← België

Arrest 200751 - Overheidsopdrachten - 11/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.751 Rolnummer: A. 194928/XII-6064 Zaak: Arrest 200751 - Overheidsopdrachten - 11/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-19 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 08:47 Fiche Arrest nr 200.751 van 11 februari 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 200.751 van 11 februari 2010 in de zaak A. 194.928/XII-6064 In zake: de NV LESUCO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christian Lepaffe en Philip Brack kantoor houdend te Brussel Floridalaan 26 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 15 december 2009, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van ongekende datum van de Katholieke Universiteit Leuven, waarbij zij de opdracht zoals vervat in het bijzonder bestek nr. TD/012.477/VAR-fen en strekkende tot het aanleggen van een voetbalveld in kunstgras in het Complex Sportcentrum gelegen aan de Tervuursevest, 101 te 3000 Leuven heeft toegewezen aan de NV F. Scheerlink & co voor het bedrag van 362.565,04 EUR”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Jos Stevens heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 januari
  3. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. XII-6064-1\4 Advocaat Nikolaas Lambers, die loco advocaten Christian Lepaffe en Philip Brack verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Jos Stevens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Rechtsmacht van de Raad van State
  5. Overeenkomstig artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State mag deze enkel kennis nemen van beroepen tot nietigverklaring ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden en van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en de administratieve rechtscolleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel. Het Hof van Cassatie stelt in zijn arrest van 14 februari 1997 (nr. C.96.0211) dat instellingen, opgericht of erkend door de federale overheid, de overheid van de gemeenschappen en gewesten, de provincies of gemeenten, die belast zijn met een openbare dienst en niet behoren tot de rechterlijke of wetgevende macht, in beginsel administratieve overheden zijn in zoverre hun werking door de overheid wordt bepaald en gecontroleerd en zij beslissingen kunnen nemen die derden binden maar dat het toevertrouwen aan een naamloze vennootschap van een taak van algemeen belang, ook al is die vennootschap opgericht door een administratieve overheid en ook al is zij onderworpen aan een verregaande controle van de overheid, deze haar privaatrechtelijk karakter niet doet verliezen, ingeval zij geen beslissingen kan nemen die derden kunnen binden. In het arrest van 10 juni 2005 (nr. C.04.0278) heeft het Hof van Cassatie in dezelfde zin gesteld dat een vennootschap die, ook al is zij opgericht door een administratieve overheid en ook al is zij onderworpen aan de controle van de overheid, geen beslissingen kan nemen die derden kunnen binden, niet de aard XII-6064-2\4 heeft van een administratieve overheid en het hiervoor niet terzake doet dat haar een taak van algemeen belang wordt toevertrouwd. Het Hof besliste voorts, na onderzoek van drie bepalingen van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, die op de sociale huisvestingsmaatschappijen betrekking hebben, dat uit die bepalingen niet kan worden afgeleid dat aan die maatschappijen een beslissingsbevoegdheid wordt verleend om beslissingen te nemen die derden binden en dat de aldaar in het geding zijnde coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gewestelijke maatschappij voor de Kleine Landeigendom Het Volk aldus geen administratieve overheid is in de zin van voormeld artikel 14 van de wetten op de Raad van State.
  6. In de voorliggende zaak wordt in het auditoraatsverslag ambtshalve besloten tot het gebrek aan rechtsmacht van de Raad van State, aangezien de Katholieke Universiteit Leuven, de verwerende partij, een private rechtspersoon is.
  7. Uit de subsidiaire rechtsmacht van de Raad van State -als administratief rechtscollege- en uit de voormelde rechtspraak van het Hof van Cassatie mag het vermoeden worden afgeleid dat de Raad van State niet over rechtsmacht beschikt indien de verwerende partij een private rechtspersoon is aangezien deze in principe niet over de bevoegdheid beschikt om eenzijdig bindende beslissingen te nemen. Dit is dan enkel anders indien het tegenbewijs wordt geleverd en aangetoond wordt dat dergelijke beslissingsmacht wel tot de bevoegdheid van die rechtspersoon behoort en bovendien kan worden betrokken op de bestreden beslissing. Te dezen toont de verzoekende partij zulks niet aan. Ter terechtzitting verwijst zij uiteindelijk naar de wijsheid van de Raad van State wat de rechtsmacht betreft.
  8. De verwerende partij is een gesubsidieerde vrije universiteit, opgericht op privé-initiatief, zoals het Hof van Cassatie stelde in zijn arrest Leman van 6 september 2002 (nr. C.02.0177) en de Raad van State in zijn arrest Leman van 26 februari 2002 (nr. 104.007). Het is niet aangetoond en het blijkt niet dat de verwerende partij, bij het toewijzen van de kwestieuze opdracht aan een andere inschrijver dan de XII-6064-3\4 verzoekende partij, heeft gehandeld op grond van een bevoegdheid om eenzijdig bindende beslissingen te nemen. Aan de voormelde conclusie wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat te dezen de regelgeving inzake de overheidsopdrachten werd toegepast. Die omstandigheid is niet van aard om daaruit af te leiden dat de verwerende partij bij het toepassen van die regelgeving als administratieve overheid is opgetreden. Die regelgeving kan immers ook van toepassing zijn op privé-personen.
  9. De verwerende partij heeft bij het nemen van de bestreden beslissing niet gehandeld als een administratieve overheid zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Het is dienvolgens niet aan de Raad om van een beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissing van de verwerende partij kennis te nemen. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 februari 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-6064-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.751 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.