id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.573 Rolnummer: A. 157707/IX-4719 Zaak: Arrest 200573 - Naamsveranderingen - 08/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-16 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 08:42 Fiche Arrest nr 200.573 van 8 februari 2010 Justitie - Naamsveranderingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 200.573 van 8 februari 2010 in de zaak A. 157.707/IX-4719 In zake : Christophe DE MOL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerard Soete kantoor houdend te Oostende Kerkstraat 8 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle De Vroe kantoor houdend te Gent Begijnhoflaan 73 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 november 2004, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de minister van Justitie van 27 september 2004 waarbij het verzoek van Christophe De Mol tot naamsverandering van “De Mol” naar “Saintpo” wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. IX-4719-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 februari
- Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gilles Caerels, die loco advocaat Gerard Soete verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Isabelle De Vroe die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is op 5 augustus 1983 geboren te Oostende uit het huwelijk van Frank De Mol en Nicole Saintpo. Uit dit huwelijk is ook een dochter geboren, Evelyne De Mol, geboren te Oostende op 17 februari
- 3.
- De echtgenoten De Mol en Saintpo zijn uit de echt gescheiden sedert 19 september
- In 1994 huwt Nicole Saintpo met Filip Vandenbroele. De kinderen uit haar eerste huwelijk worden verder in dit gezin opgevoed. 3.
- Met een brief van 17 augustus 2002 dient de verzoeker bij de minister van Justitie een verzoek in om zijn naam te veranderen van “De Mol” naar “Saintpo”. Als reden wordt verwezen naar “familiale redenen”. 3.
- Bij brief van 17 september 2002 belast de minister van Justitie de procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent met een onderzoek betreffende deze aanvraag tot naamsverandering. IX-4719-2/8 3.
- In het kader van dit onderzoek wordt de verzoeker verhoord door de lokale politie Kouter te Gistel. Blijkens het proces-verbaal van verhoor van 13 maart 2003 geeft de verzoeker de volgende toelichting bij zijn aanvraag tot naamsverandering: “Er zijn verschillende redenen voor de aanvraag van naamsverandering van DE MOL naar SAINTPO.
- er wordt en werd altijd gespot met de naam DE MOL
- m’n vader negeert me totaal, heeft me altijd gekleineerd
- ik heb nooit liefde gekregen van m’n pa.
- ik zal me veel gelukkiger voelen met de naam van m’n ma SAINTPO en haar familie die me wel veel liefde geven.
- telkens dat ik de naam DE MOL hoor is dit keer op keer een confrontatie met de vernederingen van m’n pa. Dit is ondraaglijk. Ik teken ook altijd met ‘Christophe’ omdat ik niet met m’n vader zijn naam wil tekenen. De familie SAINTPO heeft geen enkel bezwaar tegen de naamsverandering. De naam SAINTPO brengt niemand in verlegenheid noch schade. De registratierechten zal ik betalen.” 3.
- De moeder, de zuster en de stiefvader van de verzoeker verklaren dat zij geen bezwaar hebben tegen de naamsverandering. Ook de vader van de verzoeker verklaart dat hij geen bezwaar heeft. De grootouders aan vaderszijde verklaren dat zij positief noch negatief staan tegenover de naamsverandering, maar niet akkoord gaan met de motieven die de verzoeker voor de naamsverandering aanvoert. 3.
- Op 19 augustus 2003 verleent de procureur des Konings te Brugge een gunstig advies. 3.
- Met een nota van 10 september 2004 stelt de Dienst naamsveran- deringen van de Federale Overheidsdienst Justitie aan de minister voor om de naamsverandering te weigeren. 3.
- Met een brief van 27 september 2004 deelt de minister van Justitie de thans bestreden weigeringsbeslissing aan de verzoeker mee. Die beslissing is als volgt gemotiveerd: “Onder verwijzing naar de in rubriek vermelde zaak heb ik de eer U mede te delen dat het toekennen van een naamsverandering krachtens de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, onderworpen is aan strikte voorwaarden. Gelet op het principe van de vastheid van naam kan de naamsverandering slechts uitzonderlijk door Z.M. de Koning worden toegestaan en op voorwaarde dat het verzoek gesteund is op behoorlijk bewezen ernstige redenen; bovendien IX-4719-3/8 mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet kunnen schaden (artikel 3, lid 2, van vermelde wet). Tot slot wens ik te preciseren dat de toelating om van naam te veranderen wettelijk beschouwd wordt als een gunst verleend aan betrokkene en niet als een recht voor deze laatste. Na een grondig onderzoek van uw dossier moet ik U tot mijn spijt meedelen dat er in uw geval geen afdoende ernstige motieven in de zin van bovenvermel- de wet voorhanden bevonden zijn om aan Z.M. de Koning voor te stellen U toelating te verlenen uw naam te veranderen in die van ‘Saintpo’, mede in acht genomen het principe van de vastheid van naam, waarvan slechts om gewichti- ge redenen kan afgeweken worden. De naam wordt verkregen op de door de wet opgelegde wijze (dit is in regel op grond van de afstamming, zoals vastgelegd in artikel 335 van het Burgerlijk Wetboek), hij kan niet vrij gekozen worden. Verder merk ik op dat DE MOL een vrij courante naam is, zodat de ingeroepen hinder dient te worden gerelativeerd. Bovendien stel ik vast dat uit het huwelijk van uw ouders nog een dochter geboren werd die haar naam behoudt. De gevraagde gunst toestaan zou leiden tot een verschillende naam, in vergelijking met uw zuster, dit is een toestand die onaanvaardbaar is binnen één gezin en die aanleiding tot verwarring kan geven.” IV. Onderzoek van de middelen Tweede middel Standpunt van de partijen 4.
- In een tweede middel voert de verzoeker de schending aan van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshande- lingen. Volgens de verzoeker wordt de bestreden beslissing enkel gemotiveerd door de overweging dat de naam “De Mol” een courante naam is, dat de ingeroepen hinder dient te worden gerelativeerd en dat een verschillende naam van broer en zus onaanvaardbaar is binnen één gezin en tot verwarring aanleiding kan geven. De verzoeker stelt bovendien in zijn aanvankelijk verzoek te hebben aangevoerd dat hij door de naam “De Mol” gepest werd, vooral na de uitzending van het TV-programma “De Mol”, waarbij een verrader onder de IX-4719-4/8 deelnemers eveneens “De Mol” werd genoemd. De minister heeft die argumentatie volgens de verzoeker niet onderzocht en alleszins niet beantwoord. In de bestreden beslissing wordt zijn verzoek blijkbaar afgewezen wegens een gebrek aan ernstige redenen, zo schrijft de verzoeker, terwijl in die beslissing de door hem aangebrachte redenen niet terug te vinden zijn, laat staan onderzocht werden op hun ernst. De bewering dat de naam “De Mol” een vrij courante naam is, is volgens de verzoeker alleszins geen afdoende motivering. Evenmin wordt volgens hem gemotiveerd waarom een verschil- lende familienaam tussen zus en broer onaanvaardbaar zou zijn binnen één gezin en aanleiding zou kunnen geven tot verwarring. Bovendien bevat de bestreden beslissing geen antwoord op de motieven die de verzoeker aanvoert in het proces-verbaal van verhoor van 13 maart 2003 (cfr. randnummer 3.5.). 4.
- De verwerende partij antwoordt dat het aanvankelijk verzoek tot naamsverandering alleen steunt op familiale redenen en dat uit de processen-verbaal van verhoor van de zus, de stiefvader en de grootouders van de verzoeker afgeleid kan worden dat de band tussen de verzoeker en zijn vader niet goed of onbestaande is en dat hij zich beter zou voelen als hij de naam van zijn moeder zou dragen. Dit is volgens de verwerende partij geen afdoende gewichtige reden en in de bestreden beslissing wordt er volgens haar dan ook terecht gewezen op het principe van de vastheid van de naam en op het feit dat de naam wordt verkregen op de door de wet opgelegde wijze - dit is in de regel op grond van afstamming zoals bepaald in artikel 335 van het Burgerlijk Wetboek - en dat hij derhalve niet vrij kan worden gekozen. De wet voorziet dat een kind geboren tijdens het huwelijk de naam van de vader verkrijgt. De verwerende partij merkt op dat voor het eerst in de processen- verbaal van verhoor gewag wordt gemaakt van het feit dat de verzoeker met zijn naam wordt gepest. Zij wijst er op dat in de bestreden beslissing hieromtrent wordt gesteld dat “De Mol” een vrij courante naam is, zodat de ingeroepen hinder moet IX-4719-5/8 worden gerelativeerd. Dit laatste kan volgens haar ook worden afgeleid uit het feit dat de zus van de verzoeker geen naamsverandering wenst te bekomen. De verwerende partij meent dat de bestreden beslissing voldoende werd gemotiveerd en dat de formele motiveringswet niet vereist dat de overheid elk argument van de aanvrager dient te beantwoorden. 4.
- De verzoeker repliceert dat in de bestreden beslissing geen criteria worden gehanteerd en er niet of nauwelijks gemotiveerd wordt. Het gaat volgens hem om een typemotivering, wat onaanvaardbaar is in een dergelijk belangrijke materie als de staat van personen. Ook meent hij dat in de memorie van antwoord geen bijkomende motivering wordt aangebracht: er wordt wel verwezen naar de vastheid van naam, maar op basis van dit argument kan elk verzoek tot naamswijzi- ging worden afgewezen. Als repliek op het auditoraatsverslag, waarin wordt gesteld dat de overweging van de naamsverwarring een overtollig motief uitmaakt, betoogt de verzoeker dat dit betekent dat de zinsnede “Verder merk ik op dat DE MOL een vrij courante naam is, zodat de ingeroepen hinder dient te worden gerelativeerd”, de enige bewoordingen zijn in de bestreden beslissing die geen zuivere typetekst zijn. Hij meent dat voornoemde aanhaling geen motivering uitmaakt, maar slechts geldt als een loutere aanvullende opmerking, zoals blijkt uit de woorden “Verder” en “opmerken” en dat deze opmerking bovendien onjuist is, nu een vrij courante naam ook hinderlijk kan zijn. De verzoeker voegt daaraan toe dat het motief dat de naamsveran- dering niet aanvaardbaar is omdat dit voor verwarring in het gezin zou kunnen zorgen, inhoudt dat naamsverandering zo goed als onmogelijk zou worden, aangezien er dan steeds gevaar voor verwarring zou zijn ingevolge het bestaan van familieleden wier naam niet verandert. Beoordeling van het tweede middel 5.
- Luidens artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen moeten de individuele bestuurshandelingen uitdrukkelijk worden gemotiveerd. De beslissing die aan de betrokkene wordt meegedeeld, moet niet enkel het dictum bevatten, maar eveneens IX-4719-6/8 de redenen op grond waarvan de beslissing werd genomen. Deze verplichting heeft evenwel een meer beperkte draagwijdte dan de motiveringsverplichting die geldt voor jurisdictionele beslissingen, zoals bepaald in artikel 149 van de Grondwet. In de beslissing moet niet op elk argument dat door de betrokkene wordt aangevoerd, afzonderlijk worden geantwoord. Het volstaat dat de beslissing duidelijk de redenen doet kennen die haar verantwoorden. Artikel 3 van de genoemde wet bepaalt dat de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Deze motivering moet afdoende zijn. Dit laatste betekent dat de motivering pertinent moet zijn, wat inhoudt dat de motivering duidelijk met de bestreden beslissing moet te maken hebben, en dat zij draagkrachtig moet zijn, wat betekent dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De betrokkene moet in de hem aanbelangende beslissing de motieven kunnen lezen op grond waarvan ze werd genomen zodat hij kan nagaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen. De motivering moet de betrokkene in staat stellen om met kennis van zaken te oordelen of het zinvol is de beslissing met een annulatiebe- roep te bestrijden. 5.
- Artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, zoals van toepassing ten tijde van de bestreden beslissing en waarnaar die beslissing verwijst, bepaalt onder meer dat de Koning de naamsveran- dering uitzonderlijk kan toestaan indien hij van oordeel is dat het verzoek op ernstige redenen steunt. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de afwijzing van het verzoek tot naamswijziging te dezen steunt op het ontbreken van ernstige redenen, in de zin van voornoemd artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei
- Door de verzoeker werd geargumenteerd waarom hij meent ernstige redenen te kunnen aanvoeren. Hij wijst met name op het feit dat zijn vader hem volledig negeert en altijd heeft gekleineerd, dat hij nooit liefde heeft gekregen van zijn vader, dat telkens wanneer hij de naam “De Mol” hoort, hij geconfronteerd wordt met de vernederingen van zijn vader, wat ondraaglijk is en dat hij zich veel gelukkiger zou voelen met de naam “Saintpo” van zijn moeder en haar familie die IX-4719-7/8 hem wel veel liefde geven. De bestreden beslissing rept met geen woord over die omstandigheden, en beperkt zich ertoe vast te stellen dat geen afdoende ernstige motieven voorhanden zijn. Aldus bestaat de motivering uit een loutere stijlformule, die aan de verzoeker niet duidelijk maakt waarom de door hem ingeroepen redenen niet als voldoende ernstig worden beschouwd. Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 27 september 2004 van de minister van Justitie waarbij het verzoek van Christophe De Mol tot naams- verandering van “De Mol” naar “Saintpo” wordt geweigerd.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-4719-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.573 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div