id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.608 Rolnummer: A. 195402/IX-6706 Zaak: Arrest 200608 - Penitentiair recht - 08/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-08 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 08:43 Fiche Arrest nr 200.608 van 8 februari 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 200.608 van 8 februari 2010 in de zaak A. 195.402/IX-6706 In zake : Burak ERSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te Hoeselt Tongersesteenweg 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 3 februari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 1 februari 2010 van de gevangenisdirecteur te Hasselt waarbij aan Burak Ersen de volgende tuchtsanctie wordt opgelegd: “ 4 maanden individueel regime (individuele wandeling, glasbezoek, geen gemeenschappelijke activiteiten, geen gemeenschappelijke eredienst)”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 februari 2010, om 11.00 uur. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jürgen Millen, die verschijnt voor de verzoeker, en attaché Jorn Brewaeys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6706-1/5 Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing verblijft de verzoeker in de gevangenis te Hasselt. 3.
- Er worden ten laste van de verzoeker vijf tuchtrapporten opgesteld, respectievelijk op 25 januari 2010 en op 26 januari
- 3.
- Op 25 januari 2010 om 7.14 uur stelt een penitentiair beambte vast dat de verzoeker zijn hemd in de strafcel heeft stukgescheurd en dat er enkele grote stukken beton op de grond van de strafcel liggen en één schroef. 3.
- Op 25 januari 2010 om 19.40 uur wordt de verzoeker onderwor- pen aan een fouillering, omdat hij bij het betreden van de douche iets uit zijn broekzak haalt en het voorwerp in zijn mond steekt. De verzoeker weigert zijn mond te openen en wordt verder gefouilleerd. Hij wordt, na herhaalde pogingen naar de veiligheidscel gebracht, waarbij de penitentiair beambte meerdere malen de armen van de verzoeker in bedwang houdt, omdat de gedetineerde wild om zich heen slaat. Volgens het verslag is de verzoeker bij het omkleden in de veiligheidscel zeer arrogant en opstandig. Bij het verlaten van de veiligheidscel roept hij naar de penitentiair beambte: “Ik weet u wel staan, jij hebt nog drugs bij mij gevonden maar ik verklaar dat deze van u komt, als de anderen dat ook verklaren hebt gij geen been om op te staan.” IX-6706-2/5 3.
- Op 26 januari 2010 om 7.00 uur doet zich het volgende voor: “Tijdens de overbrenging naar het onthaal werd gedetineerde Ersen Burak voorlopig naar de TAB gebracht, waar hij op glasbezoek mocht wachten, tot het onthaal klaar was om te vertrekken naar de rechtbank. Daarbij was hij verbaal agressief en was constant op de deur aan het bonken. Toen we hem verwittig- den uitte hij bedreigingen (ik krijg u nog wel).” 3.
- Op 26 januari 2010 om 14.20 uur vraagt een penitentiair beambte aan de verzoeker waarom hij op strafcel zit. Hierop antwoordt de verzoeker: “Omdat het hier allemaal hoerenzonen zijn.” 3.
- Op 26 januari 2010 om 14.55 uur stelt een penitentiair beambte het volgende vast: “De gedetineerde moest even in de wachtcel daar hij onder begeleiding naar de veiligheidscel moest (voor eerdere feiten). Hij kon op dat moment niet begeleid worden daar de wandeling aan het buitengaan was. Hij begon op de deur te slaan en te stampen. Ik heb de deur geopend en hem gevraagd zich kalm te gedragen en op de bank te gaan zitten. Het volgend moment sloeg hij mij op mijn rechteroog en nam mij vast onder zijn arm. Ik ben hierdoor op de grond gevallen. Bij de val is hij dan boven op mij terecht gekomen. Terwijl wij op de grond lagen hield hij mij in een wurggreep. Toen collega S. mij kwam helpen is hij eveneens gewond geraakt. Wij zijn dan voor verzorging naar de medische dienst van de gevangenis gegaan. Deze hebben mij en collega S. naar de spoedgevallen van het Virga Jesse ziekenhuis doorgestuurd.” 3.
- Op 1 februari 2010 legt de gevangenisdirecteur voornoemde tuchtstraf op, nadat de verzoeker in aanwezigheid van zijn raadsman werd gehoord. 3.
- De motivering van de tuchtstraf luidt als volgt: “- overwegende dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan agressie t.a.v. personeel, verbale agressie en bedreigingen t.a.v. personeel, stukscheuren van hemd en beschadigen van veiligheidscel; - dat er niet getwijfeld wordt aan de vaststellingen van het personeel; - dat hij de feiten grotendeels ontkent; - dat hij bereid is de schade aan de veiligheidscel te betalen, alsook het hemd; - dat hij schade heeft toegebracht aan een veiligheidscel en een hemd heeft stukgescheurd; - dat hij fysisch letsel heeft toegebracht aan PB F.B. en PB D.S.” IX-6706-3/5 IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. 4.
- Wat de eerste voorwaarde betreft, voert de verzoeker in een enig middel de schending aan van artikel 108, § 2, van de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden. De verzoeker houdt voor dat overeenkomstig artikel 108, § 2, van voornoemde wet voor een fouillering op het lichaam, zo nodig met ontkleding en het uitwendig schouwen van de openingen en de holten van het lichaam, een afzonder- lijke beslissing van de directeur van de strafinrichting is vereist. De verzoeker besluit, met verwijzing naar een arrest nr. 197.430 van 28 oktober 2009 van de Raad van State inzake P.V. dat “het gegeven dat het tuchtrapport betreffende de feiten van 25 januari 2010 om 19.40 uur één van de tuchtrapporten betreft op basis waarvan de bijzonder zware tuchtsanctie van 4 maanden individueel regime werd gesteund, zodoende (dat) de tuchtsanctie opzichtens verzoeker geschorst dient te worden”. Beoordeling 4.
- Uit de motivering van de bestreden beslissing, die de verzoeker niet aanvecht en uit de inhoud van de verschillende tuchtrapporten blijkt dat de opgelegde tuchtstraf op het eerste gezicht niet is gesteund op wat de penitentiair beambte poogde vast te stellen door het onderzoek aan het lichaam, vermits de verzoeker de niet-geïdentificeerde substantie had doorgeslikt, maar wel op de verschillende daden van agressie gepleegd door de verzoeker, ten aanzien van het personeel. Deze agressie is zowel verbaal als fysiek en wordt in de rapporten gekwalificeerd als opzettelijke daden van geweld ten aanzien van personen en IX-6706-4/5 goederen, die heeft geleid tot vrij ernstige verwondingen, toegebracht aan twee penitentiair beambten en tot materiële schade aan goederen. 4.
- Bijgevolg leidt de eventuele onregelmatigheid van de doorgevoer- de fouillering op het eerste gezicht, niet tot de onwettigheid of onrechtmatigheid van de bestreden beslissing die steun vindt in de vaststellingen van de penitentiair beambten, opgenomen in voornoemde tuchtrapporten. Deze vaststellingen worden in het verzoekschrift niet betwist. 4.
- Bijgevolg is het enig middel niet ernstig. Er is dienvolgens niet voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
- Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6706-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.608 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div