← België

Arrest 201110 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 22/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.110 Rolnummer: Zaak: Arrest 201110 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 22/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-03 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 08:56 Fiche Arrest nr 201.110 van 22 februari 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.110 van 22 februari 2010 in de zaken A. 166.140/IX-5074 170.362/IX-5246 In zake : Johan DELANGHE, wonende te KOKSIJDE, Dewittelaan 39 bus 0101 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaten M. BOES en W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan DELANGHE op 19 september 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2000 waarbij hij ambtshalve ontslagen wordt uit zijn ambt van secretaris-generaal van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw (zaak A. 166.140/IX-5074); Gezien het verzoekschrift dat Johan DELANGHE op 20 februari 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van hetzelfde besluit (zaak A. 170.362/IX-5246); Gelet op het arrest nr. 193.654 van 29 mei 2009 waarbij de zaken nrs. A. 166.140/IX-5074 en A. 170.362/IX-5246 worden samengevoegd, de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat ermee belast wordt het onderzoek van de zaak voort te zetten; Gezien het aanvullend verslag opgesteld door eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; IX-5074-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 9 juli 2009; Gezien de laatste memorie van de verwerende partij in de zaak A. 166.140/IX-5074; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 22 september 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van de beroepen voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. IX-5074-2/3 Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de beroepen, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 22 februari 2010, door : de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-5074-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.110 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.