id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.207 Rolnummer: Zaak: Arrest 201207 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 23/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-05 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-07-02 08:58 Fiche Arrest nr 201.207 van 23 februari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging Samenvoeging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 201.207 van 23 februari 2010 in de zaken A. 156.076/X-14.006 (I) A. 156.077/X-14.007 (II). In zake: I. Paul STOFFELS II. Johannes VAN GOOL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Goossens kantoor houdend te 2640 MORTSEL Prins Leopoldlei 81 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: I. + II. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen
- Het beroep, ingesteld op 29 september 2004, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 4 juni 2004 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout, in zoverre het de bestemming van de gronden, gelegen te Turnhout en Oud-Turnhout, ter streke Veldbraek, van de bestemming woongebied en agrarisch gebied wijzigt in gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel II, zoals aangeduid op het verordenend grafisch plan, deelplan 4, en zoals tekstueel uitgewerkt in de verordenende stedenbouwkundige voorschriften. (zaak I. A. 156.076) Het beroep, ingesteld op 29 september 2004, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 4 juni 2004 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout, in zoverre het de bestemming van de gronden, X-14.006 en 14.007-1/11 gelegen te Turnhout en Oud-Turnhout, ter streke Veldbraek, van de bestemming woongebied en agrarisch gebied wijzigt in gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel II, zoals aangeduid op het verordenend grafisch plan, deelplan 4, en zoals tekstueel uitgewerkt in de verordenende stedenbouwkundige voorschriften. (zaak II. A. 156.077) II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend, in beide zaken. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld in beide zaken. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend en de verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend, in beide zaken. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2009, in beide zaken. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht in beide zaken. Advocaat Johan Bally, die loco advocaat Veerle Goossens verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Inneke Bockstaele, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord in beide zaken. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven in beide zaken. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-14.006 en 14.007-2/11 III. Feiten
- De verzoekers zijn eigenaar en mede-eigenaar van enkele percelen die in het bestreden besluit opgenomen werden in het gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel II.
- De percelen van de verzoekers die opgenomen worden in het voormelde bestreden gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: GRUP) zijn volgens het gewestplan Turnhout, vastgesteld bij koninklijk besluit van 30 september 1977, hoofdzakelijk gelegen in agrarisch gebied.
- Bij besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2003 wordt het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout” voorlopig vastgesteld. De percelen van de verzoekers worden in dit ontwerp GRUP opgenomen in deelplan 4 “gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel”.
- Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek dat gehouden wordt van 18 augustus 2003 tot en met 16 oktober 2003, dienen de eerste verzoeker op 8 oktober 2003 en de tweede verzoeker op 6 oktober 2003 een bezwaarschrift in.
- VLACORO beantwoordt de bezwaren in haar voorwaardelijk gunstig advies van 17 februari
- De afdeling wetgeving van de Raad van State verleent advies op 18 mei
- Met het bestreden besluit van 4 juni 2004 stelt de Vlaamse regering het GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout” definitief vast. IV. Samenvoeging
- De beide zaken worden wegens samenhang gevoegd. X-14.006 en 14.007-3/11 V. Ontvankelijkheid van de beroepen
- De verwerende partij voert aan dat de verzoekers “slechts over het rechtens vereiste belang m.b.t. dit deelplan (beschikken), zodat het verzoekschrift tot nietigverklaring alleszins tot het deelplan 4 Bentel dient beperkt te worden”.
- De verzoekers lichten hun belang in hun respectieve verzoekschriften als volgt toe: “De vordering strekt tot vernietiging van het voormelde besluit in zoverre het de bestemming van de gronden, gelegen te Turnhout en Oud-Turnhout, ter streke Veldbraek, van de bestemming woongebied en agrarisch gebied wijzigt in gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel II, zoals aangeduid op het verordenend grafisch plan, deelplan 4, en zoals tekstueel uitgewerkt in de verordenende stedenbouwkundige voorschriften onder artikel 4.2, 4.4, 4.5 en 4.6”.
- Het bestreden GRUP vormt weliswaar een geheel, maar een gedeeltelijke nietigverklaring is mogelijk indien die nietigverklaring betrekking heeft op een vanuit planologisch standpunt isoleerbaar gebied en de partiële nietigverklaring niet tot gevolg heeft de algemene economie van het plan aan te tasten. Gelet op de opdeling van het betrokken GRUP in deelplannen naast de vastlegging van de grenslijn en op het duidelijk afgebakend belang van de verzoekers zoals uiteengezet in hun respectieve verzoekschriften, moet worden vastgesteld dat een partiële nietigverklaring, beperkt tot het deelplan 4 “gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel”, mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de algemene economie van het plan. Er dient te worden vastgesteld dat de beroepen van de verzoekers slechts ontvankelijk zijn in zoverre deze beroepen het deelplan 4 “gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel” betreffen. VI. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen
- Het tweede middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 3, 4, 38, § 1 en 42, § 6, derde lid van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO), de ontstentenis van de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag en de schending van het rechtszekerheidsbeginsel. X-14.006 en 14.007-4/11 De verzoekers betogen in een eerste onderdeel dat het grafisch verordenend plan voor wat betreft het gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel II een volledig ingesloten, niet aan de openbare weg grenzend bedrijventerrein binnen het plangebied inkleurt en dat datzelfde plan slechts met een symbolische aanduiding in de richting van eigendommen, gelegen buiten het plangebied, aangeeft hoe de ontsluiting van de bedrijvenzone in de richting van de Noord-Brabantlaan (R13) zal dienen te geschieden, terwijl artikel 38, § 1 DRO en het rechtszekerheidsbeginsel vereisen dat in het grafisch plan de essentiële opties van de te verwezenlijken ruimtelijke ordening worden weergegeven, opdat de verwerende partij de geplande ruimtelijke ordening naar behoren zou kunnen verwezenlijken, wat voor Bentel II in het aangevochten besluit niet kan.
- De verwerende partij repliceert dat “voor Bentel II wel degelijk een ontsluiting (wordt) voorzien (...) langsheen een parallelweg die aantakt op de Ring rond Turnhout”, dat “na het openbaar onderzoek (...) ter verduidelijking van deze optie een symbolische aanduiding op het grafisch plan (werd) toegevoegd”, dat “in het ontwerpplan tekstueel werd aangegeven welke ontsluiting er moest voorzien worden”, en dat “de vraag (...) niet (is) of Bentel II een ontsluiting kan vinden, doch enkel op welke manier het in het uitvoeringsplan bepaalde principe van ontsluiting kan uitgevoerd worden”. Beoordeling
- Het GRUP voorziet in de stedenbouwkundige voorschriften onder artikel 4.5 “ontsluiting van het gebied”, en meer bepaald onder artikel 4.5.1 “Auto- en vrachtverkeer” dat zowel betrekking heeft op Bentel I als II, omtrent de ontsluiting van het gebied wat volgt: “De hoofdontsluiting van het bedrijventerrein gebeurt via de aangeduide punten op een parallelweg langsheen de R13 (Noord-Brabantlaan). Rechtstreekse toegang tot de R13 is niet toegelaten”. Het grafisch plan gevoegd bij dit ontwerp van GRUP voorziet voor Bentel I in een ontsluiting met een symbolische aanduiding. Voor Bentel II wordt een dergelijke aanduiding niet voorzien. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het probleem van ontsluiting van Bentel II aanleiding geeft tot opmerkingen en bezwaren. In zijn bezwaarschrift stelt de tweede verzoeker dienaangaande wat volgt: X-14.006 en 14.007-5/11 “De woningen in goedgekeurde verkaveling en de zone voor gemeenschapsvoorzieningen (federale politie) blijven - buiten het plangebied - hun huidige bestemming behouden. Langs andere straten (Steenweg op Oosthoven of Heerenstraat) mag Bentel II niet ontsluiten. Dwars door de zone voor gemeenschapsvoorzieningen kan geen ontsluiting worden genomen : een rechtstreekse ontsluiting op de Ring is in het verordenend voorschrift 4.5 verboden, enkel een aansluiting via een parallelweg op een knooppunt kan. Ten zuiden van de zone voor gemeenschapsvoorzieningen (federale politie) begint onmiddellijk ‘de groene vinger’, waarin evenmin ontsluitingswegen toegestaan zijn. Anders gezegd : - de enig toegelaten ontsluiting van Bentel II betreft een parallelweg die op het kruispunt van de Ring met de Steenweg op Oosthoven met de Ring aansluiting moet krijgen, - deze ontsluiting kan niet tot stand worden gebracht omdat deze ontsluiting een gebied voor gemeenschapvoorzieningen en/of een goedgekeurde (bebouwde) verkaveling en een woning dient te doorkruisen, - de percelen waarover de parallelweg moet worden aangelegd, zijn niet in het plangebied opgenomen omdat men de huidige stedenbouwkundige bestemming van deze gronden wenste te behouden, - goedkeuring van het huidige plan voor Bentel II impliceert noodzakelijk dat, voorafgaandelijk aan de realisatie van Bentel II, er een bijkomend ruimtelijk uitvoeringsplan zal moeten opgesteld worden waarbij minstens de bestemming van de goedgekeurde verkaveling tegen de Noord-Brabantlaan en van de zone voor gemeenschapsvoorzieningen wordt gewijzigd en de stedenbouwkundige mogelijkheid tot aanleg van een parallelweg gerealiseerd wordt, - alvorens de ontsluiting effectief kan worden gerealiseerd, moeten de 4 bestaande woningen tegen de ring worden verworven en onteigend, tenminste als men de verordenende voorschriften van het voorlopig goedgekeurde bestemmingsplan volgt. Of op termijn al deze voorwaarden (kunnen) worden vervuld en/of een bevoegd bestuur deze voorwaarden zal willen vervullen, is op dit ogenblik totaal onbekend, zelfs zeer onzeker. Het lijkt ons totaal onhaalbaar, alleszins totaal onaanvaardbaar, dat vier moderne woningen tegen de Ring ten behoeve van een beperkte ambachtelijke zone zouden moeten verdwijnen en vier gezinnen d.m.v. een onteigening op straat zouden worden gezet. Trouwens, door deze woningen bewust buiten het plangebied te laten, werd reeds aangegeven dat men voor de verkaveling en de woningen geen bestemmingswijziging wil. Op dit standpunt kan ons inziens zomaar niet teruggekomen worden. Een ontsluiting waarvoor vier woningen moeten worden verworven en een regeling met de federale politie moet worden gezocht, zal bovendien een zeer belangrijke weerslag hebben op de financiële haalbaarheid van de ontwikkeling van Bentel II. Zal er nog wel een kandidaat-beheerder voor het gebied worden gevonden ? Zeker is dat - door het definitief goedkeuren van het plan voor Bentel II -, voor zeer lange tijd een immobilisme in de bestemming van onze gronden ontstaat. Wat het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan thans voor Bentel II voorziet en verordent, kan niet worden gerealiseerd. Echter, bij een definitieve goedkeuring van het ruimtelijk plan, worden wel onmiddellijk de verordenende bepalingen van het ruimtelijk plan van kracht. Agrarische activiteit op onze gronden wordt met onmiddellijke ingang verboden. Er komt een voorkooprecht voor onze gronden, er kunnen mogelijks van ons planbaten worden gevorderd en al onze eventuele vragen tot het bekomen van stedenbouwkundige vergunningen zullen onmogelijk kunnen toegestaan worden. Dergelijke X-14.006 en 14.007-6/11 onzekerheid rond het stedenbouwkundig statuut onze gronden en van de aanpalende gronden is onaanvaardbaar. De noodzakelijke beslissingen over de bestemmingswijziging van de gronden in Bentel II en over de ontsluiting van Bentel II, moeten tegelijkertijd, met in acht name van de volledige problematiek worden genomen. Bentel II kan geen regionale bedrijvenzone worden, zonder dat tegelijkertijd over de ontsluiting van Bentel II concreet wordt beslist. Het voorlopig vastgestelde plan rond Bentel II - zoals het thans voorligt - is onuitvoerbaar en brengt enkel onzekerheid en immobilisme rond de bestemming en gebruiksmogelijkheid van onze gronden. Vandaar dat wij ook verzoeken de bestemmingswijziging van onze gronden in bedrijvenzone in de gegeven omstandigheden, zoals voorzien in het voorlopig vastgestelde plan, niet door te voeren.
- Bijkomend : een verkeersafwikkeling naar de Ring is gevaarlijk. Er zijn geen oplossingen voor een vlotte en veilige verkeersafwikkeling. Het verkeer op de Ring is reeds bijzonder druk. Het drukke verkeer laat geen bijkomend heen en weer vervoer van en naar een bedrijventerrein van 17 ha toe, zelfs niet via een parallelweg. Op de informatievergadering stelde men dat er voor dit probleem (nog) geen oplossing is. Een ontsluiting van een parallelweg zal steeds moeten plaatsvinden kort voor, dichtbij of op een bijzonder druk kruispunt. Dit zorgt voor zeer gevaarlijke toestanden. Bovendien kan het verkeer kan slechts in één richting de ring op. Dit brengt veel gevaarlijke draaibewegingen (vrachtwagens !) ter hoogte van het kruispunt Noord-Brabantlaan-Steenweg op Oosthoven met zich mee. De Stad Turnhout laat er geen onduidelijkheid over dat het containerpark voor Turnhout en Oud-Turnhout in Bentel II moet ingeplant worden. Al het niet professionele verkeer van meerdere honderden particuliere wagens per dag, vanuit Turnhout en Oud-Turnhout, met slecht geladen aanhangwagens, e.d. .... zal zijn weg in de richting van Bentel II moeten zoeken. Ook hier is geen veilige oplossing voor”. De gemeente adviseert dienaangaande het volgende: “In de zone Bentel II ontbreekt ter hoogte van de grond van de Federale Politie de symbolische aanduiding van een toegangsweg naar het achtergelegen bedrijventerrein. We stellen voor deze symbolische aanduiding dwars over het eigendom van de Federale Politie te tekenen. In het inrichtingsrapport zal moeten bepaald worden waar de insteekweg het best ligt : op de huidige openbare weg ten zuiden van de Federale Politie of op de scheiding van de Federale Politie met het eerste bebouwd villaperceel. (...) De vier villapercelen ten noorden van de Federale Politie maken deel uit van een vergunde verkaveling, bestemd voor het oprichten van eengezinswoningen. Op middellange termijn zouden deze villa’s kunnen omgevormd worden tot bedrijfswoningen met een achtergelegen bedrijfsgebouw. Om dit te verwezenlijken moeten de percelen in het achtergelegen bedrijventerrein opgenomen worden met een opdruk die volgende mogelijkheden en beperkingen heeft : - Er wordt een verkooprecht ingesteld. - De oprichting van een bedrijfsgebouw mag slechts gebeuren na schriftelijk akkoord van de andere eigenaars in de verkaveling. - Om te vermijden dat er een rechtstreekse toegang komt van de bedrijven naar de Ring wordt vanaf de nieuwe insteekweg een ventweg naast de Ring gepland tot aan het kruispunt met de Ring. Het is mogelijk dat hiervoor de X-14.006 en 14.007-7/11 inname van een deel van de achteruitbouwstrook van voornoemde villapercelen noodzakelijk is”. VLACORO bespreekt dit advies van de gemeente als volgt: “
- Vlacoro gaat akkoord met de stelling dat een rechtstreekse ontsluiting op de steenweg uitgesloten is, en dat een ventweg een mogelijkheid vormt tot ontsluiting. Vlacoro merkt hierbij wel op dat indien men een bijkomende ventweg wenst te realiseren voor Bentel II en een verlenging van de ventweg wenst te bekomen voor Bentel I, men best een reservatiestrook in het huidige plan vastlegt. Vlacoro vraagt zich verder af of een bijkomende ventweg geen hypotheek legt op de leefbaarheid van de bestaande woningen waar de ventweg de voortuinen van zou doorkruisen. Tenslotte vraagt Vlacoro zich af of Bentel II wel op een volwaardige wijze kan ontsloten worden genomen de huidige verkeersstromen op de Noord- Brabantlaan, de geringe plaats voor aanleg van een ventweg, evenals de verkeersaantrekkende activiteiten die in het gebied worden voorzien”. Het advies van VLACORO stelt in antwoord op de bezwaren van de tweede verzoeker en anderen het volgende aangaande deze problematiek: “Vlacoro merkt op dat men geen rechtstreekse aansluiting op de ringweg wenst te realiseren. De verkeersafwikkeling zou gebeuren via een parallelle nog aan te leggen ventweg. Vlacoro stelt zich echter wel de vraag of deze site wel op een goede manier kan worden ontsloten genomen de bestaande verkeersstroom op de Noord- Brabantlaan, de beperkte ruimte voor de parallelle ventweg en de verkeersaantrekkende functies die in de stedenbouwkundige voorschriften worden voorzien. Het terrein kan volgens Vlacoro dan ook maar ingevuld worden als gemengd regionaal bedrijventerrein indien een volwaardige ontsluiting kan gerealiseerd worden. (...) Indien men hiervoor een volwaardige ontsluiting kan voorzien hebben deze bedrijventerreinen een sterk potentieel omwille van hun bereikbaarheid. (...) Vlacoro stelt dat de ontwikkeling van het bedrijventerrein gekoppeld moet worden aan het voorzien van een volwaardige ontsluiting”. In het bestreden besluit worden de opmerkingen gemaakt door VLACORO aangaande deelplan 4 als volgt samengevat: “- in deelplan 4 - Gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel: maar merkt op dat, - er een aanduiding van ontsluiting dient weergegeven te worden voor Bentel II; - de ontwikkeling van Bentel II kan op voorwaarde dat het bedrijventerrein op een volwaardige wijze kan worden ontsloten; - indien men voor de ontsluiting van Bentel II moet onteigenen, men in dit plan best een reservatiestrook inkleurt; (...)”. X-14.006 en 14.007-8/11 Het bestreden besluit overweegt omtrent de opmerking van VLACORO wat volgt: “(...) - in navolging van het advies van VLACORO werd op het verordenend grafisch plan de verkeersontsluiting van Bentel II symbolisch aangeduid; (...) Overwegende dat VLACORO suggereert een reservatiestrook voor een ventweg langs de R13 vast te leggen en zich afvraagt of een bijkomende ventweg geen hypotheek legt op de leefbaarheid van de bestaande woningen; dat echter een reservatiestrook niet kan worden ingetekend, daar deze buiten het plangebied zou vallen; dat de ventweg een deel uitmaakt van de inrichting van de weg en hiervoor een streefbeeld wordt opgemaakt; dat in het kader van het streefbeeld ook rekening zal gehouden worden met de leefbaarheid van de aanwezige woningen. Overwegende dat VLACORO zich de vraag stelt of Bentel wel op een goede manier kan worden ontsloten gezien de bestaande verkeersstroom op de Noord- Brabantlaan, de beperkte ruimte voor de parallelle ventweg en de verkeersaantrekkende functies; dat VLACORO stelt dat het gebied slechts kan worden ingevuld als gemengd regionaal bedrijventerrein indien een volwaardige ontsluiting kan gerealiseerd worden; dat over de ontsluiting van Bentel tijdens het planningsproces werd nagedacht; dat de ontsluiting gebeurt via een ventweg langs de R13; dat deze ontsluiting nog verder wordt onderzocht in de in opmaak zijnde streefbeeldstudie voor de ring rond Turnhout”.
- Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het bedoelde bedrijventerrein volledig ingesloten is en op geen enkele manier aan een openbare weg grenst. De problematiek van ontsluiting van dit gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel II is derhalve een essentieel gegeven, zoals ten andere ook blijkt uit het advies van VLACORO: “Het terrein kan volgens Vlacoro dan ook maar ingevuld worden als gemengd regionaal bedrijventerrein indien een volwaardige ontsluiting kan gerealiseerd worden”.
- Luidens artikel 38, § 1, eerste lid, 2/ DRO bevat een ruimtelijk uitvoeringsplan “de erbij horende stedebouwkundige voorschriften inzake de bestemming, de inrichting en/of het beheer”. Overeenkomstig artikel 38, § 1, tweede lid DRO hebben deze stedenbouwkundige voorschriften, samen met het grafisch plan waarop ze betrekking hebben, verordenende kracht. Het rechtszekerheidsbeginsel houdt in dat de inhoud van het recht voorzienbaar en toegankelijk is, zodat de rechtzoekende in redelijke mate de gevolgen van een bepaalde handeling kan voorzien op het tijdstip dat die handeling wordt gesteld. Dit impliceert onder meer dat stedenbouwkundige voorschriften zoals het bestreden GRUP op voldoende duidelijke wijze moeten worden geformuleerd. X-14.006 en 14.007-9/11 De aangehaalde bepalingen en beginselen impliceren niet dat de overheid die een ruimtelijk uitvoeringsplan uitvaardigt, alle aspecten van de betrokken regeling op een precieze en gedetailleerde wijze moet regelen. De plannende overheid vermag in bepaalde omstandigheden en voor bepaalde aspecten stedenbouwkundige voorschriften in veeleer algemene en vage bepalingen te beschrijven, waarbij een ruimere beoordelingsmarge wordt gelaten voor de vergunningverlenende overheid dan normaal gesproken het geval zou zijn. Deze mogelijkheid veronderstelt wel dat er voldoende controlemaatregelen worden voorzien en procedurele waarborgen worden geboden, onder meer door het openbaar onderzoek dat voorafgaat aan de vaststelling van een plan en door een adequate rechtsbescherming die wordt geboden voor zowel de bepalingen van een plan als voor de vergunningsbeslissingen die op een plan zijn gebaseerd. Algemeen en vaag geformuleerde stedenbouwkundige voorschriften mogen evenwel niet tot gevolg hebben dat de rechtzoekende in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel niet in redelijke mate kan voorzien of bepaalde handelingen of vergunningsaanvragen al dan niet verenigbaar zijn met die voorschriften.
- De ontsluiting voor auto- en vrachtverkeer is op het grafisch plan van het bestreden besluit symbolisch aangeduid binnen de afbakening van het gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel II. De pijl wijst naar het perceel van de federale politie, dat zelf niet binnen de afbakening valt. Hieruit moet worden afgeleid dat het bedrijventerrein, ook met deze symbolische aanduiding, nog steeds ingesloten blijft op het grafisch plan. Een en ander wordt overigens bevestigd door het bestreden besluit zelf dat stelt “dat deze ontsluiting nog verder wordt onderzocht in de in opmaak zijnde streefbeeldstudie voor de ring rond Turnhout”. Het feit dat artikel 4.5.1 van de stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP voorziet dat een hoofdontsluiting gebeurt via een parallelweg langsheen de R13 en dat rechtstreekse toegang tot de R13 niet toegelaten is, doet aan deze vaststelling niets af. Dit geldt des te meer nu de “Vlacoro (...) zich echter wel de vraag (stelt) of deze site wel op een goede manier kan worden ontsloten genomen de bestaande verkeersstroom op de Noord-Brabantlaan, de beperkte ruimte voor de parallelle ventweg en de verkeersaantrekkende functies die in de stedenbouwkundige voorschriften worden voorzien” en het bestreden besluit niet verder komt dan te overwegen dat over het essentieel gegeven van de ontsluiting werd nagedacht tijdens het planningsproces en dat dit verder zal worden “onderzocht in de in opmaak zijnde streefbeeldstudie voor de ring rond Turnhout”. X-14.006 en 14.007-10/11 In de gegeven omstandigheden dient derhalve besloten te worden dat niet op een rechtszekere manier een oplossing wordt geboden voor dit erkende ontsluitingsprobleem, maar integendeel de oplossing omtrent dit essentieel gegeven wordt vooruitgeschoven naar later nog te nemen beslissingen omtrent die ontsluiting. Het eerste onderdeel van het tweede middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De zaken A. 156.076 en A. 156.077 worden gevoegd.
- De Raad van State vernietigt het besluit van 4 juni 2004 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Turnhout voor wat betreft het deelplan 4 “gemengd regionaal bedrijventerrein Bentel”.
- Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de beroepen tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-14.006 en 14.007-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.207 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div