de gewenste lijninfrastructuur en mobiliteit wordt de Vremdesesteenweg geselecteerd als lokale weg type I: lokale wegen type I: - lokale verbindingswegen - (...) - dit zijn de belangrijkste verkeersassen op lokaal niveau. Ze - Vremdesesteenweg vormen een verbinding tussen verschillende kernen, zonder (vanaf Gillegomstraat tot daarbij een rol op regionaal niveau te spelen. Zij mogen geen Vremde) en wegen van een hoger niveau vervangen Gillegomstraat - langs deze wegen worden de fietspaden verbeterd en - (...) ontbrekende links aangevuld, complementair aan het provinciaal fietsroutenetwerk - aanpassingen om de categorie te bereiken zullen ter gelegenheid van andere aanpassingwerken aan de weginfrastructuur worden uitgevoerd - (...) In het richtinggevend gedeelte van het GRS Boechout wordt voorts nog het volgende bepaald: “Concept en eerste screening binnen het afwegingskader voor sport- en recreatiefaciliteiten Vanuit het algemeen concept ‘goede lokalisatie van een beperkt aantal terreinen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten’ wordt geopteerd voor concentratie bij ofwel een al bestaand sportcentrum, ofwel herbruik van bestaande gebouwen. Voor de zonevreemde, bestaande sport- en recreatieterreinen wordt uitgegaan van het afwegingskader, vermeld in 2.5.1. In deze deelruimte Vremde komen volgende locaties in aanmerking voor screening: X-14.387-3/30 1. De bestaande voetbalvelden OPA (voor het merendeel in DR) 2. Het bestaande sportcentrum van Don Bosco (in DR) 3. Het bestaande sportcentrum Duboco (voor het merendeel in DR, 1 veld in AG) 4. De bestaande voetbalvelden van Sporting Vremde (in WUG) 5. Het voormalig militair domein Bulka, na eventuele verwerving (desgevallend door Intercommunale Igean) ervan (in gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut)”. En verder: “Renovatie en herbruik van de terreinen van Bulka De vroegere militaire gebouwen van Bulka lenen zich uitstekend voor laagdynamische recreatieactiviteiten binnen de bestaande gebouwen. Ook andere gemeentelijke diensten kunnen daarin worden gehuisvest. In principe kunnen deze gebouwen voor plaatselijke laagdynamische recreatie en gemeenschapsleven en -voorzieningen worden ingeschakeld en gerenoveerd, mits volgende voorwaarden in het RUP worden vervuld: - gebouwen en terreinen worden gesaneerd en gerenoveerd, zonder substantiële uitbreiding van de volumes van de gebouwen; - de behoefte wordt in het RUP aangetoond; - de terreinen vóór Bulka, aan de Vremdesesteenweg, worden alleszins niet bebouwd; ze blijven open en kunnen eventueel op lange termijn sportvelden worden. Overeenkomstig bovenstaande ontwikkelingsperspectieven opteert de gemeente om de gebouwen en terreinen van het ex-militair complex van Bulka ofwel zelf aan te kopen, ofwel door de intercommunale Igean. Ze wenst deze vooreerst te saneren (asbestvervuiling) en gedeeltelijk om te vormen tot een polyvalent centrum voor het plaatselijk verenigingsleven. Andere delen kunnen functies krijgen in overeenstemming met de bestemming ‘gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut’ (zoals een container- of recyclagepark, gemeentemagazijnen, voorpost brandweer ...). Het is de bedoeling om deze gebouwen maximaal te renoveren. In geval dat gedeeltelijke sloop nodig mocht blijken, zal de totaliteit van de te herbouwen volumes de huidige niet overschrijden. Het terrein tussen de gebouwen van Bulka en de Vremdesesteenweg wordt bestemd als reservegebied voor sportvelden (RSR). De bereikbaarheid van Bulka voor openbaar vervoer en fietsers wordt gegarandeerd door vernieuwing van het bestaand fietspad langs de Vremdesesteenweg en de al aanwezige bushalte rechtover de gebouwen. De percelen ten zuiden van de gebouwen van Bulka kunnen worden aangeplant als speelbos voor de plaatselijke jeugd (SB), na eventuele verwerving. Het geheel wordt landschappelijk ingekleed”. 3.2. In 2007 wordt door de gemeente Boechout het sportbeleidsplan 2008-2013 opgesteld dat een aantal knelpunten qua sportinfrastructuur aanduidt. De behoefteanalyse van het jeugdbeleidsplan 2008-2010 besluit tot de behoefte aan ontmoetingsruimte voor jongeren, repetitieruimte en fuifruimte/polyvalente zaal. X-14.387-4/30 3.3. In uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en de voorgaande beleidsplannen is het ruimtelijk uitvoeringsplan “Bulka” tot stand gekomen. Met de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Bulka” wenst het gemeentebestuur een groot gebied tussen Boechout en Vremde heraan te leggen. Het gaat om de vroegere militaire basis “Bulka” aan de zuidkant van de Vremdesesteenweg. Thans bevinden er zich nog zes voormalige militaire loodsen en enkele waterreservoirs. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Antwerpen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979, is dit plangebied gelegen, deels in gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, deels in landschappelijk waardevol agrarisch gebied en wat het gebied ten zuiden van de Molenbeek betreft, in agrarisch gebied met ecologisch belang. De verzoekende partijen wonen aan de Vremdesesteenweg 207, tegenover het plangebied, en zijn tevens eigenaar van gronden gelegen binnen het plangebied die zullen worden ingenomen als zone voor openluchtsportactiviteiten. 3.4. De plenaire vergadering vindt plaats op 30 mei 2008. 3.5. Op 25 augustus 2008 stelt de gemeenteraad van Boechout het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Bulka” voorlopig vast. 3.6. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt georganiseerd van 22 september 2008 tot en met 20 november 2008, dienen onder meer de verzoekende partijen een bezwaarschrift in. In haar advies van 11 februari 2009 heeft de GECORO de bezwaren opgenomen en weerlegd. 3.7. Bij het tweede bestreden besluit van 30 maart 2009 stelt de gemeenteraad van Boechout het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Bulka” definitief vast. De stedenbouwkundige voorschriften voorzien voor de Bulka-site zelf een “zone voor gemeenschapsvoorzieningen” (artikel 1), een “zone voor sport en recreatie in openlucht” (artikel 2) en een “zone voor sporthal” (artikel 3). Daarnaast houdt het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Bulka” ook de bevestiging in van het landschappelijk waardevol agrarisch gebied X-14.387-5/30 ten noorden van de Molenbeekvallei en het veiligstellen van het dalhoofd Molenbeekvallei. 3.8. Bij het eerste bestreden besluit van 4 juni 2009 keurt de deputatie van de provincieraad van Antwerpen het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Bulka” goed. In dit besluit wordt overwogen wat volgt: “Overwegende dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Bulka’ tot doel heeft de vroegere militaire gebouwen in gebruik te nemen, alsook de aanpalende percelen te herbestemmen voor recreatie in open lucht en de Molenbeekvallei te beschermen; dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Bulka’ in overeenstemming is met de bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Boechout behoudens voor wat betreft de opname in de vooraan gelegen terrein in de zone voor sport en recreatie in open lucht; dat het GRS voorziet in het herbestemmen van deze terreinen op lange termijn, dat dit een afwijking t.o.v. het richtinggevend deel betreft; dat artikel 19 § 3 van het DRO bepaalt dat een gemeente slechts kan afwijken van het richtinggevend deel van een ruimtelijk structuurplan omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen; dat de toelichtingsnota werd aangevuld met een motivering die aantoont dat er onvoorziene ontwikkelingen waren van de ruimtelijke behoeften; dat een initieel voorziene locatie voor sportterreinen, bij nader onderzoek ongeschikt bleek te zijn; dat er derhalve op een andere locatie ruimte voor sport diende gezocht; dat om deze reden de terreinen in het plangebied hiervoor kunnen aangewend worden”. Het deputatiebesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 juli 2009. IV. Onderzoek van de vordering 4.1. Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-14.387-6/30 A. Ernst van de middelen 1. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 4.2. In een eerste middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van artikel 19, § 2 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO), “Terwijl artikel 19§2 DRO, laatste alinea stelt dat het gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan bindend is voor de gemeente en voor de instellingen die eronder ressorteren. Het Ruimtelijk Structuurplan Boechout stelt in de bindende bepalingen onder hoofding 2.4. ‘Toeristisch-recreatieve structuur’ dat zij 8 sport- en recreatiepolen aanduidt: - Sport- en recreatiecentrum Capenberg-Oxaco centrum; - Sport- en recreatiecentrum Fruithof; - Sport- en recreatiecentrum Duboco; - Sport- en recreatiecentrum De Bunderkes; - Sport- en recreatiecentrum Bacwalde; - Sporting Vremde; - Sportcentrum Don Bosco; - Sportcentrum OPA; Uit het document dat de adviezen en bezwaarschriften behandelt van het GRS Boechout blijkt bovendien op pagina 61, onder hoofding 4.8.3 dat er reeds protest is tegen deze spreiding van sportaccommodatie en dat de gemeente alsdan stelt dat het bij deze 8 recreatiepolen zal blijven: ‘Thema 3: selectie recreatieterreinen Samenvatting van de essentie van de bezwaarschriften Er zijn te veel gebieden voor recreatie aangeduid, die kris-kras zijn ingeplant. Concentratie van het recreatie-aanbod dient dicht bij de kernen te gebeuren en beperkt te blijven tot Bunderkes, Fruithof en Capenberg. (...) Overwegingen en beslissingen ‘Nergens wordt een nieuwe recreatiepool met nieuwe recreatie- of sportinfrastructuur gepland: alle in het structuurplan voorkomende recreatiepolen bestaan reeds. De enige recreatievoorzieningen die erbij zullen komen betreffen een speelbos achter Bulka en een parkje met speelmogelijkheden in de driehoek spoorweg /A. Franckstraat, vlak tegen de woonkern van Boechout (...).’ Uit de samenlezing van beide documenten blijkt duidelijk dat er enkel 8 recreatiepoolen voorzien zijn in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Uit de samenlezing van het richtinggevend gedeelte en het bindend gedeelte van het RSP Boechout blijkt wel dat het RSP Boechout voorzien heeft om in de toekomst de mogelijkheid te voorzien een extra recreatiepool te ontwikkelen aan het militair domein Bulka. Er blijkt ook dat de terreinen gelegen tussen het gebied Bulka en de Vremdesesteenweg, volgens het gewestplan landschappelijk waardevol agrarisch gebied, naar de toekomst toe als reservegebied aangeduid werden voor sportvelden. Uit het bindend gedeelte blijkt echter dat het hier duidelijk gaat om een perspectief te beoordelen na aanpassing van de bindende bepalingen. X-14.387-7/30 Doordat het GRUP Bulka een nieuwe recreatiepool aan deze 8 bestaande recreatiepoolen toevoegt, zijnde het GRUP Bulka met daarin sport- en recreatiegelegenheden. Noch de provincie Antwerpen, noch de gemeente Boechout hebben nagegaan of er wel afgeweken kon worden van de bindende bepalingen van het RSP Boechout. De gemeente Boechout is gebonden aan haar eigen Ruimtelijk Structuurplan en kan hier noch gemotiveerd, noch ongemotiveerd van afwijken. Afwijken kan niet, behoudens wijziging van de bindende bepalingen van het ruimtelijk structuurplan”. Beoordeling 4.3. Artikel 19, § 2, laatste lid DRO bepaalt dat de bindende onderdelen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan bindend zijn voor de gemeente en voor de instellingen die eronder ressorteren. 4.4. Een ruimtelijk structuurplan dient als een samenhangend geheel te worden gelezen. 4.5. In de bindende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Boechout worden acht bestaande sport- en recreatiepolen geselecteerd. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen voorhouden, sluit deze selectie niet het verbod in om nieuwe sport- en recreatiepolen te ontwikkelen. 4.6. Uit de samenlezing van het bindend gedeelte met de overige bepalingen van het structuurplan, in het bijzonder het richtinggevend gedeelte (zie randnummer 3.1), blijkt dat het uitdrukkelijk de bedoeling van de gemeente is geweest om naast de acht bestaande en geselecteerde polen te voorzien in een nieuwe sport- en recreatiepool door middel van de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan. Het bestreden ruimtelijk uitvoeringsplan is vastgesteld in uitvoering van het voormelde richtinggevend gedeelte van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en strijdt op het eerste gezicht niet met de bindende bepalingen ervan. 4.7. De wijze waarop de gemeente de bezwaren, geuit naar aanleiding van de totstandkoming van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, heeft beantwoord doet hieraan geen afbreuk. 4.8. Een schending van de bindende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan ligt op het eerste gezicht dan ook niet voor. X-14.387-8/30 Het eerste middel is niet ernstig. 2. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 4.9. In een tweede middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van artikel 19, § 3 DRO met inbegrip van de aldaar voorgeschreven motiveringsplicht, in combinatie met het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel in verband met het voorzien van sportinfrastructuur. Zij zetten dit middel uiteen als volgt: “6.2.1. niet gemotiveerd afwijken van het richtinggevend gedeelte van het RSP Boechout door het organiseren van een verkeersaantrekkende functie door GRUP Bulka Doordat, eerste onderdeel het RSP Boechout stelt dat er langs een lokale weg type I geen verkeersaantrekkende infrastructuur toegestaan zal worden door de gemeente Boechout. Terwijl, eerste onderdeel uit het voorliggend GRUP blijkt dat er een nieuwe recreatiepool zal aangelegd worden op de oude site Bulka. Dat het RSP Boechout een recreatiepool expliciet aanduidt als een verkeersaantrekkende functie. Als er in concreto gekeken wordt naar de activiteiten die aldaar voorzien worden, zal dit ook het geval zijn voor wat betreft de activiteiten voorzien in de fuifzaal (tot 500 personen!). Uit de voorhanden zijnde beleidsdocumenten (die beschikbaar waren vooraleer het GRUP Bulka definitief werd goedgekeurd) en het GRUP Bulka zelf blijkt dat de bijkomende outdoor sportinfrastructuur op de Bulka-site hoofdzakelijk zou worden aangewend door atletiekvereniging SGOLA, de Korfbalclub Boechout-Vremde en voetbalclub Sporting Vremde. Deze drie clubs representeren 689 leden (!) waarvan 38 % van buiten de gemeente afkomstig is. Het zal hier dus geenszins gaan om laagdynamische activiteiten en het zal eveneens niet gaan om lokale activiteiten. Er wordt op deze locatie dus duidelijk een verkeersaantrekkende functie georganiseerd, daar waar de gemeente Boechout zelf stelde dat zij dit niet zou toestaan. Zodoende, eerste onderdeel is er dan ook in een afwijking voorzien ten opzichte van het richtinggevend gedeelte van het RSP Boechout dat op geen enkele manier verantwoord wordt in het GRUP Bulka. Er ligt dan ook een manifeste schending voor van artikel 19§3 DRO. 6.2.2. Er zijn geen onvoorziene ontwikkelingen, hetgeen een conditio sine qua non is om af te wijken van het richtinggevend gedeelte van het RSP Boechout dat stelt dat de gebieden tussen oud militair domein Bulka en de Vremdesesteenweg een reservegebied is voor sportvelden Doordat, tweede onderdeel artikel 19§3 DRO stelt dat er van het richtinggevend gedeelte van een ruimtelijk structuurplan niet afgeweken kan worden, behoudens omwille van (
- i)onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van (
- ii)dringende sociale, (iii) economische of (
- iv)budgettaire redenen. X-14.387-9/30 Het richtinggevend gedeelte stelt onder onderdeel ‘3.2.3. Gewenste Ruimtelijke Structuur en ontwikkelingsperspectieven’ pagina 66 dat: ‘Het terrein tussen de gebouwen van Bulka en de Vremdesesteenweg wordt bestemd als reservegebied voor sportvelden.’ Hieruit blijkt dus dat dit enkel en alleen aanzien wordt als een reservegebied voor sportvelden, geenszins als een momenteel te ontwikkelen gebied. Nergens wordt gesteld dat het hier om onvoorziene ontwikkelingen gaat van de ruimtelijke behoeften. De ruimtelijke behoeften waren duidelijk in het jaar 2006. Terwijl, eerste onderdeel, volgens de gemeente Boechout de behoefte voortvloeit uit het gemeentelijk sportbeleidsplan 2008-2013. Een gemeentelijk sportbeleidsplan wordt door de overheid gemaakt en goedgekeurd tijdens het eerste jaar van de gemeentelijke bestuursperiode. Het geldt voor de daaropvolgende jaren van de gemeentelijke bestuursperiode en het eerste jaar van de volgende gemeentelijke bestuursperiode. Het gemeentelijk sportbeleidsplan bevat alle doelstellingen, inspanningen, voorzieningen en instrumenten voor het voeren van een gemeentelijk sportbeleid en de wijze waarop de sportraad begeleid en betrokken wordt. (zie artikel 13 §1 van het decreet van 9 maart 2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid, B.S. 4 mei 2007) De doelstelling van dit gemeentelijk sportbeleidsplan is om subsidies te verkrijgen. De maatregelen die blijken uit het sportbeleidsplan zijn duidelijk geen maatregelen die onvoorzien zijn. Deze situatie bestond reeds bij het opmaken van het RSP Boechout. Er kan dan ook niet op basis van dit sportbeleidsplan besloten worden dat er hierdoor een onvoorziene ontwikkeling plaatsvindt. De resultaten die voortvloeien uit het sportbeleidsplan zijn géén onvoorziene omstandigheden. Daar de geschetste situatie geen onvoorziene omstandigheid is, kon de gemeenteraad niet in redelijkheid rechtsgeldig afwijken van het RSP Boechout. De Raad van State dient dan ook vast te stellen dat de gemeente Boechout niet in redelijkheid besluiten kon dat er hier een onvoorziene omstandigheid voorligt. Dergelijk besluit is dan ook geenszins zorgvuldig. Zodoende, eerste onderdeel dat er in redelijkheid dient vastgesteld te worden dat er géén onvoorziene omstandigheid voorligt, waardoor artikel 19§3 DRO, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel geschonden zijn. 6.2.3. Géén motivatie/niet afdoende motivatie/geen zorgvuldige motivatie betreffende de inname van de reservesportgebieden tussen oud militair domein en Vremdesesteenweg Doordat, derde onderdeel artikel 19§3 DRO stelt dat de uitzonderingsgronden voor een afwijking uitgebreid gemotiveerd dienen te worden. Naast het feit dat de situatie als onvoorzien diende beschouwd te worden, blijkt dat de ruimtelijke behoefte tot het aansnijden van dit reservegebied niet uitgebreid gemotiveerd werd, zeker niet zorgvuldig. Uit de motivering blijkt enkel dat er behoefte is aan een sportterrein met atletiekpiste in Boechout. De motivering kan gelezen worden op pagina 71 van de ontwerp toelichtende memorie en pagina 73-74 van de definitieve toelichtende nota: ‘Zoals blijkt uit het gemeentelijk sportbeleidsplan is de realisatie van dit voetbalveld met atletiekpiste dringend nodig om tegemoet te komen aan de hoge nood aan voetbalvelden in de gemeente. Bovendien gaat het hier om een compensatie van het gemeentelijk sportcentrum De Bunderkes, dat, zoals reeds bleek uit punten 6.2.3. en 6.2.4, niet voldoet om de gemeentelijke noden op te vangen (huidige sportinfrastructuur voldoet niet, en er is onvoldoende ruimte om dit in orde te krijgen) en zeker niet kan uitgebreid worden (langs 2 zijden omringd door waardevolle X-14.387-10/30 beschermde landschappen). Om die reden opteert de gemeente om de sportinfrastructuur van De Bunderkes niet aan te houden en te vervangen door de nieuwe sportinfrastructuur van Bulka wat inname van het perceel tussen Vremdesesteenweg en het ex-militair domein Bulka noodzakelijk maakt.’ De noodzakelijkheid die achteraf door de gemeente Boechout is toegevoegd, verschilt niet van deze redenering. Terwijl, derde onderdeel, de noodzaak tot het aansnijden van de reservesportvelden niet blijkt uit de motivering gegeven door de gemeente Boechout. Bovendien dienen volgende punten aangehaald te worden: Uitbreiding sportvelden onzorgvuldig gemotiveerd Het verslag van NV Tauw verwijst naast een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, eveneens naar het feit dat de motivering om de sportactiviteiten, in het bijzonder de reservegebieden reeds aan te snijden, bijzonder onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. Zo wordt er met twee maten en twee gewichten gewerkt en blijkt duidelijk dat het aansnijden van het huidig gebied als nieuwe sportrecreatiepool niet dringend nodig was uit sociaal oogpunt. Uit de bijzonder tegenstrijdige toelichtende nota kan afgeleid worden dat vooral het terrein De Bunderkes dient opgedoekt te worden en dat er hiervoor een nieuwe locatie dient gezocht te worden. De vergelijking werd gedaan, doch uit het hiernavolgende zal blijken dat de problematiek geschetst bij De Bunderkes dezelfde is als de problematiek van het domein Bulka. Meer nog, de impact van de problematiek voor de omgeving van Bulka is groter, op zijn minst gelijk, zoals hierna zal blijken: Vergelijking De Bunderkes en Bulka: Het in ogenschouw nemen van de nodige investeringen De gemeente Boechout stelt dat het heraanleggen van het domein De Bunderkes enorme investeringen met zich meebrengen en besluit o.a. op basis van dit punt dat er hier géén volwaardig sportterrein kan worden aangelegd. De gemeente Boechout verliest hierbij uit het oog dat de investeringen op het domein Bulka nog veel groter zijn, dan de investeringen die nodig zouden zijn voor het terrein De Bunderkes. Vergelijking De Bunderkes en Bulka: het in ogenschouw nemen van overlast door verschillende activiteiten die op dezelfde locatie zullen plaatsvinden Het verplaatsen van de sportvelden die zich nu bevinden op het terrein van de Bunderkes zal eveneens de overlastproblematiek mee verplaatsen. De problemen waarmee De Bunderkes op vandaag te kampen heeft, kunnen immers evengoed plaatsvinden op de Bulka-site. De gemeente besluit in haar sportbeleidsplan 2008-2013 dat herlocalisatie van een aantal functies noodzakelijk is omdat De Bunderkes nu al niet functioneert zoals het hoort en in zijn huidige locatie zeker niet kan uitbreiden. De gemeente Boechout stelt dus duidelijk dat er zich een probleem stelt op de site De Bunderkes. Het getuigt geenszins van een behoorlijk bestuur om het slecht functioneren niet ter plaatse aan te pakken, doch eenvoudigweg de problematiek op te lossen via de verplaatsing van de site. De Bunderkes en Bulka: Vergelijking woongebied en landschappelijk waardevol gebied De site van De Bunderkes zou niet kunnen uitbreiden daar het omgeven is door waardevolle natuur en door een woonbuurt. Deze elementen zijn identiek voor Bulka. Waarom er in het ene geval tot onmogelijkheid besloten wordt en in het andere geval tot een mogelijkheid, is niet duidelijk. Dit getuigt wel van een manifeste onzorgvuldigheid. Mogelijkheid tot aanleggen van volwaardige atletiekpiste bij De Bunderkes en mogelijkheid bij Bulka De gemeente Boechout tracht voor te houden dat er op de locatie De Bunderkes geen atletiekpiste zou kunnen worden ingeplant. Dat dit niet klopt X-14.387-11/30 blijkt duidelijk uit de tekeningen gevoegd in het verslag van NV Tauw, alwaar duidelijk blijkt dat zowel op de Bunderkes als op de Bulka site een atletiekpiste kan worden voorzien. Uitbreiding sportvelden: onjuiste motivering/gebrek aan motivering Ten tweede dient vastgesteld te worden voorafgaand aan de aanname van het RUP Bulka, dat volgende zaken niet in rekening gebracht werden bij de beslissing: - er wordt nergens aangeduid waarom er nu 2 korfbalvelden, 2 duiveltjesvoetbalvelden, 1 normaal voetbalveld, 1 voetbalveld met atletiekpiste dient voorzien te worden. - Uit de informatievergadering die plaatsvond op 15 oktober 2008, blijkt dat er nog géén bevraging plaatsvond omtrent de ruimtelijke behoefte voor de sportvelden: ‘Wie zou er mogen voetballen op de voetbalvelden? Welke verenigingen krijgen er een plaats: verhuizen, uitbreiden van bestaande verenigingen of nieuwe verenigingen? Is het de bedoeling dat Sporting Vremde verhuist naar het nieuwe domein? - elke vereniging zou dat in principe mogen. Alle clubs zullen worden bevraagd naar hun interesse om op deze velden te kunnen sporten. - in theorie moeten we de infrastructuur ter beschikking stellen voor alle clubs. Maar in praktijk gaan we alle clubs af: wie is er geïnteresseerd, wie heeft er nood aan? (...) Bacwalde SK en Sporting Vremde toonden al interesse. Maar ook andere clubs zullen er bv. Trainingen kunnen doen, om hun eigen velden te sparen. - het is niet de bedoeling om Sporting Vremde weg te jagen naar het nieuwe domein, tenzij het hun eigen keuze is om te verhuizen.’ - Er wordt geen rekening gehouden met het feit dat de jeugdbewegingen allen veraf van het GRUP Bulka gelegen zijn: ‘Het aanleggen van een speelbos achter Bulka is niet zo’n goed idee. Het terrein is er drassig en daardoor niet zo geschikt om te gaan spelen en het is ook ver van de lokalen van de jeugdverenigingen. Ook zij zouden er niet zo vaak gebruik van maken. Het ideale speelbos is dichtbij de jeugdlokalen gelegen.’ (...) - Er blijkt uit het sportbeleidsplan Boechout dat er slechts één voetbalclub in Vremde, vlakbij het GRUP Bulka, actief is: ‘Er zijn maar liefst vijf voetbalclubs actief in Boechout en één in Vremde (...) (Sportbeleidsplan, pagina 88)’ Het gaat hier om sportclub Sporting Vremde. Deze beschikken over voetbalterreinen. Uit het sportbeleidsplan leren we dat het sportbeleidsplan het noodzakelijk vindt om hiervoor een RUP Sporting Vremde op te stellen, hetgeen gefinaliseerd dient te worden in december 2009. (zie Sportbeleidsplan, pagina 65). Volgens het Ruimtelijk Structuurplan, bijlage 13, p. 107, blijkt dat deze voetbalclub géén nood heeft aan nieuwe terreinen. - Uit het jeugdbeleidsplan (pagina 13) blijkt dat er bij het opstellen van het jeugdbeleidsplan geen zicht was op de vraag naar bijkomende sportinfrastructuur: ‘De sportdienst schrijft alle verenigingen (waaronder jeugdverenigingen) aan om een duidelijk beeld te krijgen van de behoefte aan sportinfrastructuur’ Het is duidelijk dat het sportbeleidsplan hieromtrent niets vermeld. Uit de voorgebrachte documenten blijkt dus uit niets dat de jeugdverenigingen behoefte hebben aan een dergelijke omvang van sportvelden. Uit het sportbeleidsplan blijkt op pagina 56 dat de ruimtelijke behoefte gecreëerd is door een subsidieaanvraag. Bovendien wordt er in de inleiding van het sportbeleidsplan ook geheel niet gesteld dat er noodzaak zou zijn tot het bijkomend in gebruik nemen van de velden gelegen tussen de Vremdesesteenweg en de oude militaire site Bulka. De gemeente Boechout - X-14.387-12/30 zonder hieromtrent na te gaan of dit überhaupt wel mogelijk was - is overgegaan tot het aanvragen van subsidies voor sportterreinen ter hoogte van het domein Bulka, zonder rekenschap te geven van de stedenbouwkundige beperkingen: ‘Nog meer mogelijkheden (...) zien we in de inplanting van nieuwe infrastructuur. Door sportinfrastructuur te centraliseren op Bulka, streven we naar een rationeel gebruik van ruimte en middelen. We hopen dit te kunnen realiseren via het Vlaams Sportinfrastructuurplan. Dit plan, dat werd opgestart op voorstel van Vlaams Minister van Sport Bert Anciaux, omvat onder meer de oprichting van een sportinfrastructuurfonds. De volgende jaren wordt maar liefst 225 miljoen EUR (...) voorzien om te investeren in sportinfrastructuur. De gemeente Boechout zal een project indienen voor de realisatie van één sporthal, twee grote kunstgrasvelden (voetbal) en twee kleinere kunstgrasvelden (korfbal). In de lente van 2008 zullen we weten of de ingediende projecten weerhouden werden.’ De aanwezigheid van voetbalclubs te Boechout en te Vremde - geen noodzakelijkheid om heden de reservegebieden aan te snijden Er zou een behoefte blijken uitgaande van de voetbalclubs. Zoals hierboven reeds aangeduid werden bepaalde aspecten niet onderzocht of werden de aspecten onzorgvuldig in ogenschouw genomen. Daarnaast dient de vraag gesteld of de aspecten betreffende de verschillende voetbalclubs wel voldoende in ogenschouw werden genomen door de gemeente Boechout. Er zijn 6 voetbalclubs actief in de gemeente Boechout. Met volgende elementen werd géén rekening gehouden door de gemeente Boechout: - Sporting Vremde telt slechts 11 ploegen in plaats van 16 ploegen; - Verschillende domeinen liggen zonevreemd voor recreatieactiviteiten. Hetzelfde geldt voor Bulka. Voor Bulka wordt hieromtrent geen enkel probleem gezien, daar waar dit bij de overige voetbalvelden wel aangehaald wordt als problematisch; - Voor wat betreft voetbalclub K. Boechoutse VV wordt er gesteld dat de aanpassingswerken enorme investeringen met zich zullen meebrengen, alsmede dat de terreinen gedurende de heraanleg gedurende een bepaalde periode onbeschikbaar zouden zijn. De gemeente besluit hierop dat de uitvoering van deze werken dus niet haalbaar is. Er komt dus ook geen RUP voor voetbalclub K. Boechoutse. Voor Bulka liggen dezelfde elementen voor. Bij Bulka is er wel een noodzaak tot, daar waar dit bij de terreinen van voetbalclub K. Boechoutse VV niet noodzakelijk was. - Ook in het domein Capenberg had er een atletiekpiste aangelegd kunnen worden. Door een slechte inkleuring van het gebied is dit nu niet mogelijk. Dit is geen zorgvuldig handelen. - De sportinfrastructuur van het sportcentrum OPA wordt door sportclubs buiten Boechout gebruikt. Uit al deze elementen blijkt dat de gemeente Boechout de noodzakelijkheid zelf heeft gecreëerd en dat de gemeente Boechout stelselmatig de elementen die zij aanhaalt op andere locaties om géén investeringen te voorzien, niet in acht neemt voor het GRUP Bulka. Geen motivatie om een sporthal van betreffende grootte te voorzien De sporthal die heden voorzien wordt, is niet vereist. Door deze toch te mogelijk te achten wordt er onnodig druk gecreëerd op het gebied Bulka. Geen noodzaak om korfbalvelden te voorzien Uit het verslag van NV Tauw blijkt eveneens dat er geen noodzaak is om korfbalvelden te voorzien. Dit zorgt er opnieuw voor dat er géén reden is om de reservegebieden vooraan aan te snijden. Uit het GRUP blijkt dus nergens de noodzaak van korfbalvelden, hetgeen dus opnieuw bijkomende ruimte overlaat. X-14.387-13/30 Zodoende, derde onderdeel, wordt de ruimtelijke behoefte dus geenszins aangetoond. Er wordt sowieso niet aangetoond waarom de voetbalterreinen niet geplaatst kunnen worden op de oude militaire site Bulka zelf en of er überhaupt noodzaak is aan deze voetbalterreinen of aan de overige voorziene sportvelden. De ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften nopen er dus niet toe om de terreinen tussen oud militair domein Bulka en de Vremdesesteenweg in te nemen. Er ligt bovendien in ieder geval geen redelijke verantwoording voor waarom de voorliggende terreinen dienen gebruikt te worden, nu blijkt dat het sportterrein met atletiekpiste perfect ingepast kan worden op het terrein waar momenteel het ander voetbalterrein ‘te exemplatieven titel’ is ingetekend, minstens wordt dit niet afdoende gemotiveerd. Een uitgebreide motivering veronderstelt nog steeds een correcte motivering, die gebaseerd is op een afdoende redenering. 6.2.4. Overschrijding ruimtelijke draagkracht - geen/onvoldoende onderzoek naar cumulatie van alle activiteiten samen - manifest probleem parkeerproblematiek en manifest probleem te veel functies voor een rustig gebied Doordat, vierde onderdeel artikel 19§3 DRO stelt dat de afwijking van het Ruimtelijk Structuurplan de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook niet in het gedrang mag brengen. Het RUP Bulka voorziet in het installeren van een nieuw recreatie- en sportcentrum, in combinatie met gemeenschapsvoorzieningen. In casu bestaat er hier reeds een containerpark. Daarnaast bestaat minstens de mogelijkheid tot het voorzien van: (
- i)een indoor sporthal (
- ii)een atletiekpiste (iii) twee grote voetbalvelden (
- iv)twee voetbalvelden voor de ‘duiveltjes’ (
- v)twee korfbalvelden (
- vi)een polyvalente ruimte voor fuiven, repetitieruimte, jeugdontmoetingscentrum,... Uit het RSP Boechout, richtinggevend gedeelte, blijkt dat er toekomstgericht gesproken wordt om hier sportvelden te maken en een speelbos, met behoud van de oude loodsen. In het geval de oude loodsen afgebroken zouden worden, dan zouden de te plaatsen gebouwen het totale volume niet mogen overschrijden. Dit totaal volume (m³) wordt niet vermeld in de toelichtende nota. Slechts achteraf is men overgegaan tot het invullen van het RUP Bulka zoals het er nu voorligt: het voorzien van én een sporthal én een polyvalente ruimte én buitenvoetbalvelden. Terwijl, vierde onderdeel er nergens de oefening is gemaakt of al deze activiteiten samen wel op één locatie kunnen gesitueerd worden en of dit niet de draagkracht van het gebied overstijgt. Het gebied ligt immers ingesloten tussen landschappelijk waardevol agrarisch gebied én de Molenbeekvallei. In de toelichtende memorie van het RUP wordt op een bepaald ogenblik wel de oefening gemaakt voor wat betreft de parkeergelegenheid. Deze studie toont duidelijk aan dat de parking ondergedimensioneerd is voor al de geplande activiteiten. Hiertoe wordt eveneens verwezen naar het verslag van NV Tauw betreffende de absolute ontoereikendheid van de parkeerplaatsen. Hierdoor wordt de ruimtelijke draagkracht dan ook overschreden. Wagens zullen in de buurt moeten parkeren, hetgeen een gevaarlijke situatie zal creëren. Hier is slechts één remedie voor: het voorzien van een minder aanbod van activiteiten op deze locatie. Vooraleer er dus overgegaan wordt tot het in gebruik nemen van het reservegebied sportvelden dient eerst nagegaan te worden of dit niet de totale draagkracht overschrijdt. Deze oefening is niet X-14.387-14/30 gebeurd. Verzoekende partijen hebben destijds in hun bezwaarschrift dit reeds aangeklaagd, doch dit bezwaarschrift werd afgedaan als zijnde niet relevant. Vooreerst bleek wel dat de gemeente hier grootschalige projecten wenste te organiseren (tot 1500 personen voor de fuifzaal). Achteraf is dit dan bestempeld geworden als een vergissing. Nu worden er géén maximum aantal personen meer voorzien. Uit het verslag van GECORO blijkt wel hoeveel personen er louter en alleen naar de fuiven zouden kunnen gaan: 500 personen! De parking is dan ook ondergedimensioneerd. Uit de berekening en vergelijking van NV Tauw blijkt bovendien dat de toegang voor 500 personen bovendien ruim onderschat is. Voor wat betreft de sportactiviteiten werd er in het bezwaarschrift aangeklaagd dat (
- i)géén rekening werd gehouden met het feit dat er, zeker gedurende de weekends, verschillende ploegen na elkaar spelen, waardoor dan ook veel meer parkeergelegenheid dient voorzien te worden (
- ii)uit de berekening van de gemeente blijkt dat er géén rekening wordt gehouden met piekmomenten. De oefening wordt hier zelfs niet gemaakt hoeveel mensen er alsdan hier aanwezig zouden zijn en (iii) het aantal toeschouwers wordt zwaar onderschat, zeker gelet op het feit dat het GRUP blijvend vasthoudt aan een tribune van maximum 5 meter hoog met een breedte van 30 meter, zonder de lengte te specifiëren, hetgeen dus ruimte biedt voor enkele honderden supporters. Hieruit volgt dus dat er niet afdoende parkeergelegenheid voorzien is, voor alle activiteiten samen. Het feit dat er een ‘bewonersconvenant’ zal afgesloten worden, zal dan ook niet verhelpen aan de parkeerproblematiek. De beperkende maatregelen dienen immers uit het GRUP zelf voort te vloeien. Het feit dat er een bewonersconvenant zal dienen opgesteld te worden, zonder bepaalde minimavereisten weer te geven in het GRUP Bulka volstaat dan ook niet. Hieruit blijkt wel dat er hinder dient verwacht te worden. Alleszins dient in het kader van de overschrijding van de totale draagkracht eveneens verwezen worden naar het advies van het Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend erfgoed gedateerd op 7 november 2008, aangekomen bij de gemeente Boechout op 12 november 2008, dat aan duidelijkheid niet te wensen overlaat (zie onder hoofding 4 eerste alinea): ‘De inplanting van lokale recreatieve en socio-culturele voorzieningen op de locatie Bulka, gelegen langs een verbindingsweg in een open ruimte corridor tussen Boechout en Vremde, is principieel aanvaardbaar en dit specifiek omwille van de aanwezigheid van de bestaande infrastructuur afkomstig van het voormalige militair domein. De geplande voorzieningen moeten echter louter lokaal en laagdynamisch blijven en maximaal gebruik maken van de bestaande infrastructuur of toch minstens binnen de bestaande contouren en volumes blijven. (...). Het RUP voorziet in hoofdzaak nieuwe infrastructuren met een aanzienlijke dynamiek (...) en reikt tevens buiten de huidige contouren van het voormalig domein. Vanuit het hoger beleidskader is de uitbreiding buiten de bestaande contouren, met name tussen de loodsen en de Vremdsesteenweg, niet opportuun omwille van bijkomende aansnijding en dynamiek in de open ruimte tussen twee kernen en bijkomende verlinting langs de Vremdsesteenweg.’ Er blijkt dan ook dat er geen rekening is gehouden met de totale impact van het project. Deze afweging is nochtans noodzakelijk. (...) Zodoende, derde onderdeel De totale draagkracht wordt overschreden, waardoor er dan ook niet zomaar overgegaan kan worden tot het voorzien van AL DEZE ACTIVITEITEN op deze site, daar dit gegarandeerd voor de noodzakelijke hinder zal zorgen. Het derde onderdeel is dan ook gegrond in die mate dat de totale sport- en recratiepool zowel voor activiteiten overdag als activiteiten ’s nachts niet afdoende parkeerplaatsen voorziet. Dat dit volgt uit X-14.387-15/30 de berekening die de gemeente Boechout zelf maakt. Dat dit des te meer blijkt uit de berekening gemaakt door studiebureau NV TAUW”. Beoordeling 4.10. In een eerste onderdeel van het middel voeren de verzoekende partijen samengevat aan dat op een niet gemotiveerde wijze wordt afgeweken van het richtinggevend gedeelte van het GRS Boechout doordat het bestreden plan een verkeersaantrekkende functie organiseert. 4.11. Artikel 19, § 3, eerste lid DRO bepaalt wat volgt: “Het richtinggevend gedeelte van een ruimtelijk structuurplan is het deel van het ruimtelijk structuurplan waarvan een overheid bij het nemen van beslissingen niet mag afwijken, tenzij omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen”. 4.12. Bij de implementatie van het richtinggevend gedeelte in een ruimtelijk uitvoeringsplan en meer bepaald bij het opnemen van een perceel in een dergelijk plan en het onderwerpen ervan aan een voorschrift van bestemming, inrichting en/of beheer, beschikt de bevoegde overheid, in het licht van de in artikel 4 DRO bepaalde doelstellingen over een ruime beoordelingsbevoegdheid. De Raad van State is enkel bevoegd om na te gaan of de overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij, op grond daarvan, in redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. 4.13. De stelling van de verzoekende partijen in het eerste onderdeel van het middel dat niet gemotiveerd wordt afgeweken van het richtinggevend gedeelte van het structuurplan door het organiseren van een verkeersaantrekkende functie langs een lokale weg type I, wordt gekoppeld aan de bewering dat de toegelaten activiteiten geenszins laagdynamisch en lokaal zijn. In het richtinggevend gedeelte van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Boechout wordt de Vremdesesteenweg geselecteerd als lokale weg type I: “- dit zijn de belangrijkste verkeersassen op lokaal niveau. Ze vormen een verbinding tussen verschillende kernen, zonder daarbij een rol op X-14.387-16/30 regionaal niveau te spelen. Zij mogen geen wegen van een hoger niveau vervangen - langs deze wegen worden de fietspaden verbeterd en ontbrekende links aangevuld, complementair aan het provinciaal fietsroutenetwerk - aanpassingen om de categorie te bereiken zullen ter gelegenheid van andere aanpassingswerken aan de weginfrastructuur worden uitgevoerd”. De stedenbouwkundige voorschriften geven aan dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wil voorzien in bijkomende infrastructuur om lokale noden in te vullen: “Artikel 2. Zone voor sport en recreatie in openlucht 2.1. Bestemming 2.1.1. Hoofdbestemming 1.1. aanleg van sport- en speelterreinen voor plaatselijke sportverenigingen en scholen met inbegrip van de specifieke accommodaties i.v.m. de sportactiviteiten (doelen, afsluitingen, verlichtingspalen, tribunes, schuilhokjes); 1.2. gemotoriseerde sporten, zoals motorcross en recreatie met miniatuur vliegtuigjes, zijn verboden Artikel 3: Zone voor sporthal 3.1. Bestemming 1.1.1. sporthal, polyvalente zaal, kleedkamers, sanitair, clubkantines voor plaatselijke sportverenigingen en scholen; 1.1.2. lokalen voor het verenigingsleven; 1.1.3. aanleg van sport- en speelterreinen in openlucht met inbegrip van de specifieke accommodaties i.v.m. de sportactiviteiten, zoals o.a. doelen, afsluitingen, verlichtingspalen, tribunes, schuilhokjes; 1.1.4. gemotoriseerde sporten, zoals motorcross en recreatie met miniatuur vliegtuigjes, zijn verboden 1.1.5. nutsvoorzieningen (cabines, glas- en papiercontainers, ...) 1.1.6. parkings, wegenis, wandelpaden, fietsenstallingen; 1.1.7. brandweerwegen; 1.1.8. groenaanleg”. Deze stedenbouwkundige voorschriften stroken derhalve op het eerste gezicht niet met het uitgangspunt van de verzoekende partijen, met name dat de activiteiten geenszins laagdynamisch en lokaal zijn. De verzoekende partijen falen derhalve in hun bewijsvoering dat wordt afgeweken van het richtinggevend gedeelte van het structuurplan luidens welk de Vremdesesteenweg een belangrijke verkeersas op lokaal niveau is, zonder daarbij een rol op regionaal niveau te spelen. Het eerste onderdeel van het middel is niet ernstig. 4.14. Ter ondersteuning van het tweede onderdeel van het middel, waarin wordt gesteld dat er zich geen onvoorziene ontwikkelingen aandienen die X-14.387-17/30 toelaten af te wijken van het richtinggevend gedeelte van het structuurplan luidens welk “het terrein tussen de gebouwen van Bulka en de Vremdesesteenweg wordt bestemd als reservegebied voor sportvelden”, voeren de verzoekende partijen aan dat de maatregelen die blijken uit het sportbeleidsplan “duidelijk geen maatregelen (zijn) die onvoorzien zijn. Deze situatie bestond reeds bij het opmaken van het RSP Boechout”. 4.15. In de toelichtingsnota bij het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (p. 80-82) wordt hieromtrent het volgende gesteld: “M.b.t. het terrein tussen de gebouwen van Bulka en de Vremdesesteenweg wordt in het GRS de optie genomen van bestemming als ‘reservegebied voor sportvelden’ (RSR op de bijhorende figuur). Met ‘reserveterreinen’ wordt doorgaans bedoeld: de aansnijding van deze terreinen is pas mogelijk als de ontwikkeling van een eerste gebied onvoldoende blijkt om in de ruimtelijke behoefte van dat ogenblik te voorzien. Het RUP voorziet de mogelijkheid om dit terrein gelijktijdig met de naastliggende percelen te ontwikkelen. Deze schijnbare ontwikkeling wordt hiernavolgend gemotiveerd. (...) Hier is sprake van zowel een onvoorziene ontwikkeling van dringende ruimtelijke behoeften van een maatschappelijke activiteit, als dringende sociale redenen. De optie van het RUP om de mogelijkheid te bieden om dit terrein gelijktijdig te ontwikkelen als de naastliggende percelen kan op het eerste gezicht een afwijking van het GRS lijken, vermits in het GRS sprake is van ‘reservegebied voor sportvelden’. Dit kan echter gemotiveerd worden vermits het hier om zowel een onvoorziene ontwikkeling van de ruimtelijke behoeften van een maatschappelijke activiteit gaat, als dringende sociale redenen. Uit het onderzoek dat deel uitmaakt van het gemeentelijk sportbeleidsplan 2008-2013 bleek immers dat in het bestaande sportcentrum van De Bunderkes sprake is van de onmogelijkheid van de bestaande sportinfrastructuur om te functioneren zoals het hoort. Dit is ondermeer het geval voor de bestaande atletiekvoorzieningen van De Bunderkes. Hier ontbreekt de ruimte om ondermeer een volwaardige looppiste uit te bouwen voor alle loopdisciplines (niet enkel 100m sprint); naast technische mankementen is de huidige looppiste te korte en kan op De Bunderkes niet verlengd worden wegens ruimtegebrek. Ook heeft het tussenliggend veld een verkeerde langshelling zodat het niet geschikt is voor officiële wedstrijden (ondermeer speerwerpen). In dit onderzoek wordt dan ook geconcludeerd dat herlokalisatie van een aantal functies (ondermeer van de piste) een noodzaak is voor het blijven functioneren van de bestaande sportclubs. De resultaten van dit beleidsvoorbereidend onderzoek waren bij de goedkeuring van het GRS nog niet gekend, zodat er op dat ogenblik nog geen rekening mee kon worden gehouden. Er is hier dus sprake van een onvoorziene ontwikkeling die een dringende ruimtelijke behoefte heeft doen ontstaan. Bovendien is hier ook sprake van dringende sociale redenen: - enerzijds schept het wegvallen van de mogelijkheid om erkende competities te organiseren op De Bunderkes een probleem voor de bestaande sportclubs op De Bunderkes, wat op den duur het bestaan zelf van de sportclubs in het gedrang kan brengen, wat sociaal niet X-14.387-18/30 aanvaardbaar is; de vervanging van de noodzakelijke sportinfrastructuur van De Bunderkes is dus een dringende ruimtelijke behoefte; - anderzijds blijkt uit het beleidsvoorbereidend onderzoek dat deel uitmaakt van het gemeentelijk sportbeleidsplan 2008-2013 dat er een groot tekort is aan sportinfrastructuur in de gemeente, ondermeer voetbalvelden. De beschikbare oppervlakte louter binnen de site van Bulka blijft trouwens ook dan nog onvoldoende voor de benodigde bijkomende voetbalvelden. Dit tekort is van die aard dat de verschillende bestaande sportclubs een ‘numerus clausus’ hebben ingevoerd, d.w.z. dat ze bijkomende kandidaat-leden weigeren. Het niet realiseren van deze broodnodige sportinfrastructuur zou derhalve sociaal onaanvaardbaar zijn”. Het bestreden goedkeuringsbesluit overweegt wat volgt: “(...) dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Bulka’ in overeenstemming is met de bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Boechout behoudens voor wat betreft de opname in de vooraan gelegen terrein in de zone voor sport en recreatie in open lucht; dat het GRS voorziet in het herbestemmen van deze terreinen op lange termijn, dat dit een afwijking t.o.v. het richtinggevend deel betreft; dat artikel 19 § 3 van het DRO bepaalt dat een gemeente slechts kan afwijken van het richtinggevend deel van een ruimtelijk structuurplan omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen; dat de toelichtingsnota werd aangevuld met een motivering die aantoont dat er onvoorziene ontwikkelingen waren van de ruimtelijke behoeften; dat een initieel voorziene locatie voor sportterreinen, bij nader onderzoek ongeschikt bleek te zijn; dat er derhalve op een andere locatie ruimte voor sport diende gezocht; dat om deze reden de terreinen in het plangebied hiervoor kunnen aangewend worden”. 4.16. Het voorhanden zijn van “dringende sociale redenen” overeenkomstig artikel 19, § 3 DRO wordt door de verzoekende partijen niet betwist. De loutere affirmatie dat maatregelen die blijken uit het sportbeleidsplan niet opgaan als “onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften” kan in het licht van het hiervoor aangehaalde op het eerste gezicht niet worden bijgetreden. 4.17. Het tweede onderdeel van het middel is niet ernstig. 4.18. In het derde onderdeel van het middel werpen de verzoekende partijen op dat de ruimtelijke behoefte om het reservegebied tussen de gebouwen van Bulka en de Vremdesesteenweg aan te snijden, niet uitgebreid en zeker niet zorgvuldig is gemotiveerd. De verzoekende partijen stellen dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt en dat het opzet achter het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in hoofdzaak is het terrein De Bunderkes te laten X-14.387-19/30 verdwijnen en de functies te verplaatsen naar het domein Bulka, dit terwijl de problematiek geschetst bij De Bunderkes dezelfde is als de problematiek van de Bulka-site. Zij stellen zich voorts met verwijzing naar een verslag van de n.v. TAUW en om diverse redenen vragen bij de noodzaak van de vooropgestelde invulling van het “reservegebied”, niet in het minst vanuit de zorg of de ruimtelijke behoefte niet is gecreëerd door de gemeente zelf vanuit de intentie een subsidieaanvraag in te dienen. 4.19. De motieven om het “reservegebied voor sportvelden” gelijktijdig te ontwikkelen, zijn hiervoor vermeld onder het randnummer 4.15. De grieven die de verzoekende partijen in dit onderdeel van het middel ontwikkelen, bekritiseren in wezen het beleid van de gemeente om de eerder als “reservegebied voor sportvelden” bestemde gronden nu toch gelijktijdig met de aanpalende percelen te ontwikkelen. Geen van de door hen aangevoerde argumenten is op het eerste gezicht overtuigend om te kunnen besluiten tot het niet voorhanden zijn van gefundeerde en afdoende motieven -andere dan de problemen waarmee het centrum De Bunderkes kampt af te wentelen op de site Bulka of de subsidiewensen van de gemeente- om het betrokken gebied aan te snijden. Uit het administratief dossier blijkt dat, vanuit het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en de sport- en jeugdbeleidsplannen, aan de besluitvorming een onderzoek van diverse locaties is voorafgegaan, waaronder naast de Bulka-site ook het recreatieoord De Bunderkes. De conclusies van deze afweging zijn in de toelichtingsnota (p. 48) samengevat in het volgende schema: “6.2.4. Afwegingen omtrent locatiekeuze voor verschillende plausibele locaties In de hiernavolgende tabel worden de hierboven besproken criteria voor de meest plausibele locaties in Boechout afgewogen. In de kolom bij elk criterium komt een beoordeling (gebaseerd op de bovenstaande beschrijving) voor volgens volgende 4-delige schaal: - = slecht; 0 = matig; + = goed; ++ = zeer goed. X-14.387-20/30 Criterium ÷ Ontsluitings- situering aanwezigheid mate voor aantasting aantasting zwaar wegende totale en aansluitings- t.o.v. de hinderlijke hinder voor open natuur- opmerkingen/ beoordeling mogelijkheden beide ondergrondse omwonenden ruimte waarden besluiten woorkernen leidingen 1. Locatie 1: 0 + 0 - + + te klein en ongeschikt 0 Herschikking qua ligging voor Bunderkes volwaardig functioneren en uitbreidings- programma 2. Locatie 2 0 + ++ - - 0 belangrijke andere 0 Herschikking potenties en uitbreiding Fruithoflaan 3. Locatie 3 ++ 0 ++ + + + te klein voor + Uitbreiding ten programma zuiden Oxaco 4. Locatie 4 + - ++ ++ - 0 ernstige aantasting - Uitbreiding ten open ruimte westen OPA 5. Locatie 5 ++ ++ 0 ++ ++ ++ -herstel open ruimte ++ Renovatie - renovatie vervallen Bulka site Uit bovenstaande afweging blijkt dat de renovatie van de site van Bulka de voorkeur verdient”. De argumenten van de verzoekende partijen hebben of betrekking op elementen die niet in de afweging zijn opgenomen (investeringen) of geven blijk van een eigen appreciatie die geen steun vindt in het dossier. De verzoekende partijen tonen niet aan dat de voormelde beoordeling is gesteund op onjuiste feitelijke gegevens of kennelijk onredelijk is. De bevindingen in het verslag van de n.v. TAUW, eenzijdig opgemaakt op vraag van de verzoekende partijen, laten op het eerste gezicht niet toe er anders over te oordelen. 4.20. Het derde onderdeel van het middel is niet ernstig. 4.21. In het vierde onderdeel voeren de verzoekende partijen aan dat de verwerende partijen niet hebben nagegaan of al de geplande activiteiten samen op deze ene locatie kunnen worden gesitueerd en met andere woorden de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet overstijgen. In het bijzonder voeren zij aan dat de X-14.387-21/30 parkeermogelijkheden in functie van alle activiteiten samen genomen, manifest ontoereikend zijn. 4.22. Artikel 0.2.1 van de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bepaalt dat “het totaal maximum aantal parkeerplaatsen in de zones van artikel 1, 2 en 3 samen (...) 140 bedraagt”. In de toelichtingsnota (p. 80-82) wordt hieromtrent gesteld: “(...) Verder zal de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet worden overschreden. Door de bepaling dat hier slechts lokale voorzieningen voor lokale verenigingen mogelijk zijn, wordt het aantal bezoekers sterk beperkt. Door de geplande sportinfrastructuur slechts voor plaatselijke verenigingen open te stellen, met een beperkt aantal bezoekers, zal de verkeerstoename beperkt blijven en komt de ruimtelijke draagkracht niet in het gedrang. Deze ruimtelijke draagkracht zal nog versterkt worden door de ontwikkeling van een groene buffer aan de straatzijde en aan de oostzijde, aan de kant van de bewoning. Mogelijke hinderaspecten naar de omgeving worden daardoor sterk gereduceerd. Tenslotte dient nog gewezen te worden op de spoedige heraanleg van de Vremdesesteenweg, waarbij rekening wordt gehouden met de toegang naar de Bulkasite. Deze heraanleg zal de verkeersveiligheid (een element van de ruimtelijke draagkracht) sterk ten goede komen, wat ook getuigt van een aanpak die een duurzame ruimtelijke ontwikkeling nastreeft”. In de toelichtingsnota (p. 72) wordt ook de behoefte aan parkeervoorzieningen ten aanzien van de mogelijkheden daartoe onderzocht: “a. aantal parkings voor de socio-culturele activiteiten: - polyvalente en ontmoetingsruimte: ca. 200 fuifgangers; hiervan komen er 70 per fiets of te voet (35%); van de overige 130 kan gerekend worden aan 2 personen per wagen (recreatieverkeer), wat dus 65 parkeerplaatsen vergt. Het tijdstip van gebruik valt normaliter echter niet samen met het tijdstip van gebruik door sporters, zodat de infrastructuurbehoefte aan parkeerplaatsen bovenop deze van de sporters verwaarloosbaar is (meervoudig gebruik van parkeerplaatsen). De kans dat de polyvalente ruimte gelijktijdig zal gebruikt worden met de sportinfrastructuur is nochtans niet geheel uit te sluiten. Bij dergelijke eerder zeldzame gelegenheden zullen de organisatoren zoeken naar oplossingen zoals collectief vervoer, andere parkeerfaciliteiten e.d.m., welke geen bijkomende noodzaak voor parkeerplaatsen opleggen; - repetitieruimte, bergruimte, andere socio-culturele activiteiten: 60 personen; hiervan komen er 10 per fiets of te voet (meestal met bagage, wat slechts 15% per fiets of te voet impliceert); van de overige 50 kan gerekend worden aan 2 personen per wagen (recreatieverkeer), wat dus 25 parkeerplaatsen vergt; het tijdstip van gebruik valt samen met dat van sporters; deze behoefte is dus supplementair aan de parkeerbehoefte voor sporters; b. aantal parkings voor de sportieve activiteiten: X-14.387-22/30 - voetbal: aantal voetbalploegen = 2 maal aantal velden, incl. duiveltjes = 6; à rato van 25 personen per ploeg (incl. begeleiding, vervangers, trainers, arbiters, ...): 150; hiervan komt 65 % met de auto, d.w.z. 98 personen; aan 2 personen per wagen: 50 parkeerplaatsen; - korfbal: aantal korfbalploegen = 2 maal aantal velden = 4; à rato van 15 personen per ploeg (incl. begeleiding, vervangers, trainers, arbiters...): 60; hiervan komt 65% met de auto, d.w.z. 39 personen; aan 2 personen per wagen: 20 parkeerplaatsen; - indoorsporten: aantal volleybal- of basketbalploegen = 2 maal aantal velden = 6; à rato van 15 personen per ploeg (incl. begeleiding, vervangers, trainers, arbiters..): 90; hiervan komt 65% met de auto, d.w.z. 59 personen; aan 2 personen per wagen: 30 parkeerplaatsen; - toeschouwers: het aantal toeschouwers op piekmomenten wordt niet in rekening gebracht; het terras van de sporthal kan rekenen op ca. 40 personen op dezelfde tijdstippen als de wedstrijden en trainingstijdstippen van ploegsporten, d.w.z. 40 x 65% x 0,5 = 13 c. totaal: 25 + 50 + 20 + 30 + 13 = 138; afgerond: 140 parkeerplaatsen. Dit aantal laat het functioneren van de site Bulka voor socio-culturele en sportieve activiteiten op lokaal (gemeentelijk) niveau toe; voor activiteiten met een grotere actieradius is dit te beperkt”. In de stedenbouwkundige voorschriften wordt in overeenstemming hiermee bepaald dat de voorzieningen in de zones voor sport en recreatie in openlucht en voor sporthal zijn bestemd voor “plaatselijke” sportvereniging en scholen en het verenigingsleven. 4.23. De argumenten van de verzoekende partijen om te besluiten tot het kennelijk ondergedimensioneerd zijn van de parkeergelegenheid voor alle toegelaten activiteiten, worden geput, hetzij uit een oorspronkelijk en inmiddels blijkbaar verlaten voorstel van de gemeente om een grootschalige fuifruimte te voorzien, hetzij uit piekmomenten, hetzij uit een overdreven voorstelling van de tribuneafmetingen. Geen van deze argumenten noopt op het eerste gezicht in redelijkheid tot de conclusie dat de ruimtelijke draagkracht kennelijk wordt overschreden door een kennelijke onderdimensionering van de parkeervoorzieningen. De omstandigheid dat de vezoekende partijen er een ander standpunt op na houden, daarin gesteund door het door hen neergelegde verslag van de n.v. TAUW, doet aan de voormelde vaststelling geen afbreuk. 4.24. Het vierde onderdeel van het middel is evenmin ernstig. 3. Derde middel Uiteenzetting van het middel X-14.387-23/30 4.25. In een derde middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van het duurzaamheidsbeginsel zoals vervat in artikel 4 DRO in combinatie met artikel 38, § 1 DRO dat bepaalt dat het ruimtelijk uitvoeringsplan de stedenbouwkundige voorschriften, de inrichting en/of het beheer dient te omvatten, in combinatie met een schending van het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, “Doordat artikel 4 DRO stelt dat de ruimtelijke ordening gericht dient te zijn op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling, waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij dienen de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er dient rekening gehouden te worden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische en sociale gevolgen, zodoende dat er gekomen kan worden tot ruimtelijke kwaliteit. Artikel 38§1 DRO bepaalt dat een ruimtelijk uitvoeringsplan (o.a. - art. 38§2 2/) de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming, de inrichting en/of het beheer dient te omvatten. Het zakboekje ruimtelijke ordening, Kluwer, 2009 stelt hieromtrent op pagina 226 - 227: ‘Zoals in de memorie van toelichting bij het D.R.O. gesteld, gaan stedenbouwkundige voorschriften in de eerste plaats over bestemming, inrichting en/of beheer. Dit moet in ruime zin begrepen worden, met dien verstande dat de uitspraken in ruimtelijke uitvoeringsplannen zich beperkten tot het domein van de ruimtelijke ordening. Ruimtelijke ordening is een facetmaterie en geen sectorale materie. Ruimtelijke ordening weegt vanuit een ruimtelijke visie de aanspraken van de diverse sectoren/functies af rekening houdend met de beschikbare ruimte. Met die afweging als uitgangspunt doet zij uitspraken over de locatie, de scheiding en de vermenging van functies/activiteiten. Zij brengt daarbij ook de impact van functies/activiteiten in rekening en de relaties ertussen (b.v. verkeer). (...)’ Er kan vastgesteld worden dat in de algemene bepalingen van de stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP Bulka onder 0.2.1. gesteld wordt dat: ‘Het totaal aantal parkeerplaten in de zones van artikels 1, 2 en 3 samen bedraagt 140.’ Terwijl er zich verschillende problemen stellen. Het eerste probleem in de redenering van de gemeente is het al dan niet tekort aan ‘beschikbare ruimte’. Voor wat betreft de beschikbare ruimte kan vastgesteld worden dat de gemeente Boechout met twee maten en twee gewichten werkt. Voor recreatiepool ‘de Bunderkes’ wordt er gesteld dat er géén verdere uitbreiding meer mogelijk is, daar de naastgelegen gebieden, biologisch waardevol gebied zijn. Voor wat betreft nieuwe recreatiepool nr. 9, Bulka, kan vastgesteld worden dat ook deze gebieden gelegen zijn in landschappelijk waardevol gebied en bovendien eveneens vlak naast de Molenbeekvallei ligt. Er wordt nergens verduidelijkt, waarom de gebieden van Bulka, zijnde landschappelijk waardevolle gebieden nu wel kunnen ingenomen worden en een andere bestemming krijgen en waarom dit niet mogelijk is voor recreatiepool ‘de Bunderkes’. De redenen waarom de ruimte voor uitbreiding bij recreatiepool ‘de Bunderkes’ niet mogelijk is, is identiek dezelfde reden waarom de ruimte bij Bulka wel mogelijk is. Dit spreekt elkaar tegen. Er kan dan ook niet gesteld X-14.387-24/30 worden dat de beschikbare ruimte er niet is bij de Bunderkes en wel bij Bulka. De feitelijke gegevens werden dan ook niet correct beoordeeld. De tweede problematiek die zich stelt is de problematiek van het maximum aantal parkeerplaatsen en het totaal aantal auto’s die verwacht kunnen worden voor deze plaats. Onder middel 1 werd reeds uiteengezet dat de activiteiten die voorzien worden, meer parkeerplaatsen vergen dan 140. De aanduiding van de activiteiten en het voorziene aantal parkeerplaatsen is dan ook onzorgvuldig genomen door de gemeente. De gemeente kan in redelijkheid NIET stellen dat 140 parkeerplaatsen voor de voorziene activiteiten afdoende zijn. De stedenbouwkundige voorschriften die voorzien zijn, kunnen in redelijkheid dan ook niet weerhouden worden, daar deze niet zorgvuldig zijn opgesteld. Door deze wijze wordt er eveneens niet voorzien in een ruimtelijke kwaliteit. De bijkomende recreatiepool nr. 9 in Boechout is dan ook fundamenteel niet-duurzaam, daar men voor deze plaats te veel activiteiten wil organiseren op een te kleine oppervlakte. De totale impact van de recreatiepool nr. 9 kan dan ook geenszins aanzien worden als een recreatiepool met slechts een lage dynamiek. Nochtans blijkt uit de ontwikkelingsperspectieven voor de gewenste recreatieve structuur dat volgens het RSP Boechout er enkel laagdynamische activiteiten kunnen plaatsvinden (zie RSP Boechout, richtinggevend gedeelte, pagina 42, rdnr. 2.5.2.): ‘Indoor sport- en recreatiecentrum (voormalig militair) domein Bulka: ontwikkeling voor laagdynamische (...) recreatieactiviteiten (lokale hobbyclubs en lokale sportactiviteiten), binnen de bestaande volumes van de vroegere militaire, te renoveren gebouwen, naast ontwikkeling voor gemeenschapsfuncties.’ Ten derde werd er geen rekening gehouden met het feit dat het open ruimte gevoel (aan de straatzijde van de Vremdesesteenweg bevinden er zich nu akkers die een open gevoel geven) nu volkomen weggaat door het (
- i)mogelijk maken van een grote sporthal, (
- ii)het mogelijk maken, resp. voorzien van een grote tribune, (iii) blijvende mogelijkheid voor het voorzien van stapelruimte en blijvende mogelijkheid voor het voorzien van een polyvalente ruimte, naast een containerpark. Ten overvloede kan ook hier verwezen worden naar het feit dat de noodzaak tot ingebruikname van de voorste twee sportvelden, een noodzaak is, die gecreëerd wordt door de gemeente zelf. Uit het Ruimtelijk Structuurplan blijkt dat er verschillende andere locaties nog voor uitbreiding in aanmerking komen. Er is ook nog het probleem van de maximaal bebouwbare volumes. Het GRUP Bulka voorziet niet in het feit dat de voorbeeldweergave zoals deze nu is ingekleurd, de maximale inkleuring van het gebied is. Nee, de maximale bebouwing van het gebied laat nog grotere bebouwing toe. Dit zorgt ervoor dat dit toetsingskader niet is opgenomen, hetgeen een ongemotiveerde afwijking vormt van het richtinggevend gedeelte van het ruimtelijk structuurplan Boechout. Ook is het perfect mogelijk om in de sporthal zelf feesten te organiseren, als op de sportvelden zelf (= tentfuiven), alsmede wordt er voor wat betreft de polyvalente ruimte en de voorziene oppervlakte geen enkele beperking gesteld. Tot slot stelt zich de problematiek van het laagdynamisch karakter. Er kan vastgesteld worden dat minstens 38% van de leden van de sportverenigingen die aldaar activiteiten zullen gaan uitoefenen, bestaat uit mensen die wonen in de omliggende gemeenten. Van een lokaal karakter kan er dan ook hier moeilijk sprake zijn. Lokaal is enkel Vremde. Boechout zelf ligt hier al te ver verwijderd om nog van een lokaal karakter te spreken. De terreinen die voorzien zijn, zijn dus verre van lokaal, hetgeen het laagdynamisch karakter dan ook overduidelijk schaden. X-14.387-25/30 Deze 38% houdt dus nog geen rekening met de extra verplaatsingen die zullen tot stand komen tussen Boechout en Vremde. De ruimtelijke draagkracht van dit gebied wordt dan ook overschreden. De huidige voorziene werkzaamheden zijn géén maximale mogelijkheden. Er wordt een constante parkeerproblematiek rechtsgeldig gemaakt. Bovendien zorgt de gemeente Boechout door de inplanting van dergelijke centra naast woongebied met landelijk karakter, dat ook deze inkleuring niet meer zal overeenstemmen met hetgeen het gewestplan hieromtrent bepaald. Zodanig dat artikel 4 DRO in combinatie met artikel 38§1 DRO, samen gelezen met het redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel geschonden zijn”. Beoordeling 4.26. De schending van artikel 38, § 1, van het redelijkheids- en van het zorgvuldigheidsbeginsel, wordt niet concreet toegelicht. Het derde middel is in zoverre niet ontvankelijk. 4.27. Artikel 4 DRO bepaalt wat volgt: “De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit”. 4.28. In de toelichtingsnota (p. 80-82) wordt hieromtrent gesteld wat volgt: “Duurzame ruimtelijke ontwikkeling, ruimtelijke draagkracht en ruimtelijke kwaliteit komen niet in het gedrang. De ontwikkeling van de percelen tussen de Bulka-site en de Vremdesesteenweg als sportvelden is niet alleen voorzien in het GRS; bovendien past een dergelijke ontwikkeling binnen het basisprincipe van duurzame kwaliteitsvolle ruimtelijke ontwikkeling. Vooreerst moet gewezen worden op de ligging van de percelen tussen de Bulka-site en de Vremdesesteenweg: het betreft hier enkele weidepercelen die geïsoleerd liggen, ver van andere agrarische gronden die aansluiten met bestaande land- en tuinbouwbedrijven; deze percelen liggen volledig ingesloten door bestaande bebouwing en zijn van marginaal belang voor de agrarische bedrijfsvoering: het betreft hier eigenlijk een restruimte, die nu zinvol wordt ingevuld. In het ‘voorstel van afbakening en differentiatie van de agrarische gebieden’, opgesteld in 1998 door Aminal Land, werden deze percelen reeds beschouwd als ‘structureel aangetast - uitsluiten uit agrarisch gebied’. Het wegvallen van deze gronden uit het agrarisch productieproces brengt derhalve de ruimtelijke kwaliteit van de land- en tuinbouwsector niet in het gedrang. Verder moet gewezen worden op het zuinig ruimtegebruik, wat een element is van duurzaam ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. De eigenlijke Bulka- X-14.387-26/30 site, nu bebouwd met deels vervallen ex-militaire loodsen, wordt gesaneerd en getransformeerd naar functies die noodzakelijk zijn binnen de gemeente. Aansluitend wordt één bijkomend voetbalveld met looppiste aangelegd op geïsoleerde en marginale weidepercelen. Het gaat hier dus over het herbruiken van een bestaande bebouwde ruimte, aangevuld met openluchtrecreatie op - voor de agrarische structuur- marginale gronden. Daarnaast kan gesteld worden dat hier ook sprake is van zuinig ruimtegebruik doordat er een clustering is van functies, zodat er een meervoudig gebruik van infrastructuur mogelijk wordt, ondermeer door het gebruik van de parking. Doordat deze parking zal dienen voor een waaier van omliggende functies (sportvelden, sporthal, polyvalente ruimte ...) zal de turn- over ervan aanzienlijk groter zijn dan wanneer elke functie op zich van een parking voorzien zou zijn. De naastliggende atletiekpiste en voetbaldveld is één van de belangrijkste functies die daartoe bijdragen. Verder zal de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet worden overschreden. Door de bepaling dat hier slechts lokale voorzieningen voor lokale verenigingen mogelijk zijn, wordt het aantal bezoekers sterk beperkt. Door de geplande sportinfrastructuur slechts voor plaatselijke verenigingen open te stellen, met een beperkt aantal bezoekers, zal de verkeerstoename beperkt blijven en komt de ruimtelijke draagkracht niet in het gedrang. Deze ruimtelijke draagkracht zal nog versterkt worden door de ontwikkeling van een groene buffer aan de straatzijde en aan de oostzijde, aan de kant van de bewoning. Mogelijke hinderaspecten naar de omgeving worden daardoor sterk gereduceerd. Tenslotte dient nog gewezen te worden op de spoedige heraanleg van de Vremdesesteenweg, waarbij rekening wordt gehouden met de toegang naar de Bulkasite. Deze heraanleg zal de verkeersveiligheid (een element van de ruimtelijke draagkracht) sterk ten goede komen, wat ook getuigt van een aanpak die een duurzame ruimtelijke ontwikkeling nastreeft”. 4.29. De eerste grief van de verzoekende partijen met betrekking tot de “beschikbare ruimte” en de vergelijking met de recreatiepool De Bunderkes, en de tweede grief met betrekking tot de aanduiding van de toegelaten activiteiten en het voorziene aantal parkeerplaatsen, zijn reeds onderzocht bij de beoordeling van het tweede middel, en niet ernstig bevonden. 4.30. Wat het open karakter van het door het gewestplan tot landschappelijk waardevol agrarisch bestemd gebied betreft, blijkt uit de gegevens van de zaak dat -met uitzondering van een tribune met een maximumhoogte van 5 meter en een maximumbreedte van 30 meter- er geen gebouwen worden voorzien op deze plaats (luidens artikel 2.2.1 van de stedenbouwkundige voorschriften mag de maximale bodembezetting 5% van de totale oppervlakte van de bestemmingszone bedragen). Bovendien is de afbraak gepland van de achterliggende oostelijk gelegen bestaande loodsen, zonder dat deze worden vervangen. De stapelruimte, sporthal en polyvalente ruimte, waar de verzoekende partijen nog naar verwijzen, bevinden zich niet op de bedoelde weilanden aan de Vremdesesteenweg, maar achteraan op het X-14.387-27/30 terrein ter hoogte van het bestaande containerpark. Het verdwijnen van het open ruimte gevoel wordt derhalve niet meteen aannemelijk gemaakt. Het ruimtelijk uitvoeringsplan is voorts tot op zekere hoogte flexibel wat betreft de plaatsing en het volume van de gebouwen. Deze flexibiliteit gaat evenwel niet zo ver dat ongebreidelde bebouwing mogelijk zou zijn. Het ruimtelijk uitvoeringsplan bepaalt een maximaal bebouwingspercentage (5% in de zone voor sport en recreatie in openlucht; 60% in de zone voor sporthal). De beschikbare ruimte kan met andere woorden maximaal slechts deels bebouwd worden. Bovendien lijkt het verweer gepast dat de concrete invulling van het plangebied hoe dan ook zal moeten worden beoordeeld in functie van de stedenbouwkundige voorschriften die lokale activiteiten vooropstellen en het aantal beschikbare parkeerplaatsen vastleggen. Het laagdynamisch karakter ten slotte wordt opgelegd door de stedenbouwkundige voorschriften van het plan, die bindende en verordenende kracht bezitten. Het eventueel niet naleven van de stedenbouwkundige voorschriften kan niet dienstig als grondslag worden aangevoerd om tot de onwettigheid van het bestreden plan te kunnen besluiten. 4.31. Het derde middel is niet ernstig. 4. Vierde middel Uiteenzetting van het middel 4.32. In een vierde middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van het materieel motiveringsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en van het formeel motiveringsbeginsel zoals vervat in artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, “Doordat de provincie Antwerpen in haar besluit verwijst naar de beslissing van de gemeenteraad van Boechout dd. 30 maart 2009 om te stellen dat er aangetoond werd dat het hier om onvoorziene ontwikkelingen gaat die toelaten tot noodzakelijkheid te besluiten om de reservesportvelden dadelijk in te nemen. Terwijl uit de voorgaande twee middelen en uit het verslag van NV Tauw, waarnaar integraal verwezen wordt, blijkt dat dergelijke noodzaak om verschillende redenen niet blijkt en dat het al geheel niet onvoorzien is. Daar de onderliggende motieven waarnaar de provincie Antwerpen verwijst in haar besluit van 4 juni 2009 niet voorhanden zijn, er dan ook een schending voorligt van het materiële motiveringsbeginsel en van artikel 3 federale Wet Motivering X-14.387-28/30 dd. 29 juli 1991, daar het manifest is dat de aangehaalde middelen feitelijke grondslag missen”. Beoordeling 4.33. Krachtens de bepalingen van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: de formele motiveringswet) moeten eenzijdige rechtshandelingen met individuele strekking die uitgaan van een bestuur en die beogen rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur, in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen, en moeten deze afdoende zijn. 4.34. Het middel is uitsluitend gericht tegen het besluit van de deputatie waarbij het betrokken gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wordt goedgekeurd. 4.35. De goedkeuring is de rechtshandeling waarbij de toezichthoudende overheid verklaart dat een beslissing van een onder toezicht staand bestuur uitwerking mag hebben, omdat ze noch de wet schendt, noch het algemeen belang schaadt. De procedure tot aanneming van gemeentelijke plannen van aanleg behoort tot de gemeentelijke bevoegdheid. Teneinde een definitief aangenomen gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan verbindende kracht te verlenen, moet zodanig plan door de deputatie van de provincieraad van de provincie waarin de gemeente is gelegen, worden goedgekeurd. Als maatregel van bijzonder bestuurlijk toezicht, kan een goedkeuring zelf geen inhoudelijke wijzigingen aan een plan aanbrengen. De toezichthoudende overheid aanvaardt door de goedkeuring de motieven onderliggend aan het goed te keuren besluit waarbij het plan van aanleg definitief is aangenomen. Krachtens artikel 2, § 1 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, juncto artikel 171, eerste lid DRO, bezitten de plannen van aanleg, waaronder het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, bindende en verordenende kracht en zijn de plannen van aanleg derhalve geen rechtshandelingen “met individuele strekking”. De formele motiveringswet is derhalve niet van toepassing op het besluit van de gemeenteraad houdende definitieve aanneming van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Het goedkeuringsbesluit heeft weliswaar geen reglementair karakter, maar houdt enkel de bevestiging in van een reglementair besluit dat door een gemeenteoverheid X-14.387-29/30 is vastgesteld. Het middel is, in zoverre de schending van de formele motiveringswet wordt aangevoerd, niet ernstig. 4.36. Het tweede en het derde middel waarnaar de verzoekende partijen verwijzen ter staving van de schending van de materiële motiveringsplicht, werden niet ernstig bevonden. 4.37. Het middel is niet ernstig. 4.38. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf februari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, met bijstand van Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Johan Bovin X-14.387-30/30 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.516 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.949 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div