← België

Arrest 201205 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 23/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.205 Rolnummer: A. 156113/X-14004 Zaak: Arrest 201205 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 23/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-05 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 08:58 Fiche Arrest nr 201.205 van 23 februari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 201.205 van 23 februari 2010 in de zaak A. 156.113/X-14.

  1. In zake:
  2. Henri LOOTS
  3. de n.v. LOKAMEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Erik van der Vloet kantoor houdend te 2320 HOOGSTRATEN Vrijheid 243 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 30 september 2004, strekt tot de nietigverklaring van “Het Besluit van de Vlaamse regering van 4 juni 2004 waardoor het bij dit besluit gevoegde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout’ definitief wordt vastgesteld (...) zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 2 augustus 2003 (en) minstens (...) van de normatieve delen van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan zoals opgenomen in deelplan 8: Kanaalzone Noord - strategisch woonproject”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-14.004-1/10 De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober
  6. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Erik van der Vloet, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Inneke Bockstaele, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten
  8. De eerste verzoeker is mede-eigenaar van percelen gelegen te Turnhout, kadastraal bekend sectie B, nrs. 943/g en 943/h. De tweede verzoekende partij, waarvan de eerste verzoeker gedelegeerd bestuurder is, is eigenaar van percelen gelegen te Turnhout, kadastraal bekend sectie B, nrs. 946/d en 945/b.
  9. Deze percelen zijn volgens het gewestplan Turnhout, vastgesteld bij koninklijk besluit van 30 september 1977, gelegen in gebied voor ambachtelijke bedrijven of gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen.
  10. Bij besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2003 werd het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: GRUP) “Afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout” voorlopig vastgesteld. De percelen van de verzoekende partijen worden in dit ontwerp GRUP opgenomen in deelplan 8 “kanaalzone-Noord/strategisch woonproject (Turnhout)”. Meer bepaald vallen de percelen van de verzoekende partijen onder artikel 8.2 reservegebied voor X-14.004-2/10 strategisch project Heizijdse Velden, met de volgende stedenbouwkundige voorschriften: “§1 Dit gebied is na 31.12.2007 bestemd als een strategisch woonproject zoals bepaald in artikel 8.
  11. §2 In dit gebied mogen tot 31.12.2007 geen nieuwe woningen worden gebouwd. Instandhoudingswerken en werken ten behoeve van het voortbestaan van de bestaande voorzieningen en activiteiten zijn toegestaan. Volgende werken, handelingen, voorzieningen, inrichtingen en functiewijzigingen - waarvoor volgens artikel 99 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een stedenbouwkundige vergunning vereist is - zijn voor 31.12.2007 eveneens vergunbaar: - werken, handelingen, voorzieningen en inrichtingen in functie van de beroepslandbouw. Naast infrastructuur voor hoevetoerisme kunnen op het landbouwbedrijf beperkte toeleverende of verwerkende activiteiten voorkomen op voorwaarde dat de relatie met het landbouwbedrijf substantieel is voor het voortbestaan van de toeleverende of verwerkende activiteit. Toeleverende, verwerkende en dienstverlenende activiteiten en landbouwverwante activiteiten zonder substantiële relatie met een landbouwbedrijf zijn niet toegelaten; - werken, handelingen, voorzieningen en inrichtingen die nodig zijn voor de inrichting van een (gemeentelijk) park; - het vellen van hoogstammige bomen - het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur gericht op het al dan niet toegankelijk maken van het gebied voor het publiek; - de aanleg van sportinfrastructuur op voorwaarde dat de inrichting gericht is op recreatief gebruik, - het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur gericht op dagrecreatie, natuureducatie, recreatief medegebruik of hobbylandbouw; - de aanleg, het inrichten of uitrusten van wegen of paden voor recreatief medegebruik. Verharde wegen moeten aangelegd worden in een waterdoorlatende verharding. - Werken, handelingen, voorzieningen en inrichtingen die nodig zijn voor het beheersen van overstromingen voor zover zij conform de principes van natuurtechnische milieubouw worden uitgevoerd en het integraal waterbeheer van de Laakbeek niet onmogelijk maken. - het herstellen, heraanleggen of verplaatsen van bestaande openbare wegenis en nutsleidingen; §3 Op het gehele gebied is een recht van voorkoop zoals bedoeld in het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van toepassing. In uitvoering van artikel 63 van dat decreet wordt de rangorde voor de toepassing van het voorkooprecht vastgesteld als volgt:
  12. De gemeente,
  13. Het Vlaams Gewest,
  14. De Provincie”.
  15. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek dat gehouden wordt van 18 augustus 2003 tot en met 16 oktober 2003, dienen de verzoekende partijen op 13 oktober 2003 een bezwaarschrift in.
  16. Dit bezwaar wordt in het advies van 9 maart 2004 van VLACORO als volgt weergegeven en besproken: X-14.004-3/10 “
  17. De firma Lokamel nv [B62] is in 1978 eigenaar geworden van volgende gronden met bedrijfsgebouwen en woning in het reserve randstedelijk groengebied: sectie B 943 G, sectie B 943 H, sectie B 946 D. Later aldaar is B 945 B aangekocht. Deze gronden zijn volgens het gewestplan gelegen in KMO-zone. Dit verandert nu echter, wat de doodsteek is voor de firma. In februari 1995 heeft het bedrijf een bouwvergunning voor magazijnen aangevraagd en deze is geweigerd in april 1997 (wegens uitbreiding te groot). In november 2000 kocht het bedrijf het aanpalend perceel B 945 B, volgens het gewestplan gelegen in woongebied voor ambachtelijke bedrijven of gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen (bevestigd aan notaris door gemeentebestuur). Daarmee wil de firma de uitbreidingen en het voortbestaan van de zaak waarborgen (personeel + zoon). Het voorontwerp van de nieuwe bouwplannen ligt al klaar. De toelichtingsnota van het voorontwerp is volledig fout. * Op blz. 120: staat: Toelichting: Naar aanleiding van een meer gedetailleerde inrichtingsstudie voor het gebied is tenslotte een klein bestaand KMO-gebied mee opgenomen. Dit terrein is op dit ogenblik niet in economisch gebruik. * Op blz. 122: staat: Aan de oostzijde vormt de oude spoorwegbedding van de spoorweg Turnhout-Tilburg (Bels lijntje) een grens; het ten oosten daarvan gelegen in onbruik geraakt KMO-gebiedje wordt tevens mee opgenomen in dit deelplan. De firma is daar wel degelijk actief en heeft haar maatschappelijke zetel daar. Zij vraagt zich af wie deze teksten opgesteld heeft! Zij is nooit, door geen enkele instantie, benaderd! De bewuste KMO-zone wordt dan ook ten onrechte geschrapt in het voorliggende ontwerp van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. In tijden van schaarste van KMO-zones, gepaard gaande met hoge prijzen ervan, getuigt het ook niet van goed bestuur om naar de toekomst toe de bestemming van deze gronden te schrappen. Dit plan wordt de doodsteek voor het bedrijf (personeel-zoon)! Het kan geen kanten meer uit! Zijn dit de plannen die onze regering voorstelt voor economisch herstel? Is dit de openheid van bestuur? Is het niet normaal dat bedrijven ruimschoots van tevoren ingelicht worden? Vele bedrijven zijn zonevreemd. Het bedrijf is nu gevestigd op een KMO-zone en door deze plannen wordt het een zonevreemd bedrijf. De voormalige spoorwegbedding ‘Turnhout-Tilburg’ is de ideale bufferzone voor deze KMO-gronden. Laat a.u.b. de bestemming ‘KMO-zone’ op deze gronden! Vlacoro adviseert het behoud van de bestemming KMO-zone voor het bestaande bedrijf; Vlacoro is wel van mening dat een voldoende bufferzone moet worden voorzien tussen het bedrijf en de recreatieve as op de voormalige spoorwegbedding.( ‘Bels Lijntje’). Deze buffer kan enkel voorzien worden op een deel van het perceel 945 B dat grenst aan de vroegere spoorwegbedding”.
  18. Op 18 mei 2004 geeft de afdeling wetgeving van de Raad van State advies.
  19. Met het bestreden besluit van 4 juni 2004 wordt het GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout” definitief vastgesteld. Met betrekking tot het deelplan 8 wordt het volgende overwogen: X-14.004-4/10 “IX. Deelplan 8 Kanaalzone Noord - Strategisch woonproject Overwegende dat VLACORO adviseert de begrenzing van het bestemmingsgebied ‘strategisch woonproject’ in het noorden en oosten aan te passen aan het advies van de gemeente Turnhout; dat echter de begrenzing zoals voorzien in voorliggend ruimtelijk uitvoeringsplan samenvalt met de perceelsgrenzen en dit voor het betreffende plangebied een logische begrenzing vormt; dat daarom de begrenzing behouden blijft; Overwegende dat VLACORO adviseert het industriegebied ten noorden van de zwaaikom op te nemen in recreatiegebied, dat dit gebied echter buiten het plangebied valt en dat daarom niet kan ingegaan worden op die vraag; dat het bovendien een gemeentelijke bevoegdheid betreft; dat de gemeente een bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan kan opmaken; Overwegende dat VLACORO adviseert de bestemming KMO-zone voor het bestaande bedrijf te behouden; dat echter voor bestaande voorzieningen en activiteiten instandhoudingswerken zijn toegestaan; dat op deze manier het bedrijf momenteel kan blijven bestaan; dat in de inrichtingsstudie die door Studiegroep Omgeving wordt opgemaakt in opdracht van de stad Turnhout dit gebied, gelegen aan het kanaal, deel uitmaakt van de recreatieve as langsheen de voormalige spoorwegbedding; dat VLACORO stelt dat een deel van het woonreservegebied best kan herbestemd worden naar randstedelijk groengebied met recreatief medegebruik; dat hierbij verwezen wordt naar de visie van de stad Turnhout om hier een recreatieve as te voorzien; dat het de bevoegdheid van de gemeente Turnhout is om de bestemming woonreservegebied verder uit te werken in een ruimtelijk uitvoeringsplan; dat daarom niet kan ingegaan worden op het advies van VLACORO; dat evenwel de toelichtingsnota met betrekking tot de economische activiteit in het gebied werd aangepast; Overwegende dat VLACORO adviseert dat ‘verblijfsrecreatie’ wordt toegevoegd aan het stedenbouwkundig voorschrift; dat deze activiteit/voorziening toelaatbaar is volgens artikel 8.1 en bijgevolg niet dient te worden toegevoegd aan artikel 8.1; dat ze wordt toegevoegd aan de toelichtende kolom bij het stedenbouwkundig voorschrift; dat het niet wenselijk is deze activiteit/voorziening toe te laten in het reservegebied, daar in dit gebied, naast o.a. de inrichting van een buurtpark en kleinschalige infrastructuur voor dagrecreatie, in hoofdzaak enkel instandhoudingswerken ten behoeve van het voorbestaan van de bestaande voorzieningen en activiteiten zijn toegestaan; dat ‘verblijfsrecreatie’ niet verenigbaar is met de toegelaten activiteiten/voorzieningen volgens artikel 8.2 en bijgevolg niet wordt toegevoegd aan artikel 8.2; dat immers het gebied wordt gereserveerd voor toekomstige ontwikkelingen; dat het bovendien de bevoegdheid van de gemeente Turnhout is om de bestemming woonreservegebied verder uit te werken in een ruimtelijk uitvoeringsplan”. Artikel 8.2 van de stedenbouwkundige voorschriften “Reservegebied voor strategisch project Heizijdse velden” bevat de volgende stedenbouwkundige voorschriften: “§1 Dit gebied is na 31.12.2007 bestemd als een strategisch woonproject zoals bepaald in artikel 8.
  20. §2 In dit gebied mogen tot 31.12.2007 geen nieuwe woningen worden gebouwd. Instandhoudingswerken en werken ten behoeve van het voortbestaan van de bestaande voorzieningen en activiteiten zijn toegestaan. X-14.004-5/10 Volgende werken, handelingen, voorzieningen, inrichtingen en functiewijzigingen - waarvoor volgens artikel 99 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een stedenbouwkundige vergunning vereist is - zijn voor 31.12.2007 eveneens vergunbaar: 1/ werken, handelingen, voorzieningen, inrichtingen en functiewijzigingen die nodig of nuttig zijn voor de landbouwbedrijfsvoering van de landbouwbedrijven. Naast infrastructuur voor hoevetoerisme kunnen op het landbouwbedrijf beperkte toeleverende of verwerkende activiteiten voorkomen op voorwaarde dat de relatie met het landbouwbedrijf substantieel is voor het voortbestaan van de toeleverende of verwerkende activiteit. Toeleverende, verwerkende en dienstverlenende activiteiten en landbouwverwante activiteiten zonder substantiële relatie met een landbouwbedrijf zijn niet toegelaten; 2/ werken, handelingen, voorzieningen en inrichtingen die nodig zijn voor de inrichting van een (gemeentelijk) park; 3/ het vellen van hoogstammige bomen 4/ het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur gericht op het al dan niet toegankelijk maken van het gebied voor het publiek; 5/ de aanleg van sportinfrastructuur op voorwaarde dat de inrichting gericht is op recreatief gebruik, 6/ het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur gericht op dagrecreatie, natuureducatie, recreatief medegebruik of hobbylandbouw; 7/ het aanleggen, inrichten of uitrusten van paden voor recreatief verkeer. 8/ Werken, handelingen, voorzieningen, inrichtingen en functiewijzigingen die nodig zijn voor het beheersen van overstromingen of het voorkomen van wateroverlast buiten de natuurlijke overstromingsgebieden voor zover de technieken van natuurtechnische milieubouw gehanteerd worden. 9/ het herstellen, heraanleggen of verplaatsen van bestaande openbare wegenis en nutsleidingen; §3 Naast de werken, handelingen, voorzieningen, inrichtingen en functiewijzigingen vermeld in §2, zijn vergunbaar: 1/ Het verbouwen van bestaande woningen binnen het vergunde volume of het uitbreiden van bestaande woningen, waarbij

(1)de woning op het moment van de vergunningsaanvraag niet verkrot is (de woning wordt beschouwd als zijnde verkrot indien ze niet voldoen aan de elementaire eisen van stabiliteit op het moment van de eerste vergunningsaanvraag tot verbouwen); en
(2)de woning hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn, ook wat de functie betreft. Indien een woning niet aangesloten is op een riolering, wordt de vergunningsaanvraag afhankelijk gemaakt van de aanleg van een installatie voor het behandelen van afvalwater. Een uitbreiding kan - met inbegrip van de woningbijgebouwen, die er fysisch één geheel mee vormen - slechts leiden tot een maximaal bouwvolume van 850 m³ nuttige ruimte. Deze uitbreiding mag een volumevermeerdering met 100 % niet overschrijden, Het aantal woongelegenheden blijft beperkt tot het bestaande aantal. 2/ Het verbouwen van bestaande gebouwen binnen het bestaande bouwvolume, waarbij
(1)het gebouw op het moment van de vergunningsaanvraag niet verkrot is (het gebouw wordt beschouwd als zijnde verkrot indien ze niet voldoen aan de elementaire eisen van stabiliteit op het moment van de eerste vergunningsaanvraag tot verbouwen); en
(2)het gebouw hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn, ook wat de functie betreft. 3/ Het herbouwen van de bestaande gebouwen binnen het bestaande bouwvolume, waarbij
(1)het gebouw op het moment van de X-14.004-6/10 vergunningsaanvraag niet verkrot is (het gebouw wordt beschouwd als zijnde verkrot indien ze niet voldoen aan de elementaire eisen van stabiliteit op het moment van de eerste vergunningsaanvraag tot verbouwen); en
(2)het gebouw hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn, ook wat de functie betreft, op dezelfde plaats kan voorzover het karakter, de verschijningsvorm en de functie van het gebouw behouden blijven; als herbouwen op dezelfde plaats wordt beschouwd, het herbouwen van een nieuw gebouw dat op minstens drie kwart van de oppervlakte van het bestaande gebouw wordt opgericht; voor woninggebouwen wordt de bestaande woonoppervlakte bedoeld met inbegrip van de woningbijgebouwen die er fysisch één geheel mee vormen. Het volume van een herbouwde woning blijft beperkt tot 1000 m³, indien het bestaande volume meer dan 1000 m³ bedraagt. Het herbouwen op een gewijzigde plaats van een bestaand gebouw binnen het bestaande bouwvolume, waarbij
(1)het gebouw op het moment van de vergunningsaanvraag niet verkrot is (het gebouw wordt beschouwd als zijnde verkrot indien ze niet voldoen aan de elementaire eisen van stabiliteit op het moment van de eerste vergunningsaanvraag tot verbouwen); en
(2)het gebouw hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn, ook wat de functie betreft, kan op voorwaarde dat het gebouw getroffen is door een rooilijn of gevat is door een gemeentelijke verordening inzake de voorbouwlijn en op voorwaarde dat de wijziging van de inplanting zich beperkt tot de verplaatsing die tot gevolg heeft dat het gebouw dezelfde voorbouwlijn krijgt als de dichtstbijzijnde gebouwen of tot de verplaatsing conform de in de verordening bepaalde voorbouwlijn. Het volume van een herbouwde woning blijft beperkt tot 1000 m³, indien het bestaande volume meer dan 1000 m³ bedraagt. Het aantal woongelegenheden blijft beperkt tot het bestaande aantal. Herbouwen binnen hetzelfde bouwvolume is eveneens vergunbaar indien het gebouw geheel of gedeeltelijk vernield of beschadigd is door een plotse ramp, buiten de wil van de aanvrager en voor zover de woning
(1)voor de vernieling of beschadiging niet verkrot was,
(2)volgens het bevolkingsregister in de loop van het jaar voorafgaand aan de vernieling of beschadiging werd bewoond;
(3)de aanvraag ten laatste binnen het jaar na het toekennen van het verzekeringsbedrag gebeurt. In geval van een woning wordt de herbouwde woning beperkt tot 1.000 m³, indien het bestaande bouwvolume voor de vernieling of beschadiging meer bedraagt dan 1.000 m³. §4 Op het gehele gebied is een recht van voorkoop zoals bedoeld in het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van toepassing. In uitvoering van artikel 63 van dat decreet wordt vastgesteld dat de gemeente begunstigd is met het voorkooprecht”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  1. De verwerende partij voert aan dat de verzoekende partijen “slechts over het rechtens vereiste belang m.b.t. dit deelplan (beschikken), zodat het verzoekschrift tot nietigverklaring alleszins tot het deelplan 8 Kanaalzone-Noord dient beperkt te worden”. X-14.004-7/10
  2. De verzoekende partijen repliceren “dat, inzoverre een afzonderlijke vernietiging van deelplan 8 Kanaalzone-Noord, tot de mogelijkheden behoort, (zij) hiermee kunnen instemmen” en verder dat “vernietiging van een gedeelte van het grafisch plan (...) vernietiging van het volledige grafisch plan (impliceert)”.
  3. De vraag of een gedeeltelijke nietigverklaring van het GRUP mogelijk is en of het belang van de verzoekende partijen daartoe in voorkomend geval is beperkt, dringt zich slechts op indien een gegrond middel wordt aangevoerd, hetgeen, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is. V. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel
  4. Het enig middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen “minstens van het algemeen aanvaard rechtsbeginsel van de motiveringsplicht voor elke bestuurshandeling”. De verzoekende partijen betogen dat de motivering wat betreft artikel 8.2 van de stedenbouwkundige voorschriften “summier en nietszeggend” is, dat “niet volledig geantwoord (wordt) op de geformuleerde bezwaren van verzoekers en het advies van Vlacoro”, dat hoewel in de toelichtingsnota bij het ontwerp verkeerdelijk gesteld wordt dat het in casu om een “in onbruik geraakt KMO-gebiedje” zou gaan en de verzoekende partijen er in hun bezwaar op hadden gewezen dat dit uitgangspunt foutief was, in het bestreden besluit met geen woord gerept wordt over het al dan niet bedrijfsmatig in gebruik zijn van het perceel, zodat niet kan worden nagegaan of men bij de eigenlijke besluitvorming rekening heeft gehouden met dit element, en dat het bestreden besluit niet op afdoende wijze antwoordt op hun bezwaar dat het opnemen van hun percelen in het reservegebied voor strategisch project Heizijdse Velden, op lange termijn de doodssteek voor hun bedrijf zal betekenen. Beoordeling
  5. Een ruimtelijk uitvoeringsplan, waaronder een GRUP, is een rechtshandeling met verordenend karakter en derhalve geen bestuurshandeling in X-14.004-8/10 de zin van de voormelde wet van 29 juli
  6. Dit neemt niet weg dat een GRUP, zoals elke bestuurshandeling, onderworpen is aan de materiële motiveringsverplichting, hetgeen inhoudt dat het moet worden gedragen door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het vaststellingsbesluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier.
  7. De verzoekende partijen voeren ten onrechte aan dat in het bestreden besluit met geen woord zou worden gerept over het al dan niet bedrijfsmatig in gebruik zijn van het perceel, vermits daarin te lezen valt wat volgt: “dat evenwel de toelichtingsnota met betrekking tot de economische activiteit in het gebied werd aangepast”, en in de daarbij horende toelichtingsnota: “naar aanleiding van een meer gedetailleerde inrichtingsstudie voor het gebied is tenslotte een bestaand KMO gebiedje opgenomen. Dit terrein is op het ogenblik in gebruik door LOKAMEL NV”. Het bestreden besluit is zodoende niet gesteund op een foutief uitgangspunt, biedt een antwoord op het bedoelde bezwaar van de verzoekende partijen en houdt wel degelijk rekening met de vaststelling dat het betrokken terrein in gebruik is door de tweede verzoekende partij. De stelling van de verzoekende partijen in de laatste memorie dat “de impact van de mate waarin het bedrijf van verzoekers nog economisch actief is, niet is beoordeeld” is een nieuw en derhalve onontvankelijk middel.
  8. De door artikel 42 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening aan de Vlaamse regering opgelegde verplichting om het ontwerp van GRUP aan een openbaar onderzoek te onderwerpen en de resultaten ervan aan VLACORO voor advies voor te leggen, brengt met zich mee dat VLACORO in de eerste plaats, zoniet alleszins de Vlaamse regering, kennis moet nemen van de tijdens het openbaar onderzoek op regelmatige wijze geformuleerde bezwaren en opmerkingen en deze moet onderzoeken en beoordelen. Er bestaat evenwel geen wettelijk opgelegde verplichting om elk individueel bezwaar individueel te beantwoorden. Het bestreden besluit beantwoordt het bezwaar van de verzoekende partijen van “de doodssteek” voor het bedrijf als volgt: “Overwegende dat VLACORO adviseert de bestemming KMO zone voor het bestaande bedrijf te behouden; dat echter voor bestaande voorzieningen en activiteiten instandhoudingswerken zijn toegestaan; dat op deze manier het bedrijf momenteel kan blijven bestaan (...) dat het de bevoegdheid van de gemeente Turnhout is om de X-14.004-9/10 bestemming woonreservegebied verder uit te werken in een ruimtelijk uitvoeringsplan; (...)”. Het bezwaar van de verzoekende partijen, ook wat betreft de vraag naar uitbreidingsmogelijkheid, werd aldus op afdoende wijze beantwoord. Het middel is in al zijn onderdelen ongegrond. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-14.004-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.205 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.