id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.754 Rolnummer: A. 104823/XII-3102 Zaak: Arrest 200754 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 11/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-19 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 08:47 Fiche Arrest nr 200.754 van 11 februari 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 200.754 van 11 februari 2010 in de zaak A. 104.823/XII-3102 In zake: Pierette DE PAUW woonplaats kiezend te Haaltert Ekentstraat 3 tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoordigd door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 26 april 2001, strekt tot de nietigverklaring van de administratieve boete van 10.000 frank die Pierette De Pauw op 8 maart 2001 door de directeur-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid is opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 194.646 van 25 juni 2009 werden de debatten heropend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 januari
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Audrey Adam, die loco advocaat Philippe Levert verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. XII-3102-1\5 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 4 oktober 2000 wordt door een controleur van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid lastens verzoekster, Ekentstraat 3 te Haaltert, in het Frans een proces-verbaal opgesteld wegens een inbreuk op artikel 8 van de ordonnantie van 7 maart 1991 met betrekking tot de preventie en het beheer van afvalstoffen, namelijk wegens sluikstorten. Bij het onderzoek van een sluikstort van 4 m³ aan de Leopold II-laan te Sint-Jans-Molenbeek, is briefwisseling op naam van verzoekster, Ekentstraat 3 te Haaltert, gevonden. Eveneens werd briefwisseling op naam van P. M., Ekentstraat 3 te Haaltert, gevonden. Het proces-verbaal wordt verzoekster op 12 oktober 2000 toegestuurd. Verzoekster antwoordt bij brief van 19 oktober 2000 dat zij, voor zover zij uit “het in het Frans opgestelde ‘Pro-Justitia’” kan opmaken, wordt beschuldigd van sluikstorten, maar dat zij op erewoord kan verzekeren dat zij de Leopold II-laan te Sint-Jans-Molenbeek niet weet zijn en er niet is langs geweest. Met een brief van 5 februari 2001 deelt de directeur-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid haar mee dat zij over een termijn van dertig dagen beschikt om bijkomende uitleg te verschaffen. Op 8 maart 2001 wordt door de directeur-generaal, met een verwijzing naar “de beslissing tot seponering van het strafrechtelijk dossier”, aan verzoekster een administratieve boete van 10.000 frank opgelegd. IV. Belang
- Volgens het tussenarrest nr. 194.646 van 25 juni 2009 rees er twijfel over verzoeksters actuele belangstelling en belang, en behoorde het haar die te verhelpen. XII-3102-2\5 Verzoekster heeft daaraan voldaan met brieven van 15 juli 2009 en 15 december
- V. Grond van de zaak Standpunt van de partijen
- Verzoekster voert in het verzoekschrift in de eerste plaats aan wat volgt: “Het P.V. werd niet in de taal opgesteld die overeenkomt met de taal die op de gevonden briefwisseling werd gebruikt. In mijn schrijven van 19-10-2000 verklaar ik enkel een oppervlakkige kennis van de Franse taal te bezitten. Ondanks deze opmerking ontvang ik geen vertaling van het P.V. Ik denk dat deze praktijken in strijd zijn met de voorschriften aangaande het gebruik der talen in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, ze zijn zeker van die aard dat de verdediging er wordt door geschaad”.
- Verwerende partij antwoordt in de memorie van antwoord dat het middel niet voldoende nauwkeurig en dus niet-ontvankelijk is. Ten gronde meent verwerende partij dat het proces-verbaal niet in strijd is met artikel 11 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken aangezien een proces- verbaal in de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het Frans of in het Nederlands mag worden opgesteld “volgens de taal van de verklaring of volgens de nood van de zaak”. Eveneens wordt betoogd dat de wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, noch verzoeksters rechten van verdediging geschonden zijn. Beoordeling
- Ook al heeft verzoekster in de uiteenzetting van het middel niet expliciet gerefereerd aan het artikel 11 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, haar betoog was niettemin voldoende duidelijk opdat verwerende partij er die verwijzing in zou lezen en zich op het stuk van de schending van genoemde bepaling ook effectief zou verweren. Alleszins in die mate is het middel ontvankelijk en zou het, zo niet, overigens ambtshalve dienen te worden aangevoerd. XII-3102-3\5
- Artikel 11 van de wet van 15 juni 1935 bepaalt onder meer dat de processen-verbaal betreffende de opsporing en de vaststelling van misdaden, wanbedrijven en overtredingen, in het Franse taalgebied in het Frans, in het Nederlands taalgebied in het Nederlands en in het Duitse taalgebied in het Duits gesteld worden. In de gemeenten der Brusselse agglomeratie worden, aldus het voorschrift, “die processen-verbaal gesteld in het Frans of in het Nederlands, naar gelang dat degene die er het voorwerp van is, de ene of de andere dezer talen voor zijn verklaringen gebruikt, en bij gemis van verklaring, volgens de noodwendigheden der zaak”. In zijn verslag oordeelt de eerste auditeur-afdelingshoofd dat er geen specifieke noodwendigheden van de zaak voorhanden zijn, of door verwerende partij worden aangevoerd, die het gebruik van het Frans bij het opstellen van het proces-verbaal van 4 oktober 2000 konden verantwoorden, terwijl er in verband met die noodwendigheden van de zaak wel objectieve gegevens waren die tot het gebruik van het Nederlands moesten aanzetten, namelijk het feit dat de geverbaliseerde in Haaltert woonde en dat de stukken die de verbalisant in het gestorte afval vond in het Nederlands bleken gesteld. Doordat niettemin het proces- verbaal in het Frans is, schendt het volgens het auditoraatsverslag artikel 11 van de wet van 15 juni 1935 en kan het niet de nodige rechtsgrond verschaffen voor de bestreden administratieve geldboete. Verwerende partij diende geen laatste memorie in en beperkte zich ter terechtzitting tot een verwijzing naar haar stukken. In de gegeven omstandigheden ziet de Raad van State geen reden om niet zonder meer de zienswijze in het auditoraatsverslag bij te vallen. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de administratieve boete van 10.000 frank die Pierette De Pauw op 8 maart 2001 door de directeur-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid is opgelegd.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 173,53 euro. XII-3102-4\5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 februari 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-3102-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.754 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.101.489 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.646 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div