id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.334 Rolnummer: A. 195550/IX-6732 Zaak: Arrest 201334 - Penitentiair recht - 25/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-26 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-02 09:09 Fiche Arrest nr 201.334 van 25 februari 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 201.334 van 25 februari 2010 in de zaak A. 195.550/IX-6732 In zake : Idries TARGALI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Blomme kantoor houdend te Torhout Vredelaan 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 20 februari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 12 februari 2010 van de gevangenisdirecteur te Brugge waarbij aan Idries Targali de tuchtstraf wordt opgelegd van 14 dagen geen TV op cel. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 februari 2010 om 09.30 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Karolien Phlips, die loco advocaat Koen Blomme verschijnt voor de verzoeker, en attaché Jorn Brewaeys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6732-1/4 Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is opgesloten in de gevangenis te Brugge. 3.
- Op 11 februari 2010 wordt tegen hem een rapport aan de directeur opgesteld waarin uiteengezet wordt dat de verzoeker in het bezit is van een televisietoestel met 31 kanalen in plaats van drie kanalen, dat dit toestel tot een andere cel “behoort” en dat het toestel onrechtmatig bij de verzoeker beland is. 3.
- De verzoeker wordt op 16 februari 2010 gehoord. Het proces- verbaal vermeldt: “De directeur herinnert de gedetineerde aan de ten laste gelegde feiten: Zie rapport aan directeur d.d. 12/02/2010 Hij geeft het woord aan de gedetineerde / aan zijn advocaat, die ver- kla(a)r(t)(en): Betrokkene stelt dat hij niet weet hoe de TV op zijn cel is gekomen. Betrokkene stelt dat hij niet op de hoogte werd gebracht door de sectie beambte dat hij een RAD had gekregen. Adv: Gedetineerde (diender) Wesley Degraeve heeft getuigd dat deze TV reeds op cel stond voor dat betrokkene op die cel verbleef. Betrokkene verbleef nog maar een paar uur op die cel. Door de directeur gestelde vragen en antwoorden van de gedetineerde, van de advocaat: zie voorgaande punt De directeur hoort in aanwezigheid van de gedetineerde volgende getuigen (identiteit en hoedanigheid van de gehoorde getuigen) geen Door de directeur gestelde vragen en antwoorden van de getuige(n) geen De directeur nodigt de gedetineerde uit om zijn laatste opmerkingen mee te delen: geen”. IX-6732-2/4 3.
- Op 17 februari 2010 treft de directeur het bestreden besluit. Het bevat volgende motivering: “Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor misbruik TV De feiten zoals beschreven in het rapport zijn duidelijk en navraag bij het magazijn welke de kanalen instelt sluit een administratieve fout uit. Het kan niet anders dan dat de TV van cel verplaatst geweest is. Het is niet duidelijk na te gaan wie precies de TV heeft geplaatst, vast staat wel dat geen enkele gedetineerde op deze cel een huurcontract had afgesloten en iedereen dus wel degelijk wist dat er zwart werd gekeken.” IV. Onderzoek van de vordering Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. V. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- De verzoeker zet uiteen: “Ingevolge de tuchtstraf dient verzoeker twee weken zonder TV in zijn cel te verblijven, hetgeen leidt tot een moeilijk te herstellen nadeel aangezien TV kijken één van de weinige dingen is die men kan doen in zijn cel om te ontspannen en contact met de buitenwereld te houden en bij gebreke aan TV enkel nog de muren van de cel overblijven. Hierdoor wordt elke afleidingsmogelijkheid ontnomen aan verzoeker in zijn cel, waarbij vrij algemeen wordt aangenomen dat het hebben van TV deel uitmaakt van de basisuitrusting van de cel waar een gedetineerde recht op heeft. (...) Dat er een ernstig nadeel verbonden is aan geen TV is niet ernstig betwistbaar en wordt ook erkend door de verwerende partij, waar zij nu juist dit nadeel als tuchtstraf aan verzoeker gaat opleggen in de bestreden beslissing. Deze tuchtstraf wordt onmiddellijk ten uitvoer gelegd, en beperkt de rechten van verzoeker in sterke en onherstelbare mate. De tuchtmaatregel zeker gezien de duur ervan leidt tot een ernstige aantasting van zijn psychische gezondheidstoestand.” IX-6732-3/4 Beoordeling
- De uiteenzetting van het nadeel is zeer algemeen gesteld; gegevens met betrekking tot de specifieke situatie van de verzoeker ontbreken. Bovendien is de onmogelijkheid om naar televisie te kijken niet te beschouwen als een nadeel, maar slechts een miniem ongemak. Ten overvloede wordt daarbij opgemerkt dat uit het tuchtverslag zelfs blijkt dat de verzoeker niet geheel beroofd wordt van de mogelijkheid om TV te kijken, aangezien hij nog altijd kan kijken naar een zender met drie kanalen.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen.
- Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6732-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.334 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div