id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.376 Rolnummer: A. 141166/IX-3911 Zaak: Arrest 201376 - Tucht (openbaar ambt) - 26/02/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-09 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 09:24 Fiche Arrest nr 201.376 van 26 februari 2010 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 201.376 van 26 februari 2010 in de zaak A. 141.166/IX-3911 In zake: Bart LEFLERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te Gent Mazestraat 16 bij wie keuze van woonplaats wordt gedaan tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGP/DPS gevestigd te Brussel Fritz Toussaintstraat 8 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 september 2003, strekt tot de nietigver- klaring van “de beslissing van de heer Herman Bliki, hoofdcommissaris van politie, waarnemend directeur-generaal, in zijn hoedanigheid van hogere tuchtoverheid, van 11 juli 2003 [...] waarbij de heer Leflere Bart [...] tuchtrechtelijk gestraft wordt met een blaam”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Henri Colin heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. IX-3911-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor de verzoeker, en adviseur Els Van Rossem, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is inspecteur van politie bij de Directie van de Algemene Reserve van de Federale Politie. Tijdens de periode van 22 april 2002 tot 1 september 2002 is hij “afgedeeld” naar de politiezone Assenede-Evergem. 3.
- Op 15 juni 2002 stelt Geert Wallays, hoofdinspecteur van politie bij de politiezone Roeselare-Izegem-Hooglede, een administratief verslag op ten laste van de verzoeker wegens “ongepast optreden buiten de diensturen” op 14 juni
- Hij maakt melding van verscheidene feiten, waaronder het feit dat de verzoeker ’s nachts een geboeid persoon zonder identiteitsdocumenten met zijn burgervoertuig naar het politiekantoor heeft gebracht voor verdere controle. De korpschef van de politiezone Assenede-Evergem oordeelt dat deze zaak moet worden behandeld door de hogere tuchtoverheid van de verzoeker, dit is de directeur-generaal van de Algemene Directie Bestuurlijke Politie van de Federale Politie (hierna: de DGA). 3.
- Nadat een voorafgaand onderzoek is gevoerd, stelt directeur- generaal Philippe Warny van de DGA op 26 november 2002 een inleidend verslag op ten laste van de verzoeker, waarbij hij aan de verzoeker onder meer als tuchtfeit IX-3911-2/7 ten laste legt dat hij “een persoon, ingevolge een identiteitscontrole en niet in overeenstemming met de wet op het politieambt, van zijn vrijheid [heeft beroofd]”. De directeur-generaal vermeldt in dat verslag dat hij het voornemen heeft om de verzoeker voor al de hem ten laste gelegde tuchtfeiten de zware tuchtstraf van de inhouding van 4 percent van de wedde gedurende twee maanden op te leggen. De verzoeker dient een verweerschrift in en wordt gehoord. Er worden aanvullende onderzoekshandelingen gesteld. Op 21 januari 2003 stelt hoofdcommissaris van politie Herman Bliki van de DGA voor om de verzoeker de zware tuchtstraf van de inhouding van 4 percent van de wedde gedurende twee maanden op te leggen. De genoemde hoofdcommissaris ondertekent zijn voorstel van zware tuchtstraf als “wnd. directeur-generaal”. 3.
- Op 28 januari 2003 dient de verzoeker tegen dit voorstel van zware tuchtstraf een verzoek tot heroverweging in bij de tuchtraad. De inspecteur-generaal van de federale politie en van de lokale politie brengt op 23 april 2003 advies uit over dat verzoek. Hij sluit zich aan bij het door de hogere tuchtoverheid geformuleerde strafvoorstel. De verzoeker wordt op 27 maart 2003 en 24 april 2003 gehoord door de tuchtraad. Op 15 mei 2003 adviseert de tuchtraad om aan de verzoeker enkel als tuchtfeit ten laste te leggen dat hij “een persoon ingevolge een identiteitscontrole en niet in overeenstemming met de wet op het politieambt, van zijn vrijheid heeft beroofd” en om hem daarvoor de tuchtstraf van de waarschuwing op te leggen. 3.
- Hoofdcommissaris van politie Herman Bliki beslist op 12 juni 2003 om zich enerzijds achter het advies van de tuchtraad te scharen wat de in aanmerking te nemen tuchtfeiten betreft, maar anderzijds van dit advies af te wijken wat de op te leggen tuchtstraf betreft. Hij stelt voor aan de verzoeker de lichte tuchtstraf van de blaam op te leggen. IX-3911-3/7 De genoemde hoofdcommissaris ondertekent zijn voorstel van tuchtstraf als “waarnemend directeur-generaal”. De verzoeker dient nog een verweerschrift in. 3.
- Op 11 juli 2003 beslist hoofdcommissaris van politie Herman Bliki om de verzoeker de lichte tuchtstraf van de blaam op te leggen. Hij ondertekent deze beslissing andermaal als “waarnemend directeur-generaal”. Dit is de bestreden beslissing. De verzoeker ondertekent ze op 16 juli 2003 voor kennisneming en ontvangst. IV. Onderzoek van de middelen Eerste middel aangevoerd in de laatste memorie Standpunt van de partijen
- De verzoeker voert in zijn laatste memorie een “eerste nieuw middel van openbare orde” aan betreffende “de onbevoegdheid van de steller van de bestreden handeling” en “aanmatiging van functie”. Hij betoogt vooreerst dat de beslissing van 12 juni 2003 om af te wijken van het advies van de tuchtraad wat de op te leggen tuchtstraf betreft, en de bestreden beslissing zelf werden genomen door hoofdcommissaris van politie Herman Bliki, die adjunct-directeur-generaal van de DGA is, maar beweert op te treden als “waarnemend directeur-generaal”. De genoemde hoofdcommissaris heeft aldus volgens de verzoeker administratieve functies uitgeoefend die hem niet toebehoren. Uit niets blijkt immers dat Herman Bliki effectief tot waarnemend directeur-generaal van de DGA werd aangesteld. Zelfs indien een dergelijke aanstelling toch zou bestaan, kan ze aan de verzoeker niet worden tegengesteld, aangezien ze niet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. De verzoeker wijst er voorts op dat in zijn geval de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiedien- sten (hierna: de Politietuchtwet) de tuchtbevoegdheid heeft toegewezen aan de IX-3911-4/7 titularis van het ambt van directeur-generaal en dat deze bevoegdheid niet kan worden uitgeoefend door diegene die zich aanmatigt het ambt van directeur-generaal waar te nemen. Alleen indien de Politietuchtwet wordt gewijzigd, zal diegene die het ambt van de titularis waarneemt, diens tuchtbevoegdheid eventueel kunnen uitoefenen, maar ook dan is een aanstelling als waarnemer vereist, terwijl in het geval van Herman Bliki geen dergelijke aanstelling bestaat. Ten slotte laat de verzoeker gelden dat de bevoegdheid van hogere tuchtoverheid te dezen toekwam aan directeur-generaal Philippe Warny, die bij koninklijk besluit nr. 714 van 19 december 2000, herbevestigd bij koninklijk besluit van 5 maart 2006, werd aangewezen voor deze mandaatfunctie. Doordat hoofdcommissaris van politie Herman Bliki, die adjunct-directeur-generaal is, beslissingen heeft genomen die onder de bevoegdheid vallen van de directeur- generaal, is er volgens de verzoeker sprake van “onbevoegdheid ratione materiae”.
- De verwerende partij houdt ter terechtzitting staande dat de bestreden beslissing door een bevoegde overheid werd genomen. Beoordeling
- Krachtens artikel 20, 2/, a), van de Politietuchtwet behoort de bevoegdheid van hogere tuchtoverheid ten aanzien van de verzoeker toe aan de directeur-generaal van de DGA.
- Te dezen heeft directeur-generaal Philippe Warny van de DGA op 26 november 2002 een inleidend verslag opgesteld ten laste van de verzoeker. Uit het administratief dossier blijkt evenwel niet dat hij de tuchtbevoegdheid ten aanzien van de verzoeker verder nog heeft uitgeoefend. Op 21 januari 2003 heeft hoofdcommissaris van politie Herman Bliki van de DGA een tuchtvoorstel ten laste van de verzoeker geformuleerd. Diezelfde hoofdcommissaris heeft op 12 juni 2003 beslist om af te wijken van het advies van de tuchtraad wat de op te leggen tuchtstraf betreft en de lichte tuchtstraf van de blaam voor te stellen. Op 11 juli 2003 heeft hij met de bestreden beslissing effectief aan de verzoeker de lichte tuchtstraf van de blaam opgelegd. De genoemde hoofdinspecteur heeft daarbij telkens gesteld dat hij handelde als “waarnemend directeur-generaal”.
- Er ligt evenwel geen beslissing voor waaruit blijkt dat hoofdcommissaris van politie Herman Bliki werd aangewezen voor het waarnemen IX-3911-5/7 van het hoger ambt van directeur-generaal, zoals dat mogelijk is gemaakt door de artikelen VI.II.77 en volgende van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (het RPPol) en waardoor hij de volheid van de bevoegdheden van de directeur-generaal verkregen zou hebben. Daargelaten of een toegewezen bevoegdheid, inzonderheid in tuchtaangelegenheden, rechtsgeldig kan worden gedelegeerd, moet voorts worden vastgesteld dat te dezen geen delegatie blijkt en dat die evenmin kan worden verondersteld. De mogelijkheid om met toepassing van artikel 66bis van de Politietuchtwet te voorzien in de vervanging van de titularis bij diens tijdelijke verhindering of afwezigheid, werd pas ingevoerd bij wet van 23 december 2005 en is in werking getreden op 30 december
- Te dezen ligt hoe dan ook geen beslissing tot vervanging van directeur-generaal Philippe Warny voor. De aanwijzing van hoofdcommissaris van politie Herman Bliki als adjunct-directeur-generaal van de DGA verleende de genoemde hoofdcommissaris niet de bevoegdheid om ook de bevoegdheden van de directeur- generaal te assumeren. En zoals de Raad van State in het arrest nr. 198.352 van 30 november 2009 inzake Vandewalle heeft aangegeven, kan de theorie van de feitelijke ambtenaar niet nuttig worden aangevoerd wanneer het bestuur de mogelijkheid heeft om op grond van een statutaire bepaling te verhelpen aan een leemte in de werking van het bestuur. Die redenering geldt ook voor de onderhavige zaak.
- Uit hetgeen voorafgaat moet worden besloten dat niet blijkt dat hoofdcommissaris van politie Herman Bliki de tuchtbevoegdheid van de directeur- generaal van de DGA rechtsgeldig kon uitoefenen. De tuchtprocedure tegen de verzoeker werd dan ook deels gevoerd door een onbevoegde overheid en ook de bestreden beslissing is door een onbevoegde overheid genomen. Het middel is gegrond. IX-3911-6/7 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van hoofdcommissaris van politie Herman Bliki van 11 juli 2003 waarbij aan Bart Leflere de lichte tuchtstraf van de blaam wordt opgelegd.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 februari 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Paul Lemmens IX-3911-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.376 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div