← België

Arrest 201054 - Penitentiair recht - 18/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.054 Rolnummer: A. 195449/IX-6713 Zaak: Arrest 201054 - Penitentiair recht - 18/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-22 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 08:55 Fiche Arrest nr 201.054 van 18 februari 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 201.054 van 18 februari 2010 in de zaak A. 195.449/IX-6713 In zake : Nehdih KUPI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te Sint-Kruis (Brugge) Dampoortstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 8 februari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid, van de beslissing van de directeur-generaal van de FOD Justitie van 4 februari 2010 waarbij Nehdih Kupi in een individueel bijzonder vrijheidsregime wordt geplaatst van 6 februari 2010 tot en met 6 april
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 februari 2010, om 9.30 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Elisa Van Broeck, die loco advocaat Mathieu Langerock verschijnt voor de verzoeker, en attaché Xaveer Laureyns, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6713-1/5 Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Blijkens de stukken die hij voorlegt verkeert de verzoeker, die opgesloten is in de gevangenis te Brugge, sinds begin januari 2010 permanent -vier beslissingen werden daaromtrent genomen- in het regime van een bijzondere veiligheidsmaatregel. 3.
  6. Op 26 januari 2010 wordt de verzoeker door de directeur van de inrichting verwittigd dat hij op 29 januari 2010 gehoord zal worden over zijn voorstel aan de directeur-generaal om hem een individueel bijzonder veiligheids- regime op te leggen als voorzien door artikel 118 van de basiswet van 12 januari
  7. Blijkens het proces-verbaal van het verhoor heeft de gevangenis- directeur een uiteenzetting gegeven van de elementen die de verzoeker kenmerken en die een voortdurende bedreiging voor de veiligheid vormen en heeft de raadsman van de verzoeker aangevoerd dat hij de aangelegenheid als een verdoken tuchtstraf ervoer en dat hij zich beklaagt over het feit dat verwezen wordt naar een lopend onderzoek van de politie maar dat hij niet begrijpt waarom er niet vlugger duidelijkheid geschapen kan worden. 3.
  8. Na het verhoor formuleert de gevangenisdirecteur op 29 januari 2010 het voorstel om de verzoeker voor twee maanden in een individueel veiligheidregime te plaatsen volgens de modaliteiten die hij bepaalt. IX-6713-2/5 Met het bestreden besluit van 4 februari 2010 neemt de directeur- generaal het voorstel over. Zijn beslissing luidt: “Gelet op de concrete omstandigheden en gedragingen van de gedetineerde KUPI Nehdih, geboren 27/07/
  9. Die hierna vermeld worden en die toelaten te geloven dat de betrokkene een voortdurende bedreiging voor de veiligheid vormt. Gelet op het lopend politieonderzoek heeft de directie de toelating om zich te beroepen op artikel 8 van de Basiswet dewelke voorziet in de mogelijkheid van een uitzondering op de motiveringsplicht. Gelet op het feit dat de controlemaatregelen en de bijzondere veiligheids- maatregelen ontoereikend zijn gebleken. Ondanks de genomen veiligheidsmaatregelen, gelet op artikel 8 van de Basiswet, wordt betrokkene in een individueel bijzonder veiligheidsregime geplaatst. deelt mee aan de directeur van het PC Brugge - Mannen 1 dat gedetineerde KUPI Nehdih geplaatst dient te worden voor een duur van 2 maanden vanaf 06/02/2010 tot en met 06/04/2010 in het volgende individueel bijzonder veiligheidsregime overeenkomstig titel VI, afdeling III van de wet van 12 januari 2005 betreffende het gevangenis- wezen en rechtspositie van gedetineerden. X uitsluiting van deelname aan volgende gemeenschappelijke of individuele activiteiten: Verbod van deelname aan gemeenschappelijke activiteiten zoals sport, gezamenlijke cursussen en lessen, activiteiten in het educatief centrum, gemeenschappelijke erediensten, gemeenschappelijke wandeling en werk. X systematische controle van uitgaande en inkomende briefwisseling. X beperking van bezoek in een lokaal dat voorzien is van een transparan- te wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt: glasbezoek. X gedeeltelijke ontzegging van het gebruik van de telefoon: Betrokkene kan 1 maal per week naar de naaste familie telefoneren, mits goedkeu- ring van het nummer door de directie. De gedetineerde die het voorwerp uitmaakt van een dergelijke maatregel, behoudt het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis aangeboden activiteiten met betrekking tot de eredienst, vorming, vrijetijdsbesteding, arbeid, evenals het recht op contacten met de buitenwereld via briefwisseling, bezoek en telefoon (de contacten met de diplomatieke of consulaire autoriteiten inbegrepen) voorzover de uitoefening van deze rechten niet onverenigbaar is met de veiligheidsmaatregel.” IX-6713-3/5 IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  10. De directeur van een strafinrichting is verantwoordelijk voor de goede werking en de goede orde in zijn inrichting. Hij kan met het oog daarop ten aanzien van wie in de gevangenis verblijft een veelheid van maatregelen treffen waarbij hij optreedt als een orgaan van het actief bestuur zodat de Raad van State principieel bevoegd is om de geschillen daaromtrent te behandelen, in zoverre bij hem niet de erkenning van een subjectief recht wordt nagestreefd.
  11. Evenwel, zoals de Raad van State in het arrest nr. 116.899 van 11 maart 2003 inzake De Smedt heeft uiteengezet, zijn die maatregelen, in zoverre zij uitsluitend of hoofdzakelijk ingegeven zijn door veiligheids- en voorzichtigheids- overwegingen, maatregelen van inwendige orde, waartegen in principe geen annulatieberoep open staat; het is slechts anders wanneer de betrokken maatregel er uitsluitend of hoofdzakelijk toe strekt een gedetineerde te bestraffen wegens disciplinaire tekortkomingen.
  12. De bestreden maatregel vindt zijn rechtsgrond in artikel 118 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtsposi- tie van de gedetineerden. Die bepaling laat de directeur-generaal van de penitentiaire administratie toe, wanneer de voorwaarden van artikel 116 van de wet vervuld zijn, aan een gedetineerde een “individueel bijzonder veiligheidsregime” op te leggen. De wet zelf verleent aldus aan de bestreden beslissing het karakter van een veiligheids- maatregel. In het licht van wat voorafgaat kan dergelijke maatregel niet ontvankelijk bij de Raad van State bestreden worden.
  13. De verzoeker voert aan dat hem op verdoken wijze een tuchtstraf opgelegd is. Rekening houdend met het feit dat de verwerende partij noch in het voorstel, noch in het bestreden besluit, noch in haar toelichting aan de rechter, uitleg geeft over haar beweegredenen in het geval van de verzoeker -zij verwijst naar “artikel 8” en lijkt daarmee te verwijzen naar het recht om haar beslissing niet formeel te motiveren wanneer de motivering de veiligheid ernstig in het gedrang zou brengen- is het niet onaannemelijk dat de verzoeker een tuchtstraf vermoedt. Hij blijft evenwel in gebreke in zijn verzoekschrift de overeenstemmende gegevens voor te leggen die de Raad van State kunnen doen besluiten dat de directeur-generaal de IX-6713-4/5 bedoeling had om de verzoeker te straffen voor een misplaatst gedrag. De loutere verwijzing naar het feit dat “zijn gedrag een voortdurend gevaar oplevert voor de veiligheid” volstaat daarvoor niet. Ook de overgelegde verklaring van de gevang- enisdirecteur dat de verzoeker op 29 januari 2010 door een advocaat werd bijgestaan “bij de behandeling van de tuchtzaak”, is op zich geen voldoende aanwijzing in die zin. En geen stuk van het dossier laat ook toe te vermoeden dat de gevangenisdirec- teur bij het formuleren van zijn voorstel, of de directeur-generaal wanneer hij zich bij dat voorstel aansloot, iets anders zou beoogd hebben dan de veiligheid van de inrichting.
  14. De bestreden beslissing is een veiligheidsmaatregel waarmee de goede werking van de instelling wordt verzekerd en het tuchtrechtelijk karakter ervan wordt niet aannemelijk gemaakt. Als maatregel van orde kan zij niet het voorwerp uitmaken van een annulatieberoep. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt de vordering.
  16. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-6713-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.054 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.