id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.137 Rolnummer: A. 89159/X-9344 Zaak: Arrest 201137 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 22/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-03 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-02 08:57 Fiche Arrest nr 201.137 van 22 februari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 201.137 van 22 februari 2010 in de zaak A. 89.159/X-
- In zake: Hubertus FRIJNS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joseph Peeters kantoor houdend te 3400 LANDEN Brugstraat 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Lieve Dehaese kantoor houdend te 3500 HASSELT Luikersteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 24 januari 2000, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 19 november 1999 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar en vernietiging van het besluit van 15 juli 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij aan Frijns-De La Haye de vergunning wordt verleend voor de wijziging van de verkavelingsvergunning, met name de samenvoeging van de loten 2 en 3, voor percelen aan de ’s Gravenvoeren (lees: Weg op Mesch) te Voeren, kadastraal bekend sectie A, nrs. 1637/c en 1936/c. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 88.574 van 30 juni 2000 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. X-9344-1/7 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Chantal Bamps heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 januari
- Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joseph Peeters, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Meral Kalin, die loco advocaat Lieve Dehaese verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 13 september 1986 wordt door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Voeren aan Jean Smeets een verkavelingsvergunning verleend voor het verkavelen van een grond, gelegen aan de Weg op Mesch te Voeren, kadastraal bekend sectie A, nrs. 1636/a en 1637b, in vijf kavels.
- Op 29 oktober 1992 (datum van de notariële akte) verwerft de verzoeker de eigendom van lot 3 van de verkaveling. X-9344-2/7
- Op 22 januari 1993 wordt aan de verzoeker een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het betrokken perceel.
- Op 7 oktober 1998 (datum van de notariële akte) verwerft de verzoeker samen met zijn echtgenote ook de eigendom van lot 2 van de verkaveling.
- Op 28 januari 1999 (datum van het ontvangstbewijs) dienen de verzoeker en zijn echtgenote een aanvraag in tot wijziging van de verkavelingsvergunning voor de percelen gelegen aan de Weg op Mesch te Voeren, kadastraal bekend sectie A, nrs. 1637c en 1636c. De aanvraag beoogt de samenvoeging van de loten 2 en 3, teneinde het bestaande woonhuis (gebouwd op lot 3 van de verkaveling) uit te breiden met garages, een extra ruimte voor de b.v.b.a. “Frijns Belgium” (gevestigd sinds 3 jaar in de bestaande woning) en een binnenzwembad. De eigenaars van de kavels 1, 4 en 5 van de verkaveling hebben de aanvraag tot wijziging van de verkavelingsvergunning mee ondertekend.
- Op 4 februari 1999 geeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Voeren een gunstig advies over de aanvraag.
- Op 1 maart 1999 geeft de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies.
- Op 19 maart 1999 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Voeren de gevraagde wijziging van de verkavelingsvergunning.
- Op 19 april 1999 stelt de raadsman van de verzoeker administratief beroep in bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg.
- Op 15 juli 1999 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg het beroep in.
- Op 9 augustus 1999 stelt de gemachtigde ambtenaar tegen de beslissing van de bestendige deputatie administratief beroep in bij de Vlaamse regering. X-9344-3/7
- Op 18 augustus 1999 vraagt de raadsman van de verzoeker om gehoord te worden.
- Op 29 oktober 1999 wordt door de raadsman van de verzoeker het dossier gerappelleerd bij de minister.
- Op 4 november 1999 worden de betrokkenen op de hoogte gebracht van de hoorzitting die plaatsvindt op 10 november
- Op 19 november 1999 willigt de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media het beroep van de gemachtigde ambtenaar in en vernietigt hij de beslissing van de bestendige deputatie. IV. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen
- In een tweede middel wordt de schending aangevoerd van artikel 53, § 2, derde lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet) en van het redelijkheidsbeginsel. De verzoeker stelt in een tweede onderdeel van dat middel dat hij een aangetekend schrijven ontving met een kopie van het beroepschrift van de gemachtigde ambtenaar en een informatieve tekst over de beroepsprocedure, terwijl de gemachtigde ambtenaar aan de minister “1 dossier en 1 afschrift” bezorgde. De minister beschikte bijgevolg gedurende geruime tijd over dossierstukken die de verzoeker niet kende. De verzoeker vernam pas twee dagen voor de hoorzitting dat hij het administratief dossier kon inzien. Het feit dat hij niet op gelijke voet met de minister alle bijlagen bij het beroepschrift van de gemachtigde ambtenaar heeft ontvangen, houdt een schending in van het gelijkheidsbeginsel.
- De verwerende partij repliceert met betrekking tot het tweede onderdeel dat de verzoeker in de uitnodiging voor de hoorzitting werd gewezen op de mogelijkheid om het administratief dossier in te zien, hetzij tijdens de hoorzitting, hetzij voorafgaandelijk na telefonische afspraak. De verzoeker, zijn raadsman en zijn architect zijn op die hoorzitting verschenen en de raadsman heeft een uitvoerige en omstandige memorie neergelegd. Hieruit blijkt dat de verzoeker op een adequate wijze gebruik heeft kunnen maken van het hoorrecht en het X-9344-4/7 inzagerecht, zoals in de motivering van het bestreden besluit wordt benadrukt. Voorts heeft de gemachtigde ambtenaar de volledige tekst van het beroepschrift aan de verzoeker bezorgd, gelijktijdig met het instellen van het administratief beroep bij de minister. Beoordeling
- Het toentertijd geldende artikel 53, § 2, eerste lid, van het gecoördineerde decreet luidt als volgt: “Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde ambtenaar kunnen bij de Vlaamse regering in beroep komen binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot verlening van een vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor instelling van het beroep, schorst de vergunning. Het wordt tezelfder tijd ter kennis van de aanvrager en van de Vlaamse regering gebracht. Komt de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan bovendien kennis aan het college”. De aangehaalde bepaling schrijft voor dat de gemachtigde ambtenaar het beroep terzelfder tijd aan de aanvrager en aan de minister ter kennis brengt. Met het “beroep” wordt de integrale tekst van het aangetekend schrijven met al zijn bijlagen bedoeld. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 december 1970 tot wijziging van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, die onder meer artikel 55 van de wet van 29 maart 1962 grondig heeft gewijzigd -welke bepaling nadien is opgenomen als artikel 53 in het gecoördineerde decreet- blijkt dat het verhoor van de aanvrager, van het college van burgemeester en schepenen en van de gemachtigde ambtenaar bedoeld is als een middel om in de twee trappen van beroep “de gelegenheid te geven tot een behandeling van de aanvraag op tegenspraak”, waarbij de genoemde partijen “op gelijke voet worden gesteld”. De gelijke behandeling van de partijen is bijgevolg een onmisbaar vereiste, hetgeen betekent dat de aanvrager moet beschikken over het beroepschrift en de stukken waarover de minister beschikt.
- Aangezien de gemachtigde ambtenaar zijn beroepschrift bij aangetekend schrijven van 9 augustus 1999 aan de minister en aan de verzoeker heeft bezorgd, maar heeft nagelaten het dossier dat eveneens aan de minister werd bezorgd, gelijktijdig aan de verzoeker te zenden, werd de aangehaalde decretale bepaling miskend, voor wat betreft het in deze bepaling vervatte beginsel van de gelijke behandeling van de partijen, dat beschouwd moet worden als een X-9344-5/7 substantiële vormvereiste, waardoor ook de wettigheid van het bestreden besluit wordt aangetast. De argumentatie van de verwerende partij dat de verzoeker de kans werd geboden om voorafgaand aan de hoorzitting en tijdens de hoorzitting het dossier in te zien, heeft niet tot gevolg dat de verzoeker reeds van bij het instellen van het administratief beroep, op gelijke voet met de minister werd gesteld en doet bijgevolg geen afbreuk aan de zo-even vastgestelde onwettigheid.
- Het tweede onderdeel van het tweede middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van 19 november 1999 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar en vernietiging van het besluit van 15 juli 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij aan Frijns-De La Haye de vergunning wordt verleend voor de wijziging van de verkavelingsvergunning, met name de samenvoeging van de loten 2 en 3, voor percelen aan de ’s Gravenvoeren (lees: Weg op Mesch) te Voeren, kadastraal bekend sectie A, nrs. 1637/c en 1936/c.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 347,06 euro. X-9344-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig februari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-9344-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.137 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.88.574 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div