id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.448 Rolnummer: A. 194080/X-14412 Zaak: Arrest 201448 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-10 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:24 Fiche Arrest nr 201.448 van 2 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 201.448 van 2 maart 2010 in de zaak A. 194.080/X-14.
- In zake: Maria GEEURICKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Silke Hoebeek kantoor houdend te 2800 MECHELEN W. Geetsstraat 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de gemeente OPWIJK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 25 september 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van : a. het besluit van 23 juni 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk waarbij aan Verhaegen-Mannaert de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het afbreken en de nieuwbouw van een eengezinswoning op een perceel gelegen te Opwijk, Klaarstraat 55, kadastraal bekend sectie F, nr. 2/v3, en, b. het besluit van 21 augustus 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk “waarbij beslist werd om de bouwlijn in de Klaarstraat vast te leggen op 16 meter van de as van de rijbaan”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 12 november 2009 wordt aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging verleend. De verwerende partij heeft een nota ingediend. X-14.412-1/5 Auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 februari
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Silke Hoebeek, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Bert Van Herreweghe, die loco advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekster is eigenaar en bewoonster van een woning, aan de Klaarstraat 57 te Opwijk. 3.
- Op 6 mei 2009 (datum van het ontvangstbewijs) vragen Filip Verhaegen en Veerle Mannaert een stedenbouwkundige vergunning aan om de bestaande woning aan de Klaarstraat 55 te Opwijk te slopen, en in de plaats een eengezinswoning met een gewijzigde inplanting op te richten. De bouwlijn van de op te richten woning bedraagt 16 meter uit de as van de straat, terwijl de te slopen woning werd opgericht aan de straatkant. 3.
- Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek worden 11 bezwaarschriften ingediend, waaronder één van de verzoekster. 3.
- Met het eerste bestreden besluit van 23 juni 2009 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk de gevraagde stedenbouwkundige vergunning, met uitzondering van een stuk scheidingsmuur op X-14.412-2/5 de perceelgrens die uit de vergunning wordt gesloten, en de verharding van het terrein vóór de woning die deels verboden wordt. 3.
- Met een schrijven van 28 juli 2009 brengt het gemeentebestuur van Opwijk de vergunning ter kennis van de verzoekster. De verzoekster tekent tegen deze beslissing van het college van burgemeester en schepenen eerst administratief beroep aan bij de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, die haar met een brief van 14 augustus 2009 meldt dat zulks niet mogelijk is, en dat enkel beroep kan worden aangetekend bij de Raad van State. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- De verzoekster voert het volgende aan in het verzoekschrift: “De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissingen dreigt in hoofde van verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te creëren. Wanneer de afbraak- en bouwwerken overeenkomstig de vergunning aangevat worden, zullen zij ingrijpend en onomkeerbaar zijn. Er kan niet aan getwijfeld worden dat de handhaving van de beslissing dd. 23/06/2009 aan verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent”. X-14.412-3/5
- Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partij mag zich in haar uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan.
- Het “ingrijpend en onomkeerbaar” karakter van “de afbraak- en bouwwerken” toont op zich niet aan dat de verzoekster ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten een nadeel zal ondergaan dat ernstig en moeilijk te herstellen zou zijn. Voor het overige beperkt de verzoekster zich in haar uiteenzetting tot het louter affirmeren van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering. X-14.412-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee maart 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Pierre Lefranc X-14.412-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.448 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.145 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div