← België

Arrest 201337 - Tucht (openbaar ambt) - 25/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.337 Rolnummer: A. 182705/XII-5086 Zaak: Arrest 201337 - Tucht (openbaar ambt) - 25/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-08 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 09:10 Fiche Arrest nr 201.337 van 25 februari 2010 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 201.337 van 25 februari 2010 in de zaak A. 182.705/XII-5086 In zake: de GEMEENTE DILBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Lindemans kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Kris Wauters kantoor houdend te Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Marleen STERCKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Jacobs kantoor houdend te Aalst Leopoldlaan 32 A 1-2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 24 april 2007, strekt tot de nietigverklaring van “het Ministerieel Besluit dd. 02.03.2007 houdende niet goedkeuring van het besluit van de gemeenteraad van Dilbeek van 21 november 2006 houdende het ontslag van ambtswege opgelegd aan mevrouw Marleen Sterckx, administratief bediende”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. XII-5086-1\6 Marleen Sterckx heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 9 oktober
  3. Auditeur Bart Weekers heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 februari
  4. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jochen Honnay, die loco advocaat Dirk Lindemans verschijnt voor verzoekster, en advocaat Chiel Simpels, loco advocaten Koen Geelen en Kris Wauters, en advocaat Pieter-Jan Staelens die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Bart Weekers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Bij beslissing van 21 november 2006 van de gemeenteraad van Dilbeek wordt aan Marleen Sterckx de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege opgelegd omdat zij als administratief bediende van de dienst bevolking fondsen ontvreemde. De gemeenteraadsbeslissing wordt bij besluit van 2 maart 2007 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering niet goedgekeurd omdat een aantal van de bestrafte feiten verjaard zijn en er reden is om het dossier opnieuw samen te stellen. De ministeriële niet-goedkeuring is de te dezen bestreden beslissing. Nadat de tuchtprocedure hernomen werd, legt op 2 juli 2007 het college van burgemeester en schepenen weer de tuchtstraf van het ontslag van XII-5086-2\6 ambtswege op. Op beroep van M. Sterckx wordt deze tuchtstraf op 3 oktober 2007 door de beroepscommissie voor tuchtzaken (hierna: de beroepscommissie) hervormd tot een schorsing gedurende vier maanden. Die beslissing van de beroepscommissie is het voorwerp van het beroep in de zaak A. 186.109/XII-
  7. Bij arrest van 23 september 2009 van het hof van beroep te Brussel wordt M. Sterckx wegens de bedrieglijke wegneming van geldbedragen ten nadele van de gemeente veroordeeld tot onder meer de ontzetting van de rechten bedoeld in artikel 31 van het Strafwetboek gedurende een termijn van tien jaar. Op 12 oktober 2009 stelt het college van burgemeester en schepenen vast dat er aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 9.1., § 2, van de rechtspositieregeling, volgens welk voorschrift ambtshalve een einde wordt gemaakt aan de hoedanigheid van statutair personeelslid als het statutaire personeelslid de burgerlijke en politieke rechten niet meer geniet. Na betrokkene in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord, beslist het college op 26 oktober 2009 om het verlies van de hoedanigheid van statutair personeelslid van M. Sterckx vast te stellen en om haar het ontslag van rechtswege met ingang van 27 oktober 2009 te betekenen. IV. Belang
  8. In haar verzoekschrift verantwoordt verzoekster haar belang bij de nietigverklaring van de bestreden ministeriële niet-goedkeuring hierdoor dat ze overtuigd is van de schuld van M. Sterckx en van de noodzaak tot het opleggen van het ontslag van ambtswege. In hoofdorde voert zij aan dat het ministerieel besluit buiten de voorgeschreven termijn is genomen zodat het gemeenteraadsbesluit van 21 november 2006 stilzwijgend is goedgekeurd. Het beroep is er aldus wezenlijk op gericht de tuchtstraf van 21 november 2006 toch nog uitwerking te doen hebben. Het belet verzoekster evenwel niet om ondertussen, gedeeltelijk op grond van dezelfde feiten, tegen M. Sterckx een nieuwe tuchtprocedure aan te spannen. Die tuchtprocedure leidt, zoals gezien, op beroep van M. Sterckx tegen de in eerste instantie bij collegebeslissing van 2 juli 2007 opgelegde nieuwe tuchtstraf van het ontslag van ambtswege, tot een schorsing van vier maanden door de XII-5086-3\6 beroepscommissie. Met haar annulatieberoep in de zaak A. 186.109/XII-5283 wil verzoekster bereiken dat de beroepscommissie, zich opnieuw uitsprekend na een vernietiging van de tuchtstraf van de vier maanden schorsing, dit keer tot een ontslag besluit. Verzoekster geeft het met zoveel woorden toe waar zij in de memorie van wederantwoord schrijft: “Indien de beslissing van de Beroepscommissie wordt vernietigd, moet quasi met zekerheid het ontslag van betrokkene worden gehandhaafd”.
  9. In het auditoraatsverslag wordt opgemerkt dat het eerste beroep zich niet laat rijmen met het starten van een nieuwe tuchtprocedure, die overigens heeft geleid “tot een definitief bevoegdheidsverlies in hoofde van de gemeente in de betrokken tuchtzaak, aangezien de zaak inmiddels op definitieve wijze minstens op het niveau van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken is terechtgekomen”. Ter terechtzitting geeft verzoekster toe dat er terzake vragen kunnen rijzen, maar meent zij niettemin nog een moreel belang bij haar beroep te kunnen doen gelden en verwijst zij ook naar de precedentwaarde die een annulatie voor haar in de toekomst zou kunnen meebrengen.
  10. Verzoekster zou dan nog de tweede tuchtprocedure -naar zij zelf beweert, maar niet uit de stukken blijkt- mogen hebben aangevat “onder alle voorbehoud en zonder enige nadelige erkenning”, die procedure heeft er niet minder toe geleid dat M. Sterckx door de beroepscommissie tuchtrechtelijk gestraft is geworden voor (gedeeltelijk) dezelfde feiten als degene die de niet-goedgekeurde gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2006 sanctioneert. Ofwel wordt verzoeksters beroep tegen de beslissing van de beroepscommissie verworpen en blijft de schorsing van vier maanden overeind. Ofwel wordt het beroep ingewilligd en moet door de beroepscommissie, volgens de betrachting van verzoekster, de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege worden opgelegd. Geen van beide uitkomsten laat zich verenigen met datgene waar het verzoekster met het thans aan de orde zijnde beroep objectief en noodzakelijk om te doen is: de goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing van 21 november
  11. In de beide gevallen immers wordt M. Sterckx tweemaal voor dezelfde feiten gestraft. Het blijkt niet dat zulks de bedoeling is of tenminste, vanwege de non bis in idem-regel, mág zijn. XII-5086-4\6
  12. Met andere woorden is verzoeksters oorspronkelijke, elementaire belang bij het beroep ten gevolge van haar eigen verdere optreden achterhaald en tenietgegaan. Zij is in de concrete omstandigheden van de zaak zonder het vereiste actueel belang. Het beweerde moreel belang, dat er in essentie op neerkomt alleen haar initiële gelijk te horen bevestigen en als zodanig vreemd is aan de eigenlijke finaliteit van een annulatieberoep -erin bestaande onwettige rechtshandelingen ex tunc uit de rechtsorde te doen verdwijnen-, kan daar niet van doen afzien. Hetzelfde geldt ook voor het beweerde voordeel van de precedent- waarde van een vernietiging. Ter terechtzitting gevraagd naar wat de Raad van State zich bij die precedentwaarde dient voor te stellen nu M. Sterckx hoe dan ook door de collegebeslissing van 26 oktober 2009 de hoedanigheid van ambtenaar verloren heeft, moet verzoekster het antwoord schuldig blijven. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep. 2.Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. XII-5086-5\6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 februari 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-5086-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.337 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.