id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.547 Rolnummer: A. 195415/XII-6103 Zaak: Arrest 200547 - Bevolkingsregister - 05/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-08 Raadplegingen: 175 - laatst gezien 2026-07-02 08:41 Fiche Arrest nr 200.547 van 5 februari 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bevolkingsregister Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 200.547 van 5 februari 2010 in de zaak A. 195.415/XII-
- In zake: Werner ABAISA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Lieve Pepermans kantoor houdend te Antwerpen Broederminstraat 38 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE STAD TURNHOUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Benny Backx kantoor houdend te Turnhout Campus Blairon 427 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “de beslissing dd. 14.12.2010 [lees: 2009] meer bepaald de beslissing tot weigering akteren [door de ambtenaar van de burgerlijke stand te Turnhout] van een wettelijke samenwoonst (cfr. 1475 B.W.)”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 februari 2010, om 13.30 uur. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. XII-6103-1\5 Advocaten Jan De Lien en Lieve Pepermans, die verschijnen voor verzoeker, en advocaat Benny Backx, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Bart Weekers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 10 augustus 2009 vragen verzoeker, die de Surinaamse nationaliteit heeft, en M. R., die de Nederlandse nationaliteit bezit, de registratie van een verklaring van wettelijke samenwoning aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van Turnhout. Na het inwinnen van het advies van de procureur des Konings te Turhout, dat negatief is, weigert de ambtenaar met een brief van 14 december 2009 de “aanvraag tot wettelijke samenwoonst te akteren daar er [...] voldoende ernstige elementen zijn om aan de echtheid van de wettelijke samenwoonst te twijfelen”. Toegelicht wordt onder meer dat de intentie van minstens één van de samenwonenden gericht is op het verkrijgen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat verbonden is aan de staat van wettelijk samenwonende. Op 4 december 2009 dient verzoeker ook nog een huwelijks- aanvraag in die eveneens op een weigering -van 13 januari 2010- van de ambtenaar van de burgerlijke stand uitloopt. IV. Rechtsmacht van de Raad van State
- Krachtens de artikelen 144 en 145 van de Grondwet behoren de geschillen over subjectieve rechten in principe tot de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde. De Raad van State zal bijgevolg, in beginsel, zonder rechtsmacht zijn wanneer het beroep tot nietigverklaring een betwisting over XII-6103-2\5 het bestaan en de omvang van een subjectief recht tot werkelijk en rechtstreeks voorwerp heeft. Het bestaan van een subjectief recht veronderstelt dat de verzoeker zich beroept op een welbepaalde juridische verplichting die een regel van objectief recht rechtstreeks aan een derde oplegt en bij de nakoming waarvan hij belang heeft. Opdat er ten aanzien van de bestuurlijke overheid sprake van een dergelijk recht kan zijn, moet de bevoegdheid van die overheid gebonden zijn.
- Te dezen heeft verwerende partij geweigerd de verklaring van wettelijke samenwoning van verzoeker en M. R. in de bevolkingsregisters op te nemen.
- Naar eis van artikel 1476, § 1, derde lid, B.W. gaat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats na of beide partijen voldoen aan de wettelijke voorwaarden inzake de wettelijke samenwoning en maakt hij “in voorkomend geval” melding van de verklaring in het bevolkingsregister. Daar sluit artikel 1, 27/, van het koninklijk besluit tot vaststelling van de informatie die opgenomen wordt in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregister bij aan, door te bepalen dat onder andere de volgende informatie betreffende de Belgen en de vreemdelingen wordt opgenomen in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister: de verklaring van de wettelijke samenwoning. Gelet op de artikelen 1475 en 1476 B.W. zijn de betrokken voorwaarden voor de vermelding: - niet verbonden zijn door een huwelijk of door een andere wettelijke samenwoning; - bekwaam zijn om contracten aan te gaan overeenkomstig de artikelen 1123 en 1124; - een geschrift tegen ontvangstbewijs overhandigen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats, welk geschrift de datum van de verklaring moet bevatten, de naam, voornamen, plaats en datum van geboorte en de handtekening van beide partijen, de gemeenschappelijke woonplaats, de vermelding van de wil van beide partijen om wettelijk samen te wonen, de vermelding dat de beide partijen vooraf kennis hebben genomen van de inhoud van de artikelen 1475 tot 1479, en in voorkomend geval de vermelding van de overeenkomst bedoeld in artikel
- XII-6103-3\5 Vooralsnog blijkt niet dat de ambtenaar van de burgerlijke stand bij het nagaan of de partijen al dan niet aan de wettelijke voorwaarden inzake de wettelijke samenwoning voldoen, over enige discretionaire beoordelings- bevoegdheid beschikt. De Raad van State ziet alleszins in de huidige stand van de procedure geen reden om terzake anders te oordelen dan het Hof van Cassatie deed -in zijn arrest AR C.06.0334.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070413.2 van 13 april 2007- met betrekking tot de voorwaarden waaronder de ambtenaar op grond van artikel 167, eerste lid, B.W. kan weigeren het huwelijk te voltrekken, zoals bij de vaststelling dat het om een schijnhuwelijk gaat. Die voorwaarden laten de ambtenaar volgens het Hof geen discretionaire beoordelingsbevoegdheid.
- Is aan de wettelijke voorwaarden van artikel 1475 en 1476 B.W. voldaan -“in voorkomend geval”-, dan is de ambtenaar van de burgerlijke stand ertoe verplicht om van de verklaring van wettelijke samenwoning in de bevolkings- registers melding te maken.
- De conclusie is dat de bestreden beslissing een geschil deed ontstaan tussen de ambtenaar en verzoeker over verzoekers recht om de verklaring van wettelijke samenwoning die hij met M. R. opstelde in het bevolkingsregister te doen vermelden. Met zijn vordering tegen die beslissing -onder aanvoering, onder meer, dat de ambtenaar een eigen voorwaarde aan de wettelijke voorwaarden toevoegt en artikel 1475 B.W. manifest schendt-, brengt verzoeker op het eerste gezicht wezenlijk een geschil over de erkenning van een subjectief recht aan. In het licht van de artikelen 144 en 145 van de Grondwet komt de kennisneming van een vordering die een dergelijk geschil tot werkelijk en direct voorwerp heeft in beginsel evenwel aan de rechtbanken van de rechterlijke orde toe. Verzoeker, ter zitting in de gelegenheid gesteld hierover zijn mening te geven, maakt niet aannemelijk dat het te dezen anders moet zijn. Het gebrek aan rechtsmacht van de Raad van State vertoont een dermate hoge graad van waarschijnlijkheid dat de vordering, ambtshalve, om die reden dient verworpen te worden. XII-6103-4\5 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 5 februari 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Johan Lust XII-6103-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.547 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070413.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div