id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.569 Rolnummer: A. 194748/IX-6616 Zaak: Arrest 200569 - Rechten, plichten en onverenigbaarheden - 08/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-18 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-07-02 08:42 Fiche Arrest nr 200.569 van 8 februari 2010 Openbaar ambt - Rechten, plichten en onverenigbaarheden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 200.569 van 8 februari 2010 in de zaak A. 194.748/IX-6616 In zake : Kathy DE SCHEPPER wonende te Gent Tuinwijk Ter Heide 82 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 13 november 2009, strekt tot de nietigverklaring van “de negatieve beslissing van de Adviseur-Directeur VIPK betreffende het verkrijgen van opleidingsverlof voor het volgen van een opleiding Spaans”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Adjunct-auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 februari 2010 . Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Attaché Brecht Vandenberghe, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. IX-6616-1/4 Adjunct-auditeur Melissa Celis, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies verleend. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 13 november 2009 dient de verzoekster het volgende verzoekschrift in: “(...) Hierbij wens ik de nodige argumenten naar voor te brengen die niet alleen de beslissing om mij geen opleidingsverlof te verschaffen aanvechten, maar deze ook ondersteunend motiveren. In een tijdsgebeuren waarbij opleiding, vervolmaking en bijscholing de waarde van een bedrijf omhoogtillen en deze het zelfbeeld en de productiviteit van de werknemer(
- s)ten goede komt, kan ik niet anders dan vaststellen dat er binnen het bedrijf justitie - departement gevangenis een tegenovergesteld beleid gevoerd wordt. Niettegenstaande er in de gevangenis De Nieuwe wandeling te Gent het voorbije jaar slechts 3 aanvragen voor educatief verlof werden ingediend op een personeelsbestand van ± 200 mensen heb ik de neiging te denken dat dit een te verwaarlozen percentage is en dus niet kan worden weerhouden als tegenindicatie. Het argument van de Advi- seur-Directeur VIPK ‘Deze taal is geen prioriteit in de gevangenis Gent’ kan zeker niet gebaseerd zijn (
- op)de vraag of er al dan niet Spaanstalige gedetineer- den gehuisvest zijn in de gevangenis van Gent en dat het een meerwaarde zou betekenen indien personeelsleden deze taal machtig zijn, gezien het feit dat er de voorbije jaren acht aanvragen voor het verkrijgen van educatief verlof voor het volgen van deze cursus wel werden goedgekeurd. Dit laatste zou een tegenindicatie kunnen zijn omdat teveel personeelsleden dezelfde opleiding volgden de voorbije jaren. Maar hier kan ik als tegenargument inbrengen dat er, en zeker in de gevangenis van Gent, regelmatig mutaties plaatsvinden waarbij personeelsleden die de opleiding betreffende volgden, zijn verdwenen naar andere instellingen. Een verlies voor de gevangenis Gent maar geen verlies voor justitie - departement gevangenissen gezien deze personeelsleden in andere instellingen aan de slag gaan. In dienst treden binnen de gevangenis als eerstelijnswerker is een betrekking waar je instapt zonder echt te weten wat je te wachten staat. Je dient er voor of niet! Zij die het niet in zich hebben om dagdagelijks te werken bij de moeilijk- ste mensen uit de samenleving blijven dan ook niet lang. Zij die het echter wel in zich hebben doen hun job met hart en ziel. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de velen van hen zich wensen bij te scholen om hun jobinvulling een meerwaarde te geven. Niemand wenst een opleiding te volgen waarbij hij of zij weet dat deze geen zin heeft op de werkvloer! Er zijn redelijk wat Spaanstalige gedetineerden en hun taal begrijpen en kunnen spreken is een fundamentele meerwaarde voor
- a)de veiligheid binnen de inrichting en
- b)de bejegening naar deze gedetineerden toe. Het is au fond een win win situatie. IX-6616-2/4 Vertrouwend op uw advies, vraag ik beleefd Geachte Mijnheer, Mevrouw, om de beslissing mij geen educatief verlof toe te kennen te willen bestuderen en te evalueren, dit in samenhang met het argument van de Adviseur- Directeur VIPK en mijn eigen argumenten en visie betreffende. (...).” Beoordeling 4. Uit voornoemd verzoekschrift blijkt dat de verzoekster artikel 2, § 1, 3/, van het algemeen procedurereglement niet heeft nageleefd, omdat het verzoekschrift geen uiteenzetting bevat van de middelen. De uiteenzetting van een rechtsmiddel vereist dat zowel de rechtsregel of het rechtsbeginsel wordt aangeduid dat zou geschonden zijn, als de wijze waarop de rechtsregel of dit rechtsbeginsel door de bestreden beslissing werd geschonden. Een rechtsmiddel bestaat uit een voldoende duidelijke omschrij- ving van de geschonden geachte rechtsregel of rechtsbeginsel, zonder dat vereist is dat in het verzoekschrift de wetsbepalingen worden aangegeven die zouden zijn geschonden. Het is wel vereist dat eventueel summier doch duidelijk de beweerde schending van een rechtsregel of rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt aangegeven, opdat een middel ontvankelijk zou zijn. 5. De uiteenzetting van de verzoekster bestaat uit de weergave van een aantal grieven met betrekking tot de bestreden beslissing. In deze uiteenzetting duidt de verzoekster niet aan welke rechtsregel of welk rechtsbeginsel zij geschonden acht door de bestreden beslissing, noch omvat deze uiteenzetting een voldoende, duidelijke omschrijving van de wijze waarop de betrokken rechtsregel of het rechtsbeginsel geschonden werd. Het komt aan de Raad van State niet toe om zelf uit het verzoekschrift een rechtsmiddel te distilleren en het behoort evenmin tot de bevoegdheid van de Raad van State om in de plaats van het bestuur een beslissing te nemen tot toekenning van het opleidingsverlof. IX-6616-3/4 6. Het beroep is bijgevolg kennelijk niet ontvankelijk. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6616-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.569 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div