id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.637 Rolnummer: A. 194290/XII-5987 Zaak: Arrest 200637 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 09/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-16 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 08:43 Fiche Arrest nr 200.637 van 9 februari 2010 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 200.637 van 9 februari 2010 in de zaak A. 194.290/XII-5987 In zake: Gert HUBER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Raf Nouwkens kantoor houdend te Diepenbeek Kapelstraat 66 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD TIENEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 14 oktober 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 7 september 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Tienen waarbij Gert Huber preventief wordt geschorst. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 januari
- Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. XII-5987-1\5 Advocaat Pieter Strauwen, die loco advocaat Raf Nouwkens verschijnt voor verzoeker en advocaat Thomas Beelen, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is muziekleraar aan de stedelijke muziekacademie te Tienen. Op 31 augustus 2009 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Tienen om verzoeker uit te nodigen voor een hoorzitting met het oog op zijn preventieve schorsing. Op 7 september 2009 wordt verzoeker door het college van burgemeester en schepenen gehoord. Op diezelfde dag beslist het college om verzoeker tot 30 juni 2010 preventief te schorsen. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Verzoeker heeft na de neerlegging van het auditoraatsverslag een “memorie van wederantwoord” ingediend. De procedureregeling laat in de schorsingsprocedure niet de mogelijkheid om nog schriftelijk met een memorie te repliceren op de nota van de verwerende partij of het auditoraatsverslag. De bedoelde memorie wordt niet in de debatten ontvangen. XII-5987-2\5 V. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. VI. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
- Als moeilijk te herstellen en ernstig nadeel doet verzoeker gelden dat de duur van de schorsing gedurende een volledig schooljaar erg nadelig is voor hem, dat de psychologische belasting van dergelijke maatregel ab initio bestaat en ingevolge de tijdsfactor steeds zwaarder weegt, dat hoe langer de schorsing duurt hij des te meer voorwerp zal worden van insinuaties, roddels en onaangename vragen. Ook gezien vanuit het oogpunt van zijn leerlingen dient de inwilliging van de vordering hun muzikale opleiding en ontwikkeling. Zijn bekommernis om zijn leerlingen is een bijzondere reden die volgens verzoeker specifiek in huidig geval aanwezig is en anders valt in te schatten voor een muziekleraar die de gehele muzikale opleiding van zijn leerlingen volgt, dan voor een gewone vakleraar of voor een ambtenaar.
- Een preventieve schorsing, vanwege haar tijdelijke en niet-tucht- rechtelijke aard, veroorzaakt in beginsel geen nadeel dat niet naar behoren kan wor- den hersteld door een later tussen te komen vernietigingsarrest.
- Gewis vormt een preventieve schorsing een belasting voor wie ze moet ondergaan. Omdat die schorsing echter een precaire en tijdelijke maatregel is die geen uitspraak doet over schuldig gedrag, wordt in beginsel aangenomen dat die psychologische belasting een moreel nadeel vormt dat door het getroffen personeels- lid in afwachting van een uitspraak over de grond van de zaak gedragen moet kunnen worden en door de morele genoegdoening van de eventuele inwilliging van het beroep wordt hersteld. De Raad van State stelt vast dat verzoeker noch preciseert, noch concretiseert waarom in zijn geval anders moet worden geoordeeld. XII-5987-3\5 De weinige argumenten die verzoeker in het inleidend verzoek- schrift aanvoert zijn immers te algemeen en niet van aard om er in zijn specifieke situatie anders over te oordelen. Voor zover de preventieve schorsing door de publieke opinie ten onrechte als een bewijs van schuld zou worden beschouwd, is dit immers geen nadeel dat voortvloeit uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zelf, die geen beoordeling van verzoekers schuld of onschuld inhoudt. Daarenboven blijkt gelijktijdig tegen verzoeker een strafrechtelijk onderzoek te zijn gevorderd waarvan ter terechtzitting niet is beweerd dat dit ondertussen zou zijn afgelopen. Er kan bezwaarlijk worden aangenomen dat aan eventuele roddels, insinuaties en onaangename vragen een einde zou komen door de schorsing van de tenuitvoerleg- ging van de preventieve schorsing. Het moet immers bekend zijn dat de preventieve schorsing verband houdt met dit strafrechtelijk onderzoek en dat ze geen uitspraak inhoudt over de schuldvraag, zodat enkel een voor verzoeker gunstige afloop van dat onderzoek een einde kan maken aan de speculaties omtrent zijn persoon.
- Het nadeel ten slotte dat de leerlingen gebeurlijk zouden kunnen lijden door verzoekers preventieve schorsing is geen persoonlijk nadeel dat aan verzoeker zou zijn berokkend. Het kan door hem dan ook niet nuttig worden aangevoerd.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XII-5987-4\5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 9 februari 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-5987-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.637 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.222.159 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.