id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.817 Rolnummer: A. 192471/IX-6344 Zaak: Arrest 200817 - Politie - 15/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-23 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-02 08:48 Fiche Arrest nr 200.817 van 15 februari 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 200.817 van 15 februari 2010 in de zaak A. 192.471/IX-6344 . In zake : Dirk OOSTERLINCK die woonplaats kiest te BORNEM, Branstsedreef 25 B tegen :
- de Politiezone MECHELEN, die woonplaats kiest bij PZ 5358 MECHELEN, gevestigd te MECHELEN, Fr. De Merodestraat 88,
- de stad MECHELEN, die woonplaats kiest bij PZ MECHELEN - Juridische dienst, gevestigd te MECHELEN, Fr. De Merodestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk OOSTERLINCK op 5 mei 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de korpschef van de politiezone Mechelen van 6 maart 2009 waarbij hij wordt herplaatst; Gelet op het arrest nr. 195.990 van 14 september 2009, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 24 september 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 11 decem- ber 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; IX-6344-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-6344-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 15 februari 2010, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-6344-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.817 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.990 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.184 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.809 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div