← België

Arrest 200808 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 15/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.808 Rolnummer: A. 167701/IX-5127 Zaak: Arrest 200808 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 15/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-22 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-07-02 08:50 Fiche Arrest nr 200.808 van 15 februari 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 200.808 van 15 februari 2010 in de zaak A. 167.701/IX-5127 In zake: Christel DEMERLIER die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt Regionaal Secretariaat gevestigd te Gent Vina Bovypark 3 tegen: de DIENST VOOR INFRASTRUCTUURWERKEN VAN HET GESUBSIDIEERD ONDERWIJS, thans het AGENTSCHAP VOOR INFRASTRUCTUUR IN HET ONDERWIJS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tussenkomende partij: Francine AMEYS wonende te Gooik Honingenveldstraat 2 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 10 november 2005, strekt tot de nietigverklaring van: - de beslissing van de administrateur-generaal van de Dienst voor Infrastructuur- werken van het Gesubsidieerd Onderwijs van 29 juli 2005, waarbij Francine Ameys met ingang van 1 januari 2003 wordt bevorderd tot de graad van hoofdmedewerker; - de uit deze beslissing blijkende impliciete weigering om de verzoekster tot de voormelde graad te bevorderen met ingang van dezelfde datum. IX-5127-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 23 januari
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. De partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 februari
  4. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter-Jan Staelens die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De verzoekster is op het ogenblik van de bestreden beslissingen statutair medewerker C1 bij de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsi- dieerd Onderwijs (hierna: de DIGO), thans het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs. Zij is geslaagd voor een proef met het oog op bevordering tot hoofdmedewerker C2 en is daarbij als tweede kandidaat gerangschikt. IX-5127-2/6 3.
  7. Overeenkomstig het advies van de directieraad van 10 december 2002 beslist de leidend ambtenaar van de DIGO om met ingang van 1 januari 2003 één betrekking van hoofdmedewerker vacant te verklaren en te laten begeven bij wijze van bevordering door verhoging in graad. Zes ambtenaren stellen zich kandidaat, waaronder de verzoekster en de tussenkomende partij. 3.
  8. Mede op basis van de resultaten van een interview waarin werd gepeild naar de aanwezigheid van de vereiste competenties vergelijkt de directieraad op 17 februari 2003 de titels en verdiensten van de kandidaten. Deze vergelijking leidt tot een rangschikking waarbij de tussenkomende partij op de eerste plaats en de verzoekster op de tweede plaats wordt gerangschikt. 3.
  9. Met een aangetekende brief van 19 maart 2003 stelt de leidend ambtenaar de verzoekster in kennis van zijn beslissing om de tussenkomende partij tot hoofdmedewerker te bevorderen. Hij vermeldt daarbij ook de motivering van zijn beslissing. 3.
  10. De verzoekster stelt tegen deze beslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State (zaak A. 136.740/IX-3795). Omdat in het auditoraatsverslag wordt voorgesteld de bestreden beslissing te vernietigen wegens een procedurefout (geen geheime stemming over de kandidaten in de directieraad), trekt de leidend ambtenaar van de DIGO op 8 juni 2005 deze beslissing in en beslist hij dat de bevorderingsprocedure zal worden hernomen “vanaf het ogenblik van de ontsporing, zijnde vanaf het gemotiveerde voorstel van de directieraad van 17 februari 2003 over de geschiktheid van de kandidaten”. Bij arrest nr. 188.154 van 24 november 2008 wordt verzoeksters beroep tot nietigverklaring verworpen, omdat het ingevolge de intrekking van de bestreden beslissing zijn voorwerp heeft verloren. 3.
  11. De directieraad beraadslaagt op 15 juni 2005 opnieuw over de kandidaturen en besluit na geheime stemming om de tussenkomende partij als eerste kandidaat te rangschikken en de verzoekster als tweede. IX-5127-3/6 3.
  12. Met een aangetekende brief van 28 juni 2005 dient de verzoekster bezwaar in tegen dit besluit van de directieraad en vraagt zij om door de directieraad te worden gehoord. Op 12 juli 2005 wordt de verzoekster, bijgestaan door een vakbondsafgevaardigde, door de directieraad gehoord. De directieraad besluit echter om de op 15 juni 2005 voorgestelde rangschikking te behouden. 3.
  13. Op 29 juli 2005 beslist de leidend ambtenaar om de tussenkomen- de partij met ingang van 1 januari 2003 te bevorderen tot hoofdmedewerker. Dit is de eerste bestreden beslissing. De verzoekster onderkent in deze beslissing de impliciete weigering om haar tot hoofdmedewerker te bevorderen. Dit is de tweede bestreden beslissing. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  14. De verzoekster werpt in haar memorie van wederantwoord op dat de memorie van de tussenkomende partij niet ontvankelijk is, voor zover ze voor diverse onderdelen zich ertoe beperkt zich aan te sluiten bij de argumentatie van de verwerende partij.
  15. Geen enkele rechtsregel staat er evenwel aan in de weg dat de tussenkomende partij in de memorie die zij in het geding voor de Raad van State indient, zich aansluit bij de standpunten die de verwerende partij in haar memorie van antwoord heeft weergegeven. De exceptie kan niet worden aangenomen. V. Ontvankelijkheid
  16. De auditeur-verslaggever werpt in zijn verslag over de zaak ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoekster. IX-5127-4/6 Hij wijst erop dat in het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2008 het besluit van 13 december 2007 werd bekendgemaakt waarbij de tussenkomende partij met ingang van 1 oktober 2007 bij wijze van bevordering door overgang naar een hoger niveau werd benoemd in de graad van deskundige. Deze bevordering is niet bestreden en derhalve definitief geworden. Hij betoogt dat de tussenkomende partij ingevolge deze bevordering niet langer een betrekking van hoofdmedewerker bezet, zodat de verzoekster geen actueel belang meer heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissingen.
  17. In haar laatste memorie betwist de verzoekster dat zij geen actueel belang meer zou hebben bij haar beroep. Zij laat gelden dat de graad waarin de tussenkomende partij werd benoemd niet opnieuw vacant is verklaard, zodat zij niet kan hopen daarin te worden benoemd.
  18. Het is niet betwist dat de tussenkomende partij met ingang van 1 oktober 2007 bij wijze van bevordering door overgang naar een hoger niveau werd benoemd in de graad van deskundige bij de afdeling administratieve diensten van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs. Deze nieuwe bevordering van de tussenkomende partij is niet met een beroep tot nietigverklaring bestreden en is derhalve definitief geworden. Daardoor is de betrekking van hoofdmedewerker, die ingevolge de eerste bestreden beslissing bij bevordering aan de tussenkomende partij werd toegewezen, niet langer bezet. De eerste bestreden beslissing als zodanig staat een bevordering van de verzoekster tot hoofdmedewerker dan ook niet meer in de weg. Hieruit moet worden besloten dat de verzoekster geen actueel belang meer heeft bij haar beroep tegen de eerste bestreden beslissing. De omstandigheid dat de desbetreffende betrekking sedertdien niet vacant zou zijn verklaard, kan daaraan niets veranderen, vermits ook dan de verzoekster niet door de eerste bestreden beslissing als zodanig de toegang tot de graad van hoofdmedewerker wordt ontzegd. De exceptie is gegrond.
  19. Daargelaten of de nietigverklaring van de impliciete weigering om de verzoekster tot hoofdmedewerker te bevorderen, tot een ruimer rechtsherstel zou kunnen leiden dan de nietigverklaring van de bevordering van de tussenkomende IX-5127-5/6 partij tot hoofdmedewerker, moet te dezen ambtshalve worden opgeworpen dat nu verzoeksters beroep tegen de bevordering van de tussenkomende partij om de hiervóór aangegeven reden niet ontvankelijk is, hoe dan ook evenzeer tot de onontvankelijkheid van het beroep tegen de in die bevordering besloten impliciete weigering om de verzoekster te bevorderen, moet worden geconcludeerd. BESLISSING
  20. De Raad van State verwerpt het beroep.
  21. De verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 15 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Bert Thys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-5127-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.808 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.