id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.339 Rolnummer: A. 194778/XII-6046 Zaak: Arrest 201339 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 25/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-08 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 09:11 Fiche Arrest nr 201.339 van 25 februari 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 201.339 van 25 februari 2010 in de zaak A. 194.778/XII-6046 In zake: Joseph MARIJNEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves Teughels kantoor houdend te Berchem Coremansstraat 14 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kitty Vinck en Sofie Bontinck kantoor houdend te Antwerpen Lange Lozanastraat 270 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- De vordering, ingesteld op 28 november 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van “de beslissing van de stadssecretaris van de stad Antwerpen dd. 28.09.2009 [...] tot ontheffing [van Joseph Marijnen] van zijn taak van huisbewaarder met het bevel de dienstwoning gelegen te 2600 Berchem, Grotesteenweg 13 uiterlijk op 31 december 2009 te verlaten”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag over het beroep tot nietigverklaring, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, opgesteld alsook over de vordering tot schorsing. XII-6046-1\4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 februari
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kristien Van Vaerenbergh, die loco advocaat Yves Teughels verschijnt voor verzoeker, en advocaat Kitty Vinck, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 14 november 1957 beslist de gemeenteraad van Berchem een personeelslid te gelasten met het onderhoud en het stoken van de centrale verwarming van het gemeentegebouw aan de Grote Steenweg 13, in ruil voor woonst, vuur en licht. Na een oproep onder het gemeentepersoneel wordt met ingang van 15 november 1978 verzoeker, toen opsteller, daartoe aangesteld. Vanaf 1 januari 1987 krijgt hij nog alleen de dienstwoning kosteloos ter beschikking gesteld “in vergelding van de hem opgedragen bijkomende taken van huisbewaarder”. Ondertussen herbenoemd tot administratief assistent, vraagt verzoeker zijn pensioen aan met ingang van 1 oktober
- Op 24 september 2009 verleent de stadssecretaris van Antwerpen verzoeker eervol ontslag met het oog op de toekenning van een pensioen met ingang van 1 oktober 2009 (artikel 1). Tevens beslist hij om verzoeker vanaf dezelfde dag te ontheffen van zijn taak van huisbewaarder van de dienstwoning aan de Grote Steenweg 13 te Berchem, “mits een opzegtermijn van 3 maanden, zodanig [dat] er vanaf 1 januari 2010 definitief van zijn diensten worden afgezien” (artikel 2). Overwogen wordt, in verband met het laatste, dat “de taak van huisbewaarder inherent is aan een actieve stedelijke functie”. XII-6046-2\4 Aan verzoeker wordt met een brief van 28 september 2009 meegedeeld dat de stadssecretaris op 24 september 2009 besliste hem met ingang van 1 oktober 2009 te ontheffen van de taak van huisbewaarder, dat hij de dienstwoning uiterlijk op 31 december 2009 moet verlaten en dat hij tegen de beslissing een beroep kan instellen bij de Raad van State. IV. Ontvankelijkheid
- Verwerende partij werpt tegen dat verzoeker zonder belang is omdat de bestreden beslissing eveneens het besluit tot eervol ontslag wegens pensionering zou omvatten, zodat bij een schorsing of vernietiging tevens dit eervol ontslag geschorst of vernietigd zou worden.
- Verzoeker bestrijdt de beslissing die hem met brief van 28 september 2009 is meegedeeld. Die brief betreft alleen de beslissing van de stadssecretaris in verband met de ontheffing van de taak van huisbewaarder. De beslissing om verzoeker eervol ontslag te verlenen behoort niet tot het voorwerp van de vordering. De exceptie mist derhalve grond. V. Onderzoek van de middelen
- Verzoeker doet twee middelen gelden. In een eerste middel voert hij aan dat de brief van 28 september 2009 geen enkele motivering bevat. Volgens een tweede middel is de hoorplicht miskend nu hij “op geen enkel moment gehoord [is] geweest betreffende de kwestieuze beslissing van de stadssecretaris”.
- In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld de middelen te verwerpen. Wat het eerste middel betreft wordt onder meer geargumenteerd dat de motieven van de beslissing zo evident zijn dat ze niet om een uitdrukkelijke verantwoording vragen: de aanstelling als huisbewaarder is een bijkomende aanstelling; het verlies van de hoedanigheid van personeelslid brengt onvermijdelijk het verlies van de bijkomende aanstelling mee. Onder andere om die reden is volgens het auditoraatsverslag ook het tweede middel ongegrond: gelet op de XII-6046-3\4 oppensioenstelling van verzoeker als personeelslid was verwerende partij ertoe “gebonden” om te beslissen zoals zij deed.
- Verzoeker brengt daar ter terechtzitting -ofschoon terzake uitdrukkelijk uitgenodigd- niets tegen in.
- In de gegeven omstandigheden ziet de Raad van State geen reden om de voormelde vaststellingen en conclusies in het auditoraatsverslag niet bij te vallen. De middelen zijn ongegrond. De daaruit volgende verwerping van het beroep tot nietigverklaring brengt ook de verwerping mee van de vordering tot schorsing, die immers een accessorium van dat beroep is. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep en de vordering tot schorsing.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 februari 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust XII-6046-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.339 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div