id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.451 Rolnummer: A. 194726/X-14469 Zaak: Arrest 201451 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-10 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-30 04:24 Fiche Arrest nr 201.451 van 2 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.451 van 2 maart 2010 in de zaak A. 194.726/X-14.
- In zake : de n.v. ELECTRABEL, die woonplaats kiest bij advocaten T. VANDENPUT en P. DE MAEYER, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Tedescolaan 7 tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. ELECTRABEL op 13 november 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van 18 september 2009 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, waarbij aan de NV ELECTRABEL de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een windturbinepark van 5 windturbines wordt geweigerd voor een inrichting gelegen te NEVELE”; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur R. VERCRUYSSEN, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 11 januari 2010 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 januari 2010; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. GHYSELEN, die loco advocaat P. DE MAEYER verschijnt voor de verzoekende partij; X-14.469-1/4 Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VERCRUYSSEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Met betrekking tot de bevoegdheid van de Raad van State voert de verzoekende partij aan wat volgt: “Op 16 oktober 2009 werd er door verzoekende partij een beroep tot vernietiging en verzoek tot opleggen van een bevel ingediend bij de Raad voor vergunningsbetwistingen. In een begeleidend schrijven van dezelfde datum werd gevraagd naar de modaliteiten en instructies om het voorziene griffierecht te kunnen voldoen. Tot op heden werd geen enkele reactie op dat schrijven ontvangen. Onderhavig beroep bij Uw Raad strekt er dan ook toe de belangen en de rechten van verzoekende partij gevrijwaard te zien in geval de Raad voor vergunningsbetwistingen om welke reden ook het ingediende beroep niet zou kunnen behandelen”.
- Ambtshalve dient te worden nagegaan of de Raad van State over de rechtsmacht beschikt om van het onderhavige annulatieberoep kennis te nemen.
- Met het besluit van 15 mei 2009 van de Vlaamse regering houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening worden de bepalingen van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van artikel 90bis van het bosdecreet van 13 juni 1990 gecoördineerd. De coördinatie draagt als opschrift “Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening” (hierna: VCRO). De coördinatie, en derhalve de VCRO, is in werking getreden op 1 september
- Artikel 4.8.1 en artikel 4.8.3, § 1 van de VCRO bepalen onder meer: “HOOFDSTUK VIII. - Raad voor vergunningsbetwistingen Afdeling
- - Oprichting Art. 4.8.
- Er wordt een Raad voor vergunningsbetwistingen opgericht, hierna de Raad te noemen. De Raad spreekt zich als administratief rechtscollege uit over beroepen die worden ingesteld tegen : X-14.469-2/4 1/ vergunningsbeslissingen, zijnde uitdrukkelijke of stilzwijgende bestuurlijke beslissingen, genomen in laatste administratieve aanleg, betreffende het afleveren of weigeren van een vergunning; (...) Afdeling
- - Bevoegdheid Art. 4.8.
- §
- Zo de Raad vaststelt dat een bestreden vergunnings-, validerings- of registratiebeslissing onregelmatig is, vernietigt hij deze beslissing. Een beslissing is onregelmatig, wanneer zij strijdt met regelgeving, stedenbouwkundige voorschriften of beginselen van behoorlijk bestuur. (...)”. Uit de samenlezing van deze bepalingen moet worden besloten dat -behoudens andersluidende overgangsbepalingen- vanaf 1 september 2009 de Raad voor vergunningsbetwistingen (hierna : Rvv) het bevoegde administratieve rechtscollege is om van het voorliggend annulatieberoep kennis te nemen. Deze uitdrukkelijk door de decreetgever toegewezen bevoegdheid ontneemt de Raad van State de rechtsmacht die deze tot 31 augustus 2009 ter zake bezat. Vermits de vergunningsaanvraag van de verzoekende partij bij de verwerende partij werd ingediend op 3 maart 2009, en de bestreden beslissing werd genomen op 18 september 2009, dient op de voorliggende zaak de overgangsbepaling, opgenomen in artikel 7.5.8, § 3, tweede lid van de VCRO betrokken te worden. Deze bepaling stelt uitdrukkelijk dat de beslissingen van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar “kunnen worden bestreden bij de Raad voor vergunningsbetwistingen op grond van de regelingen, vastgelegd bij of krachtens artikel 4.8.11 tot en met 4.8.25”. Artikel 7.5.8, § 6 van de VCRO bepaalt van zijn kant dat de Raad van State bevoegd blijft “om zich uit te spreken over de beroepen tot nietigverklaring (...), gericht tegen de vergunningsbeslissingen, vermeld in artikel 4.8.1, eerste lid (men leze: tweede lid), 1/ (dit wil zeggen vergunningsbeslissingen genomen in laatste administratieve aanleg, betreffende het afleveren of weigeren van een vergunning), die niet kunnen worden bestreden bij de Raad voor vergunningsbetwistingen ingevolge § 1 tot en met § 4”. Deze laatste bepaling kan niet met goed gevolg worden ingeroepen om de rechtsmacht van de Raad van State te dezen te verantwoorden -en de verzoekende partijen doen dit trouwens ook niet-, vermits de bepalingen vervat in § 1 tot en met § 4 van artikel 7.5.8 van de VCRO geenszins tot gevolg hebben dat de kwestieuze beslissing niet kan worden bestreden bij de Rvv, wel integendeel: artikel 7.5.8, § 3 van de VCRO maakt terzake precies expliciet de Rvv bevoegd. X-14.469-3/4 De niet-inschrijving, op grond van artikel 7.5.8, § 5 van de VCRO, van inkomende verzoekschriften op het register bedoeld in artikel 4.8.17, § 1, eerste lid van de VCRO ten gevolge van het ontbreken van het reglement van orde van de Rvv wordt door artikel 7.5.8, § 6 van de VCRO niet vermeld als een geval waarin, in weerwil van de principiële bevoegdheid te dezen van de Rvv vanaf 1 september 2009, de Raad van State “bevoegd (blijft) om zich uit te spreken” over de beroepen tot nietigverklaring en tot schorsing, gericht tegen de vergunningsbeslissingen. Uit het voorgaande volgt dat de toepasselijke decreetsbepalingen alleen kunnen doen besluiten tot het ontbreken van enige bevoegdheid in hoofde van de Raad van State om van het voorliggende annulatieberoep kennis te nemen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel 2 De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee maart 2010, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-14.469-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.451 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div