id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.282 Rolnummer: A. 189543/VII-37252 Zaak: Arrest 201282 - Milieuvergunningen - 25/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-05 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 09:06 Fiche Arrest nr 201.282 van 25 februari 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 201.282 van 25 februari 2010 in de zaak A. 189.543/VII-37.
- In zake: Yves DE WILDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gunther Dierickx kantoor houdend te Gent Kortrijksesteenweg 830 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE WEST-VLAANDEREN Tussenkomende partij: de VZW KV 't HOUTLAND gevestigd te Veldegem Halfuurdreef 121 alwaar woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 september 2008, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 26 juni 2008 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oostkamp van 7 januari 2008, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan de VZW KV 't Houtland voor het exploiteren van een africhtschool voor honden, gelegen aan de Scharestraat 14 te Ruddervoorde (Oostkamp), wordt afgewezen en de beroepen beslissing wordt bevestigd mits wijziging van de bijzondere exploitatievoorwaarden. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 188.114 van 20 november 2008 zijn de debatten heropend, is de zaak verwezen naar de gewone rechtspleging en werd het door de VII-37.252-1/4 auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het onderzoek van de vordering tot schorsing. Bij arrest nr. 189.906 van 29 januari 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 1 april
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoeker ter kennis werd gebracht op 26 mei
- Op 3 september 2009 heeft de hoofdgriffier aan de partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoeker vraagt om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 februari
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gunther Dierickx, die verschijnt voor de verzoeker, en hoofdinstructeur Ansfried D'Hoekers, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-37.252-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoeker heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De verzoeker heeft binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient in principe te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
- De verzoeker dient een verzoek in om gehoord te worden, doch zet hierin niets uiteen. Ter terechtzitting bevestigt verzoekers raadsman dat zijn handtekening voorkomt op het ontvangstbewijs van de zending waarbij hem een kopie van de memorie van antwoord werd bezorgd. Verzoekers raadsman stelt anderzijds vast dat dit stuk "zich niet in zijn dossier bevindt" en vermoedt dat het "verkeerd werd geklasseerd". Zulks maakt evenwel geen overmacht uit. Het wettelijk vermoeden van gebrek aan belang moet bijgevolg te dezen onverkort worden toegepast. Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. VII-37.252-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig februari tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-37.252-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.282 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.114 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.906 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div