id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.108 Rolnummer: A. 154653/X-12016 Zaak: Arrest 201108 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 22/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-01 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 08:56 Fiche Arrest nr 201.108 van 22 februari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 201.108 van 22 februari 2010 in de zaak A. 154.653/X-12.
- In zake: Rosalinde VERBELEN-LOOCKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Boudewijn Ronse kantoor houdend te 1050 BRUSSEL Guillaume Macaulaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dany Socquet kantoor houdend te 3080 TERVUREN Merenstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 augustus 2004, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 10 juni 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende de niet-inwilliging van verzoeksters beroep tegen het besluit van 22 juli 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bertem waarbij de vergunning wordt geweigerd voor de regularisatie van de woning op een terrein te Bertem, Bosstraat 197, kadastraal bekend sectie A, nrs. 179/e, 179/f, 179/g, 179/d, 180/l, 180/n, 180/v en 180/w. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. X-12.016-1/4 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 februari
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dany Socquet, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid van het beroep
- Bij brief van 19 september 2007 heeft de auditeur-verslaggever aan de toenmalige raadsman van de verzoekster het volgend schrijven gericht:
- “In deze zaak is er ook een strafprocedure hangende voor de 15de Correctionele Kamer van het Hof van Beroep te Brussel. Is er in die strafzaak reeds een arrest en, zo ja, kunt u mij daarvan een kopie toesturen met vermelding of dit arrest al dan niet reeds kracht van gewijsde heeft”. Op 7 oktober 2008 deelde verzoeksters huidige raadsman het volgende mede: “Deze strafzaak werd ondertussen gepleit voor het Hof van Beroep te Brussel en in beraad genomen. Ik zal u uiteraard op de hoogte houden van het arrest dat zal worden verleend, vermoedelijk op 4 november ek”. Bij brief van 9 februari 2009 heeft de auditeur-verslaggever aan de raadsman van de verzoekster volgend schrijven gericht: X-12.016-2/4 “Ik ben zo vrij U te verwijzen naar Uw brief van 7 oktober
- Heeft het Hof van Beroep reeds uitspraak gedaan? Zo ja, kunt U mij een afschrift toezenden van het arrest”. Met een ter post aangetekende brief van 8 juni 2009 werd door de auditeur-verslaggever aan de raadsman van de verzoekster volgend schrijven gericht: “Ik ben zo vrij U te verwijzen naar mijn brief van 9 februari 2009, waarop ik nog steeds geen antwoord heb gekregen. Moet ik daaruit besluiten dat verzoeker geen belangstelling meer heeft bij de afhandeling van zijn beroep?”. Op 6 augustus 2009 heeft de auditeur-verslaggever aan verzoeksters raadsman volgende herinneringsbrief, voor ontvangst getekend op 7 augustus 2009, gericht : “Ik ben zo vrij U te verwijzen naar mijn brief van 8 juni 2009, waarop ik nog steeds geen antwoord heb gekregen. Bij ontstentenis van een reactie van Uwentwege binnen een termijn van 30 dagen ingaand op de datum van ontvangst van dit schrijven, meen ik er te mogen van uitgaan dat de verzoekende partij haar belangstelling voor de zaak verloren heeft en zal er dan ook in die zin verslag worden opgemaakt”. Ook dit schrijven is onbeantwoord gebleven. Het auditoraatsverslag heeft vervolgens besloten tot het teloorgaan van het rechtens vereiste actueel belang bij de gevraagde vernietiging in hoofde van de verzoekster. De raadsman van de verzoekster heeft bij brief van 30 november 2009 de voortzetting van de rechtspleging gevraagd en een afschrift overgemaakt van het arrest nr. 1996CV314 van 18 november 2008 van het Hof van Beroep te Brussel.
- De verzoekster heeft verzuimd binnen de gestelde termijn de vereiste medewerking te verlenen aan de magistraat gelast met het onderzoek van de zaak. De auditeur-verslaggever heeft dan ook terecht besloten tot het teloorgaan van het belang bij de vernietiging. Dit verzuim wordt niet goedgemaakt door een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging te vragen en een laattijdig overmaken van een afschrift van bovenvermeld arrest. Er nu anders over oordelen betekent dat de auditeur-verslaggever andermaal, maar nu bij arrest, moet worden gelast met het onderzoek van de zaak, onderzoek dat hij, toen het ogenblik daarvoor was gekomen, niet heeft kunnen doen ingevolge het uitblijven van de gevraagde medewerking van X-12.016-3/4 de verzoekster. Dergelijke opdracht, die het normaal verloop van de procedure zou verstoren, kan niet worden gegeven omwille van een partij die zelf nagelaten heeft aan de procedure mee te werken. Het beroep is niet langer ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig februari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-12.016-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.108 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div