← België

Arrest 201112 - Wegenwezen - 22/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.112 Rolnummer: A. 194475/X-14454 Zaak: Arrest 201112 - Wegenwezen - 22/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-01 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-07-02 08:57 Fiche Arrest nr 201.112 van 22 februari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 201.112 van 22 februari 2010 in de zaak A. 194.475/X-14.

  1. In zake:
  2. Herman CAUWENBERGHS
  3. Jean BIBOT
  4. Alfons VAN DE POEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix en Jo Van Lommel kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Slosse kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Brusselstraat 59 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
  5. de n.v. Px3 DEVELOPMENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carlos De Wolf en Karolien Beké kantoor houdend te 9680 MAARKEDAL Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen
  6. de stad ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ciska Servais kantoor houdend te 2600 ANTWERPEN Roderveldlaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  7. De vordering, ingesteld op 30 oktober 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 31 augustus 2009 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de n.v. Px3 Development X-14.454-1/11 de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor “het uitvoeren van wegen- en rioleringswerken voor het verkavelingsproject Eksterlaer” te Antwerpen (Deurne). II. Verloop van de rechtspleging
  8. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 januari
  9. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Floris Sebreghts, die loco advocaten Yves Loix en Jo Van Lommel verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Astrid Gelijkens, die loco advocaat Willem Slosse verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Karolien Beké, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Philippe Van Wesemael, die loco advocaat Ciska Servais verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Wouter De Cock, daartoe gemachtigd bij beslissing van 1 september 2009 van de adjunct-auditeur-generaal, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. III. Tussenkomst
  11. Met een op 7 december 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de n.v. Px3 Development om in het geding te mogen tussenkomen. Met een op 11 januari 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de stad Antwerpen om in het geding te mogen tussenkomen. X-14.454-2/11 Er is grond om de verzoeken in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. IV. Feiten 4.
  12. Op 11 september 2009 dient de n.v. Px3 Development bij de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het uitvoeren van wegen- en rioleringswerken aan de Constant Jorislaan, de Dascottelei, de Herentalsebaan, de Kerkhofweg, de Manebruggestraat, de Van den Hautelei te Antwerpen, (district Deurne). 4.
  13. De aanvraag betreft het uitvoeren van wegen- en rioleringswerken in het kader van het verkavelen van binnengronden voor woningbouw met de aanleg van nieuwe wegen, gelegen binnen het bouwblok Herentalsebaan, Dascottelei, Van den Hautelei, Eksterlaar, Constant Jorislaan, Manebruggestraat en Kerkhofweg, in het district Deurne van de stad Antwerpen, waarvoor het college van burgemeester en schepenen op 3 juli 2009 onder voorwaarden een verkavelingsvergunning heeft verleend. Tegen deze verkavelingsvergunning werden twee beroepen tot nietigverklaring ingesteld (A. 193.825 en A. 193.834). Deze beroepen zijn nog hangende. 4.
  14. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt gehouden van 22 november 2007 tot 22 december 2007, worden meerdere bezwaarschriften ingediend. 4.
  15. Bij het thans bestreden besluit van 31 augustus 2009 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar worden de bezwaren onderzocht en verworpen en de gevraagde stedenbouwkundige vergunning verleend onder de erin opgelegde voorwaarden. V. Ontvankelijkheid van de vordering
  16. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie X-14.454-3/11 dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing zijn vervuld, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Onderzoek van de vordering
  17. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Standpunt van de partijen
  18. In het verzoekschrift zetten de verzoekende partijen het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uiteen als volgt: “
  19. Er is in casu sprake van een MTHEN aangezien de uitvoering van de wegenis- en rioleringswerken - als eerste werken in uitvoering van het verkavelingsproject - op basis van voorliggende onwettige vergunning zullen aanvangen met het bouwrijp maken van de site. Dit impliceert ondermeer het kappen van het groen en de bomen dewelke zich momenteel nog bevinden in het binnengebied op de plaats van het vergunde wegentracé. (...)
  20. Het is evident dat in uitvoering van de bestreden vergunning eerst de aanwezige bomen zullen worden gekapt. Het hoeft ook geen breedvoerige beschouwingen dat de kap van de grote bomen een MTHEN uitmaakt in hoofde van verzoekers. Verzoekende partijen zullen het prachtige groene uitzicht verliezen. Eens de bomen gekapt zijn is het achtergelegen groen verdwenen en zullen zij ten gevolge van de uitvoering van de onwettig verleende vergunning een ernstig nadeel lijden dat moeilijk te herstellen is.
  21. Bijkomend ernstig nadeel is dat de veiligheid van de verkaveling niet kan worden gegarandeerd. In de bestreden beslissing wordt zelf opgeworpen dat de slechts gedeeltelijke goedkeuring van de verkaveling en de gedeeltelijke uitvoering van de wegeniswerken het volledig concept verandert en o.a. gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid en de brandveiligheid van het project. Dit nadeel is uiteraard moeilijk te herstellen aangezien de wegenis snel kan worden uitgevoerd en een gewone vernietigingsprocedure hier zeker laattijdig zal zijn. Eens de wegenis is uitgevoerd, kan deze moeilijk nog verwijderd worden. Verzoekende partijen zullen voor voldongen feiten worden geplaatst indien niet wordt overgegaan tot schorsing van de uitvoering van de bestreden beslissing.
  22. Er is geen verkeersstudie gedaan over de gevolgen van de gedeeltelijke goedkeuring van de wegeniswerken en de afwikkeling van het verkeer zowel intern als extern. De gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar stelt zich in de X-14.454-4/11 bestreden beslissing zelf de vraag of het binnengebied nog wel voldoende bereikbaar is voor de brandweer, nu een gedeelte van de wegenis wordt geschrapt.
  23. De gedeeltelijke goedkeuring heeft met andere woorden zeer verregaande gevolgen voor de omwonenden waaronder verzoekende partijen. Verzoekende partijen krijgen een ontwikkeling van 375 percelen achter hun eigendom waarvan - door wijzingen van de wegenis door schrapping van een gedeelte - de verkeersveiligheid en brandveiligheid niet nader werd onderzocht, laat staan dat deze kan gegarandeerd worden. Door het laten verdwijnen van twee ontsluitingswegen beschikt de brandweer over minder toegangen en kan de bereikbaarheid niet worden gegarandeerd. Doordat twee ontsluitingswegen niet worden gerealiseerd langs de Manebruggestraat en Kerkhofweg zal er meer verkeer dienen te worden ontsloten langs de andere ontsluitingswegen waaronder deze aan de Dascottelei vlak naast het appartement van verzoekende partijen.
  24. Gelet op het bovenstaande kan worden vastgesteld dat er sprake is van een MTHEN”.
  25. In haar nota met opmerkingen antwoordt de verwerende partij wat volgt: “M.b.t. de invulling van het moeilijk te herstellen en ernstig nadeel, kan verwezen worden naar de rechtspraak van Uw Raad, waaruit blijkt dat de verzoekende partij de bewijslast en de concretiseringsplicht draagt van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel; De verzoekende partij moet concrete gegevens aanbrengen die erop wijzen dat men een persoonlijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan; Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet rechtstreeks uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zelf volgen; Ten aanzien van derde verzoekende partij dient opgemerkt te worden dat hij onmogelijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan opwerpen. Derde verzoekende partij is woonachtig te Moerbeke-Waas. Omwille van het feit dat hij niet woonachtig is op het perceel grond dat aansluit op de rooilijn van de oorspronkelijk voorziene Constant Jorislaan, kan zijn nadeel nooit gezien worden als ernstig. Het nadeel dat hij zou kunnen ondervinden zou louter pecunair zijn en kan bijgevolg niet gebruikt worden teneinde en schorsing te bekomen voor de Raad van State; * Nadeel: het kappen van bomen en het verdwijnen van groen Verzoekende partijen halen aan dat de uitvoering van de vergunning zal aanvangen met het bouwrijp maken van de site en dat dit gepaard zal gaan met het kappen van bomen en het verdwijnen van groen; Verzoekende partijen halen aan dat zij zicht hebben op het groen dat aanwezig is op het binnengebied en brengen een aantal foto’s aan ter staving; Verzoekende partijen bewijzen echter op generlei wijze dat hun appartement aan de achterzijde van de appartementsgebouwen is gelegen en ze daadwerkelijk zicht hebben op dit binnengebied; Tevens stellen verzoekende partijen niet op welke verdieping hun appartementen gelegen zijn. Het zicht dat men heeft vanuit een appartement zal wezenlijk verschillen indien dit appartement gelegen is op het gelijkvloers dan wel de bovenste verdieping van een torenflat; Verzoekende partijen laten aldus na hun nadeel daadwerkelijk te concretiseren; X-14.454-5/11 Daarnaast is het nadeel ook niet moeilijk te herstellen. Ten eerste stelt verwerende partij zelf in zijn beslissing als voorwaarde dat te behouden bomenrijen en dreven gedurende de werkzaamheden maximaal gevrijwaard moeten worden. Dit groen zal aldus niet verdwijnen. Het groen en de bomen die wel verwijderd zullen worden zijn ecologisch niet waardevol. Hun verdwijning is dan ook geenszins moeilijk te herstellen temeer daar het Eksterlaer-Project voorziet in verschillende groene zones. Zo wordt er een grote openbare ruimte gecreëerd, opgevat als parkstrook met een waterpartij in noord-zuid oriëntatie. Dit kan gepaard gaan met het aanplanten van bomen. Overeenkomstig de plannen zal dit ook daadwerkelijk gebeuren daar in de parkzone de aanwezigheid van bomen is aangegeven. Het nadeel dat verzoekende partijen beweren te zullen ondervinden, namelijk het verlies van hun uitzicht op het groen, kan dus geenszins ‘moeilijk te herstellen’ worden genoemd en is slechts tijdelijk van aard; Men dient te besluiten dat het door verzoekende partijen opgeworpen nadeel niet afdoende geconcretiseerd en niet moeilijk te herstellen is. Er kan dus niet gesproken worden van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel; *Nadeel: veiligheid van de verkaveling (verkeersveiligheid en brandveiligheid) Verzoekende partijen halen aan dat de onmiddellijke uitvoering van de vergunning een bijkomend ernstig nadeel teweeg brengt, namelijk dat de veiligheid van de verkaveling niet gegarandeerd kan worden; Verzoekende partijen laten echter opnieuw na dit nadeel te concretiseren. Ze gebruiken vage termen als zou ‘de veiligheid van de verkaveling niet gegarandeerd kunnen worden’. Uit deze bewoordingen zelf valt af te leiden dat het gaat om de veiligheid van de verkaveling, doch niet om de veiligheid van verzoekende partijen. Verzoekende partijen tonen niet aan hoe zij persoonlijk getroffen worden door dit nadeel; Het dient overigens ook opgemerkt te worden dat het nadeel dat verzoekende partijen beweerlijk zullen ondervinden niet rechtstreeks afkomstig is uit de uitvoering van de bestreden vergunning. Immers de mogelijke veiligheidsproblemen, waarvan het bestaan geenszins wordt aangetoond, en waarnaar verzoekende partijen verwijzen, vloeien niet voort uit het aanleggen van wegen zoals door de bestreden vergunning wordt toegestaan, maar vloeien voort uit de ontwikkeling van de verkaveling, meerbepaald uit de komst van nieuwe bewoners. Hun komst is geenszins het rechtstreeks gevolg van het aanleggen van wegen. Men kan aldus bezwaarlijk stellen dat de aanleg en de aanwezigheid van wegen de verkeersveiligheid of de brandveiligheid in het gedrang brengt; * Nadeel: meer verkeersdruk - ontsluiting vlak naast het appartement verzoekende partijen De stelling van verzoekende partijen dat door de uitvoering van de vergunning meer verkeer ontsloten zal moeten worden langs de andere ontsluitingswegen waaronder deze langs de Dascottelei, vlak naast het appartement van verzoekende partijen, kan niet gezien worden als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel; Opnieuw concretiseren verzoekende partijen dit nadeel niet. De hinder die men van meer verkeer ondervindt, verschilt wezenlijk wanneer men op het gelijkvloers van een appartementsgebouw woont, dan wel op de 15e verdieping. Dit geven verzoekende partijen echter niet aan. Ze tonen niet aan hoe dit nadeel hun persoonlijk en concreet treft; Daarnaast vloeit het beweerdelijke nadeel niet rechtstreeks voort uit de onmiddellijke uitvoering van de bestreden vergunning. Immers zal er pas van een mogelijke verkeersdruk sprake zijn indien de verkaveling verder ontwikkeld wordt. Dit is thans niet het voorwerp van de bestreden vergunning. De loutere aanleg van wegen veroorzaakt geen bijkomende verkeersdruk en X-14.454-6/11 aldus kan dit nadeel niet gekwalificeerd worden als een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel daar het niet rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing; Samenvattend Verzoekende partijen tonen niet aan, aan de hand van concrete gegevens, dat de hierboven opgesomde nadelen persoonlijk, moeilijk te herstellen en ernstig zijn, noch dat deze rechtstreeks voortvloeien uit onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissing; Er is bijgevolg niet voldaan aan de tweede voorwaarde met betrekking tot de schorsing van de bestreden beslissing”.
  26. De eerste tussenkomende partij laat met betrekking tot het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel gelden wat volgt: “Vooreerst dient Tussenkomende Partij vast te stellen dat door Verzoekende Partijen op geen enkele wijze aannemelijk wordt gemaakt dat de uitvoering van de wegeniswerken (en de daarmee gepaard gaande rooiing van de bomen en aanwezig groen) de visuele leefomgeving van Verzoekende Partijen daadwerkelijk op dermate negatieve wijze gaat beïnvloeden dat van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel sprake zou zijn. Door Verzoekende Partijen wordt immers geen fotomateriaal toegevoegd waaruit het zicht van Verzoekende Partijen op de Verkavelingssite kan worden afgeleid. Meer nog, Verzoekende Partijen lijken uit het oog te verliezen dat de Verkavelingssite overeenkomstig de bepalingen van het gewestplan Antwerpen, zoals goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979, deels is gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied en bijgevolg, a priori, voor bebouwing in aanmerking komen. Het door Verzoekende Partijen nagestreefde behoud van het groen (en alle daaraan vermeende voordelen) vormt in zoverre dan ook voor Verzoekende Partijen geen gerechtvaardigde verwachting. Tenslotte, ook wat de verkeersveiligheid betreft en inzonderheid de impact van de uitsluiting van fase 7 op de verkeersafwikkeling van het totaalproject, kan Tussenkomende Partij niets anders dan vaststellen dat Verzoekende Partijen niet concreet aannemelijk maken dat de tenuitvoerlegging van de wegeniswerken, in hun actueel vergunde vorm, hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zullen berokkenen. Tussenkomende Partij verwijst bovendien naar het spoedverslag van het studiebureau Soresma nv d.d. 4 december 2009 (...) waaruit duidelijk blijkt dat van een negatieve beïnvloeding van de verkeersafwikkeling, zelfs met uitsluiting van de fase 4, 6 en 7 geen sprake is. Opgemerkt dient hierbij te worden dat de uitsluiting van de fase 7 (en - indien de deputatie van de provincie Antwerpen, per impossible, niet tot de afschaffing van de buurtweg nr. 46 zou beslissen - de fase 4 en 6), eveneens resulteert in een aanzienlijke vermindering van het bebouwingspercentage alsook van de verkeersgeneratie, wat door Verzoekende Partijen bezwaarlijk als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan worden beschouwd”.
  27. De tweede tussenkomende partij laat met betrekking tot het moeilijk het herstellen ernstig nadeel gelden wat volgt : X-14.454-7/11 “
  28. Beroepers menen vooreerst een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te kunnen putten uit het feit dat het aanwezige groen zal dienen te wijken voor de aanleg van de wegenis en de riolering. Het hoeft volgens beroepers ‘geen breedvoerige beschouwingen dat de kap van de grote bomen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt’. Wat dit nadeel dan wel concreet is, wordt evenwel op geen enkele manier duidelijk gemaakt door beroepers. Het is nochtans van oudsher vaste rechtspraak van de Raad van State dat op een verzoekende partij ter onderbouwing van haar beweerd nadeel een concrete bewijslast rust, en dit zowel m.b.t. de ernst van het ingeroepen nadeel als m.b.t. het moeilijk herstelbaar karakter ervan. In casu verliezen beroepers zich integendeel in een aantal algemene beweringen aangaande het verdwijnen van groen, zonder dat zij in concreto aantonen hoe dit in hunnen hoofde een nadeel zou teweegbrengen.
  29. Daarnaast verwijzen beroepers naar het feit dat de ‘veiligheid van de verkaveling’ niet kan worden gegarandeerd en er geen verkeersstudie werd gedaan over de gedeeltelijke goedkeuring van de wegeniswerken. Ook hier laten beroepers evenwel volledig na in concreto aan te tonen welke de nadelen zijn die zij menen te lijden, laat staan dat zou worden aangetoond dat deze nadelen ernstig en moeilijk te herstellen zijn. Bovendien merkt verzoekster tot tussenkomst op dat deze vermeende nadelen niet voortvloeien uit de bestreden stedenbouwkundige vergunning, doch wel uit de uitvoering van de verkavelingsvergunning. Er kan pas sprake zijn van ‘onveiligheid’ of toenemende verkeersdruk op het moment dat de verkavelingsvergunning is gerealiseerd. Deze verkavelingsvergunning dd. 3 juli 2009 hebben beroepers niet aangevochten middels een verzoek tot schorsing. Beroepers menen dus dat zij geen nadeel ondervinden door de realisatie van de verkaveling, maar wel door de aanleg van de wegenis. Dit is uiteraard volstrekt ongeloofwaardig. Er is derhalve niet voldaan aan de vereiste van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel”. Beoordeling
  30. Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift duidelijk en concreet dienen aan te geven waarin precies het moeilijk X-14.454-8/11 te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaan of dreigen te ondergaan, en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partijen mogen zich in hun uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dienen integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaan of dreigen te ondergaan.
  31. De verzoekende partijen voeren in de eerste plaats aan dat zij zicht hebben op groen dat zal moeten wijken voor de aanleg van de vergunde wegenis. Zij argumenteren dat “eerst de aanwezige bomen zullen worden gekapt”, en menen dat het “geen breedvoerige beschouwingen” behoeft “dat de kap van de grote bomen een MTHEN uitmaakt in hoofde van verzoekers”. Zij stellen dat zij “het prachtige groene uitzicht” zullen verliezen. Het projectgebied waarbinnen de aanleg van de wegen wordt voorzien is gelegen, deels in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied. Vermits de aanleg van wegen niet vreemd is aan, of in beginsel niet onverenigbaar is met dergelijke bestemmingsgebieden, getuigt het gegeven op zich dat bomen zullen worden gekapt en dat groen zal verdwijnen in functie van onder meer de aanleg van wegen, niet van de aanwezigheid van een voldoende ernstig nadeel, zoals rechtens vereist. De verzoekende partijen blijven in gebreke met concrete stukken aan te geven welk zicht zij thans op het betrokken terrein hebben en op welke wijze dit zicht ingevolge de tenuitvoerlegging van de bestreden stedenbouwkundige vergunning zal worden gewijzigd. Het enkel bijbrengen van luchtfoto’s met aanduiding van de woonplaats van de eerste en de tweede verzoekende partijen en de plaats waar de vergunde werken zullen worden uitgevoerd volstaat daartoe niet. Ter weerlegging van de tijdens het openbaar onderzoek daaromtrent geuite bezwaren wordt in het bestreden besluit overigens vermeld dat “in het verkavelingsproject verscheidene waardevolle groene zones en waterpartijen (zijn) voorzien, die zeker zullen bijdragen tot een ecologische verrijking van het gebied”.
  32. “Bijkomend” voeren de verzoekende partijen als moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan dat “de veiligheid van de verkaveling niet kan worden gegarandeerd”. Zij wijzen onder meer op de gevolgen wat de verkeersveiligheid en brandveiligheid betreft. In verband met het verkeersaspect voeren zij aan dat geen verkeersstudie werd gedaan. De gevolgen op het vlak van de brandveiligheid leiden X-14.454-9/11 zij af uit de vaststelling dat, door een gedeeltelijke schrapping van de wegenis, twee ontsluitingswegen verdwijnen, waardoor de brandweer over minder toegangswegen beschikt, zodat de bereikbaarheid niet kan worden gegarandeerd. Tot slot beweren de verzoekende partijen dat “meer verkeer” wordt ontsloten langs de Dascottelei, “vlak naast (hun) appartement”. De verzoekende partijen beperken zich in hun uiteenzetting tot algemene beweringen, die echter niet worden onderbouwd met concrete gegevens. Aldus wordt niet aangetoond welke de precieze gevolgen zijn van de schrapping van twee ontsluitingswegen voor wat de toegankelijkheid voor de brandweer betreft. Evenmin biedt de bewering dat er “meer verkeer” zal zijn, zonder daarbij tot een kwantificering over te gaan, zicht op de mate waarin het verkeer zal toenemen, laat staan dat daaruit een ernstig nadeel kan worden afgeleid. Ook het niet (laten) uitvoeren van een verkeersstudie getuigt op zich niet van het voorhanden zijn van een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel.
  33. Het argument dat dit nadeel moeilijk te herstellen is “aangezien de wegenis snel kan worden uitgevoerd en een gewone vernietigingsprocedure hier zeker laattijdig zal zijn” kan niet dienstig worden ingeroepen om de ernst van het nadeel aan te tonen.
  34. Er dient dan ook te worden vastgesteld dat de uiteenzetting van de verzoekende partijen geen concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet is voldaan aan een van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
  35. De verzoeken van de n.v. Px3 Development en de stad Antwerpen tot tussenkomst in het administratief kort geding worden ingewilligd.
  36. De Raad van State verwerpt de vordering. X-14.454-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig februari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens. Johan Bovin. X-14.454-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.112 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.585 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.