← België

Arrest 201361 - Varia (justitie) - 26/02/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.361 Rolnummer: A. 191691/IX-6255 Zaak: Arrest 201361 - Varia (justitie) - 26/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-09 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 09:22 Fiche Arrest nr 201.361 van 26 februari 2010 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.361 van 26 februari 2010 in de zaak A. 191.691/IX-

  1. In zake : Mostafa Sayeed HOSSIENI, die woonplaats kiest bij advocaat G. KLAPWIJK, kantoor houdende te BRUSSEL, P.E. Jansonstraat 11 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten S. VERBOUWE en F. CHAFFART, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mostafa Sayeed HOSSIENI op 5 maart 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 16 februari 2009 van de minister van Justitie aangaande leeftijdsbepaling waarbij hem het voordeel van de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen wordt ontzegd; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 8 juni 2009; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 27 augustus 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Overwegende dat verzoeker bij brief van 31 augustus 2009 heeft gevraagd om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 28 januari 2010, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 22 februari 2010; IX-6255-1/3 Gehoord het verslag staatsraad D. MOONS Gehoord de opmerkingen van advocaat G. KLAPWIJK, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat F. CHAFFART, die loco advocaat S. VERBOUWE, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoeken- de partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. Ter zitting verwijst de raadsman van de verzoekende partij naar het verzoekschrift tot nietigverklaring. Hij geeft geen verklaring voor het niet indienen van een memorie van wederantwoord. IX-6255-2/3 Te dezen dient bijgevolg te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 26 februari 2010, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-6255-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.361 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.