← België

Arrest 200572 - Energie - 08/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.572 Rolnummer: A. 162982/IX-4932 Zaak: Arrest 200572 - Energie - 08/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-16 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 08:42 Fiche Arrest nr 200.572 van 8 februari 2010 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 200.572 van 8 februari 2010 in de zaak A. 162.982/IX-4932 In zake : de NV METAL FINISHING INDUSTRIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Andy Beelen kantoor houdend te Beringen Scheigoorstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Francine Lemaire kantoor houdend te Brussel René Berrewaertslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 31 mei 2005, strekt tot de nietigverkla- ring van het besluit van 6 april 2005 van de Vlaamse minister van Economie waarbij aan de NV Metal Finishing Industrie ecologiesteun geweigerd wordt. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. IX-4932-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 februari
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Joris Gebruers, die loco advocaten Wim Mertens en Andy Beelen verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Francine Lemaire, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij wenst een poederspuitcabine aan te schaffen van het type Nordson, waarvan de aankoopprijs 10.000 euro bedraagt. Zij wenst deze aankoop te financieren met een leasingcontract waarbij de NV KBC Lease Belgium als lessor optreedt. 3.
  6. De verzoekende partij dient bij brief van 29 maart 2004 bij de verwerende partij een aanvraag in voor het verkrijgen van ecologiesteun voor het aanschaffen van deze poederspuitcabine. Het dossier wordt ontvangen op 1 april
  7. In bijlage is een leasingovereenkomst gevoegd waarin vermeld wordt : “opgemaakt te Leuven in 2 originele exemplaren op 24/03/2004 (...) waarvan elke partij verklaart een origineel exemplaar te hebben ontvangen”. 3.
  8. Op 23 april 2004 wordt de gevraagde ecologiesteun geweigerd door de aangestelde van de minister. Er wordt uiteengezet dat voor aanvragen, ingediend vanaf 9 juli 2002, nog enkel ecologiesteun kan worden toegekend voor toekomstige investeringen, zodat de reeds gefactureerde investeringen of afgesloten leasings aldus niet in aanmerking komen. Te dezen is zulks het geval, aangezien “de IX-4932-2/7 ontvangstdatum van het dossier 1 april 2004 (is) en het leasingcontract dateert van 23 maart 2004”. In de kennisgeving wordt de verzoekende partij op de gebruikelij- ke wijze verwittigd omtrent volgende beroepsmogelijkheden: een willig beroep bij de administratie, een hiërarchisch beroep bij de minister en een annulatieberoep bij de Raad van State, in te dienen binnen de 60 dagen. 3.
  9. De verzoekende partij stelt bij brief van 28 april 2004 beroep in bij de afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid van de Vlaamse Gemeenschap en zij voegt enkele stukken toe. Zij houdt voor dat het leasingcontract “voor akkoord ondertekend werd op 5 april 2004” en dat de leasingmaatschappij op die dag ook de bestelling geplaatst heeft. 3.
  10. De verantwoordelijke ambtenaar deelt bij brief van 28 juni 2004 aan de verzoekende partij mee dat ze bij haar standpunt blijft dat “23 maart 2004” als de startdatum van de overeenkomst geldt. 3.
  11. De verzoekende partij stelt bij aangetekende brief van 30 augustus 2004 beroep in bij de Vlaamse minister van Economie tegen de beslissing van 28 juni 2004 met opnieuw als argument dat de leasingovereenkomst pas door de beide partijen werd ondertekend op 5 april
  12. Zij voegt nu wel een verklaring bij van KBC Lease Belgium waarin deze bevestigt dat het contract “opgemaakt” werd op 24 maart 2004 en dat het ondertekend werd door de leasingnemer Metal Finishing Industrie op 4 april
  13. 3.
  14. De verzoekende partij herinnert op 17 februari 2005 het bestuur aan haar beroep. 3.
  15. In de nota aan de minister van Economie van 16 maart 2005 stelt het afdelingshoofd van de bevoegde dienst voor om de beslissing van 23 april 2004 niet te herzien. 3.
  16. De minister van Economie neemt op 6 april 2005 de volgende voor de verzoekende partij negatieve beslissing: “In antwoord op uw brief van 17 februari 2005 deel ik u mee dat de beslissing van 23 april 2004 niet kan worden herzien. IX-4932-3/7 Met het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2002 werden voor de toekenning van ecologiesteun de richtlijnen VL7.4 op een aantal punten gewijzigd, waardoor voor ecologische steunaanvragen na 9 juli 2002 het Besluit en het ongewijzigd gedeelte van de richtlijnen VL7.4 van toepassing zijn, waardoor :
  17. Overeenkomstig art. 3§1 en art. 3§2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2002 een steunaanvraag moet worden ingediend vóór de startdatum en dat het indienen van de steunaanvraag na de start- datum een weigering tot gevolg heeft.
  18. overeenkomstig de richtlijn VL7.4, 2.2.2 bij financiering van de investering met leasing de datum van het afsluiten van het leasingscontract, en niet de datum van factuur of bestelling, als startdatum van een investering geldt. Het door partijen ondertekende leasingscontract draagt als datum 24 maart
  19. Dit is de enige datum die bepaalt of uw aanvraag al of niet te laat werd ingediend en niet de datum van een (definitieve) bestelling of betaling.” Dit is het bestreden besluit. 3.
  20. In een e-mailbericht van 22 april 2004 deelt de verantwoordelijke van de dienst aan de verzoekende partij mee dat zij “nog het eindberoep bij de Raad van State” kan indienen, zoals haar medegedeeld in de beslissing van 23 april
  21. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  22. De auditeur-verslaggever stelt in zijn verslag over de zaak vast: - dat de toelage initieel geweigerd werd omdat ecologiesteun nog enkel toegekend kan worden voor toekomstige investeringen zodat de leasingovereenkomsten die op het ogenblik van de aanvraag reeds afgesloten zijn, niet voor steun in aanmerking komen; - dat de verzoekende partij tegen dat besluit beroep ingesteld heeft, dat zij daarin met bewijsstukken argumenteerde dat het contract slechts getekend is op 5 april 2004 -dit is na de subsidieaanvraag- en dat de verwerende partij daarop geantwoord heeft dat zij bij haar standpunt blijft dat 23 maart 2004 de startdatum van de leasingovereenkomst is; - dat de verzoekende partij vervolgens opnieuw beroep ingesteld heeft waarin zij haar standpunt uit het vorig beroep herneemt, waarop de minister met het bestreden besluit stelt dat de beslissing van 23 april 2004 niet kan worden herzien, daarbij verwijzend naar de geldende regelgeving en de omstandigheid dat het leasingcontract de datum van 24 maart 2004 vermeldt. IX-4932-4/7 De auditeur besluit dat de drie beslissingen die de verwerende partij in deze zaak genomen heeft, dezelfde motieven als grondslag hebben, dat het bestreden besluit van 6 april 2005 aldus de loutere bevestiging is van de beslissing van 23 april 2004 of toch zeker van de beslissing van 28 juni
  23. Als gericht tegen een louter bevestigende beslissing acht hij het beroep niet ontvankelijk.
  24. In haar laatste memorie stelt de verzoekende partij dat de beslissingen niet door dezelfde motieven gedragen zijn, aangezien alleen het bestreden besluit melding maakt van punt 2.2.2 van de richtlijn VL7.4., en daar duidelijk voor het eerst wordt aangegeven welke regeling volgens de verwerende partij exact van toepassing is. Daaruit blijkt dat het bestuur wel degelijk een nieuw onderzoek aan de zaak gewijd heeft. Overigens heeft zij op 30 augustus 2004 en 9 maart 2005 nog nieuwe gegevens bij het dossier gevoegd. Beoordeling
  25. De reglementering ter zake organiseert geen administratief beroep tegen beslissingen over de weigering van toelagen. De verwerende partij heeft bij de kennisgeving van de beslissing van 23 april 2004 aan de verzoekende partij medegedeeld dat zij drie beroepsmogelijkheden had: een “willig en oneigenlijk beroep” bij de bevoegde administratie, een “hiërarchisch beroep” bij de minister en een “eindberoep” bij de Raad van State, in te dienen binnen de 60 dagen “na de kennisgeving van onderhavige beslissing”. Met die mededeling heeft de verwerende partij niets toegevoegd aan de bestaande rechtsregels met betrekking tot de beroepsmogelijkheden tegen administratieve beslissingen. Dit betekent dat de ontvankelijkheid van het beroep zoals het hier werd ingediend, afhangt van de vraag of het willig en hiërarchisch beroep dat de verzoekende partij ingediend heeft, uitgelopen is op een besluit van de verwerende partij dat niet de loutere bevestiging is van de beslissing van 23 april 2004, die de verzoekende partij niet bestreden heeft.
  26. In haar bezwaarschriften heeft de verzoekende partij erop gewezen dat zij het leasingcontract ondertekende op 5 april
  27. Met haar tweede bezwaarschrift legde zij zelfs een verklaring over van KBC Lease Belgium, opgemaakt op 11 augustus 2004, waarin gesteld wordt dat het leasingcontract “opgemaakt (werd) op datum van 24.03.2004" en dat het “ondertekend werd door de leasingnemer, MFI, op 4 april waarna wij het door ons mede ondertekend terug overmaakten en de bestelling bij de leverancier Nordson plaatsten”. Aldus bracht IX-4932-5/7 de verzoekende partij bij het bestuur wel een nieuw gegeven aan -in het tweede bezwaarschrift gestaafd met een bewijsstuk- dat bij haar de hoop kon wekken dat het bestuur zijn houding zou wijzigen, maar dat garandeerde haar geenszins dat de verwerende partij op grond daarvan het dossier opnieuw zou onderzoeken en haar rechtstoestand opnieuw zou vaststellen.
  28. Uit het dossier blijkt dat de minister het bezwaarschrift aan de administratie overgemaakt heeft en die is tot het besluit gekomen dat de verzoeken- de partij “geen argumenten aanhaalde die een wijziging van de negatieve beslissing rechtvaardigen”, aangezien in “de bijkomend opgestuurde kopie van het door beide partijen ondertekende contract nog steeds dezelfde datum van 24 maart 2004” staat. De minister heeft dat voorstel gevolgd en daarmee bevestigd wat voorheen reeds was beslist. De omstandigheid dat in deze beslissing voor het eerst de rechtsgrond wordt vermeld waarop de verwerende partij haar standpunt steunt is geen gegeven dat het louter bevestigend karakter van dat besluit tegenspreekt. Het beroep is gericht tegen een louter bevestigende beslissing en is derhalve niet ontvankelijk.
  29. Uit het dossier blijkt dat de bevoegde afdeling van het bestuur in een e-mail van 22 april 2005 aan de verzoekende partij bericht heeft: “Na het hiërarchisch beroep blijft u nog het eindberoep bij de Raad van State over (cf punt 7 - bijzondere bepalingen- van de beslissing van 23 april 2004)”. De verwerende partij heeft de verzoekende partij aldus in verwarring gebracht over haar verweer- mogelijkheden zodat het past de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  30. De Raad van State verwerpt het beroep.
  31. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-4932-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-4932-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.572 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.