← België

Arrest 200557 - Personeel van de rechterlijke orde - 08/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.557 Rolnummer: A. 107115/IX-2932 Zaak: Arrest 200557 - Personeel van de rechterlijke orde - 08/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-18 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 08:42 Fiche Arrest nr 200.557 van 8 februari 2010 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 200.557 van 8 februari 2010 in de zaak A. 107.115/IX-2932 In zake : Aimé JORIS wonende te Zwijndrecht Kerkhofstraat 22 tegen : het REKENHOF bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Mike Gelders kantoor houdend te Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 9 juli 2001, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Algemene Vergadering van het Rekenhof, genomen in de zittingen van 31 januari 2001 en van 11 april 2001 houdende de weigering aan verzoeker een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke redenen en een verlof voor verminderde prestatie gewettigd door sociale of familiale redenen toe te staan”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. IX-2932-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 januari
  3. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, en advocaat Leen De Vuyst, die loco advocaat David D’Hooghe verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is sedert 1 november 1982 ambtenaar bij het Rekenhof. 3.
  6. Sinds 1 mei 1997 is de verzoeker gemachtigd om zijn ambt deeltijds (80 %) uit te oefenen. Op 8 november 2000 beslist de algemene vergadering van het Rekenhof dat de verzoeker met ingang van 1 december 2000 gebruik kan maken van het recht op verlof voor halftijdse vervroegde uittreding. Het verlof loopt ten einde op 1 september 2002, zijnde de datum waarop de verzoeker op rust gesteld wenst te worden. 3.
  7. Op 24 januari 2001 dient de verzoeker in verband met het stopzetten van zijn actieve loopbaan een aanvraag in, die als volgt luidt : “Zoals U bekend heeft het rekenhof onlangs een halftijdse vervroegde uittreding voorzien, waar ik vanaf 1 december 2000 ben ingestapt. Ten node, omdat wij spijtig genoeg geen andere regeling hebben. Ik denk er nu aan om mijn actieve loopbaan te beëindigen, temeer omdat ik in de komende maand augustus 2001, 40 jaar aan ’t werk zal zijn. Dit lijkt mij een geschikte gelegenheid om er een punt achter te zetten. IX-2932-2/7 Deze ‘beëindiging’ zou als volgt kunnen gebeuren : - september 2001 : opnemen verlof 2001, - oktober en november 2001 : disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegen- heden, - december 2001 en januari 2001

(2002): verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen, - februari 2002 : opnemen verlof 2002, - maart tot en met augustus 2002 : disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheden, - 1 september 2002 : pensioen. Indien het hof zijn akkoord kan verlenen, is het wellicht aan te raden mijn administratieve maatregel in één beslissing te nemen. Dit laat eveneens toe in mijn vervanging te voorzien”. 3.
  1. De hoofdgriffier van het Rekenhof, oordeelt dat de aanvraag van de verzoeker niet kan worden ingewilligd “aangezien betrokkene niet uit het stelsel (van vervroegde halftijdse uittreding) kan stappen dat hij heeft aangevraagd, enerzijds, en datzelfde stelsel het hem onmogelijk maakt om een disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheden of een verlof voor verminderde prestatie om sociale familiale redenen aan te vragen, anderzijds”. Op 31 januari 2001 gaat de algemene vergadering van het Rekenhof akkoord met dit standpunt en wijst de aanvraag van de verzoeker af. 3.
  2. Bij brief van 28 februari 2001 vraagt de verzoeker om zijn aanvraag, zoals geformuleerd in zijn brief van 24 januari 2001, opnieuw in overweging te nemen. 3.
  3. Op 11 april 2001 bevestigt de algemene vergadering van het Rekenhof het standpunt dat zij heeft ingenomen op 31 januari
  4. 3.
  5. Met een brief van 25 april 2001 vraagt de verzoeker aan de hoofdgriffier dat, aangezien de notulen van de algemene vergadering in algemene bewoordingen zijn gesteld, hem “een formele eindbeslissing”, zou worden overgemaakt. 3.
  6. Met een brief van 16 mei 2001 antwoordt de hoofdgriffier aan de verzoeker dat om aan de principebeslissing van de algemene vergadering een algemene verspreiding te kunnen geven, zijn naam uit de notulen werd geweerd, ter IX-2932-3/7 bescherming van zijn privacy, maar dat het duidelijk is dat wel degelijk zijn verzoek tot onderbreking van zijn halftijdse vervroegde uittreding werd behandeld. 3.
  7. Met een brief van 2 juli 2001 dient de verzoeker met ingang van 1 september 2001 zijn ontslag in als ambtenaar bij het Rekenhof. Hij schrijft desbetreffend wat volgt: “Zoals U zich wellicht herinnert, werd mijn verzoek tot het bekomen van een disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheden geweigerd. Om een aantal redenen die ik U eerder bij brief heb meegedeeld, blijf ik bij mijn besluit om mijn actieve loopbaan bij het Rekenhof stop te zetten. Gelieve daarom mijn ontslag als ambtenaar bij het Rekenhof te willen aanvaarden. Dit ontslag gaat in op 1 september 2001”. 3.
  8. Op 4 juli 2001 beslist de algemene vergadering van het Rekenhof dat het ontslag van verzoeker wordt aanvaard. Deze beslissing heeft uitwerking op 31 augustus
  9. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 4.
  10. De verwerende partij voert aan bij wege van exceptie dat de verzoeker met ingang van 1 september 2001 zijn ontslag als ambtenaar van het Rekenhof heeft aangeboden en dat dit ontslag door de algemene vergadering van het Rekenhof aanvaard werd op 4 juli
  11. Bijgevolg heeft de verzoeker de hoedanig- heid van ambtenaar verloren met ingang van 1 september 2001, wat tot gevolg heeft dat hij noch op het ogenblik van het instellen van het annulatieberoep, noch op het ogenblik dat de Raad van State over het annulatieberoep uitspraak zal doen, een actueel belang heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing. De gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing kan aan de verzoeker geen voordeel verschaffen. 4.
  12. De verzoeker antwoordt, samengevat, dat hij door de weigering om hem een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke redenen en een verlof voor verminderde prestatie gewettigd door sociale of familiale redenen toe te staan, genoodzaakt was om zijn ontslag in te dienen. IX-2932-4/7 Dat zijn enige doelstelling is het terug bekomen van zijn hoedanigheid van ambtenaar, dat hij dit slechts kan doen door middel van de vernietiging van de bestreden beslissing en dat het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar hem een belangrijk financieel verlies doet lijden. Hij besluit zijn uiteenzetting als volgt : “Het rechtstreeks voordeel bij een vernietiging is evident. Verzoeker tracht middels het verzoek tot vernietiging van de bestreden beslissing terug te gaan naar 11 april 2001, dag van de weigeringsbeslissing. Hij zou vragen per 1 september 2001, opnieuw te worden opgenomen in het personeelsbestand, en op dezelfde dag zou hij een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke redenen vragen, te beginnen vanaf 1 september 2001 en eindigend op 31 augustus
  13. Op die wijze zal hij eindelijk bereiken dat hij vanaf 1 september 2002 het statuut heeft van op rust gestelde ambtenaar”. Beoordeling 5.
  14. De verzoeker vraagt de vernietiging van de beslissingen van de algemene vergadering van het Rekenhof van 31 januari 2001 en van 11 april 2001, waarbij zijn aanvraag wordt afgewezen, om vanaf 1 september 2001 zijn actieve loopbaan met disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheden en verlof voor verminderde prestaties om sociale en familiale redenen te kunnen beëindigen. 5.2.
  15. Opdat de verzoeker zou doen blijken van een belang bij het beroep is onder meer vereist dat de vernietiging van de bestreden beslissingen hem een voordeel zou verschaffen. Dit voordeel moet rechtstreeks uit de vernietiging voortvloeien. Uit de uiteenzetting van de verzoeker blijkt dat hij zijn belang bij het beroep afleidt uit het feit dat de vernietiging van de bestreden beslissingen tot gevolg zou hebben dat hij retroactief vanaf 1 september 2001 de hoedanigheid van ambtenaar met disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheden of met verlof voor verminderde prestaties om sociale of familiale redenen zou kunnen verkrijgen. 5.2.
  16. Het feit dat de verzoeker vanaf 1 september 2001 de hoedanigheid van ambtenaar van het Rekenhof verloren heeft, is geen gevolg van de bestreden beslissingen, maar wel van het ontslag dat de verzoeker bij brief van 2 juli 2001 heeft aangeboden en door de algemene vergadering van het Rekenhof werd aanvaard op 4 juli
  17. IX-2932-5/7 De vernietiging van de bestreden beslissingen heeft derhalve niet tot gevolg dat de verzoeker vanaf 1 september 2001 opnieuw de hoedanigheid van ambtenaar van het Rekenhof verkrijgt. De verzoeker heeft immers sedert 1 september 2001 definitief de hoedanigheid van ambtenaar van het Rekenhof verloren. 5.2.
  18. De vernietiging van de bestreden beslissingen kan niet leiden tot een beslissing waarbij de verzoeker voor de periode vanaf 1 september 2001 retroactief als ambtenaar met disponibiliteit wegens persoonlijke aangelegenheden of met verlof voor verminderde prestaties om sociale of familiale redenen wordt beschouwd. De verzoeker doet derhalve niet blijken van het rechtens vereiste belang bij het beroep. Bijgevolg is het beroep niet ontvankelijk en is de exceptie van de verwerende partij gegrond. BESLISSING
  19. De Raad van State verwerpt het beroep.
  20. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 173,53 euro. IX-2932-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-2932-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.557 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.