id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.338 Rolnummer: A. 186109/XII-5283 Zaak: Arrest 201338 - Tucht (openbaar ambt) - 25/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-08 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-07-02 09:10 Fiche Arrest nr 201.338 van 25 februari 2010 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 201.338 van 25 februari 2010 in de zaak A. 186.109/XII-5283 In zake: de GEMEENTE DILBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Lindemans kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- het VLAAMSE GEWEST
- de BEROEPSCOMMISSIE VOOR TUCHTZAKEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Marleen STERCKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Jacobs kantoor houdend te Aalst Leopoldlaan 32 A 1-2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 november 2007, strekt tot de nietigverklaring van “het Besluit dd. 03.10.2007 van de Beroepscommissie voor tuchtzaken houdende hervorming van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van Dilbeek van 2 juli 2007 houdende het ontslag van ambtswege opgelegd aan mevrouw Marleen Sterckx, administratief bediende dienst bevolking”. XII-5283-1\6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend. Marleen Sterckx heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 20 februari
- Auditeur Bart Weekers heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 februari
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jochen Honnay, die loco advocaat Dirk Lindemans verschijnt voor verzoekster, en advocaat Pieter-Jan Staelens die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Auditeur Bart Weekers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Bij beslissing van 21 november 2006 van de gemeenteraad van Dilbeek wordt aan Marleen Sterckx de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege opgelegd omdat zij als administratief bediende van de dienst bevolking fondsen ontvreemde. De gemeenteraadsbeslissing wordt bij besluit van 2 maart 2007 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering niet goedgekeurd omdat een aantal van de bestrafte feiten verjaard zijn en er reden XII-5283-2\6 is om het dossier opnieuw samen te stellen. De ministeriële niet-goedkeuring is het voorwerp van het beroep in de zaak A. 182.705/XII-
- Nadat de tuchtprocedure hernomen werd, legt op 2 juli 2007 het college van burgemeester en schepenen weer de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op. Op beroep van M. Sterckx wordt deze tuchtstraf op 3 oktober 2007 door de beroepscommissie voor tuchtzaken (hierna: de beroepscommissie) hervormd tot een schorsing gedurende vier maanden. Die beslissing van de beroepscommissie is de te dezen bestreden beslissing. Bij arrest van 23 september 2009 van het hof van beroep te Brussel wordt M. Sterckx wegens de bedrieglijke wegneming van geldbedragen ten nadele van de gemeente veroordeeld tot onder meer de ontzetting van de rechten bedoeld in artikel 31 van het Strafwetboek gedurende een termijn van tien jaar. Op 12 oktober 2009 stelt het college van burgemeester en schepenen vast dat er aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 9.1., § 2, van de rechtspositieregeling, volgens welk voorschrift ambtshalve een einde wordt gemaakt aan de hoedanigheid van statutair personeelslid als het statutaire personeelslid de burgerlijke en politieke rechten niet meer geniet. Na betrokkene in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord, beslist het college op 26 oktober 2009 om het verlies van de hoedanigheid van statutair personeelslid van M. Sterckx vast te stellen en om haar het ontslag van rechtswege met ingang van 27 oktober 2009 te betekenen. IV. Belang
- In het verzoekschrift verantwoordt verzoekster haar belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing van de beroepscommissie hierdoor dat de gemeente overtuigd is van de schuld van M. Sterckx en van de noodzaak om haar het ontslag van ambtswege op te leggen “daar het vertrouwen in betrokkene te zeer is geschokt en elke verdere samenwerking door de handelingen van betrokkene definitief onmogelijk is”. Met andere woorden strekt het voorliggende beroep ertoe dat de beroepscommissie, zich opnieuw uitsprekend na een annulatie van de bestreden beslissing door de Raad van State, dit keer tot een ontslag van ambtswege besluit. XII-5283-3\6 Verzoekster zegt het zelf waar zij in de memorie van wederantwoord schrijft: “Indien de beslissing van de Beroepscommissie wordt vernietigd, moet quasi met zekerheid het ontslag van betrokkene worden gehandhaafd”.
- In het auditoraatsverslag wordt opgemerkt dat evenwel verzoekster sindsdien aan M. Sterckx de hoedanigheid van ambtenaar langs een andere dan de tuchtrechtelijke weg heeft ontnomen. Namelijk is bij collegebeslissing van 26 oktober 2009 beslist M. Sterckx van rechtswege te ontslaan omdat zij ten gevolge van een arrest van het hof van beroep te Brussel niet meer de burgerlijke en politieke rechten geniet. Gelet op het feit dat bij het nemen van de beslissing van 26 oktober 2009 op geen enkele manier de kwestie aan bod is gekomen van “het vrijwaren van de rechten van het bestuur op het tuchtrechtelijk vlak in het licht van de nog voor de Raad van State hangende procedures”, meent de auditeur “dat er een definitieve streep is getrokken onder alles wat de tucht betreft en 27 oktober 2009 voorafgaat” en dat verzoekster nog alleen het voordeel nastreeft om derden te overtuigen van haar initiële gelijk. Ter terechtzitting gaat verzoekster hier niet op in; zij betoogt nog altijd een moreel belang bij haar beroep te kunnen doen gelden en verwijst ook naar de precedentwaarde die een annulatie voor haar in de toekomst zou kunnen meebrengen.
- Als gezien moest het beroep er toe leiden dat M. Sterckx, via een nieuwe beslissing van de beroepscommissie waarbij haar de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege werd opgelegd, voorgoed uit de dienst verwijderd zou worden, aangezien een verdere samenwerking met haar definitief onmogelijk was geworden. Intussen blijkt dit resultaat bereikt te zijn, weze het middels een collegebesluit dat jegens M. Sterckx toepassing maakte van het artikel 9.1., § 2, van de rechtspositieregeling. Dit is van aard verzoeksters belang zeer onzeker te maken, des te meer waar bovendien de vraag kan rijzen of, gelet op het feit dat M. Sterckx thans definitief uit dienst is, betrokkene nog wel aan de tuchtmacht onderworpen is en er, na een annulatie van de bestreden beslissing, jegens haar nog wel een tuchtstraf kan worden opgelegd. Het is een vraag waarop verzoekster ter terechtzitting toegeeft geen antwoord te hebben. XII-5283-4\6
- Dat verzoekster niettemin een voldoende belang erbij heeft om de bestreden beslissing te zien vernietigen, vanwege de morele genoegdoening die zulks haar zou verschaffen, wordt niet gevolgd. In wezen valt dit moreel belang samen met het belang van verzoekster om haar initiële gelijk te horen bevestigen. Dit heeft maar weinig te maken met de finaliteit van een annulatieberoep, die erin bestaat onwettige rechtshandelingen ex tunc uit de rechtsorde te doen verdwijnen. Bovendien kan aan dit moreel belang geen groot gewicht worden toegekend. Zoals in het auditoraatsverslag onder de aandacht wordt gebracht, heeft dit moreel belang -en de schade waarvan verzoekster in een brief van 13 januari 2010 aan de auditeur gewaagt- haar er niet eens toe kunnen bewegen, alvorens de collegebeslissing van 26 oktober 2009 te nemen, tenminste stil te staan bij, en zich te beraden over, de implicaties ervan voor “de rechten van het bestuur op het tuchtrechtelijk vlak in het licht van de nog voor de, Raad van State hangende procedures” .
- Ook het beweerde voordeel van de precedentwaarde van een vernietiging van de bestreden schorsing van M. Sterckx kan niet verantwoorden dat verzoekster nog over een toereikend belang bij het beroep beschikt. Ter terechtzitting gevraagd naar wat de Raad van State zich bij die precedentwaarde dient voor te stellen nu M. Sterckx hoe dan ook door de collegebeslissing van 26 oktober 2009 de hoedanigheid van ambtenaar verloren heeft, moet verzoekster het antwoord schuldig blijven.
- Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. XII-5283-5\6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 februari 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-5283-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.338 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.